Detailpolitiek (slot): Wat lost detailpolitiek op?

De afgelopen maanden verschenen dertig afleveringen van de serie detailpolitiek. De centrale thema’s waren de politieke voorstellen en Kamervragen over van alles, variërend van pretecho’s, tot wissels, fraude met scripties, bonnetjes van bestuurders, privacy van iPhone-gebruikers, detentieboten en slangen die konijnen oppeuzelen.

Aan het eind van de serie is dan de logische vraag: waarom bestaat detailpolitiek eigenlijk? Hoe komt het dat Kamerleden denken dat zij met gedetailleerde regels, voorstellen en Kamervragen de maatschappij tot in de haarvaten kunnen regelen? Wat lost detailpolitiek inhoudelijk op, zitten burgers hierop te wachten of moeten we de oorzaak van deze Kamervragen zoeken in de politiek zelf?

De resultaten
Wat hebben alle Kamervragen over al die uiteenlopende thema’s opgeleverd? De inhoudelijke score van de Kamer is slecht tot zeer slecht. Zo was er deze winter rumoer over Brandon, die in een inrichting zat vastgebonden aan een muur. Dat bleek niet echt anders te kunnen. In Kampen werd op een school homo-intolerantie geconstateerd, en die is er ongetwijfeld nog steeds. De nachttrein via Gouda is definitief afgeschaft en de koks van een departementskantine zullen het soms nog steeds in hun hoofd halen een dag minder vlees te serveren.

Inhoudelijk hebben veel voorstellen en Kamervragen geen invloed gehad op het beleid, en de reden daarvoor is steeds dezelfde: de politiek gaat er niet over en heeft geen middelen om burgers of organisaties tot een bepaalde handelswijze te dwingen. Burgers kunnen er nog steeds voor kiezen geen handen te schudden, hiv-patiënten kunnen nog steeds bij sollicitaties zwijgen over hun infectie, hogescholen hebben nog steeds grote beleidsvrijheid en gemeenten zoeken nog steeds de mazen van slechte wetten op. Mensen maken allerlei beslissingen en laten daarbij de mening van de Tweede Kamer aan zich voorbij gaan.

De burger
Inhoudelijk is er geen enkele reden door te gaan met de brij aan politieke luchtballonnetjes en Kamervragen. Zou de kiezer er dan misschien om vragen? Ook daar ligt de oorzaak niet. Kiezers willen vooral dat de politiek waarmaakt wat zij belooft. Dat is juist bij detailpolitiek niet het geval. In alle bovenstaande voorbeelden kregen burgers die het met de betreffende Kamerleden eens waren hun zin niet, hoe hard de Kamerleden ook riepen.

Tegelijk zijn burgers ook niet gek en weten zij allang dat de overheid niet alles kan doen. Burgers die dol zijn op konijnen zullen begrijpen dat de politiek niet kan verhelpen dat slangen konijnen eten. En ook zullen burgers begrijpen dat het weer altijd onvoorspelbaar zal blijven. En zelfs PVV-stemmers zullen begrijpen dat de politie niet iedere rouwstoet zal kunnen beveiligen. De burger zal vaak een realistischer beeld hebben van wat de overheid wel en niet kan doen, dan het gemiddelde Kamerlid.

De politiek
Dus waar ligt de oorzaak van die detailpolitiek? Die ligt in de politiek zelf. Burgers zijn vaak ontevreden en boos, en niemand brengt goed in kaart wat die ontevredenheid inhoudt en waar die vandaan komt. Het gevolg is: een gegeneraliseerd beeld van de ontevreden burger die heel veel van de overheid eist. Dus wat doen Kamerleden? Die gaan in hun drang zwevende kiezers aan zich te binden het ene na het andere onzinnige voorstel doen in de hoop dat de burger zich aangesproken voelt.

Zouden Kamerleden dit doel bereiken? Het antwoord is ook hier nee, om de eenvoudige reden dat heel veel burgers niet zitten te wachten op Kamervragen, zich daar niet doorlopend over informeren en sowieso een zeer beperkt beeld hebben van wat de Kamer doet en wil. Burgers weten nauwelijks wat Kamerleden doen, en dus eindigen al die opzetjes van Kamerleden om naar de burger te luisteren in het complete niets. Burgers voelen zich niet eens beter vertegenwoordigd.

Wat de Kamer doet, is welgedaan
Onlangs werd door de Kamer een spoeddebat aangevraagd over Griekenland. Iedereen moest ervoor terugkeren van reces. Had Mark Rutte zich nu wel of niet 50 miljard vertelt? Ebru Umar sprak erover in Premtime met onder andere mij en SP-er Ewout Irrgang. Umar vroeg zich af wat de zin van het debat was, aangezien het debat niets zou veranderen. Volgens haar was het allemaal symboolpolitiek. Irrgang’s antwoord was veelzeggend: hij begreep niet waarom Umar zo kritisch was, want de Kamer deed nu toch haar werk?

De conclusie moet volgens Irrgang dus zijn: ‘wat de Kamer doet, is welgedaan’. Kritiek op de Kamer is onnodig en onzinnig, want de Kamer vertegenwoordigt de burger en dus is kritiek overbodig. Maar we vergeten dan tot welke overbodige regels, extra bureaucratie en hoge kosten al deze onzinnige debatten en vragen leiden, zonder dat ze een reëel doel dienen. Of is het doel dat de burger steeds vaker zijn schouders ophaalt over wat de politiek doet?

Reacties zijn uitgeschakeld