Eergerelateerd geweld: kun je werken met meerdere definities?

ANALYSE - Gastbijdrage van Rob Ermers. In deze reeks van artikelen nemen we begrippen onder de loep die gebruikt worden in het discours over migranten in Nederland, en met name over eergerelateerd geweld. Die termen zijn bijna allemaal erg vaag. Dit heeft grote gevolgen die we onder ogen moeten zien.

In de eerste twee artikelen (hier en hier) beschrijf ik welke problemen er zijn met de termen cultuur en eer. Een belangrijke conclusie is dat er geen toepasbare definities zijn van deze begrippen. In dit derde artikel bespreek ik de term ‘eergerelateerd geweld’.

Sinds medio 2013 hanteert de overheid een Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Ook zaken rond eergerelateerd geweld vallen onder deze wet. Of een zaak wel of niet als eergerelateerd gelabeld wordt heeft vooral gevolgen voor burgers met een niet-westerse migratie-achtergrond. Het wordt eentonig, maar ook de definitie van eergerelateerd geweld ligt niet vast, zelfs niet binnen de overheid. Hoe kan dat?

De consequenties van de classificatie

De begrippen eer en eergerelateerd geweld worden in de praktijk, ook internationaal, vrijwel uitsluitend geassocieerd met niet-westerlingen. Wanneer een zaak geclassificeerd wordt als ‘mogelijk eergerelateerd’ treedt er via de Meldcode Huiselijk Geweld een speciaal protocol in werking.

Jeugdbeschermers bijvoorbeeld, die normaal gesproken wettelijk verplicht zijn de ouders volledig te informeren van een probleem of kwestie over hun kind, hoeven dat in geval van een ‘mogelijke eerzaak’ niet. Ze hoeven de ouders zelfs niet te vertellen waar het kind op dat moment verblijft. Ook wordt de politie er vaak direct bij gehaald.

De classificatie ‘eerzaak’ heeft zodoende vaak grote gevolgen voor zowel de aanpak als de rechtspositie van betrokkenen.

Nu kunnen dergelijke ingrijpende maatregelen in veel gevallen wel veel zin hebben. Zelf heb ik die in de loop der jaren ook wel geadviseerd.

Maar via welke criteria en methoden krijgt een zaak normaal gesproken dat label ‘eergerelateerd’? En op welke manier heeft datzelfde label betekenis voor de inschatting van urgentie en gevaar? Relevante vragen, want overheidsoptreden behoort nu eenmaal inzichtelijk en voorspelbaar te zijn. Bovendien geldt in een rechtsstaat als de onze het legaliteitsbeginsel: geen veroordeling zonder voorafgaande wettelijke bepaling.

Een officiële definitie van eergerelateerd geweld

Voorzover ik het kan overzien wordt er op dit terrein geen definitie van eer gehanteerd; ik ken evenmin de onderzoeksmethoden die worden gehanteerd om ‘eer’ vast te stellen (anders dan de lijstjes van culturen en misstanden). Maar gelukkig, zou je zeggen, is er sinds 2006 wel een officiële werkdefinitie van eergerelateerd geweld (met 7 voorwaarden).[noot 1] Hier wordt vaak naar verwezen in stukken en artikelen en tijdens studiedagen wordt zij geprojecteerd op grote schermen.

Je zou daarom veronderstellen dat alle overheidsdiensten en instanties in heel Nederland deze ene definitie hanteren voor het determineren en behandelen van eergerelateerd geweld.

Dat is echter niet zo, in de praktijk wordt de werkdefinitie door geen enkele instantie gehanteerd.[noot 2]

Sterker nog, ook overheidsinstanties hanteren niet één enkele, maar diverse definities van eergerelateerd geweld. Laten we er hier twee nader bestuderen.

Wat schrijft de politie?

Op de politiewebsite staat de volgende tekst:

Onder ‘eergerelateerd geweld’ verstaan we [1] [a] dwang, [b] psychisch en [c] fysiek geweld vanuit [2] een eermotief.[noot 3]

Deze korte, bondige definitie hanteert slechts twee voorwaarden. Voorwaarde [1] bevat een dubbel element, omdat dwang in het algemeen zelf al een vorm van psychisch of fysiek geweld is.

