De psychologie van discriminatie III: conformiteit

We leven in een tijd van tegenstellingen tussen verschillende groepen in onze samenleving. In een drieluik probeert GeenCommentaar wat achtergrond te verschaffen met een psychologisch sausje. Vandaag het derde en tevens laatste deel dat ingaat op hoe mensen beïnvloedbaar zijn door groepen, maar ook hoe een groep beïnvloed kan worden.

Buchenwald Concentration Camp (Foto in publiek domein)

Na de Tweede Wereldoorlog is veel onderzoek gedaan naar het hoe en waarom van negatief groepsgedrag, hoe mensen zich kunnen conformeren aan verwerpelijke wereldbeelden en binnen zo’n groep verschrikkelijke wreedheden kunnen begaan. Hoe had het zover kunnen komen met de Duitsers? Waren de Duitsers een wreed en verschrikkelijk volk of waren wij allemaal in staat tot zulke daden? Als dat laatste het geval is, hoe kon een dergelijke situatie dan ontstaan?

The Asch effect
Voordat we direct op de extremen duiken is het interessant om naar een studie te kijken van Solomon Asch. Asch was ervan overtuigd dat mensen de rede altijd zouden laten zegevieren boven groepsdruk en zette een experiment op om deze hypothese te bewijzen. De uitkomst bleek echter precies het omgekeerde. Groepsdruk kan iemand bewijsbare onjuistheden doen geloven.

Het Asch experiment (Bron: Wikimedia commons)

Asch zette een experiment op waarbij hij mensen deed deelnemen aan een ogenschijnlijk simpel visueel experiment. Een groep mensen kreeg steeds een aantal lijnen te zien en moest aangeven welke lijn hetzelfde was aan een daarnaast getoonde lijn. Slechts een van de deelnemers was echter zonder het te weten de echte proefpersoon. De overige leden van de groep maakte deel uit van het onderzoeksteam. Deze groepsleden begonnen geleidelijk duidelijk visueel onjuiste conclusies te trekken. Eerst een, daarna iemand die met de eerste instemde, tot uiteindelijk alleen de echte proefpersoon over was. Deze vertoonde duidelijk verwarring en werd zelfs nerveus.

Tot Asch grote verrassing, stemden tussen de 50 en 80 procent van proefpersonen uiteindelijk eenmalig met de foute conclusie van de meerderheid in. 31,8% van de proefpersonen stemde zelfs meer dan helft van de keren in met de foute conclusie. Slechts zo’n 20 procent van de proefpersonen bleek totaal niet vatbaar te zijn. Het percentage mensen dat meer dan een keer instemde met een foute conclusie liep op naar gelang de grote van de groep waarin de proefpersoon geplaatst werd steeg (tot een bepaald punt waarop het percentage ongeacht de grote van groep gelijk bleef).

Om de precieze condities waaronder mensen toegaven te achterhalen zijn er veel verschillende opstellingen gebruikt. Uiteindelijk leidde dit tot de volgende conclusie. Een persoon is geneigd (tegen beter weten in) zich te conformeren aan het groepsstandpunt als:

  • De kwestie in zake moeilijk is voor deze persoon.
  • De persoon in kwestie een sterke band heeft met de groep.
  • De persoon in kwestie de groepsleden als competent ziet, en zichzelf niet kundig acht.
  • De vraag naar conformiteit publiek gebeurt zodat de overige leden van de groep er kennis van kunnen nemen.

De invloed van de eenling
Hoewel de groep de ideeën van een individu, hoe onrealistisch ook, kan vormgeven, verklaart het niet de kracht van het individu op een groep. Op het eerste gezicht lijkt het zelfs tegenstrijdig te zijn met de opkomst van krachtige leiders als Hitler of Mussolini. Onderzoek van onder anderen Serge Moscovici toont echter aan dat een vasthoudende minderheid of zelfs een individu de gedachten van een groep kan beïnvloeden. Wel maakt een individu zichzelf dan niet altijd even populair. Daarvoor is meer nodig dan enkel vasthoudendheid; autoriteit.

