De missie van Viktor Orbán

ELDERS - De Hongaarse premier wil een nieuwe conservatieve beweging op gang brengen in Europa.

Voordat hij dezer dagen zijn Europese collega’s ontmoet bij de onderhandelingen over het nieuwe EU-budget heeft Viktor Orbán klip en klaar duidelijk gemaakt waar hij staat. Hij schreef een Memorandum aan de Europese Volkspartij (EPP), waarin hij stelt dat de Europese christendemocraten hun conservatieve kernwaarden hebben opgegeven, migratie omarmen en het traditionele gezin in de steek laten. De EPP heeft zijn partij Fidesz vorig jaar als lid geschorst, maar nog geen besluit genomen over een royement. Volgens Orbán glijdt de EPP langzaam maar zeker af van haar oorspronkelijke christelijke waarden en schuift ze op richting uiterst links:

We namen afscheid van het gezinsmodel op, gebaseerd op het huwelijk van één vrouw en één man, en gaven ons over aan de genderideologie. In plaats van de geboorte van kinderen te stimuleren, zien we massamigratie als de oplossing voor ons demografisch probleem.

En:

“In plaats van op te treden tegen het communisme en het marxisme, dat een pijnlijke erfenis achterliet in Europa, juichen we Fidel Castro en Karl Marx toe,”

Een nieuwe partij

Als de EPP niet verandert moet er een nieuwe conservatieve beweging komen volgens Orbán. Ter oriëntatie nam hij onlangs ook deel aan een conferentie in Rome met conservatieve nationalisten uit de Verenigde Staten en Europa, waaronder uit Nederland Baudet en het Amsterdamse gemeenteraadslid Boomsma van het CDA. De teneur van de conferentie moet Orbán, de voornaamste gast, zeer hebben aangesproken. De sprekers riepen op tot een culturele strijd tegen ‘liberale internationalisten’ die alles willen vernietigen wat de conservatieven proberen te verdedigen: natiestaten en hun culturen, eigenheid, schoonheid, het christendom. Die globalisten met hun „progressieve hegemonie” moeten aangevallen worden, zegt de Amerikaanse conservatief Christopher DeMuth. ‘Ze zitten overal, waarschuwt hij – in de media, in de politiek en op de universiteiten.’

Tegen deze achtergrond waarschuwt Orbán de EPP. Hij wijst op de achteruitgang van veel christelijke partijen in Europa terwijl zijn partij nu al jaren regeert met een tweederde meerderheid in het parlement. Met de Poolse partij voor Recht en Rechtvaardigheid (PiS) van Jaroslav Kaczynski, die ook op ruime steun in eigen land kan rekenen, is inmiddels al overlegd voor het geval de EPP niet zijn richting kiest. Het is een provocatie van de EPP en met name van haar nieuwe voorzitter, Donald Tusk, voormalig EU-president en verklaard tegenstander van PiS, in Polen de concurrent van zijn eigen partij.

Doodvonnis

Zondag j.l. hield Orbán in Boedapest zijn State of the Union. Daarin gaf hij blijk van zijn conservatieve nationalisme door te beginnen met de herinnering aan het feit dat de huidige staat Hongarije honderd jaar geleden aan het einde van de Eerste Wereldoorlog werd gevormd op basis van het Verdrag van Trianon. Een ‘dictaat’ en een catastrofe voor het Hongaarse volk, als we Orbán moeten geloven.

Niet alleen eindigde met dit dictaat de Eerste Wereldoorlog, het beëindigde ook het tijdperk van de Hongaarse geschiedenis die eraan voorafging. Met dit dictaat werd tweederde van het grondgebied van het land en 63 procent van de bevolking van ons afgenomen; en daardoor bevond een op de drie Hongaren zich buiten onze grenzen. Het vonnis was duidelijk een doodvonnis.

Dat Hongarije dit ondanks alles kon overleven komt volgens Orbán omdat ‘we nog steeds geloven in één vaderland.’ Om dan meteen verder te gaan met de herdenking van zijn tienjarige regeringsperiode. Hongarije was bankroet in 2010, de werkloosheid was torenhoog, er was alle reden voor wanhoop over de toekomst. En Orbán heeft naar eigen zeggen geboden wat in een dergelijke situatie nodig was: het herstel van het nationale zelfvertrouwen. Zie Donald Trump, zie Boris Johnson.

De nationalist ten voeten uit.

Militairisme

Orbán sprak zijn zondag zijn rede uit in aanwezigheid van een groot aantal hoge militairen. En dat was nieuw, merkte een kritische commentator op. Orbán toonde zich verheugd dat de militairen hun plaats gevonden hebben in de Hongaarse maatschappij, ‘zoals in het verleden’. Maar welk verleden is dan de vraag, het communistische waar de premier zo nadrukkelijk afstand van neemt? Of moeten we nog verder teruggaan, tot vòòr het Verdrag van Trianon?

