De zorg van de hulpverlener

In onze nieuwe rubriek De Praktijk, vertellen vakmensen vanaf de werkvloer over hun werk, de samenleving, dilemma’s en politiek. De rubriek verschijnt voorlopig wekelijks. De auteurs zijn vakmensen die openhartig zullen berichten en daarom vaak onder pseudoniem schrijven. Vandaag vertelt Piet over de werkdruk in de Jeugdzorg.

Juni/Augustus 2011. Bijna iedereen in hulpverlenend Jeugdzorg land vliegt weer zo’n beetje uit. De maatschappelijk werker, de gezinsvoogd, de AMK medewerker, de raadsonderzoeker, centrale toegangsmedewerker, ambulant gezinshulp, de thuiszorg, de behandelend groepsmedewerker van de GGZ, de verslavingsdeskundige. Van Vlieland tot de Middellandse zee langs Renesse naar de Balkan. Maar voordat we gaan dan moeten we de zorgmeldingen, rapportages verzoekschriften de deur nog even uitgewerkt worden. Dat geeft tenminste wat rust in de kop als je naast je De Waard tent, met een stukje worst op de barbecue, zit.

Net terug van je eigen vakantie merk je snel dat deze zorgmeldingsgolf al langzaamaan binnen rolt bij de afdeling Jeugdbescherming, het spreekwoordelijk afvoer putje in de zorgketen. Via het AMK, Raad voor de Kinderbescherming en de rechtbank rolt de golf de afdeling van de Jeugdbescherming binnen. Weinig mankracht, tijdens de vakantie, in huis betekent al snel dat we de met elkaar, politiek, sector, provincie en afdeling, gemaakte afspraken moeten laten vieren. Er is een noodkreet en die moet worden opgelost. De daarbij getelde procentuele ziekte en zwangerschap opgeteld natuurlijk.

We worden betaald voor het werk met een 100% bezetting waar niemand ziek en zwanger kan zijn. In werkelijkheid is dat natuurlijk een ander verhaal en worden politieke en juridische normeringen voor het kunnen uitvoeren van het werk en de daarbij horende verantwoordelijkheid van een caseload van 1/15 met een voltijd arbeidsovereenkomst niet gehaald.

In de vakantieperiode is er iedere ochtend een kort en bondig werkoverleg. Collega’s, staf en management zitten met elkaar en bespreken binnen 15 minuten de dag door. Iedereen geeft aan wat die vandaag gaat doen, wie de bureaudienst oppakt, welke verzoeken en afspraken er in de postvakjes van de afwezige collega’s is binnen gekomen. Vandaag is er 1 noodkreet. Er komt een voorlopige ondertoezichtstelling binnen. Een VOTS. Deze binnen gekomen noodkreet moet worden opgepakt. Deltanorm caseload afspraken doen nu even niet ter zake. Er moet per direct hulp worden geboden aan een ongeboren kind en haar moeder.

Drie collega’s kunnen en gaan ermee aan de slag, een collega is eindverantwoordelijk voor het ongeboren kind. Afspraken die er zouden moeten worden gedaan door deze collega’s komen te vervallen of worden uitgesteld. Rapportage is dan niet de eerste prioriteit.

De collega haar caseload is inmiddels al gestegen tot boven de 20. De Deltacaseload norm is 15 bij een volledig dienstverband. Er bestaat discussie over dat dit gemiddeld moet worden bekeken of dat dit echt als niet overschrijdbare norm mag worden gezien. Kort gezegd is Delta een methodische manier om bij cliënten directer bij hun hulpvraag aan te sluiten en samen te werken met een plan op tafel, om met als uiteindelijk doel sneller en doeltreffender hulp te bieden en af te sluiten.

De afspraak is dat na de vakantie wanneer iedereen, jeugdzorg, jeugdhulp en kinderbescherming, terug is, de zaak zal worden overgenomen door een collega die ruimte heeft.  De geschiedenis leert mij dat dit zelden tot nooit gebeurd. Hulpverlener, ouder en kind zijn een proces met elkaar gestart wat meer bindend is dan een mondelinge afspraak voor dat die relatie ontstond.

Met het kind en de moeder gaat het goed. Met de collega die er nog steeds verantwoordelijk voor is ook. Maar met de juridische methodische afspraken die we op politiek niveau maken gaat het minder. De werkelijk toekennen van die zorgwaarde als hulpverlener wanneer iemand, bedoelt of onbedoeld om hulp vraagt, die maak je niet met een vast getimmerde schriftelijk afspraak, maar die maak je in het nu met verstand en gevoel.

De vraag is namelijk of dit kind en deze moeder bij elkaar waren geweest als we ons strikt aan afspraken, protocollen en juridische kaders hadden gehouden. Gelukkig overtreden hulpverleners regels. Maar omdat hun werkelijke handelen nog geen juridische waarde heeft gekregen houden ze zich wijselijk stil.

September 2011

De golf zakt alweer wat af. Hoofdonderwerp van de agenda tijdens de teamvergadering. Hoe gaan we de 2 weken kerstvakantie met elkaar verdelen. In de verte zie ik alweer een nieuwe zorggolf binnenstromen…

  1. 1

    Noot aan de auteur: je kan best wel aardig schrijven maar vergeet niet dat bepaalde termen niet gangbaar zijn buiten de muren van de jeugdzorg en je de interesse van de lezers verliest als zij zich bijvoorbeeld eerst moeten afvragen wat een caseload van 1/15 precies is.