Onderzoekers als Nemeth toonden aan dat bij jury’s in Amerika de invloed van een tegenstribbelend jurylid meer invloed heeft als deze de taak van voorzitter bekleed. Een later experiment, bedoeld om de volgzaamheid van de Nazi’s te onderzoeken, toont dit nog duidelijker aan. Het welbekende en huiveringwekende electroschok experiment van Stanley Milgram.

In dit onderzoek werd onder leiding van een begeleider aan proefpersonen gevraagd om electroshocks toe te dienen bij het fout beantwoorden van een vraag aan iemand in een andere kamer die ze niet konden zien, maar wel konden horen. Natuurlijk kreeg niemand echt electroshocks, maar dat wist de proefpersoon niet. Elke keer wordt het voltage opgeschroefd. Tot schok van de onderzoekers blijkt het dat de meeste proefpersonen onder de juiste omstandigheden heel ver gaan, zelfs met wat lijkt tot de dood van hun slachtoffer aan toe. Smeekbeden en gekweld geschreeuw word uiteindelijk ondanks bedenkingen genegeerd. Waren deze proefpersonen monsters? Nee, ze waren vaak duidelijk zenuwachtig, voelen zich onprettig en smeekten soms hun begeleider dat ze geen shock meer hoefde toe te dienen. Velen hielden zelfs een trauma over aan deelname (daarom zijn zulke experimenten tegenwoordig verboden), maar uiteindelijk deed een overgrote meerderheid het toch. Waarom? Als de begeleider autoriteit uitstraalde, en de verantwoordelijkheid nam waren mensen tot veel bereid.


Conclusies
Uiteindelijk blijkt het zo te zijn dat de groep de eenmaal gevormde ideeën, de status quo, probeert in stand te houden. Deze ideeën legt men op aan haar leden en, zelfs als deze ideeën totaal niet overeenkomen met de werkelijkheid, nemen haar leden deze vaak voor waar aan en zullen deze uiteindelijk te vuur en te zwaard verdedigen. Voor dat laatste (zoals we zagen in het voorgaande deel) is niet veel nodig. Een groepsgevoel is relatief snel te creeeren, waarbij ook al snel rivaliteit tussen groepen ontstaat om de eigen identiteit van de groep te versterken.

Het is echter mogelijk voor een sterk individu om een groep te hervormen of sterk te beïnvloeden. Hierbij is de positie van het individu belangrijk, maar ook de mate waarin de groep haar vertrouwen legt in dit individu. Hoe lager de groep haar eigen kennisniveau inschat hoe gemakkelijker deze bepaalde autoriteit accepteert. Zeker als deze autoriteit op enige wijze aansluit bij een reeds aanwezig groepsdenken. Al is dat laatste zeker niet noodzakelijk.

Mensen kunnen verschrikkelijke zaken doen zonder dat zij monsters zijn. Wat hiervoor nodig is, is dat het normale groepsproces verstoord wordt. Bijvoorbeeld door een sociaal isolement. Ook speelt het kennisniveau van de groep in kwestie mee. Potentieel gezonde psychologische processen van groepsvorming kunnen uiteindelijk op een dergelijke wijze aanzetten tot een buitenproportionele haat van alle outgroups, en een onrealistisch beeld van zowel de ingroup als de outgroup. Deze eerste wordt te gemakkelijk positief benaderd, en de latere wordt (zonder kennis van zaken) vrij snel als negatief ervaren. Waardoor contact tussen beide groepen verbreekt en de situatie uiteindelijk alleen nog maar verslechtert. Uiteindelijk is namelijk de outgroup voor een bepaalde ingroup op zichzelf namelijk ook weer een ingroup die de andere groepering als outgroup ziet.

De drie delen tezamen en discriminatie
In deel 1 hebben we gezien hoe groepen zich kunnen vormen en welke invloed deze heeft op de denk en leefwereld van het individu. In deel 2 zagen we hoe gemakkelijk iemand in een groep de eigen groep bevoordeelt en van nature negatief tegenover andere groepen staat. In dit laatste deel kwam naar voren dat mensen tot veel bereid zijn om bij een groep te kunnen blijven horen, en ook gemakkelijk onjuistheden als waarheden aannemen indien de groep maar genoeg druk oplegt.

