Bedevaartplaats Keinse

Foto: © Sargasso logo Goed volk
Serie: ,

ACHTERGROND - Waarschijnlijk realiseren de meeste lezers het zich niet, maar Nederland telt een respectabel aantal actieve bedevaartplaatsen, zowel onder als boven de grote rivieren. Het Meertens Instituut komt tot 662, waarbij ook zaken als jaarlijks terugkerende processie, zoals de Stille Omgang in Amsterdam, zijn meegeteld. De bekendste Nederlandse bedevaartplaats is waarschijnlijk Maastricht met zijn vele relieken en Heiligdomsvaart . Maar er zijn ook tal van bescheiden bedevaartsplaatsen die bij het grote publiek volslagen onbekend zijn. Middels deze blog een interessant voorbeeld.

Op bedevaart

Het houden van een bedevaart is bepaald niet beperkt tot het christendom -zie bijvoorbeeld de voor moslims min of meer verplichte bedevaart naar Mekka en de hindoeïstische/boeddhistische bedevaart naar de heilige berg Kailas . De intenties van moderne bedevaarten kunnen, althans in het christendom, verschillen van de oorspronkelijke. Traditioneel betreft een bedevaart de reis naar een plaats die verbonden is met een gebeurtenis uit de Bijbel, of waar Jezus, Maria of een andere heilige worden vereerd. Gelovigen hopen daar een goddelijke zegen te verkrijgen en, destijds, een aflaat voor hun zonden. De bedevaart kon worden opgelegd door een biechtvader als boetedoening, en de uitvoering is dan een voorwaarde voor vergeving. Tegenwoordig leggen pelgrims ook een hele of gedeeltelijke bedevaart af om de ervaring; ‘om er geweest te zijn’, om andere mensen te ontmoeten, om over God en het leven na te denken, om tot bezinning te komen, of om een poosje afstand te nemen van een hectisch dagelijks bestaan. Weer anderen pelgrimeren als getuigenis van vrede en solidariteit met slachtoffers van onderdrukking en geweld of om geld in te zamelen voor een goed doel. De insteek is dan ook niet altijd vanuit het christelijke geloof.

Een Mariabeeld spoelt aan

Keinse (of: Keins) is een buurtschap in de gemeente Schagen in Noord-Holland en ligt heden ten dage binnen de Westfriese Dijk, onderdeel van de Westfriese Omringdijk. Keinse is waarschijnlijk ontstaan als terp, aangelegd voorafgaand aan de dijk in de 13e eeuw. De kaart van Noord-Holland zag er in de Middeleeuwen aanmerkelijk anders uit dan vandaag de dag, met Wieringen als een eiland. Schagen lag in die tijd aan zee. In 1248 was er een grote dijkdoorbraak waardoor het Keinsmerwiel ontstond.

Rond het jaar 1510 spoelde op de Westfriese Dijk een houten Mariabeeld aan. Volgens een bepaalde overlevering hoorden dijkwachten tijdens een storm het gehuil van een kind dat bleek vastgebonden aan een aangespoeld houten Mariabeeld. Doorgaans wordt dit detail als niet betrouwbaar weggelaten en spreekt men alleen over een Mariabeeld dat waarschijnlijk de boeg van een Portugees schip, de Ariadne, had gesierd dat vlakbij in een storm was gestrand. Gelovigen ontfermden zich over het beeld, maakte het schoon met het water uit de dichtsbijzijnste put en gaven het vervolgens een plaats in een huisje op de dijk. Een 77-jarige man verklaarde op 13 maart 1580 voor burgemeester en schepenen van Schagen dat hij zich kon herinneren dat het betreffende Mariabeeld werd gevonden. De man had premier moeten worden. Tot zover een plausibel verhaal.

De nieuw opgemetselde put; Foto: Ton van der Leeden.

 

Een cultus ontstaat

Vervolgens, weinig verrassend in die tijd, begonnen er verhalen de ronde te doen. De put waarin het beeld van het zeewier was ontdaan zou geneeskrachtig water bevatten en er zouden een aantal wonderbaarlijke gebedsverhoringen hebben plaatsgevonden. Een kleine tien jaar nadat het beeld was aangespoeld, in 1519, werd om het te huisvesten een kapel gebouwd vlakbij de put met het veronderstelde geneeskrachtige water die uiteraard in ere was gehouden. Het beeld trok vervolgens dermate veel volk dat de heer van Schagen, Jodocus van Borsselen, en de pastoor van de Schager Christophorusparochie, Gerbrand Cornelisz, opdracht gaven om een kapel te bouwen. Dit alles kreeg kerkelijke toestemming van de deken van West-Friesland, Joannes van Solms, op 8 oktober 1519. Voorafgaand aan dit besluit had een speciale commissie de cultus aan een grondig onderzoek onderworpen om vervolgens tot de conclusie te komen dat het beeld terecht befaamd was geworden door “verscheyde miraculen”. De ontvangen gelden mochten worden gebruikt voor de versiering en het onderhoud van de kapel en van de parochiekerk, voor vier keer in de week een mis en voor het onderhoud van de dienstdoende priester. Jaarlijks mocht er eenmaal binnen de grenzen van de parochie Schagen een processie met het Mariabeeld worden gehouden.

Keinse moet in de 16e eeuw meer dan lokale faam als bedevaartplaats hebben verworven. De naam komt in ieder geval twee keer voor (in 1541 en 1543) als plaats van bestemming van een opgelegde bedevaart in de boetedoeningen die na 1491 achterin vier Amsterdamse keurboeken werden genoteerd.

