Feit of fabel: maximale WW-duur

ACHTERGROND - Henk Krol (50Plus) zei tijdens het Tweede Kamer-debat over het sociaal akkoord: ‘Laat duidelijk zijn dat je op basis van de huidige regeling 38 jaar gewerkt moet hebben om aanspraak te kunnen maken op de maximale WW-duur.’

Deze uitspraak deed Henk Krol op 17 april tijdens het debat over het sociaal akkoord. 50Plus ziet in het akkoord dat de publiek gefinancierde WW teruggaat van maximaal 38 maanden naar maximaal 24 maanden. Dit treft, aldus Krol, wederom de ouderen, aangezien je in de huidige regeling 38 jaar gewerkt moet hebben om in aanmerking te komen voor de maximale WW.

Je hoeft niet 38 jaar daadwerkelijk gewerkt te hebben om aanspraak te maken op de maximale WW-duur. Stel: je bent in 1957 geboren en hebt tot 1998 (tot je 41e) niet gewerkt en sindsdien wel (de afgelopen 14 jaar) en je bent dit jaar (op je 56e) ontslagen, dan heb je recht op de maximale WW-duur van 38 maanden.

Hoe komt dat?

Dat komt door het zogenaamde ‘fictieve’ arbeidsverleden. Om aanspraak te maken op de maximale WW-duur is een arbeidsverleden nodig van minimaal 38 jaar, maar dat betekent niet dat de werkloze ook 38 jaar daadwerkelijk gewerkt moet hebben. Het arbeidsverleden wordt namelijk bepaald door de optelsom van het fictieve en het feitelijke arbeidsverleden. Vanaf 1998 wordt gekeken naar de daadwerkelijk gewerkte jaren (het feitelijke arbeidsverleden). Maar de jaren vanaf iemands 18e tot 1998 tellen, ongeacht of diegene in die periode daadwerkelijk voldoende gewerkt heeft, mee voor het arbeidsverleden (het fictieve).

Hoe wordt de maximale uitkeringsduur bepaald?

Er wordt onderscheid gemaakt tussen een ‘wekeneis’ en een ‘jareneis’. Je hebt recht op de minimale duur (drie maanden) van de WW-uitkering als je voldoet aan de wekeneis. Hiertoe moet je in de 36 weken voor je werkloosheid minimaal een half jaar minimaal één dag per week gewerkt hebben (vakantie en betaald verlof telt hierbij ook mee).

Om in aanmerking te komen voor een verlengde WW-uitkering moet je voldoen aan de jareneis. Hiertoe moet je in de vijf jaar voor je werkloosheid vier jaar lang voldoende hebben gewerkt. Dat betekent dat je tijdens deze vier jaar per jaar over minimaal 208 uur (vanaf 2013) of over minimaal 52 dagen (tussen 1998 en 2013) loon hebt ontvangen. Het aantal maanden dat je recht hebt op een verlengde WW uitkering is het aantal arbeidsjaren (fictief en feitelijk) min drie.

De maximale WW-duur (de minimale WW plus de verlengde WW) is 38 maanden.

Wat gaat er veranderen met het sociale akkoord?

De maximale duur van de WW wordt vanaf 2016 met één maand per kwartaal ingekort tot 24 maanden. Wel kunnen in CAO’s afspraken worden gemaakt over een aanvullende uitkering van 14 maanden.
Ook de opbouw van het recht op WW wordt anders. De eerste tien arbeidsjaren geven recht op een maand WW per gewerkt jaar. Voor de jaren daarna geldt een halve maand WW per gewerkt jaar. Elk arbeidsjaar vóór 2016 geeft recht op één maand WW.
De hoogte van de WW blijft loongerelateerd (in tegenstelling tot het regeerakkoord van Rutte II). Het publiek gefinancierde deel wordt voor de helft betaald door werkgevers en voor de andere helft door werknemers.

Hoeveel mensen ontvangen een WW-uitkering?

In maart 2013 werden er 379.700 ww-uitkeringen uitgekeerd. Dat zijn er zo’n 3000 meer dan in februari.

Het aantal WW-uitkeringen ligt lager dan het door het CBS gemeten aantal werklozen. Dit komt onder andere doordat niet iedere werkloze een WW-uitkering aanvraagt, en doordat sommigen geen recht meer hebben op WW, maar nog wel werkloos zijn.