Voorwaarde [2] verwijst naar ‘een eermotief’. Maar, wat is dat? En: hoe wordt ‘een eermotief’ bij een verdachte getoetst? Onderzoekt de politie dan zijn of haar ‘eergevoel’?[noot 4]

Direct daarop volgen op de politiewebsite twee zinnen. Het is niet duidelijk of deze ook deel uitmaken van de definitie. Ik beschouw (A) als een aanvulling op de definitie en (B) als een losstaande opmerking:

(A) Daarmee bedoelen we dat het geweld wordt toegepast [3] om te voorkomen dat [4] een familielid [5] gedrag gaat vertonen dat de [6] familie-eer [7] kan schaden.
(B) Als de eer al geschaad is, kan een dader geweld gebruiken om de eer weer te herstellen.

Voorwaarde [A3] bepaalt dat het gebruik van eergerelateerd geweld uitsluitend preventief bedoeld is: een belangrijke beperking. Maar de grondslag daarvoor wordt evenwel niet helder, ook niet uit de verdere teksten op de politiewebsite.

Voorwaarde [A4] geeft aan dat eergerelateerd geweld altijd te maken heeft met een familielid. Maar moet het ook altijd per se gericht zijn tegen dat familielid? Of mag het ook gericht zijn op iemand anders? Een buitenstaander eventueel?

In [A6] wordt gespecificeerd – in aanvulling op het ‘eermotief’ in voorwaarde [2] – dat het altijd de ‘familie-eer’ betreft. Maar opnieuw: wat is familie-eer? En waarin verschilt die van eer zonder familie? En via welke methode maakt de politie tijdens een onderzoek onderscheid?

De voorwaarden [A5-A7] spreken over gedrag dat de familie-eer ‘kan schaden’. Wat wordt daarmee bedoeld? Waarom is schade aan de eer zo erg? Via welke methode stelt de politie zelf eventuele schade aan iemands eer vast?

Losstaande opmerking (B) spreekt voorwaarde [A3] tegen: volgens [A3] is eergerelateerd geweld beperkt tot het ‘voorkomen’ van bepaald gedrag. De eer herstellen lijkt mij echt wat anders. Hoe zit dat?

De Rijksoverheid

Op de site van de Rijksoverheid staat de volgende definitie:

Eergerelateerd geweld is [1] [a] geestelijk of [b] lichamelijk geweld om [2] de geschonden [3] eer van de familie [4] te herstellen.[noot 5]

Voorwaarde [2] beperkt eergerelateerd geweld tot zaken van een ‘geschonden’ eer, die volgens voorwaarde [4] per se hersteld moet worden.

Andere contexten (preventie, bescherming) zijn volgens deze definitie dus nooit eergerelateerd geweld. Dat is in tegenspraak met wat de politie schrijft. En ook hier ontbreekt een verklaring van het begrip eer en hoe die ‘geschonden’ kan raken.

Uit voorwaarde [3] blijkt dat het altijd om de eer van de familie gaat. Geweld dat gepleegd wordt vanwege de eer van een enkel individu is dus, hoe raar het ook klinkt, toch niet eergerelateerd.

Gevolgen voor de praktijk

Het enkele feit dat deze twee overheidsdiensten elk een eigen definitie hanteren roept verwarring op. (En ook instanties hebben eigen, hiervan sterk afwijkende definities.) Welke daarvan moet de burger en de hulpverlener aanhouden? Ten tweede, het motief voor het geweld, de eer of de familie-eer, kan met deze definities nog steeds niet adequaat op casusniveau worden getoetst. Ten derde kun je vragen stellen bij de formuleringen van de definities zelf, de criteria en de toepasbaarheid ervan.

Een verder gevolg is dat het mij, met het oog op deze verschillende uitgangspunten, problematisch lijkt een efficiënte samenwerking op te zetten. Zowel met cliënten als met professionals. Zelfs al zouden overheid, organisaties en individuele hulpverleners het grotendeels eens zijn over andere zaken, zoals de typen slachtoffers en de contexten waarin eergerelateerd geweld zich naar hun mening voordoet.

Te kritisch?

Je bent te kritisch, zullen sommige lezers ook nu tegenwerpen. Hier worden spijkers op laag water gezocht, je neemt die teksten te letterlijk. Het gaat per slot om de bestrijding van grote misstanden en onrecht in onze samenleving. Waarom zou je twijfelen aan instanties die zich daar elke dag voor inzetten?

Aan de inzet en goede bedoelingen van politiemensen en hulpverleners twijfelt niemand. En het staat buiten kijf dat er gevaarlijke misstanden en problemen kunnen spelen bij families met migratieachtergronden. En ja, die moeten adequaat worden aangepakt.

Maar we moeten óók fair zijn. De aanpak en het beleid moeten ook onderbouwd en toetsbaar zijn.

