Falende hulpverlening (III)

Edward J. is een ex-kindsoldaat uit Sierra Leone. Hij werd ontvoerd door rebellenleger RUF toen hij acht jaar was. Hij vocht bijna tien jaar. Eerst bij de RUF, en daarna bij burgerdefensiemacht de Kamajors. Toen de oorlog afgelopen was, kreeg hij honderd dollar in ruil voor zijn geweer, maar dat werd ingepikt door zijn commandant, omdat niemand toezicht hield op dat soort praktijken. Bij thuiskomst bleek zijn vader te zijn vermoord door de RUF. Zijn moeder kon niet voor hem zorgen. Edward komt van het platteland, waar ontwikkelingsorganisaties al vele jaren proberen de landbouw te stimuleren en te ontwikkelen. Op hulpverleningsgebied valt Edward in vier verschillende doelgroepen: kindsoldaten, oorlogskinderen, gemarginaliseerde jeugd, en ontwikkeling van boeren. Toch heeft hij nog nooit hulp gekregen. Hij woonde in bij twee NGO-medewerkers (Sierra Leonezen) die voor grote internationale organisaties werkten, deed klussen voor hen en betaalde zo zijn eigen schoolgeld. Hij keek toe hoe de NGO-medewerkers geld, dat onder meer voor zijn eigen doelgroepen bestemd was, in hun zakken stopten en er uiteindelijk grote landhuizen van bouwden. Daarnaast keek hij (en kijkt hij nog steeds) toe hoe grote internationale organisaties allerlei projecten met kleine kinderen uitvoerden in zijn regio, en claimden met oorlogskinderen en kindsoldaten te werken, terwijl kinderen die de oorlog bewust meemaakten, niet meer tot de allerjongsten behoorden. Edward behoort tot de allerarmsten en kanslozen van de Sierra Leonese samenleving. Hij vertelt zijn verhaal, zonder in detail te treden over de specifieke organisaties. Edward gelooft dat hulpmisbruik op grote schaal voorkomt, en wil daarom niet een specifieke NGO of NGO’s aan de schandpaal nagelen.

“Most Donors Fail”
Door: Edward J.

Some donors beg on behalf of a targeted group or beneficiaries, to the world. But some donors are full of corruptive, fraudulent or dubious acts on their sides. They will cry and shout that “group a” needs food, shelter, clothes, support for their nationbuilding, etcetera, etcetera, but when people donate their personal funds through these so-called donors, they decide to change their minds. They will no longer use these funds for the purpose it is meant for. Instead, they use it on their personal life.

For instance, organization x writes a project proposal that aims to undertake agricultural activities in a particular community. Meaning, when this project is funded, they are supposed to embark purely on massive agricultural work. For instance, the production of rice. They will state in the project the number of farmers, the plots of land, food for work, working tools and implementation, that are needed to undertake the project. At the end of the day, when the project is funded, they will decide to downsize the workload. They no longer provide the actual tools and implements that were stated in the project proposal, instead they undersupply and go in for fake tools, the quantities will be also reduced. At times the management may decide to influence the location of the project. The beneficiaries will not receive actually what was proposed for them. You will see that instead of the beneficiaries getting what is meant for them, the staff especially senior management of the said organization use the money to build personal mansions, support their personal family or invest the money in their own names.

However, there are few others that are 90 per cent successful. Under strict supervision and monitoring, they serve the purpose of the organization. When the war was over in my country, a good number of NGO’s came to Sierra Leone with the aim of developing or rebuilding the nation that had been under serious destruction over 10 years. Some came in the name of the ex-combatants, children affected by the war, amputees, farmers, beggars, street children, the disabled and so on. But my question is, are these organizations really monitored or working in the interest of the target groups?

Some work 30 per cent in the interest of the target groups and 70 per cent in the interest of the staffs, until they fold. Others work 90 per cent for the group. To prove me right, 90 per cent of the targeted groups in the paragraph above have no positive impact made by the organizations that work in their names. If these humanitarian organizations are to serve truly, they need strict supervision, monitoring and if possible allow the beneficiaries to have access to what concerns them. Or allow them to be fully involved in decision-making and participation, I suggest.

