Goed volk | Augustus oogstmaand

COLUMN - De huidige maand mag dan vernoemd zijn naar de Romeinse princeps Gaius Iulius Caesar Octavianus, beter bekend als ‘keizer Augustus’, binnen de volkscultuur wordt augustus de ‘oogstmaand’ genoemd om de voor de hand liggende reden dat er in deze maand de oogst van het land gehaald wordt.

De voorgaande maand juli wordt de ‘hooimaand’ genoemd, uiteraard omdat er dan gehooid wordt: weidegras en planten die tussen het gras groeien worden gemaaid, op het land gedroogd, na enige tijd verzameld en opgeslagen in hooibergen teneinde het vee in de winter van voer te kunnen voorzien. Dit was nog een relatief ontspannen bezigheid, maar de oogstmaand is veel spannender aangezien half augustus de eerste najaarsstormen opsteken. Een flinke hagelbui kan een complete lokale oogst vernietigen. Als dit op landelijke schaal gebeurt, zoals de beruchte mislukte aardappeloogsten in Ierland in de periode 1845-1850, kan dat zomaar een miljoen doden kosten – waarbij zij aangetekend dat de misoogsten in Ierland te wijten waren aan een aardappelziekte en niet aan het weer. Er was dus alle reden om opgelucht adem te halen als het laatste deel van de oogst op de kar kon worden geladen.

Oogstfeesten

Hieruit zijn de nodige gebruiken ontstaan, die overigens niet verward moeten worden met de oogstfeesten in oktober en november als de oogst veilig en wel in de schuren ligt en de wijn ligt te gisten. De protestants-christelijke ‘dankdag voor het gewas’ vindt tegenwoordig dan ook pas plaats op eerste woensdag van november (vroeger op de eerste donderdag in september). Zijn tegenhanger, de ‘biddag voor het gewas’, op de tweede woensdag van maart.

Afbeelding bij augustus in Les Très Riches Heures du duc de Berry (± 1410)

In 1658 werd in de provincie Overijssel vastgesteld “dat alle jaren op den 1sten Donderdag in de Mey door de geheele Provintie een Algem. Vast- en Bededag tot afweeringe van Godes Plagen (lees: slecht weer en ziekten van gewassen) en het verkrygen van een gezegende Somer zal worden geholden”. Aan het begin van het zaaien en planten van de gewassen werd dus gebeden voor de gehele groei- bloei- en oogstperiode, de augustusstormen incluis. De dagen waarop de oogst wordt binnengehaald zijn afhankelijk van het weer, maar vroeger begon het oogsten op een vaste dag, de ‘Jacobsdag’, de feestdag van Sint-Japik (Friesland) of Sint-Joapik (Overijssel) op 25 juli.

Oogstgebruiken in Nederland

Was de oogst binnen, dan was dat reden tot vreugde, niet alleen omdat oogsten zwaar werk was maar ook omdat men dan vast kon stellen dat de oogst van dat jaar geslaagd was. Dit leidde tot diverse gebruiken die niet zelden uit voorchristelijke tijd stammen, want de goden moet je te vriend houden, zeker als het op eten aankomt. Nu zijn bijna alle oorspronkelijke oogstgebruiken in Nederland verdwenen, maar op diverse plaatsen heeft de middenstand ze opnieuw uitgevonden: ‘invented tradition’ dus.
Om een idee te geven wat de oorspronkelijke oogstgebruiken inhielden, een paar voorbeelden.

In bepaalde woudstreken van Friesland werd op de laatste wagen met boekweit een ‘meiboom’ (ook genoemd een oogstmei) geplaatst. Deze meiboom had niets te maken met de meiboom die in de gelijknamige maand werd opgericht, maar betrof een tak van de lijsterbes met de rijpe bessen er nog aan (‘mei’ is hier een synoniem van bloeiende of lovertak). Het begrip ‘mei’ is in feite ambigu: het verwijst enerzijds naar een bloeiende tak of boom en anderszins naar de maand mei. Enfin, deze takken zouden onheil afweren. De oogst mocht in de opslagplaatsen natuurlijk niet bederven, rotten of anderszinds. In het begin van de vorige eeuw kwam deze gewoonte nog op diverse plaatsen in Friesland voor, onder meer in Oudega (Smallingerland).