Alle burgers hebben het recht om precies te weten langs welke lijnen de politie, de overheid en de hulpverlening problemen en geweld in hun gezinnen interpreteren. En dus hoe en waarom het label ‘eergerelateerd’ hun rechtspositie beïnvloedt. En hoe ze zich tegen dit label kunnen verweren, of iets kunnen nuanceren. Op dit moment draagt de overheid echter slechts bij aan verwarring. En dat is problematisch.

(Wordt vervolgd.)

-o-o-o-

Dit artikel is onderdeel van een serie gastbijdragen van Rob Ermers, als gastonderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Via een eigen bureau (MO Perspectief) geeft hij trainingen en doet hij onderzoek naar de multiculturele samenleving. Hij heeft met name gepubliceerd over eergerelateerd geweld. Zijn laatste publicatie is Honor Related Violence. A New Social Psychological Perspective (Routledge, London).

Noten:

[noot 1] In Nederland is sinds 2006 de volgende tekst de officiële, maar niet gehanteerde ‘werkdefinitie’:

“Eergerelateerd geweld is [1] elke vorm van [a] geestelijk of [b] lichamelijk geweld, gepleegd vanuit [2] een collectieve mentaliteit in een [3] reactie op een [4] (dreiging van) schending van de eer [5] van [a] een man of [b] een vrouw en daarmee van [6] zijn of haar familie waarvan [7] de buitenwereld op de hoogte [a] is of [b] dreigt te raken” (Beke 2005).

Ik heb nummers geplaatst bij de afzonderlijke voorwaarden (1-7) en letters (a-b) bij optionele punten.

[noot 2] Al in 2012 concludeerde het WODC dat deze officiële definitie niet door de politie wordt gebruikt. Loef en Van Aalst, DSP-groep (2012) ‘Evaluatie strafrechtelijke aanpak eergerelateerd geweld’, p. 22 (https://www.wodc.nl/onderzoeksdatabase/procesevaluatie-strafrechtelijke-aanpak-eergerelateerd-geweld-egg.aspx).

[noot 3] Website Politie (http://www.leceergerelateerdgeweld.nl/vormen/)

[noot 4] Ten Boom en Wittebrood (2019, p. 27) stellen, onder verwijzing naar Janssen (werkzaam bij de politie), dat het motief voor eergerelateerd geweld een ‘geschonden eergevoel’ is. Ten Boom, Wittebrood (2019), WODC, ‘De prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling in Nederland’; Janssen, J. (2018). ‘De ene ruzie is de andere niet: hoe herken je eergerelateerd geweld?’ Tijdschr Conflicthantering, (1), 24-27.

[5] Website Rijksoverheid (https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/eergerelateerd-geweld/eergerelateerd-geweld-voorkomen)

Met dank aan de heer J. Bakker.

  1. 1

    Mijn indruk is niet dat de definitie van eergerelateerd geweld het probleem is: er is het WvS en daar val je, als je mensen geweld berokkent, heus wel onder. Mijn indruk is dat ‘eergerelateerd geweld’ een (ongelukkige) resonans is van twee fenomenen: 1) het totaal nieuwe er aan / gebrek aan voorstellingsvermogen; het komt/kwam gewoonweg niet in de Nederlandse politiepet op dat mensen bereid zijn om andere mensen, om zoiets futiels als het dragen van een te kort rokje, de keel af te snijden. 2) de neiging van de Nederlandse hermandad om eigen culturen maar gewoon in eerste instantie hun eigen ‘policing’ te laten doen; een uitvloeisel van het Nederlandse zuilenstelsel (waardoor ook de pastoor met zijn grubby hands zo lang zijn gang kon gaan).

    Mijn antwoord is dan ook: het is niet de definitie. Het is gewoon de handhaving.

  2. 2

    Mijn antwoord is dan ook: het is niet de definitie. Het is gewoon de handhaving.

    Oké, gaan we even naar een concrete casus toe. Reshma zit in de puberteit en gaat ’s weekends uit, experimenteert wat met flaneren, daten, verliefdheid en erotiek. Ze houdt dat onder de pet, want…

    Haar ouders en broers zijn traditioneel (en streng). Reshma vreest – terecht – dat als haar gezinsleden er achter komen wat ze achter hun rug om uitspookt, zij rekening moet houden met verbale agressie, dwang en mogelijk geweld van vader en broers, die vrezen voor de reputatie van de familie.

    Op enig moment wordt ze herkend in de disco door een neef die verderop bij haar in de buurt woont. Ze zit in de rats, want het is een kwestie van tijd voordat hij doorkletst dat hij haar gezien heeft.