Echter, in 1586 werd de kapel door Watergeuzen onder leiding van ene Taet Gerritz verwoest (andere bronnen beweren dat de kapel tussen 1573 en 1585 werd afgebroken) en ook het bewuste Mariabeeld verdween en is tot op de dag van heden niet teruggevonden. Keinse als bedevaartplaats bleef echter op bescheiden voet bestaan, nu met de put met het geneeskrachtige water als centrum, zoals blijkt uit een bericht uit 1710 over jaarlijkse bedevaarten. In 1828 en 1845 wist men nog dat er ooit een put was geweest, maar deze zou in die tijd niet meer hebben bestaan. In strijd hiermee is een mededeling uit 1882 van de Schagense pastoor en chroniqueur Philippona, die veel over deze Mariaverering heeft uitgezocht, dat van de oude verering alleen nog een putje over is, waaruit men soms devoot water drinkt of haalt voor een zieke of voor ziek vee. Overigens was Philippona er niet zeker van dat het om dezelfde put ging.

Valse hoop

Er bleven geruchten circuleren dat het Mariabeeld vóór de komst van de Watergeuzen in veiligheid was gebracht. In 1997 kwam de verering van ‘Onze Lieve Vrouwe op de Keins’ weer in het nieuws toen bekend werd gemaakt dat het verloren gewaande houten beeld in de 20e eeuw (het jaartal 1930 wordt genoemd) zou zijn opgedoken uit een sloot. Dit beeld zou volgens de huidige eigenaars, de familie Van Schagen uit Heerhugowaard, zijn gevonden door hun grootvader in de omgeving van Schagen bij werkzaamheden aan de nieuwe Wieringermeerpolder. Sedertdien zou het in bezit van de familie zijn geweest, totdat het in 1997 in bruikleen gegeven werd aan het Westfries Museum te Hoorn. Vervolgens verhuisde het beeld tijdelijk naar het Catharijneconvent in Utrecht om daar onderzocht te worden.

Het eikenhouten beeld vertoont volgens de onderzoekers stijlkenmerken uit de periode rond 1475 en is niet van Portugese maar Noord-Nederlandse makelij. Bovendien kan het beeld niet vanaf de 16e tot de 20e eeuw in het water of de modder gelegen hebben: een dergelijke wijze van conservering had het beeld meer moeten aantasten en is onverenigbaar met het gegeven dat het blijkbaar beschadigde hoofd van het kind Jezus is aangevuld met een 19e-eeuws porseleinen gezicht. Uit dezelfde eeuw of mogelijk uit het begin van de 20e eeuw dateert ook de overheersende rood (jurk)/blauwe (mantel)-overschildering van het beeld naar gipsen voorbeelden uit die periode. De kans dat het hier gaat om het oorspronkelijke beeld uit 1519 is nihil, hoewel het beeld wel zoutkristallen bevat hetgeen het vermoeden ondersteunt dat het hier om een boegbeeld van een schip gaat. Het beeld werd in 2011 gerestaureerd en staat inmiddels weer in het Westfries Museum waar het nog steeds door pelgrims wordt bezocht. De volksdevotie laat zich nu eenmaal door niets de wet voorschrijven, ook niet door de wetenschap.

De moderne kapel. Foto: Ton van der Leeden.

Nieuwe kapel

In 1924 kocht de pastoor van Schagen, J. Heeswijk, het stukje grond waarop de waterput was gebouwd. In het Mariajaar 1954 heeft pastoor H. Brouwer het initiatief genomen om de Mariakapel te herbouwen. De toenmalige bisschop van Haarlem, mgr J.P. Huibers, zelf een groot Mariavereerder, gaf toestemming tot de bouw die begon op 23 augustus 1954. Pastoor Brouwer wijdde de kapel in op 15 augustus 1956 op het hoogfeest van Maria-Tenhemelopneming . Ook de (vermoedelijke) put werd opgemetseld en kreeg in later tijden een charmant zadeldak. De nieuwe kapel is gebouwd door architect Jos Overtoom uit Schagen en het nieuwe Mariabeeld dat in de kapel staat is gemaakt door Jules Rummens van een kunstatelier uit Beesel.

Ook de pseudowetenschap heeft zich inmiddels over Keinse ontfermt. Studiekring Leycentra onderzocht het beeld in het Westfries Museum en kwam tot de conclusie dat het wel degelijk de oorspronkelijke Maria uit 1519 moet zijn. Het zou namelijk dezelfde kracht uitstralen als de leylijnen op de plek van de kapel en de waterput. Leylijnen zijn banen die energie over de hele aarde vervoeren en kunnen met hulp van een wichelroede worden opgespoord. De plekken waar meerdere lijnen elkaar kruisen worden leycentra genoemd. Veel heiligdommen zouden zich bevinden op zo’n kruispunt. Keinse ligt volgens de adepten op een kruising van maar liefst 132 leylijnen.

Hoewel in Keinse dus niets materieëels is overgebleven van de Laat-Middeleeuwse Mariacultus behalve de plek zelf en heel misschien de waterput, is Keinse tot op heden een bedevaartplaats gebleven.

 

Foto’s: Ton van der Leeden (2021), met schriftelijke toestemming.

 

+5

Reacties (2)

#1 beugwant

Qua aangspoelde beelden: in 1962 spoelde in Zandvoort een Moai uit de Paaseilanden aan. Is daar nog wat van vernomen?

#1.1 Rigo Reus - Reactie op #1

Beugwant, het is al 12 April inmiddels.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren

*
*
*