De Polder | Mastenbroekerpolder

Sargasso duikt deze zomer de polder in. Per aflevering van de zomerserie vertelt een lezer over zijn of haar favoriete polder. Bas den Herder is promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en vanaf volgend jaar docent aan Hogeschool Windesheim. Hij is tevens hoofd ‘fact-checking’ bij De Speld en freelance publicist.

Jan Gerrits Kanis kwam op gruwelijke wijze aan zijn eind. Op 4 februari 1825 moest hij zijn boerderij verlaten omdat de Mastenbroekerpolder waar hij woonde was getroffen door een overstroming. Hij nam “zijne hoog zwangere vrouw, zijne bij hem inwonende krankzinnige en half verlamde zuster, vier kinderen, twee runderen, een kalf en twee geiten” mee en het gezelschap raakte verzeild op een geïsoleerd stukje dijk.

Maar ook daar waren ze niet veilig voor het wassende water. Kanis moest toezien hoe zijn dieren en gezinsleden een voor een van de dijk af werden gespoeld “en ellendliglijk omkwamen.” Tot half drie ’s nachts werd het hulpgeroep van de arme Kanis, die vertwijfeld rondliep over het stukje dijk, nog gehoord door de machteloze buren. Hij overleefde de nacht niet: “Den volgenden dag werd zijn lijk aldaar, met de handen in de aarde geklemd, wedergevonden.”

De Mastenbroekerpolder heeft een lange en veelbewogen geschiedenis. Als je nu door het gebied loopt, met zijn kaarsrechte wegen en weteringen en vaak grootschalig ogende boerenbedrijven, zou je dat niet meteen zeggen: het landschap maakt een moderne indruk. Toch is dit een van de oudste polders van Nederland, die al in de Middeleeuwen werd aangelegd.

In 1364 werd het gebied ontgonnen. Daarvoor was het een veengebied dat af en toe overstroomde, maar in zijn geheel boven de zeespiegel lag. Mastenbroek is daarom geen droogmakerij, zoals bijvoorbeeld de Beemster of de Schermer dat wel waren: het was ‘woeste grond’ die al sinds mensenheugenis werd gebruikt door omliggende bewoners, onder andere als weidegrond. Door de aanleg van sloten en vaarten werd het veengebied na 1364 ontwaterd en geschikt gemaakt voor intensief landbouwgebruik.

De vele overstromingen – die nog tot ver in de negentiende eeuw doorgingen – zijn de reden dat de boerderijen op verhogingen in het landschap liggen: op deze terpen hielden de boeren (meestal) droge voeten.

In het midden van de polder is het spitse torentje te zien van de Mastenbroeker kerk, die teruggaat tot 1408. De kerk zorgde voor de nodige sociale samenhang in de polder. De kerkeraad verbood “onstigtelijke” gemeenteleden om bij het Avondmaal aanwezig te zijn tot ze hun leven hadden gebeterd. Dat overkwam bijvoorbeeld de notoire drinkebroer Jacob Jochems. Op 26 mei 1740 wees dominee Mooijen hem op het gevaar van zijn overmatig drankgebruik, “beijde voor ziel en lichaam.” In eerste instantie was Jochems hardleers en beweerde hij “dat geen kwaad deede dat somwijl een soopje dronk.” Maar in 1751, na een decennium van uitsluiting, had hij dan toch zijn leven gebeterd en mocht Jochems weer aan het Avondmaal deelnemen.

Een mooie manier om de polder te bekijken is vanuit de trein. Als u de dieseltrein van Zwolle naar Kampen neemt, rijdt u over het oude ‘Kamperlijntje’ en kunt u het uitgestrekte landschap in alle rust bewonderen. Geef uw ogen daarbij wel goed de kost, want uitstappen in de polder is er niet meer bij sinds station Mastenbroek werd opgeheven in 1933. Het is überhaupt de vraag hoe lang het spoor er nog ligt: door de nieuwe verbinding tussen Zwolle en Kampen via de Hanzelijn is het Kamperlijntje min of meer overbodig geworden en aanbestedingen als tramlijn (of met een modieuze term ‘lightrail’) liepen tot nog toe spaak. Prorail heeft 9 december ingepland als uiterlijke sluitingsdatum, dus ik zou aanraden om er voor die tijd bij te zijn.

Heden ten dage is de Mastenbroekerpolder niet langer het toneel van kroeggevechten of dramatische natuurrampen. Zeker sinds de aanleg in 1856 van ‘d’Olde Mesiene’, het imposante Stoomgemaal Mastenbroek, zijn overstromingen verleden tijd. De polder ligt er ogenschijnlijk rustig bij. Er is echter een sluipende bedreiging: de verstedelijking. Vanuit Zwolle en Zwartewaterland rukt de bebouwing steeds verder op. Het is jammer dat deze historische polder wordt aangetast, niet alleen vanuit het oogpunt van cultuurgeschiedenis, maar ook voor de biodiversiteit: er komen heel veel veldmuizen in het gebied voor, die voedsel bieden aan tal van roofvogels, ooievaars en reigers.

Literatuur:

De lotgevallen van Jan Gerrits Kanis en Jacob Jochems zijn terug te vinden in het boek Omarmd door IJssel en Zwartewater: zeven eeuwen Mastenbroek, onder redactie van Freek Pereboom, Jeroen Kummer en Harry Stalknecht (1995, Kampen, IJsselakademie, respectievelijk op p.210 en p.145)

In de in september te verschijnen Canon van Zwartewaterland – Genemuiden, Hasselt, Zwartsluis: een geschiedenis in vijdtig vensters (2012, Jan van de Wetering, uitgave gemeente Zwartewaterland) zijn twee vensters gewijd aan respectievelijk de Mastenbroekerpolder (venster 8) en Stoomgemaal Mastenbroek (venster 34).

Links:

Mastenbroek Toen en Nu, een website van en voor bewoners van de polder, met veel nieuws, foto’s en archiefmateriaal.
Website over de treinverbinding Zwolle-Kampen, die dwars door de Mastenbroekerpolder rijdt.

Beeld: Wikimedia commons, cc Photo Flickr; Collectie Stedelijk Museum Zwolle, Egon Wegh, Henk-Jan van der Klis