Flexibilisering arbeidsmarkt vooral goed voor hoogopgeleiden

Flexibilisering van de arbeidsmarkt heeft twee nadelen. Laagopgeleiden profiteren er niet van en de loyaliteit met het bedrijf wordt minder. Het zou goed zijn als het bedrijfsleven haar verantwoordelijkheid zou nemen door op de arbeidsmarkt een nieuwe koppeling te creëren tussen flexibiliteit en zekerheid, zegt socioloog en Amerikanist Erik de Gier.

Al geruime tijdbhebben overheid en sociale partners ingezet op een vergaande flexibilisering van de arbeidsmarkt. De op deze site gevoerde discussie over ‘flexicurity’ is daar een voorbeeld van, net zozeer als de debatten over het langer doorwerken van oudere werknemers en de aanzienlijke versobering van het stelsel van sociale zekerheid. Eén van de doelen is dat werknemers tijdelijke baanzekerheid inruilen voor levenslange werkzekerheid. Dit laatste is paradoxaal en lijkt onhaalbaar als we kijken naar de prestaties van het activerende arbeidsmarktbeleid in de afgelopen twintig jaar. Intussen is wel het aantal werknemers met een flexibel contract gestegen tot ongeveer een derde van het totaal aantal werknemers. Diegenen die daarvan in verhouding tot andere categorieën werknemers het meest profiteren zijn jongere hoogopgeleide werknemers.

Het tegenovergestelde is het geval bij de lager opgeleiden en de onderkant van de arbeidsmarkt. Zij hebben doorgaans de minst aantrekkelijke baantjes, de slechtste werkomstandigheden en de minste mogelijkheden om zichzelf te verbeteren op de arbeidsmarkt. Uit recent onderzoek blijkt telkens weer dat zich op de arbeidsmarkt een proces van tweedeling voltrekt ten nadele van de laagst opgeleiden, de bijdrage van Will Tinnemans op deze site is er ook een voorbeeld van. Uiteindelijk zal deze ontwikkeling ook gevolgen hebben voor de  middengroepen. Als gevolg van voortgaande flexibilisering nemen ook hun zekerheden af. Een voorbeeld hiervan is de sterke groei van het aantal ZZP’ers in de afgelopen jaren.

Arbeidsverhoudingen worden vluchtiger

Een tweede veelal onderbelicht gevolg van verdergaande flexibilisering is een toename van de vluchtigheid van de bedrijfsinterne arbeidsverhoudingen. Daardoor komen ook de broodnodige binding en loyaliteit van werknemers aan hun organisatie of bedrijf onder druk te staan. Op den duur kan dit tevens problematisch uitpakken voor werkgevers. Zeker als in de nabije toekomst krapte op de arbeidsmarkt mede als gevolg van demografische ontwikkelingen weer toeneemt. Organisaties zullen dan scherper met elkaar moeten concurreren om het schaarse talent. Daarnaast kunnen productiviteitsverliezen optreden.

Activerend arbeidsmarktbeleid gericht op flexibilisering bevordert dus tweedeling op de arbeidsmarkt en contraproductieve vluchtigheid in de bedrijfsinterne arbeidsverhoudingen. Per saldo neemt de flexibiliteit van werknemers toe maar niet hun (levenslange) zekerheid.

Onverenigbaar

Bezien we de achtergrond van het denken over flexibiliteit en zekerheid, dan ligt er een sterk verband met enerzijds de afbouw van de verzorgingsstaat door de overheid, en anderzijds het vast willen houden aan de maakbaarheidsgedachte. Activerend arbeidsmarktbeleid is in deze optiek een volgende ontwikkelingsfase van de vroegere verzorgingsstaat. Daarbij ruilen overheid en georganiseerde sociale partners hun gezamenlijke vroegere collectieve verantwoordelijkheid voor sociale zekerheid in voor een grotere individuele verantwoordelijkheid van werknemers zelf voor hun eigen welzijn. Hoewel dit uiteindelijk leidt tot een grotere flexibiliteit van werknemers op de arbeidsmarkt brengt dit niet noodzakelijkerwijs een met de verzorgingsstaat vergelijkbare mate van werkzekerheid met zich mee. Het koppelen van twee in beginsel onderling tegenstrijdige begrippen, flexibiliteit aan zekerheid, bevordert gemakkelijke, weinig effectieve beleidsretoriek van de kant van de overheid en de sociale partners op centraal niveau.

