Clintel en de kunst van twijfel

Foto: Dunk 🐝 (cc)

Sargasso en de klimaatcriminele Stichting Clintel kennen elkaar al jaren. Oude vrienden, zou je bijna zeggen. In de zin waarin je ook een mug en een klamboe oude vrienden kunt noemen. We troffen elkaar regelmatig en hebben een, eh, wat gecompliceerde geschiedenis. Maar de afgelopen jaren was de liefde wat bekoeld. Tot nu, want Clintel heeft een overwinning te vieren, een moment van triomf die tegenwoordig een zeldzaamheid is bij de klimaatontkenners.

Het KNMI paste namelijk, op aandringen van de stichting, een historische meetreeks iets aan. Enkele oude hittegolven kwamen daardoor terug in de statistieken. Voor Stichting Clintel voelde dat als een overwinning. Jarenlange kritiek leek plots bevestigd. De vlag kon uit. De socials in de feeststand. De champagne ontkurkt. Want zie je wel: ze hadden gelijk. Op één punt, in een dataset. En voor de rest natuurlijk nog steeds niet.

De correctie waar het om gaat is technisch. Het gaat om homogenisatie van meetgegevens in De Bilt. Oude metingen worden gecorrigeerd om veranderingen in meetopstelling, omgeving en instrumenten te compenseren. Dat proces levert soms bijstellingen op. In dit geval bleek een eerdere correctie te grof. Zeven hittegolven uit de eerste helft van de twintigste eeuw werden opnieuw erkend. Dat is alles. Geen revolutie. Geen herziening van het klimaatbeeld. Geen breuk met decennia onderzoek. Geen reden voor overwinningsparades.

Maar wat Clintel zei klopte wel. Er was een correctie die te ver ging. Die is hersteld. Dat mag gezegd worden. Wie daar kritisch naar keek, had op dat punt gelijk. Gefeliciteerd, maar verder verandert er helemaal niets. Want ondanks dat die specifieke kritiek terecht was, slaagt Clintel erin er meteen iets anders van te maken. Geen inhoudelijke evaluatie, maar een moreel oordeel. Geen technische discussie, maar een aanklacht. Geen nuance, maar tromgeroffel. Een saillant detail: deze correctie heeft overigens het opmerkelijk gevolg dat er in de opnieuw gehomogeniseerde meetreeks voor 1950 gemiddelde elke drie tot vier jaar een hittegolf was, en na 1950 25 jaar lang geen enkele*.

Clintel presenteert dit als een ontmaskering. Jarenlang falen van het KNMI. Media die het publiek zouden hebben misleid. Wetenschap die haar geloofwaardigheid verspeelt. Het is een klassieke overdrijvingstechniek. Een kleine technische correctie wordt opgeblazen tot institutioneel drama. Een correctie wordt een schandaal. Een voetnoot wordt een crisis. Zo ontstaat een verhaal waarin twijfel centraal staat.

Dat verhaal draait om suggestie. Als er ooit iets is aangepast, dan zal de rest ook wel wankel zijn. Als Clintel nu een keer gelijk krijgt, zal het wel altijd gelijk hebben. Als er vroeger ook uitschieters qua hittegolven waren, dan stelt de huidige opwarming minder voor. Als instituten corrigeren, dan klopt er blijkbaar iets fundamenteels niet. Dat klinkt spannend. Het leest lekker. Het verkoopt vast goed. Het houdt alleen geen seconde stand.

Wie het artikel fileert, ziet hoe dat werkt. Feit: zeven hittegolven zijn hersteld. Framing: het beeld was jarenlang fout. Feit: homogenisatie is bijgesteld. Framing: alle data is onbetrouwbaar. Feit: wetenschap corrigeert zichzelf. Framing: er is gefaald. Steeds weer verschuift de aandacht van wat er werkelijk gebeurde naar wat het suggereert.

Het opvallende is dat juist deze correctie vooral laat zien hoe wetenschap functioneert. Data worden herzien wanneer inzichten veranderen. Methoden worden verbeterd wanneer tekortkomingen zichtbaar worden. Fouten worden gecorrigeerd wanneer ze worden gevonden. Dat heet vooruitgang. Alleen in de wereld van Clintel heet dat falen.

Daarmee schiet de stichting zichzelf structureel in de voet. Op de zeldzame momenten dat ze inhoudelijk iets raakt, ondergraaft ze haar eigen geloofwaardigheid door er meteen een complotverhaal, een media-aanval en een vertrouwenscrisis van te maken. Wie altijd in crisismodus staat, wordt op den duur achtergrondruis.