Serie ‘Falende Hulpverlening’: Hulp moet helpen, maar helaas gaat er in de internationale humanitaire hulpverlening en ontwikkelingssamenwerking ontzettend veel mis. Sierra Leone is één van de landen waar al meer dan tien jaar veel geld en moeite geïnvesteerd wordt in humanitaire hulpverlening. Toch is het land nog altijd het armste land ter wereld, en bleek uit onderzoek van de VN vorig jaar dat Sierra Leone nog altijd de slechtste plek op aarde is. In Sierra Leone is nauwelijks schoon drinkwater, er is geen regelmatige elektriciteitsvoorziening, de gemiddelde leeftijd schommelt tussen de 37 en 42, de kindersterfte is torenhoog, een schrikbarend aantal vrouwen overlijdt tijdens de bevalling, 60% van de bevolking is nog steeds analfabeet, en meer dan de helft van de bevolking leeft van minder dan een dollar per dag. Uit de harde cijfers blijkt dat hulpverlening aan Sierra Leone al vele jaren grandioos faalt. Hoe komt het, en wat zou er aan gedaan moeten worden? In de White Man’s Burden beschrijft William Easterly, voormalig World Bank medewerker, uitgebreid hoe westerse instituties door verkeerde hulpverlening enorm veel geld verspillen. De Nederlandse journaliste Linda Polman beschreef in haar boek ‘De Krisiskaravaan’ hoe noodhulpverlening soms haatregimes ondersteunt, of oorlogen in stand kan houden. Renzo Martens maakte de ‘documentaire’ Epidsode 3, waarin hij de westerse mens een spiegel voorhoudt over hun houding ten opzichte van Afrika (te zien in Het Stedelijk Museum Bureau). In deze serie geven Sierra Leonezen hun eigen kijk op de hulp die zij ontvangen.

  1. 1

    In een beschrijving van William Easterly’s boek wordt een verschil tussen “Planners” en “Searchers” getrokken, waarbij de eersten top-down bureaucraten zouden zijn, en de laatsen bottom-up realisten. Interessant.

    Ik zal dat boek maar eens gaan aanschaffen. Ik ben nu toch al bezig met boeken bestellen, dit ken ‘r ook nog wel bij.

  2. 2

    Hier een link naar een TED-talk (http://www.ted.com/index.php/talks/andrew_mwenda_takes_a_new_look_at_africa.html) van Andrew Mwenda die gedeeltelijk over hetzelfde gaat, maar met een andere conclusie. Hij stelt dat “het in de zakken verdwijnen van geld” een voorbeeld is van Afrikaans ondernemerschap: in de gewone economie is nauwelijks geld, het enige geld wat binnenkomt is geld van ontwikkelingssamenwerking. Er is in Afrika een hele industrie ontstaan om het verdelen van geld. Logisch, want dat is de enige plek waar geld te verdienen is. Als je mensen echt wilt hebben moet je dat volgens hem via de markt doen. Dat is nogal een open deur, maar het praatje is echt heel verfrissend, aanrader!

  3. 4

    Misschien moeten we ze financieren dmv leningen. Het percentage behaald resultaat wordt ze achteraf kwijtgescholden. Niet behaald resultaat moet terugbetaald. Betrouwbare organisaties kunnen zich tegen het terugbetaalrisico verzekeren.

  4. 6

    Zelfs mijn 6-jarige dochter leer ik dat ze haar zakgeld niet voor niks krijgt: gratis geld heeft geen waarde. Noodhulp uitgezonderd, zie ik dan ook niks in het ‘geven’ van ontwikkelingshulp. Organisaties overladen met budget en goede bedoelingen, is vragen om problemen, zeker in landen waar ik-doe-wat-voor-jou,-jij-wat-voor-mij-mentaliteit tot de standaad overlevingsstrategie hoort. Ieder land (en mens) zal zich naar zijn eigen mogelijkheden moeten ontwikkelen en zelf z’n boterham moeten verdienen. Ontwikkelingshulp verdienen door handelbarrieres op te heffen is dan ook effectiever dan goede-daden-hulp. Wat dat betreft zou kunnen dat de handelspolitiek van China met Afrika effectievere hulp blijkt te zijn…

  5. 7

    Mooi gezegd @6. Helaas gooi je de anti-uitbuitingspoot van het westen naar de honden…

    Terzijde…
    ======

    In woestijnculturen loonde het lange tijd zeer om impliciete en langlopende eer- en gastvrijheids-verbintenissen aan te gaan. De kruisvaarders hebben daar een eind aan gemaakt.

    In Afrika heeft dit nooit gespeeld. De Belgen (K. Leopold) hebben daar dan ook definitief een eind aan gemaakt.

    En we strompelen dus allemaal maar verder, op raar gevormde en a-culturele horrelvoeten.