De apologie van Nout Wellink

Het boek Wellink aan het woord van Roel Jansen leest als een Kuifje verhaal. Vijf spannende avonturen in één band! Kuifje in IJsland, Kuifje in Wognum, Kuifje gaat naar Basel, Kuifje ruimt de brokken op in Amsterdam en Rotterdam, Kuifje en de springende euro. Het boek is zo goed geformuleerd dat het los komt van de werkelijkheid.

Want hoe praat Nout Wellink echt? In het boek, in een soort Wellinkspeak zegt hij eerst: “De Nederlandse Bank heeft kennisgenomen van wat TCI wil doen op de komende aandeelhoudersvergadering. Bij de beoordeling van verdere ontwikkelingen staan vooral de kwaliteit van het financiële stelsel, alsmede de onverkorte toepassing van prudentiële beginselen gericht op solvabiliteit en liquiditeit van de Nederlandse financiële sector, centraal. Bescherming van bovengenoemde uitgangspunten is verankerd in de Nederlandse wetgeving en DNB is op de haar gegeven verantwoordelijkheden aanspreekbaar.” Als er even later een journalist bij komt, betekent dit gewoon: “Dit is een brug te ver.

Roel Jansen kiest een weg tussen beide abstractieniveaus. Wellink aan het woord is daardoor een tamelijk ongrijpbaar, weinig lineair verhaal. Het is geen echte geschiedenis en geen diepgravende analyse, maar vooral een verslag in vrije vorm en commentaar bij de gebeurtenissen en, ten gronde, één lange apologie.

Er worden verschillende grote schandalen uit de geschiedenis van DNB in het boek herkouwd. De val van ABN-Amro en Fortis, de deconfiture van de DSB, het drama Icesave en het onstuitbare verloop van de financiële crisis zijn de pijnlijke punten in het verhaal. Wellink wijst veel en graag naar anderen die tekort zouden zijn geschoten, zoals overheden, ministers van Financiën en ministerpresidenten, of de IJslandse autoriteiten of de Grieken, of de rating-instituten. Hij erkent dat de euro in gevaar is, pleit voor een politieke unie en een federaal Europa met supranationaal toezicht en solliciteert daarmee eigenlijk naar een eervol plaatsje, op zijn minst in de commissie die moet gaan onderzoeken hoe het in Europa allemaal zo ver heeft kunnen komen. Wellink heeft trouwens zelf niet veel op met de uitkomsten van dat soort onderzoeken, zoals van de Commissie-De Wit (Enquête Financieel Stelsel) en de Commissie-Scheltema (Commissie DSB Bank). Hij beroept zich tegenover afkeuring en alternatieve oplossingen steeds weer op de grenzen van de wet, en zegt: “Maar als we een keer daadkrachtig optreden, bijvoorbeeld in het pensioendossier, dan barst de kritiek los”.

Het enige vrolijke verhaal is dat van de introductie van de euro. Dat was  een feest voor Wellink, lezen we. Dat we eerst twee gulden voor een kopje koffie of een biertje betaalden, en daarna twee euro, of dat de taxi’s misbruik maakten van de omwisseling, dat was gevoelsinflatie. Er gingen ook dingen in prijs omlaag, er heerste prijsstabiliteit, de inflatie in het eurogebied bleef onder de 2 %. De invoering van de euro was een foutloze operatie van enorme schaal.

Er wordt natuurlijk in Wellink aan het woord een balans opgemaakt van een carrière van 40 jaar. Die is ietwat tumultueus afgelopen, maar dat is niet allemaal aan Wellink te wijten. In de inleiding van het boek stelt Jansen dat we moeten bedenken dat Wellink nu eenmaal meer affiniteit heeft met monetair en macro-economisch beleid en minder op heeft met het toezicht op de financiële sector. Waar Den Haag uiteindelijk concludeerde dat de DNB jammerlijk had gefaald in verschillende dossiers, vindt Jansen het pijnlijk dat niemand in Nederland voor de belaagde centrale bankier op de bres sprong. Jansen onderkent dat Wellink niet te bewegen is om spijt te betuigen of schuld te bekennen en laat daarbij Wellink zelf steeds vrijelijk aan het woord: “Het was sportief dat mijn internationale collega’s naderhand tegen me zeiden: Nout, we hadden je moeten steunen.”

Maar we moeten inderdaad niet teveel met de vinger naar Wellink wijzen. We zijn er goed beschouwd allemaal ingelopen de afgelopen jaren. Zoals huiseigenaren te duur kochten en te hoge hypotheekleningen opnamen, zoals spaarders, gemeenten en provincies in de Icesave-val liepen, zoals honderdduizenden met woekerpolissen kwamen te zitten, zoals we Bos geloofd hebben toen hij zei dat Fortis geen problemen had, zoals de banken met af te waarderen obligaties van landen in Zuid-Europa bleven zitten, zoals de onoverzichtelijke complexiteit van de financiële wereld domino-effecten onvermijdelijk maakte, zo ook moet Wellink zich van tijd tot tijd gerealiseerd hebben: ik zag het gebeuren, ik snapte het half, maar ik kon er alweer helemaal niets aan doen.

Er zit uiteindelijk niet zoveel ruimte tussen Wellink en de 99 % waar wij zelf ook allemaal bij horen Het systeem is te complex geworden, niemand kan het meer overzien, en hoe we eruit moeten komen weet niemand. Wellink is daarbij niet de hoofdschuldige, maar hij is ook niet de man die zal oproepen tot daadwerkelijk protest of tot een revolutie die een einde maakt aan de macht van de 1%.

Wellink aan het woord

Bestel hier