De vergeten Tsjetsjeense deportatie (deel 1)

Een gebeurtenis uit de Tweede Wereldoorlog die in het westen niet of nauwelijks bekend is, is de genocide die Josef Stalin begin 1944 pleegde op het Tsjetsjeense volk en andere volkeren op de Noordelijke Kaukaus. Tijdens Operatie Chechevitsa, die in het tsjetsjeens bekend staat als Ardakh, de Exodus, liet Stalin in minder dan een week tijd de complete bevolking van Tsjetsjenië en het ernaast gelegen Ingoesjetië deporteren naar Centraal-Azië. De genocide trof meer dan 500 duizend mensen, van wie 40 tot 50 procent kinderen. Naar schatting kwam bijna een kwart van de bevolking tijdens de eerste jaren na de deportatie om van de honger en de ontberingen tijdens de exodus. Het duurde tot 1957, toen Nikita Chroesjtsjov Stalin was opgevolgd, alvorens de Sovjet-Unie erkende wat er gebeurd was en de Tsjetsjenen stapsgewijs weer mochten terugkeren naar hun land. Deel 2 verschijnt overmorgen.

Tsjetsjeens kind in Centraal-Azië (foto: University of North Carolina)

Gedwongen volksverhuizing
De Chechevitsa vormde het einde van de van 1940 tot 1944 durende Tsjetsjeense Opstand, die haar hoogtepunt had tijdens de barre winter van 1942-1943 toen Hitlers troepen aan de poort van de Sovjet-Unie stonden. De Sovjet-Unie beschuldigde de Tsjetsjenen ervan met de Duitsers te heulen, de Tsjetsjenen zouden maar al te zeer bereid zijn de Duitsers over de bergpassen naar Azerbeidjan te gidsen, naar de eindbestemming van de Duitse operatie: de Azerische oliereserves. De meeste historici doen deze beschuldiging echter af als volstrekt onterecht.

Weliswaar hadden de Tsjetsjenen contact met de nazi’s, maar er was ook sprake van grote ideologische verschillen: het Tsjetsjeense streven naar zelfbeschikking stond tegenover het Duitse imperialisme. De Tsjetsjenen voelden er niks voor om de ene kolonisator te verruilen voor de andere en ze vertrouwden de Duitsers dan ook niet. Ze vonden het bovendien maar niks dat de Duitsers vriendschappelijk omgingen met hun traditionele vijand, de kozakken. Daarnaast leefde onder de Tsjetsjenen ook een invloedrijke joodse clan. Ttijdens de Tweede Wereldoorlog vochten circa 40 duizend Tsjetsjenen en Ingoesjetiërs in het Rode Leger tegen de Duitsers, van wie er 50 de allerhoogste onderscheiding Held van de Sovjet-Unie ontvingen. En tot slot hadden de Duitsers Tsjetsjenië nooit bereikt, want ze werden door het Rode Leger staande gehouden.

De Chechevitsa maakte deel uit van Stalins omvangrijke programma voor gedwongen deportatie, Kort voor, tijdens en direct na de Tweede Wereldoorlog voerde Stalin op enorme schaal een serie deportaties uit die de etnische kaart van de Sovjet-Unie ingrijpend beïnvloedden. Hij deporteerde 1,9 miljoen mensen uit de westelijke Sovjet-Unie naar Siberië en de Centraal-Aziatische republieken. Als redenen voerde hij aan separatisme, weerstand tegen de Sovjet-overheersing en collaboratie met de binnenvallende Duitsers. Daarnaast speelde mogelijk de ambitie om regio’s etnisch te zuiveren een rol. Tijdens zijn bewind deporteerde hij uiteindelijk tussen 1920 en 1951 zo’n 3,2 miljoen mensen.