    Ze besluit niet af te wachten en van huis weg te lopen. De ouders verwittigen de politie, die gaat op zoek. Op zeker moment komt Reshma boven tafel. Ze zit nu op het bureau.

    Mooi, nu gaan we ‘gewoon handhaven’. Dus: ouders verwittigen en het vermiste kind op laten halen. Hoe denk je dat dat afloopt…?

  3. 3

    @2: Ja, goeie. Ik weet het ook niet. Het gaat ons gewoon boven de (politie)pet. Deze culturen zijn dusdanig anders, dat het ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Handen in het haar, met andere woorden. Want handhaven – wat nou handhaven: dat politiebureau kan natuurlijk net zo goed de buurvrouw / de sociaal werker / de ouders van de (Nederlandse) jongen bij wie ze is blijven slapen, zijn. En die hebben niks te ‘handhaven’.

    Ander voorbeeld: ‘gewoon handhaven’ was ook nooit: aan volwassenen die op reis gaan met kinderen vragen of ze misschien hun dochter in het buitenland tegen haar wil gaan uithuwelijken en/of de clitoris eraf snijden. Toch is dat nu de realiteit.

    Laat onverlet overigens, dat als er dus iets onwettelijks gebeurd is, de hamer van de wet onverminderd hard op de hoofden van de daders terecht moet komen. Of het nou familie is of niet. En daar heeft het in verleden ook nog wel eens aan ontbroken.

    Het kan geen kwaad om dat nog eens, met een specifieke campagne ofzo, tussen de oren te krijgen. Je mag dan de ‘familie-eer gered’ hebben, vogel, maar je gaat achter de deur.

  4. 5

    @4: ja, die culturen zijn op dit vlak echt heel erg anders.

    Als je het verschil in vrijheid en attitude richting vrouwen en homo’s tussen de Nederlandse samenleving en, pak hem beet, Pakistan, niet kan zien, is dat wel treurig.

    Juist doordat het verschil zo groot is, is het nuttig daar apart aandacht aan te besteden, je wilt zo’n casus als Prediker hierboven schetst niet missen.

  5. 6

    @4: Dat argument heet – in goed Nederlands – ‘false moral equivalence’. En het betekent min of meer wat Cerridwen zegt.

  6. 7

    Het slutshamen is ook groot bij de autochtone bevolking…

    @4 Het klopt dat slutshamen ook best wel voorkomt onder blanke Nederlandse jongeren, en dat veel geweld tegen homo’s en lesbiennes gewoon van blanke adolescente mannen komt.

    Toch hoor ik nooit over witte Nederlandse vrouwen dat ze van geweld of dwang thuis te vrezen hebben omdat iemand op het internet seksueel getinte plaatjes van hen op het internet kwakt (‘exposen’).

    Ook is de kans dat iemand moet vrezen uit de familie verbannen te worden omdat ‘ie als homoseksueel door het leven gaat een stuk kleiner. Misschien dat dit in zeer streng-gereformeerde gezinnen in gesloten sociale gemeenschappen nog voorkomt, maar daarbuiten veel minder.

    Dus nee, het is niet allemaal van hetzelfde laken een pak. Als jij als Hollands meisje met jan en alleman seks hebt, kun je van je ouders hooguit een goed gesprek verwachten, zo van: hé joh, heb je wel door dat er consequenties aan dit gedrag zitten? Pas je wel op dat je geen SOA oploopt? Besef wel dat je een reputatie opbouwt. Dat soort advies.

    Bij Marokkaanse, hindoestaanse en Turkse gezinnen komen daar nog een aantal onaangename dynamieken bij, want als de sociale omgeving ervan hoort, worden vader en broers de risée van de buurt en die reageren daarop met geweld en dwang.

    ’t Is niet voor niks dat meisjes uit dat soort kringen nog altijd verdwijnen naar het thuisland om daar te trouwen. Dat is om te voorkomen dat ze rare dingen gaan doen.

    Ik had een Turks-Nederlandse collega, en als zij nadacht over de toekomst van haar dochter (nog een kind van zes of zeven) dan had ze voor ogen dat die jong zou trouwen en zo als maagd het huwelijk in zou gaan. Toen ik tegenwierp dat je dan niet weet of je wel bij elkaar past, zei ze monter: ‘Nou ja, ze kan toch scheiden?’

    ’t Is maar waar je prioriteiten liggen, denk ik dan. En dit was geen domme vrouw of zo; die had een HBO-studie bedrijfskunde afgerond.

    Dus nee, het is niet allemaal van hetzelfde laken een pak.