KORT | Alice in Wonderland

Tim Burton die Alice in Wonderland verfilmt. Klinkt als een match made in heaven. De gothische esthetiek die we kennen uit films als Sleepy Hollow, zijn Batman-films, Sweeney Todd en Edward Scissorhands is perfect om het legendarische boek van Lewis Caroll tot leven te wekken.

Maar het was niks. Het zag er schitterend uit, maar meer liefs kan ik er niet over zeggen. Om redenen die mij niet geheel duidelijk waren, had men besloten om de film dertien jaar later te laten afspelen, op de dag dat Alice zich gaat verloven met een man die ze niet zo heel leuk vindt. Dertien jaar nadat ze voor het eerst droomde dat ze in een konijnenhol viel en in Wonderland terechtkwam, rent ze weer een konijn achterna en valt ze weer in een konijnenhol en komt ze weer in Wonderland terecht waar de blauwe rups en de Mad Hatter en de Maartse Haas en weet ik veel wie allemaal weer allerhande rare gesprekken met haar hebben.

Ze hebben al die tijd op haar  gewacht om verlost te worden van de wrede Hartenkoningin die van iedereen het hoofd eraf wil. Er gebeuren de nodige vreemde dingen en alles heeft z’n eigen logica, maar uiteindelijk heeft het evenveel om het lijf als, wat zal ik eens zeggen, Matthijs van Nieuwkerk die naakt voor de spiegel zijn vetrolletjes checkt.

Halverwege de film herinnerde ik me trouwens weer dat het boek mij ook maar matig kon boeien.

  1. 1

    Ik ben het helemaal eens met Max Molovich dat Alice zuigt, maar Burton maakt al jaren films die het nét niet, of regelrechte drollen zijn. So what else is new?

    Dark Shadows (drol), Sjakie en de Chocoladefabriek (drol), Sweeny Todd: Demon Barber of Fleet Street (meh…), Planet of the Apes (meh…).

    Big Fish (best aardig, maar toch ontbreekt er iets), Sleepy Hollow (bijna, maar toch mis ik iets).

    Ik was eigenlijk wel benieuwd geweest naar Molovich’ z’n analyse, waarom sommige films van Burton driewerf ruk zijn, en andere wél werken.

    Laat ik een voorzet geven:

    Als je de door mij aangestipte films nu afzet tegen Burton’s meesterwerk ‘Edward Scissorhands’, en je gaat je afvragen: wat heeft die film nu wel, dat die andere films niet hebben, of in mindere mate, dan is het dat er in Edward Scissorhands werkelijk wat op het spel staat voor de kijker, omdat die intens meeleeft met de gelijknamige protagonist.

    Dat is zo’n getormenteerd figuur, die worstelt met zijn eigen sociale gebreken en handicaps-die-tegelijkertijd-een-enorm-talent blijken, dat je als kijker al snel van ‘m gaat houden. Want hij kan er ook niets aan doen dat hij zo is, en hij bedoelt het goed, en hij blijft het maar proberen.

    De situatie is ook herkenbaar: hij is verliefd op het mooiste meisje van het dorp, maar hij weet niet goed hoe hij haar moet benaderen, en of ze zijn gevoelens deelt – en natuurlijk zijn daar herkenbare tegenstrevers, zoals de stoere, maar vervelende knul die het meisje ook wil hebben, en de roddelzieke en conservatieve buren die een freak als Edward maar niks vinden.

    Die hele set-up (en vooral de uitvoering, waarbij de innerlijke worsteling van Edward met z’n eigen onzekerheden scherp in beeld wordt gebracht) maakt dat we ons kunnen identificeren met de hoofdpersoon, en hem aanmoedigen en hopen dat hij de obstakels zal overwinnen.