Het ligt veel meer voor de hand het bedrijfs- en organisatieniveau een groter gewicht toe te kennen ten nadele van de overheid en de sociale partners. Concreet zouden bedrijven veel meer dan nu het geval is verantwoordelijk moeten worden gemaakt voor een deel van de oplossing  van de dreigende tweedeling op de arbeidsmarkt door meer ruimte en aandacht te creëren voor laagopgeleiden, de inhoud van hun werk en arbeidsomstandigheden. Daarnaast zouden bedrijven en organisaties gericht in het bijzonder aandacht moeten besteden aan het tegengaan van vluchtigheid van de bedrijfsinterne arbeidsverhoudingen, in het bijzonder ten aanzien van hun flexibele schil. Het gaat om een niet te onderschatten vraagstuk in de context van een in de toekomst vermoedelijk zeer krappe arbeidsmarkt. Hierbij kan lering worden getrokken uit positieve voorbeelden in binnen- en buitenland uit de historie van de arbeidsverhoudingen.

Bedrijfsverantwoordelijkheid

Zo experimenteerde een groot deel van het Amerikaanse bedrijfsleven in de jaren twintig van de vorige eeuw op eigen initiatief met het zogeheten ‘welfare work’. Dit bestreek terreinen als arbeidershuisvesting, onderwijs en opleiding, recreatie, winstdeling en aandeelhouderschap, medische zorg, pensioenen, maatschappelijk werk en medezeggenschap. Ook ons land kent sprekende voorbeelden van ‘welfare work’ op het vlak van huisvesting, financiële participatie van werknemers, recreatievoorzieningen en medezeggenschap. Als bezwaar tegen ‘welfare work’ werd vaak aangevoerd dat het een paternalistische inslag had. Toch waren de werknemers zelf er in de regel zeer tevreden over.

De uitdaging voor het bedrijfsleven ligt de komende jaren in het in samenwerking met werknemers ontwikkelen van een moderne variant van ‘welfare work’. Het poldermodel met een hoofdrol voor de centrale overheid en de sociale partners paste uitstekend bij de opbouw van de naoorlogse verzorgingsstaat. Het is minder geschikt voor een effectieve koppeling  van flexibiliteit en zekerheid op de arbeidsmarkt.

Prof. dr. Erik de Gier (socioloog en Amerikanist) was tot voor kort hoogleraar comparatief arbeidsmarktbeleid aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Dit artikel is mede gebaseerd op zijn afscheidsrede, uitgesproken op 9 december 2011.

fotobron

  1. 1

    Ik had De Gier al gehoord bij Hoe?Zo! Daar praatte hij héél snel, zodat het nauwelijks te volgen was. De hoofdzaken heb ik wel meegekregen.

    Wat betreft de arbeidsmarkt zeg ik: basisinkomen invoeren.

  2. 5

    Een ontwikkeling die veel grotere consequenties zal hebben: de splitsing van de arbeidsmarkt in mensen die creëren, en de exacten/specialisten. (niet dat ‘creatie’ geen specialisme is, maar soit).

    De rest kan in bed blijven liggen.

  3. 6

    “BESTAANSZEKERHEID” is zowel voor individuele werkers / werknemers, als voor werkgevers en organisaties van levensbelang. De balans tussen werkers / werknemers en werkgevers / organisaties / investeerders zal het nodige trapezewerk kosten. Het wordt dus inderdaad “polderen” op mikroniveau nu de overheid zich steeds verder terugtrekt.

  4. 7

    ‘Flexibilisering van de arbeidsmarkt heeft twee nadelen. Laagopgeleiden profiteren er niet van en de loyaliteit met het bedrijf wordt minder.’

    Dit is individualistisch gedacht. Van flexibilisering van de arbeidsmarkt zal een samenleving als geheel [= in casu NL] wel profiteren. Dat kan niet anders.