Operatie Chechevitsa
In oktober 1943 stuurde Beria, het hoofd van de KNVD, die verantwoordelijk was voor de Russische staatsveiligheid, een groep officieren naar Tsetsjenië om daar materiaal te verzamelen dat in een later stadium de onderdrukking zou rechtvaardigen. De groep rapporteerde een maand later per brief dat zij 38 religieuze groepen hadden geïdentificeerd die minstens 20 duizend leden hadden en die actief waren in het uitvoeren van anti-Sovjet activiteiten, het helpen van bandieten en Duitse saboteurs, en het oproepen tot gewapend verzet tegen de Sovjet-Unie. In reactie daarop startte Beria vervolgens de deportatie-operatie. Om het geheel voor te bereiden stuurde hij op 13 oktober 1943 zo’n 120 duizend manschappen naar Tsjetsjenië onder het voorwendsel dat ze bruggen kwamen herstellen.

Op 23 februari 1944, de Dag van het Rode Leger, werd de hele bevolking opgeroepen om zich te verzamelen in de lokale gebouwen van de partij. Daar werd hen verteld dat zij zouden worden gedeporteerd vanwege hun vermeende collaboratie met de Duitsers.
De Sovjets pakten de hele bevolking op en gebruikten daarbij de Studebaker trucks die de VS ter beschikking had gesteld om de strijd tegen nazi-Duitsland beter te kunnen voeren. De trucks brachten hen naar het dichtstbijzijnde treinstation, waar zij werden samengepakt in goederenwagons en met amper eten en zonder kleding tegen de kou richting Siberië gestuurd werden.  Mensen die in de bergen woonden, werd gesommeerd naar de vlaktes te lopen. Zwangere vrouwen, ouderen en anderen die niet in staat waren de afstand af te leggen, werden simpelweg doodgeschoten. Wie zich verzette eveneens. Mensen die in verafgelegen dorpen woonden, werden eveneens geëxecuteerd. Daarmee gaven de Sovjets gevolg aan de mondelinge instructie dat mensen die niet vervoerbaar waren geliquideerd dienden te worden. In het bergdorp Khaibakh werden 700 vrouwen, kinderen en ouderen in een schuur opgesloten die vervolgens in brand werd gestoken; ze verbrandden levend. De plaatselijke commandant werd vanwege zijn kordaat optreden in Khaibakh bevorderd. Khaibakh was getuige de nog weken nasmeulende dorpen niet het enige dorp dat door dit lot getroffen werd. Een ooggetuige van de deportatie beschrijft:

They combed the huts to make sure there was no one left behind… The soldier who came into the house did not want to bend down. He raked the hut with a burst from his tommy gun. Blood trickled out from under the bench where a child was hiding. The mother screamed and hurled herself to the soldier. He shot her too. There was not enough rolling stock. Those left behind were shot. The bodies were covered with earth and sand, carelessly. The shooting had also been careless, and people started wriggling out of the sand like worms. The NKVD men spent the whole night shooting them all over again.

Op 29 februari 1944, nog geen week later, was de operatie afgerond. Lavrentii Beria, het hoofd van de NKVD, rapporteerde aan Stalin:

I report the results of the operation of resettling Chechens and Ingushi. The resettlement was begun on February 23rd in the majority of districts, with the exception of the high mountain population points… 478,479 persons were evicted and loaded onto special railway cars, including 91,250 Ingush. One hundred and eighty special trains were loaded, of which 159 were sent to the new designated place.

Stalin deporteerde circa 700 duizend bewoners van de Noordelijke Kaukasus, onder wie bijna 480 duizend Tsjetsjenen. Daarbij spaarde hij niemand. Veel jonge mannen vochten op dat moment honderden kilometers naar het westen aan het front in de Oekraïne en Wit-Rusland, waar hun commandanten hen roemden vanwege hun moed en vastberadenheid. Stalin gaf echter orders om alle mannen ongeacht hun rang te verzamelen en linea recta naar de goelags in Centraal-Azië te sturen. Hun papieren en militaire onderscheidingen werden geconfisceerd. Sommigen konden hieraan ontsnappen doordat hun commandanten alles in het werk stelden hen te behouden, anderen echter werden ter plekke doodgeschoten of verdronken. Later werden zij weer herenigd met hun eveneens in ballingschap levende gezinnen.

Deel 2 verschijnt overmorgen.

Reacties zijn uitgeschakeld