Het Interbellum, maar dan met wifi

Foto: "Haags Interbellum" by Roel Wijnants is licensed under CC BY-NC 2.0

Ik heb me lang afgevraagd hoe het moet hebben gevoeld om in het interbellum te leven. Niet met de kennis van nu, met schoolboekwijsheid en pijlen op kaarten, maar echt, toen het gebeurde. Terwijl kranten nog deden alsof alles tijdelijk was, politici bezworen dat redelijkheid zou zegevieren en de meeste mensen vooral probeerden rond te komen. Hoe zag je de wereld afglijden zonder te weten dat hij werkelijk ging vallen?

Het leek me altijd een fundamenteel andere ervaring dan de onze. Want wij zouden de patronen nu beter herkennen, en er makkelijker wat aan kunnen doen. Wat er toen gebeurde, dat had de wereld in die mate nog niet echt meegemaakt. Dat verschil voelt geruststellend, iets wat bescherming biedt.

De luxe van achteraf
Die geruststelling brokkelt af. Niet ineens, maar sluipend. Net zoals toen, vermoed ik. Geen klap, geen duidelijk moment waarop iemand had kunnen zeggen: dit is het kantelpunt. Alleen een reeks normalisaties. Autoritaire taal die eerst choqueert en daarna vermoeit. Afspraken die optioneel worden genoemd. Rechten die niet worden afgeschaft, maar ‘heroverwogen’. Steeds weer dat beroep op realisme, alsof morele grenzen een luxeproduct zijn.

Wat me altijd fascineerde aan het interbellum was niet de opkomst van extremen, maar de traagheid van de reactie erop. Eigenlijk net als nu. De manier waarop redelijke mensen bleven doen alsof redelijkheid een natuurwet was. Alsof het genoeg was om gelijk te hebben. Alsof instituties zichzelf wel zouden verdedigen.

Het heden als spiegel
Ik denk steeds vaker dat ik nu begrijp hoe dat voelde. Niet omdat de situatie identiek is. Dat is ze niet. Geschiedenis herhaalt zich niet netjes. Dit is hooguit een rijm. De context is anders, de technologie agressiever, de schaal ergens nog groter. Helaas is dat geen geruststelling.

Wat wel hetzelfde is, is het mentale landschap. De voortdurende twijfel of je zelf niet overdrijft. De interne correctie die zegt dat het vast meevalt. Dat het nu eenmaal rommelig is. Dat elke tijd zijn spanningen kent. En tegelijk dat knagende besef dat sommige dingen niet meer kloppen, dat bepaalde woorden te vaak worden gebruikt en andere juist verdwijnen.

Normaliteit als valkuil
Het gevaar zit niet in de schreeuwers. Die zijn herkenbaar. Het zit in de mensen die hun schouders ophalen, die zeggen dat het allemaal wel meevalt, dat je het grotere plaatje moet zien. Alsof het grotere plaatje niet juist bestaat uit al die kleine concessies. In het interbellum waren er ook genoeg mensen die geen fascist waren, maar wel vonden dat het allemaal te ingewikkeld was om je druk over te maken.

Wat mij nu treft, is hoe comfortabel het voelt om niets te doen, waarschijnlijk net als toen. Hoe verleidelijk het is om conflict te vermijden, om passiviteit aan te zien voor nuance. Dat is geen individueel moreel falen, maar een systeemfout. Een samenleving die niks doen verwart met stabiliteit.

Weten zonder zekerheid
Speculatie, expliciet benoemd: misschien overschat ik de parallellen. Misschien is dit een van die periodes die achteraf een voetnoot blijkt. Dat kan. Maar ook dat is precies wat mensen toen waarschijnlijk dachten. Niemand leeft in een tijdperk met het label erop. Je leeft in een heden dat zich voordoet als tijdelijk en redelijk, tot het dat niet meer is. Het is vrede totdat het eerste schot klinkt.

Vroeger dacht ik dat ik het wel zou hebben gezien. Dat ik al vroeg alarm had geslagen. Nu betrap ik mezelf erop hoe snel je went. Hoe het ondenkbare verandert in beleid, en beleid in routine.

Geen conclusie, wel herkenning
De vraag hoe het zou zijn om in het interbellum te leven voelt nu minder historisch dan vroeger. Niet omdat ik zeker weet waar dit naartoe gaat, maar omdat ik herken hoe het voelt om te leven in een tijd die zichzelf niet vertrouwt. Een tijd waarin de toekomst steeds kleiner wordt, onder andere door gebrek aan moed en de continue ontkenning van het mogelijk ondenkbare.

Misschien is dat de echte overeenkomst. Niet de oorlogen, niet de uniformen, maar het moment waarop mensen beginnen te voelen dat de grond verschuift, terwijl iedereen blijft doen alsof het slechts een lichte trilling is.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren

*
*
*