  5. 8

    Je zegt dit alleen omdat je kritiek wil hebben, want loyaliteit aan een bedrijf is juist niet individualistisch. Bovendien hoeft individualisme de samenleving helemaal geen kwaad te doen. Maar jij denkt aan de centen. Ongewoon voor een christelijke moraalfilosoof.

  6. 10

    Of leidt flexibilisering tot bedrijven die zelf ook flexibeler zijn om afnemende, maar ook toenemende of veranderende vraag op te vangen? Dat geeft concurerend vermogen en is uiteindelijk goed voor iedereen, werkgevers en werknemers.

  7. 11

    Als niet opgeleide kan ik niet anders dan het artikel onderschrijven.Loyaliteit met het bedrijf?Voor de minst verdienenden is de loyaliteit met welk bedrijf dan ook te verwaarlozen.Wie is er loyaal aan zijn uitbuiters?

  8. 13

    @008
    008
    1) Wettelijke baanbescherming schrikt werkgevers af om riskante employe’s aan te nemen. Dit heeft – is de veronderstelling – een hogere algemene werkloosheid tot gevolg dan je zou hebben bij een ‘hire’ en ‘fire’ systeem.
    Baanzekerheid gaat ten koste van (extra) werklozen
    Meer wilde ik met mijn 007 niet beweren.

    2) Ik denk graag aan veel centen, voor mij. Ik weet veel leuke dingen om te doen en te kopen, maar heb er nu het geld niet voor.

    3) Voor de goede orde: ik ben geen ‘christelijke moraalfilosoof’.

  9. 15

    @ 12
    Als jezelf geen ondernemer (werkgever) wilt of kunt zijn, en geen geboren rentenier bent, moet je zelfs nog met een ‘uitbuitend’ bedrijf blij zijn, als die je in dienst neemt. Andermans bedrijf laat je dan in leven, en oogst er bij voorbaat lijkt het in 012 wel ondankbaarheid voor. Wat inderdaad ’s werelds loon is.
    Eigen incapaciteiten ontkennen, leidt tot het ontwikkelen en hardnekkig onderhouden van verwrongen visies en gevoelens van haat. Neem het socialisme.

  10. 16

    De enige mensen die “blij” zijn met uitbuiting,
    zijn degenen die geen alternatief hebben.

    In kan me voorstellen dat er mensen zijn, die er de voorkeur aan geven om -indien nodig- de wet te overtreden, in plaats van zich te laten uitbuiten.

  11. 17

    Hpax is twee eeuwen te laat geboren.Geen werkgever neemt iemand in dienst als hij zelf er niet beter van denkt te worden.Lichamelijke arbeid is de zuiverste vorm van werk,maar wordt het slechts betaald .Dus typisch dat iemand als hij daarop neer kijkt,en mensen incapicitair noemt.Wat dat ook is

  12. 18

    Gesteund door handlangers in de regering probeert de zakenwereld een steeds groter deel van de koek voor zichzelf op te eisen.Dit gebeurt o.a. door te besparen op personeelskosten. Door personeel makkelijk te kunnen lozen werken ze steeds meer op de korte termijn (snelle winsten)Steeds minder verantwoordelijkheid dragen voor je werknemers wordt beloond.Een reservoir gevuld met goedkoop en makkelijk te lozen arbeiders dat is het ideaal.Bandietenkapitalisme is het,en ze proberen het fatsoenlijk smoel te geven.
    Er zijn altijd gluiperds te vinden die daar wel een handje bij willen helpen,in woord en daad.

  13. 19

    Toch niet, want bij de afnemende vraag zijn het de werknemers die maar moeten zien hoe ze rond komen als ze ontslagen worden. Bij toenemende vraag wordt weer een blik goedkopere buitenlanders opengetrokken om te voorkomen dat de lonen omhoog moeten. Uiteindelijk vissen hoe dan ook de werknemers achter het net.

  14. 20

    Bij flexibilisering wordt de koppeling met andere zaken volkomen vergeten. Om er maar even twee te noemen: sociale zekerheid en de vastzittende woningmarkt. Minister van Sociale Zaken (verdient het die naam nog?) Kamp is van mening dat flexwerkers sneller van de ZW in de bijstand moeten komen. ‘Activerend beleid’ noemt hij dat, want flexwerkers zijn vaker en langer ziek.