Nog in het midden van de negentiende eeuw was het in Noord-Holland gebruikelijk om het laatste hooi of graan in een met een vlag versierde wagen naar de opslagschuur te rijden, gevolgd door het werkvolk. Op de boerderij volgde dan een feestmaal, waarbij de landarbeiders veelvuldig dronken en proostten op “het welvaren van deze huize”.

Tijdens het werk op het land werd er veelvuldig gezongen: soms om een bepaald ritme aan te geven maar meestal ter verhoging van de werkvreugde dan wel om de moed er in te houden. Het waren in feite varianten op de zeemansliedjes en -liederen. Men name Twente kende hierin een traditie waarbij ballade-achtige liederen werden gezongen.

In Groningen was het gebruikelijk dat de berg koolzaadstro aan het einde van het feestelijke koolzaaddorsen in brand werd gestoken, het z.g.n. ‘oogstvuur’.

Stoppelhane

Raalte gaat weer Stoppelhaene vieren

Het meest markante en interessantste oogstfeest in Nederland is wellicht het ‘stoppelhanefeest’, ook wel gespeld als ‘stöppelhaene’. Dit vond plaats op de donderdag, vrijdag en zaterdag in de laatste volle week van augustus en was vanouds gewijd aan de korengeest Stoppelhane. Het feest is dus van heidense oorsprong. De benaming is afkomstig van het woord ‘stöppeltjes’, de houtachtige ondereinden van de roggestengels die na het maaien op de akker achter bleven. ‘Stoppelhanen’ is een Twents dialectwoord. ‘Hanen’ of ‘Hane’ is Twents voor ‘de haan’, de vruchtbaarheidsdemon die geacht werd in de laatste garf (schoof) mee naar de schuur te rijden. In Westfalen is het nog gebruikelijk dat op de laatste schoof rogge een versierde houten haan mee naar de boerderij wordt gebracht.

Het begrip zou ook een verwijzing kunnen zijn naar het laten grazen van boerderijdieren op het gemaaide veld na afloop van de oogst. De historicus Svensson ziet in dit weiden van boerderijdieren op de stoppelvelden de oorsprong van het vormgeven in dierlijke gestalten aan vruchtbaarheidsdemonen als de roggehaan, de havergeit en erwtenbok die het binnenhalen van de oogst begeleidden.

Stoppelhane werd van oorsprong gevierd in het Overijsselse Twente en Salland en de Gelderse Achterhoek en is vanaf 1951 in Raalte heruitgevonden als een compleet festival. Bij het oorspronkelijke feest werden van de laatste halmen rogge door de bindsters een grote garf vervaardigd die bestond uit vijftien gewone garven en werd versierd met groene takken en veldbloemen als klaprozen. Deze super-garf werd ”t olde wief’ genoemd.

Twee knechten in witte of lichtgekleurde kleding (de z.g.n. oogstkleding) staken er een lange stok door, legde die over hun schouders en trokken in optocht naar de boerderij, de harmonicaspeler voorop, waar het ‘wief’ voor de deur werd neergezet een aangeboden aan de boerin, waarna er een eet- en drinkfestijn rond het ‘wief’ werd gehouden met spekpannenkoeken en jenever, maar niet voordat één van de dragers een rondedans om de garf had gemaakt en in een lied om de traktaties verzocht had. Het oorspronkelijke gebruik heeft het tot in het begin van de twintigste eeuw volgehouden en zelfs tot voor kort in Zelhem bij Bronckhorst in de Achterhoek.

Lughnasadh

Oogstrituelen, -feesten en -gebruiken zijn bijna wereldwijd verspreid en komen voor overal waar gezaaid, geplant, gemaaid en geoogst wordt en er zou makkelijk een dik handboek mee te vullen zijn. Tot slot nog één gebruik buiten Nederland, het oude Keltische Lughnasadh. Dit feest, ook wel genoemd Brón Trogain of Calan Awst (Welsh), valt in het jaarwiel van Keltische feesten tussen het midzomersolstitium van 23 juni en de herfst-equinox (Mabon of Fómhar) van 21 september, het punt halfweg door het teken Leeuw op het noordelijk halfrond en Waterman op het zuidelijke.

‘Brón Trogain’ kan vertaald worden met ‘de aarde zucht onder haar vruchten’. Dit oogstfeest is vóórchristelijk van oorsprong en wordt vanouds gevierd op de vooravond van 1 augustus. Het feest is later gekerstend onder de naam Lammas door er een christelijke akkerwijding aan te verbinden. In modern Iers is Lúnasa de naam voor de maand augustus.