Combineer de drie, laat de verhoudingen scheef groeien en je hebt een recept voor discriminatie. Mensen zoeken andere mensen op met dezelfde ideeën, beoordelen uiteindelijk niet meer op individuele basis maar op basis van groepslidmaatschap. Daarbij zijn ze onrealistisch positief over de eigen groep, en wereldvreemd negatief over de andere groep. Daadwerkelijke kennis van beide groepen en haar leden is niet eens nodig. Zeker als bij een individu zelfreflectie ontbreekt. Uiteindelijk kunnen mensen van alles aannemen om maar bij de groep te blijven horen. Zichtbare onjuistheden en vooroordelen die binnen een groep leven worden voor waar aangenomen en ervaren.

Als laatste is naar voren genomen hoe een sterke leider een groep mensen kan aansturen tot bijna elk gewenst doel. Mits deze daar de juiste omstandigheden toe schept. Zo kon Hitler het Duitse volk tot wreedheden aanzetten, maar denk ook aan hoe terroristen en geestelijk leiders hun volgelingen beïnvloeden. Daarnaast zijn zulke leiders helaas ook in onze hedendaagse politiek terug te vinden.

  1. 1

    Mooie serie dit, ik vond het bijzonder interessant om het zo eens op een rijtje te zien en je hebt veel interessante links verschaft (die ik binnenkort nog eens op mijn gemak ga doornemen).

  2. 2

    Afgaande op de achternamen zijn deze experimenten onderdeel van een zionistisch complot. Al die onzin, het is gewoon waar. Joden zijn woekeraars en Marokkanen zijn agressief en crimineel. En dan heb ik het nog niet over de negers, maar die kunnen tenminste goed voetballen.

  3. 3

    @1, Dank Jay.. Het was best moeilijk om niet direct te diepte in te duiken (en zoveel tekst te schrijven dat de eind-redactie een hartinfarct kreeg en het waarschijnlijk niet meer in 1 db field paste :P) en vooral bedoeld om mensen een beetje aan te sporen zich er in verder te verdiepen. Altijd leuk te zien dat het tenminste voor 1 persoon op die manier geslaagd is :D

  4. 4

    Ja, hulde Aborsen!
    Ik heb me rotgesurft om dat ene onderzoek te vinden, waarbij onomstotelijk werd bewezen dat 1 individu wel degelijk de groepsdruk,-etiquette,-controle (bewust of onbewust)wist te weerstaan en volledig op zijn/haar eigen kennis, ervaring en zekerheid keuzes maakte.

    Is zo’n onderzoek nooit gedaan? Of wel, maar kon dat niet bewezen worden?

    Al met al vraag ik me af of het niet eens tijd wordt al die kursussen zelfontplooiing, op zoek naar je ware ik, het individu dat ben jij, etcetera, in de prullenbak te dumpen en te vervangen voor iets als: hoe wordt ik het perfecte kuddedier.
    Want als we toch runderen zijn, kunnen we maar het beste kwaliteits stamboekvee worden. Misschien dat we dan ooit allemaal eens echt wat aan elkaar hebben.

  5. 5

    De test van Asch werd een tijd terug op de Nederlandse TV gedaan met een niets vermoedende Femke Halsema, die er vrolijk in tuinde. Ze zei zoiets als: ja, ik zag wel dat die ene langer was, maar als de rest dat anders ziet zal ik het wel verkeerd hebben.
    Kennelijk heb je dit conformisme overal.

  6. 6

    Kan je misschien een bronvermelding geven van de test van Asch, behalve Wikipedia?

    Verder een prima serie, goed je huiswerk gemaakt en een degelijk werkstuk geleverd.

    Wel een opmerking nog: discriminatie kan je ook omdraaien. Bevoordeling van de eigen groep is benadeling van de groep anderen. Versimpeling van de werkelijkheid is nodig om het mensenlijk brein niet te overloaden, en het afwijzen van afwijkingen valt daaronder. Discriminatie is dus ook een biologisch proces.

    Nogmaals: goed werk. Fijn dat iemand dit weer eens onder de aandacht brengt.