In maart 2013 zijn er 47.900 nieuwe WW-uitkeringen uitgekeerd, en 44.900 zijn er beëindigd (22.200 daarvan zijn er beëindigd vanwege werkhervatting, 16.600 vanwege verstrijken maximale uitkeringsduur).

Bronnen
Het sociaal akkoord
Rijksoverheid
De Werkloosheidswet
CBS

Via The Fact Club

  1. 1

    Om nou even niet naar de oude, maar naar de jonge werknemers te kijken:
    Komt die “verlengde uitkering” bovenop de minimumuitkering of in plaats daarvan?
    Krijg je zonder meer een verlenging van 3 maanden – en dus een uitkering van 6 maanden – als je vijf jaar gewerkt hebt voor je ontslag, en pas een maand meer – en dus 7 maanden – als je langer dan 6 jaar hebt gewerkt?
    Of krijg je pas vier maanden uitkering als je 7 arbeidsjaren hebt?

  2. 2

    @1: Zoals ik het begrijp krijg je tussen 1 en 4 arbeidsjaren 3 maanden. Tussen 5 en 10 arbeidsjaren eveneel maanden als jaren en daarna met een opbouw van een half jaar per arbeidsjaar.

  3. 3

    @2: Met daarbij de aantekening dat elk jaar tussen je 18e en 1998 als arbeidsjaar telt. Of ben je boven de 33 geen jonge werknemer meer?

    Overigens heeft Krol wel gelijk dat ouderen meer getroffen worden door deze aanpassing, want je moet toch al echt 50+ er zijn om 38 maanden WW opgebouwd te hebben (ongeacht of dat volledig werkend is gebeurd). Daar staat tegenover dat ouderen tot nu toe ook wel onevenredig profiteerden, zonder dat dat noodzakelijk een verdiend recht was (in de zin van je hebt er ook meer jaren voor gewerkt).

  4. 4

    @3: Om arbeidsjaren op te bouwen moet je ook daadwerkelijk gewerkt hebben met minimale onderbrekingen. Dus uiteindelijk hebben oudere werknemers meer bijgedragen aan de WW pot dan jongere.

  5. 5

    @4: Of er staat een fout in de tekst, of wat jij zegt klopt niet: “de jaren vanaf iemands 18e tot 1998 tellen, ongeacht of diegene in die periode daadwerkelijk voldoende gewerkt heeft, mee voor het arbeidsverleden”

    Een 33-jarige en een 53-jarige die in 1998 begonnen zijn te werken hebben evenveel bijgedragen, maar de 53-jarige heeft 20 maanden meer WW opgebouwd, puur omwille van zijn leeftijd.

  6. 6

    @5: Hmmja, ook weer waar. Al denk ik dat het weinig uitmaakt voor de grootste gedeelte van de bevolking die in de jaren voor 1998 gewoon werk hadden.

  7. 8

    @7 Je hebt het over verschillende groepen.

    De 16.600 uit het artikel van the Fact Club zijn mensen die nadat hun ww-periode is verstreken nog geen baan hebben gevonden. Dat betekent niet dat ze zonder inkomen zitten. Ze kunnen leven van spaargeld of een verzekeringspolis, of van hun bijverdienste als zzp’er. Dat gaat goed als het niet te lang duurt. Pas als hun vermogen onder de 5000 zakt krijgen ze recht op bijstand. Vergeet niet, mensen die na tientallen jaren hun baan verliezen worden baanloos, maar door hun nevenactiviteiten niet werkloos en zeker niet automatisch een hulpbehoevende armoedzaaier.

    Een bijstandsgerechtigde is ook een ‘werkeloze zonder ww-uitkering’, die zit blijkbaar ook in die 261.000 van het NRC? Het is stemmingmakerij om een werkloze of iemand zonder ww-uitkering te betitelen als rechteloze.

  8. 9

    De opmerking dat de WW loongerelateerd is is slechts gedeeltelijk waar. Er zit een maximum aan!

    Er is een maximum dagloon gesteld. Wie daarboven komt wat salaris betreft heeft pech, die krijgt 70% van dat dagmaximum, en niet 70% van het laatstverdiende salaris.

    Voor de groep die daarbovenuit komt kan de uitkering door het verliezen van allerlei secundaire arbeidsvoorwaarden wel neerkomen op slechts 50 % of zelfs minder. En dat dagmaximum is overigens nog niet eens zo verschrikkelijk hoog.