    Wat is de oorzaak? Financiële onzekerheid en extra druk om een volgend contract te verdienen misschien? Het gevolg is een keten die gaat leiden tot dakloosheid. Niet misschien, gegarandeerd.

    Wanneer je een aardig inkomen hebt, ook als flexwerker, moet je volgens de regels verhuizen naar een huurwoning in de vrije sector. Flinke huurlasten, maar hé, je hebt toch een goede baan? Helaas, je wordt ziek. En in plaats van dat je de kans krijgt om weer op de been te raken, schuift Kamp je de bijstand in. Mag je proberen op heel korte termijn, terwijl je ziek bent, een hele goedkope woning te krijgen in een markt die wachttijden van meer dan tien jaar kent. Urgentie? Zelfs mét jonge kinderen is dat nog geen garantie, laat staan zonder.

    O ja, en terwijl je – nu in de bijstand – nog steeds ziek bent, stelt Kamp dat je wéér moet verhuizen omdat er elders werk is. Kan het hele circus weer opnieuw beginnen.

    Flexibilisering van de arbeidsmarkt hoort samen te gaan met sociale zekerheid én een vlotgetrokken woningmarkt. O, en voor wie denkt dat ‘ie met zijn hoge inkomen wel goed zit: al eens bedacht wat er gebeurt als je met een topinkomen aan een jaarcontract begint en je plots ziek wordt?

    Nederland is een inhaalslag aan het maken op weg naar een Amerikaanse samenleving: wie even niet meekan, wordt prompt gedumpt (want economisch niet rendabel) en kan het vergeten nog ooit mee te tellen. Gefeliciteerd, Nederland!

  15. 25

    @ 17 Brusselman

    1). 1. ‘Hpax is twee eeuwen te laat geboren.’ 2. ‘Geen werkgever neemt iemand in dienst als hij zelf er niet beter van denkt te worden.’

    Met 2. grotendeels accoord. Dat wat we nu de Economie noemen _ (Smith, Ricardo) rekent niet in medelijden, maar in arbeidsuren. En het is deze wrede Economie die ons rijk heeft gemaakt. Er zonder zouden nu geen 7 milliard mensen de aarde overbevolken.

    Indien ‘medelijden hebben’ economisch een ondeugd is, voegt zich bij Smith de Anglo-Dutch Bernard de Mandeville uit 1705: ‘Vices privées, bénéfices publics’.

    Samengevat: medelijden schept armoede, zelfzucht een algemene(re) welvaart. Vergeet niet dat de huidige economische crises niet door ‘greed’ zijn veroorzaakt, maar door interventies van Overheden die te veel hooi op hun vork hebben genomen. Bijv. om kiezers om te kopen. In de USA is Carter daarmee begonnen.

    2) Dat ik van 2 eeuwen geleden zou zijn, kwelt mij zie niet. Integendeel. Ik bevind mij dan geestelijk-historisch in de buurt van van Quesnay, Smith, Ricardo en anderen die de huidige Economie hebben gemaakt. Verdienstelijke, respectabele mensen; teveel eer voor mij. Ik voeg er Hayek (Road to Serfdom) aan toe. Keihard de waarheid!

    Zalig Kerstfeest.

  16. 27

    @ 26
    Waar het om gaat, is dat mensen die slecht doen, of van wie je dat denkt of vindt dat ze dat zijn, juist door hun ‘slecht doen’ (in het economische geval: door hun egoisme) tot goede resultaten voor de gemeenschap als geheel kunnen komen.

    Omgekeerd kan het natuurlijk ook: mensen van goede bedoelingen bezeten die daardoor alles verpesten. Als ik daarvan nog voorbeelden zou moeten geven, hadde ik deze reactie niet geplaatst.

    E.e.a. niet te kunnen inzien, verraadt een kinderachtige geest alias een onvermogen tot objectief denken. Daaraan liggen vaak weer onverteerde rancune & ideologische indoctrinatie ten grondslag.