Lughnasadh wordt al genoemd in de oudste Ierse sagen en legenden en is genoemd naar de god Lugh, de Keltische zonnegod. Het feest was in oude tijden al bijzonder uitgebreid, met naast feesten en rituele ceremonieën, atletische wedstrijden (de Tailteann Games), het koppelen van huwelijkskandidaten en handel, want de deelnemers kwamen van heinde en verre. Ook werd er geofferd: de eerste vruchten van het veld en een stier.

De activiteiten vonden meestal plaats op de top van een heuvel of berg, vandaan dat het feest veel later onder andere de naam ‘Mountain Sunday’ kreeg. Eén van de uitvloeisels van Lughnasadh is de christelijke pelgrimage naar de top van Croagh Patrick op de laatste zaterdag in juli. Het festival is inmiddels heruitgevonden door de commercie en neo-paganisten.

Twee jaarhelften

In de volkscultuur wordt het jaar wel in tweeën gedeeld: het ‘lichte’ gedeelte van lange warme dagen waarin de gewassen worden gezaaid en tenslotte geoogst, en het ‘donkere’ gedeelte met zijn korte dagen waarin de oogst is veiliggesteld en het werk op het veld gedaan is. Het lichte gedeelte begint ongeveer met de lente-equinox (Keltisch: Ostara) op 21 maart en barst lost met Beltane (Keltisch) op 1 mei, maar wordt al voorbereid door de vruchtbaarheids- en zuiveringsfeesten in februari.

Deze periode eindigt met de definitieve oogstfeesten rond de herfst-equinox op 21 september en eindigt definitief voor deze periode, als de wijn gemaakt is, met Samhain (Keltisch) op 1 november. Dan wacht ons weer een half jaar van korte, koude dagen, als de wind om het huis giert, het bier en de wijn rijkelijk vloeien en de verhalen verteld worden.

  1. 1

    De hongersnood in Ierland kwam niet alleen doordat de aardappeloogst mislukte (niet door storm, maar door een parasiet), maar ook doordat het graan naar Engeland vervoerd werd.

    Ierland was destijds bezet door Engeland, en ik denk dat de hongersnood bijgedragen heeft aan het streven naar onafhankelijkheid, al weet ik niet of de Ierse boeren beter af zouden zijn als ze door hun eigen landheren uitgebuit zouden zijn.

  2. 2

    @1: “al weet ik niet of de Ierse boeren beter af zouden zijn als ze door hun eigen landheren uitgebuit zouden zijn.”
    Ik heb een sterk vermoeden van wel, aangezien uithongering lange tijd deel van de Engelse tactiek was om het Ierse verzet te breken. Als je de Ierse bewoners immers kon uitdunnen en vervangen door Engelse en Schotse kolonisten (ook bekend als etnische zuivering), had je in ieder geval geen last meer van Iers onafhankelijkheidsstreven. Aan deze tactiek hebben we de huidige Noord-Ierse problematiek overgehouden.

    Daarnaast is er natuurlijk het fenomeen kapitalisme, dat al vroeg in al zijn hardheid tot bloei kwam in het VK, met alle gevolgen van dien (zoals veel hogere voedselprijzen bij misoogsten). Zeker weten zul je het nooit, maar het is redelijk aannemelijk dat meer feodale (en dus ook meer van de factor arbeid dan kapitaal afhankelijke) en in de lokale bevolking gewortelde heersers er meer aan zouden gedaan hebben om hongersnoden te milderen.

  3. 3

    @2: Bedankt voor de uitleg!

    Als ik goed op de hoogte ben, werden ook de hongersnoden in Ethiopië in de jaren ’80 mede in stand gehouden doordat Ethiopië een opstandige provincie (Eritrea) wilde ontvolken.

    Puur natuurlijke oorzaken van hongersnood lijken niet meer te bestaan.

  4. 5

    @3: [ Puur natuurlijke oorzaken van hongersnood lijken niet meer te bestaan. ]
    Oogsten mislukken nog steeds hoor.
    Maar als je genoeg spaargeld hebt kun je elders je voedsel inkopen.
    Het is negen van de tien keer gewoon een kwestie van armoede.