    Vergelijk je dat met Alice in Wonderland of Charlie and the Chocolate Factory, dan treft het verschil je onmiddellijk in de boezem: er wordt veel geblaat over dat Alice zich moet herinneren wie ze was (wat dan samenvalt met dat ze in de echte wereld haar eigen plan moet trekken), maar haar innerlijke worsteling komt niet naar voren. En wat er op het spel staat voor de bewoners van Neverland komt bovendien spotprenterig over: het is niet echt.

    Bij Charlie en de Chocolate Factory ontbreekt elk gevoel van urgentie. In de eerdere versie uit 1971 met Gene Wilder staat of valt alles met het vinden van het gouden lot, en het verslaan van alle andere kinderen (en hun ouders), die veel meer kans lijken te hebben te winnen, maar die door hun eigen hebberigheid, arrogantie en domheid een vernederende afgang ondergaan.

    In de versie van Tim Burton heb je veeleer het gevoel dat het er de regisseur om te doen was, te laten zien wat hij allemaal met de aankleding kan, en hoe wacky en subtiel-grimmig Johnny Depp wel kan zijn. Het hele gevoel van urgentie ontbreekt, en als kijker denk je: dit hebben we allemaal al eens eerder – en beter – gezien. De oempa-loempa’s zijn niet grappig, maar irritant.

  2. 2

    Ja! Helemaal mee eens! Alice in Wonderland was een van de weinige films waar ik in de bioscoop in slaap viel. Ridley Scott begint ook steeds meer die kant op te gaan. Het doet me denken aan me opa, die hele fotoalbums vol had met fotos van de zonsondergang bij zijn flat. Waarom? Omdat ie het mooi vond. Misschien is het ouderdom, dat al het andere overbodig word ofzo. Ruzies over vrouwen? Hartstocht? Intense haat? Ja jongens wat heb je daar nou aan, hier, kijk naar deze geplastificeerde zonsondergang bij mijn gothische flat. Mooi he?

  3. 3

    Prima voorzet, Prediker. De urgentie ontbreekt inderdaad. Ik denk dat Tim Burton in de loop der tijd is vergeten waar het hem om te doen is. Urgentie is niet alles. Zie Mars Attacks! Heeft weinig urgentie, maar de liefde en plezier waarmee het gemaakt is, spatten van het doek. En dat geldt bijvoorbeeld helemaal bij Ed Wood, mijn persoonlijk Burton-favoriet. Ed Wood is één grote liefdesverklaring aan de cinema. Sleepy Hollow vond ik trouwens nog wel erg goed, maar inderdaad lang niet zo goed als Ed Wood of Edward Scissorhands of zelfs Mars Attacks! Ik denk dat het fout is gegaan bij Planet of the Apes. Dat lijkt me ook typisch een film die hij heeft gemaakt omdat de studio dat wilde. Daar is hij zijn mojo kwijtgeraakt. Ik lees net ook op Wikipedia dat hij op de set van Planet of the Apes zijn vrouw Helena Bonham Carter heeft leren kennen. Wellicht is hij sindsdien domweg gelukkig en hoeft hij de hartstocht niet meer in zijn films te stoppen, als de huis-tuin-en-keuken-Freud in mij zich er even mee mag bemoeien.

  4. 4

    De ongeëvenaard betekenisvolle, gelaagde Aliceboeken waren een inspiratie voor talloze kunstenaars, deze verfilming staat tot het werk van Lewis Carrol als een koelkastmagneet tot de echte Eiffeltoren.

  5. 8

    @6: Het aardige van die serie is dat de maker ervan (de schietende vrouw) geen idee had dat ze met een kunstwerk bezig was. Het waren uiteindelijk volgens mij Erik Kessels en Hans Aarsman die het tot kunst hebben gebombardeerd.

    Het project van de opa van Kippfest doet mij denken aan de film Smoke, waarin Harvey Keitel een sigarenboer speelt die elke ochtend op hetzelfde tijdstip en vanuit dezelfde hoek een foto maakt van zijn sigarenzaak.