  2. 2

    Idd, ik zou meer willen horen, iets meer persoonlijks. Het stuk is interessant maar wel droog. De permanente overwerktheid van een maatschappelijk zo belangrijk beroep doet wel schrikken. Na vele savannahs volgt de woestijn?

  3. 3

    Ter aanvulling had ik een verhaal gezien vanuit het perspectief van de klant.
    De geestelijke gezondheidszorg is zelf ziek en een probleem voor onze maatschappij.

    Toen hij drie jaar oud was is bij mijn jongste zoon autisme ontdekt.
    Wij hadden vragen over zijn gedrag en hebben bij een ander bezoek advies gevraagd aan het riagg.
    Na de nodige testen kwam de diagnose en hadden wij een ingang om onze vragen kwijt te kunnen en hulp bij de opvoeding te krijgen.
    Om te beginnen kreeg hij speltherapie en werd hij er rustiger van.
    Na een aantal maanden kwamen de verschijnselen weer even hard terug en kregen wij als ouders te horen, dat wij hem weer lieten terugvallen.
    Wij hadden ons inmiddels goed ingelezen en veel vragen gesteld, maar onzeker als we waren gingen we akkoord met inschrijving op een medisch kinderdagverblijf in zijn belang.
    Daar heeft men 2 jaar alleen maar onderzoek gedaan, om te rapporteren, dat de problematiek inmiddels zoveel erger was geworden dat een gewone kleuterschool onmogelijk was voor hem.
    Wij kregen inmiddels instructie hoe wij met hem om moesten gaan en samengevat kwam het er op neer:”hij is nu eenmaal zo en wordt nooit beter, dus jullie moeten je aanpassen”.
    Hij ging over naar een speciale kleuterschool, waar men opnieuw alleen maar 2 jaar onderzoek heeft gedaan, om te rapporteren dat de problematiek inmiddels zoveel erger was geworden dat zij niet het geschikte instituut waren voor hem.
    Hij is overgegaan naar een basisschool met intensievere begeleiding en daar begon men opnieuw met onderzoek gedurende ruim 2 jaar om daarna in de rapportage te concluderen, dat de problematiek ernstig was verergerd en hij in aanmerking moest komen voor een cluster 4 school.
    Ik begon enigszins opstandig te worden omdat er nog steeds niets aan werd gedaan, omdat hij nu eenmaal zo was en wij het als ouders altijd fout deden omdat we er geen verstand van hadden.
    Harde afspraken gemaakt met de school en die gingen voortvarend aan de slag met sociaal-pedagogische therapie en zij zetten meteen een nieuw onderzoek in om te zien wat zij het beste voor hem konden doen.
    Aan het einde van de lagere school lag mijn zoon cognitief op schema, wat betekent dat hij op leeftijdsniveau was met zijn schoolprestaties.
    Hier was men ook klaar met het onderzoek en kon een gericht advies worden gegeven voor het vervolgonderwijs aan de hand van de rapportage.
    U raad het al: hij is naar speciaal middelbaar onderwijs gegaan en daar is men meteen weer aan het onderzoeken geslagen om na 2 jaar te rapporteren dat de problematiek zo was verergerd, dat het instituut niet meer de beste zorg kon geven en een zwaarder instituut nodig was.
    Daar begon men met onderzoeken en voerde men ook de druk voor schoolprestaties op.
    Gevolg was dat hij op HAVO leerniveau presteerde, maar emotioneel met zijn beertje naar school ging en zich als een 6 jarige ging gedragen.
    Na twee jaar waren zijn schoolprestaties in orde toen de rapportage kwam dat hij eigenlijk te zwaar was voor het instituut en maar van school moest.
    Ik ben boos geworden en heb geëist, dat hij op school bleef en dat de druk zou worden weggenomen om hem weer in balans te krijgen.
    Na een jaartje rust zou hij zijn HAVO afmaken.
    Met veel moeite ging men akkoord, maar aan het einde van het jaar liet men hem VMBO examen doen, waar hij met vlag en wimpel voor is geslaagd.
    Een week voor het nieuwe schooljaar kregen we een brief, dat hij een diploma had en de school aan zijn verplichtingen had voldaan en we het verder maar uit moesten zoeken.

    Hij woont inmiddels in een inrichting, waar men hem wel therapie geeft en helpt met zijn autisme om te gaan.
    Hij is nu 18 jaar en zijn eigen analyse is dat hij inmiddels een mislukt mens is geworden.
    Hij vraagt aan ons waarom het zover moest komen en hij niet is bijgestuurd.
    Hij is blij met zijn woonplek en gaat goed vooruit, maar hij voelt dat de achterstand te groot is geworden om ooit nog een normaal leven te kunnen hebben.

    Ik heb het ervaren als het afschuiven van de verantwoordelijkheid en het in stand houden van het eigen instituut, waarbij aan het einde de patiënt de grote verliezer is.
    Elke keer liep ik stuk op procedures en managers die me vertelden dat het nu eenmaal zo moest.
    Ik had de verwachting door de zorg te worden geholpen en heb voldoende hulpverleners gesproken om me te beseffen dat de frustratie bij hen ook achter de oogballen staat.
    Ze willen dolgraag, maar mogen niet buiten de procedures handelen.
    Hebben er nog meer mensen ervaring met de geestelijke gezondheidszorg ?
    Heeft de professional nog een aanvulling of commentaar op dit verhaal ?