  7. 7

    @4, Dankje.. Ik zou zo snel geen antwoord weten op je vraag. Wat ik zelf wel merkte toen ik deze drie artikelen schreef gebaseerd op zo iets stoffigs als de boeken in mijn boekenkast (Web 0.0 beta voor de jongere generatie) ik natuurlijk overal linkjes van wou maken ter onderbouwing. En dat was best wel moeilijk. Veel onderzoek en zelfs soms onderzoekers die toch belangrijk zijn bij de basisvorming als je psychologie studeert lijken niet op het internet terug te vinden te zijn. Internet bied dus niet altijd de verdieping die je zoekt.

    Kortom, het zou goed mogelijk kunnen zijn, maar ik weet het helaas niet.

    @5, oei, Halsema heb ik toch redelijk hoog zitten als een van de meer intelligente Nederlanders (reden waarom ze een slechte lijsttrekker is; ze debatteert en beredeneerd vaak op een te hoog niveau voor een groot deel van Nederland om haar te volgen. Naar mijn bescheiden mening dan). Maar het is zover ik weet niet van intelligentie afhankelijk.

    Wat wel heel erg helpt is kennis hebben van zulke processen. Dan kan je ze ineens in jezelf herkennen. Eigenlijk alsof je een examen moet doen, maar de antwoorden al weet.

  8. 8

    @6, Bij de Wiki van het Asch effect zit ook linkjes met verdieping (zie bijv.) en bron vermelding. Helaas heb ik gemerkt dat het best moeilijk is van veel zaken bijv. de oorspronkelijke Whitepapers op het internet terug te vinden (als je ze al vind zijn ze alleen betaald te downloaden). Maar ik heb me ook weer niet een breuk gegoogled.

    Overigens heb je volledig gelijk over dat de menselijke hersenen zaken versimpelen. Het indelen categoriseren wat in deel 2 stond kan je waarschijnlijk ook hieruit verklaren.

    Je hebt opzich de krux te pakken, dat het onderdeel van ons zijn is. Onderdeel van “the human condition” op een bepaalde manier. Maar er zijn ook delen van onze psyche die ons juist laten rationaliseren en zelfreflectie mogelijk maken. Het is dus niet zo dat wij verdoemt zijn tot discriminatie, noch dat het heel vreemd is en we eigenlijk verlicht door het leven zouden moeten gaan.

    Ik denk ook dat het te complex is om een van de twee te denken, of een simpele op en aftreksom, zelfs een complexe wisselwerking is waarschijnlijk te simplistisch om het goed te doorgronden. Uiteindelijk waren deze drie stukjes niet meer dan een hele basale inleiding in het begin van de problematiek, met nog enorme gaten open gelaten, alle verschillende kritieken en voortbouwingen weg gelaten, etc. etc.

    Maar als je wilt kan ik het boek wel eens voor je meenemen dat ik als bron heb gebruikt voor het meeste van deze drie artikelen (hint: ik heb ongeveer 3 bladzijden gebruikt, het boek is 700 blz dik.. en is slechts een introductie en referentie werk voor eerste jaars studenten psychologie uit eigen studie ooit (eentje van de vele boeken overigens die alleen maar ter introductie dienen). leek mij wel goed vanuit zo’n werk te werken om de beginselen aan te stippen ipv een of ander whitepaper dat er al van uitgaat bekend te zijn met de meeste van deze materie).

  9. 9

    Abhorsen, de conclusie moet denk ik zijn dat als je je bewust bent van je eigen denkprocessen, je meer zelfreflectie kan toepassen en de praktijk van discriminatie kan tegengaan (zoals je zelf al stelt in je artikelen).

    (Over welk boek gaat het trouwens?)

  10. 10

    @9, simpel gezegd inderdaad kom je op zoiets uit (maar ik hou ervan om langdradig te zijn echt alles te belichten tot vervelens toe :P).

    ‘Psychology A European Text’
    Philip Zimbardo, Mark McDermott, Jeroen Jansz, Nico Metaal

    Het is eigenlijk een opnieuw bewerkte versie van een werk van Zimbardo maar dan vanuit Europees perspectief ipv Amerikaans. Colleges erover kreeg je toen o.a. van Jeroen Jansz en Nico Metaal zelf toen ik nog Psychologie studeerde in Leiden.

    Ik weet niet of het boek nog verkrijgbaar is, het is inmiddels al weer redelijk wat jaartjes oud. Oud studieboek van mij dat ik dus wel aardig vond om “bij het begin te beginnen”.