Nationalisme en militairisme zijn in de geschiedenis altijd nauw met elkaar verbonden geweest. Het is verontrustend te zien dat in Hongarije de militairen ‘hun plaats weer hebben ingenomen.’ Enige tijd geleden heeft Orbán István Simicskó, een voormalige minister van Defensie en oud-militair benoemd tot ‘regeringscommissaris belast met de patriottische en militaire opvoeding van de jongere generatie.’ Een van de plannen betrof sportcentra naar het voorbeeld van een paramilitaire organisatie van jongeren in het Interbellum. Aangepast aan moderne tijden natuurlijk en door Simicskó overgoten met een christelijk religieus sausje. Tot nu toe is er weinig van de plannen terecht gekomen. Wel zijn er nog steeds de al oudere militaire zomerkampen voor de jeugd “to teach discipline, patriotism, and camaraderie to children between 10 and 18”. Voor de kinderen een belevenis die aan populariteit heeft gewonnen door de game-industrie. Vorming van een nationalistisch karakter wat betreft de ouderen.

We zijn gewaarschuwd.

  1. 2

    “Zie Donald Trump, zie Boris Johnson.”
    In zijn toespraak ging Orban nog wel een paar stappen verder. Zijn uitspraken over Trianon wijzen op irredentistische en kolonialistische tendensen; Hij betreurt immers het verlies van de Hongaarse overheersing over en uitbuiting van allerlei omliggende volkeren. Verder gaat de vergelijking met Trump en Johnson wel op meer gebieden mank: Waar Trump misschien een beetje aan corruptie en nepotisme doet en Johnson ietwat ondiplomatiek met zijn buurlanden omgaat, heeft Orban die aspecten tot een sport verheven, om niet te zeggen dat ze de hoofdmoot van zijn beleid vormen. Daar staat tegenover dat hij minder incompetent (en dus effectiever in zijn beleid) is dan beide narcisten. Waar Trump feitelijk een zigzagkoers vaart en dus niet veel vooruit komt, daar heeft Orban duidelijke doelen waar hij op aan koerst.

  2. 4

    @3: Nou, ik duid wel op iets meer. Als Orban het over Trianon heeft, heeft hij het over het verlies van deze gebieden, inclusief heel Slowakije, ongeveer de helft van Kroatië en Roemenië en delen van Servië, Slovenië, Oostenrijk, Polen en Oekraïne. Voor Trianon woonden er meer niet-Hongaren dan Hongaren in Hongarije.

  3. 5

    @2: Orbán vergelijkt zichzelf via de ‘successtory’ van zijn land met Trump en Johnson. Want het draait allemaal om ‘nationaal zelfvertrouwen’. Dat is binnen het kader van zijn politieke ideologie wel te volgen, hoeveel verschillen er ook zijn in de praktische politiek van deze drie. Het is natuurlijk ook een poging om zichzelf te prijzen door de associatie met lieden die in zijn land een reputatie hebben. En de kritiek van Johnson op de EU deelt hij volledig, al trekt hij er niet dezelfde conclusies uit.

    Overigens vraag ik me af hoe serieus je zijn irredentistische neigingen moet nemen. Hij trekt zich het lot aan van Hongaren over de grens, maar ik zie nog geen tekenen dat hij de grens ook wil gaan verleggen. De verwijzing naar Trianon is volgens mij vooral bedoeld om het Hongaars nationalisme aan te wakkeren ter meerdere eer en glorie van hemzelf en zijn partij.

  4. 8

    @6: eentje is al teveel ;-)

    Maar serieus, sinds 1867 was Hongarije gewoon volledig autonoom als eigen koninkrijk (let wel Oostenrijk was een keizerrijk, dus Franz Joseph werd Kaiser und König van de respectievelijke landen), met eigen (wel te verstaan: Hongaars!) binnenlands bestuur in Transleithanië (de gebieden uit het kaartje van #4) en gezamenlijk bestuur op gelijke voet waar het internationale zaken aanging. Drie dagen voor Oostenrijk-Hongarije de wapens neerlegde in WO I heeft Hongarije overigens de unie tussen beide landen nog snel even opgezegd, in de hoop te ontsnappen aan de behandeling als oorlogsverliezer (de Entente trapte daar uiteraard niet in). Dat laatste stukje wordt in Hongarije nogal aangedikt, om Triananon als een groot onrecht neer te kunnen zetten (zoals Orban ook doet).