Daar komt bij dat Clintel zelf geen gezaghebbende wetenschappelijke bron is. Het is geen onderzoeksinstituut, geen academisch netwerk, geen producent van peer‑reviewed kennis. Het is een lobbyclub met een duidelijke agenda. In de loop der jaren verspreidde de organisatie vooral misleidende informatie over klimaatverandering. Dat verklaart waarom wetenschappers, journalisten en beleidsmakers de stichting structureel met scepsis benaderen. Niet uit ideologische reflex, maar uit ervaring. Het bullshit asymmetry principle bestaat nog steeds en bij Clintel zijn ze expert.

Ook de rol van de media wordt strategisch geframed. Journalisten baseerden zich op de destijds geldende gegevens. Dat is hun taak. Wanneer die gegevens veranderen, verandert de berichtgeving mee. Dat heet actualiteit. Geen manipulatie. Geen regie. Geen duister plan. Toch wordt precies dat beeld gesuggereerd. Het voedt het idee dat ‘officiële’ informatie per definitie verdacht is. Handig, als wantrouwen je businessmodel is.

Wat ontbreekt in het Clintel-verhaal is context. De moderne trend van opwarming blijft overeind. Het aantal hittegolven sinds de jaren zestig blijft stijgen. De gemiddelde temperatuur blijft toenemen. Extremen nemen toe in duur en intensiteit. Geen enkele van die patronen verdwijnt door deze correctie. De historische reeks verschuift een fractie. Het grote plaatje blijft intact. Helaas.

Daarmee wordt duidelijk waar het artikel werkelijk over gaat. Het gaat minder over hittegolven en meer over vertrouwen. Over het ondermijnen van gezag zonder het openlijk te ontkennen. Over twijfel zaaien zonder harde claims te hoeven verdedigen. Over winnen in het debat zonder inhoudelijk te hoeven winnen.

Clintel hoeft de klimaatwetenschap daarvoor geen ongelijk te bewijzen. Het volstaat om haar betrouwbaarheid ter discussie te stellen. Elke correctie wordt munitie. Elke nuance wordt zwakte. Elke bijstelling wordt een bekentenis. Zo ontstaat een permanente staat van onzekerheid, waarin beleid verdacht wordt en urgentie verdampt.

Dat mechanisme is bekend uit andere dossiers. Tabak. Asbest. Zure regen. Vaccins. Telkens weer dezelfde tactiek. Geen frontale ontkenning, wel eindeloos vragen stellen. Geen eigen theorie, wel twijfel aan andermans kennis. Geen alternatief verhaal, wel wantrouwen als handelswaar.

De herstelde hittegolven zijn reëel. Ze horen thuis in de statistiek. Dat is goed. Dat is nodig. Dat is wetenschap aan het werk. Tegelijk is het minder dan een voetnoot. Wie daaruit concludeert dat het klimaatprobleem overdreven is, begrijpt niets van de data, die valt alleen voor een campagne.

Clintel wint hier niets inhoudelijks. Geen inzicht. Geen gelijk over de grote lijnen. Geen bijdrage aan begrip. Alleen ruis. Alleen wantrouwen. Alleen weer een reden om wetenschap te framen als verdacht en twijfel als deugd. Dat is geen kritische houding. Dat is een verdienmodel.

*Dank aan Hans Custers voor de aanvulling

Reacties (5)

#1 Hans Custers

Zo werkt het met propagandisten. Die kraaien heel hard victorie als ze, bij hoge uitzondering, eens gelijk krijgen op een klein puntje. Natuurlijk verzwijgen ze ook hoe klein dat puntje is waar ze gelijk op krijgen.

Ze verzwijgen bijvoorbeeld dat het KNMI zelf ook altijd al aangaf dat er een flinke onzekerheid zat in de oude homogenisatie, en dan zeker bij extreme warmte. Omdat er geen goede data waren om oude metingen, die niet voldeden aan de hedendaagse normen voor temperatuurmetingen, te vergelijken met nieuwe. De oude meetopstelling bij het KNMI was niet helemaal goed afgeschermd van de invloed van gereflecteerd zonlicht, waardoor metingen vooral op zonnige zomerdagen wat te hoog uitvielen. In 1950 kwam er een nieuwe meethut, maar die moest ook nog naar een andere plek, omdat er bij de oude meetplek een nieuw gebouw kwam. Er was geen tijd om parallelmetingen van de oude en de nieuwe opstelling te doen, zoals dat gebruikelijk is. Terwijl wel vaststond dat de oude metingen regelmatig wat te warm zouden zijn, vergeleken met de nieuwe. Correcties waren dus wel nodig, om metingen van voor en na 1951 vergelijkbaar te maken.

Dat is in 2016 gebeurd, met de kennis van toen. Waarbij keuzes zijn gemaakt die destijds prima verdedigbaar waren. Zeker om het KNMI altijd zei dat er een flinke onzekerheid overbleef, en bovendien al aankondigde de homogenisatie te herzien, als voortschrijdend inzicht daar aanleiding toe zou geven. Dat is nu gebeurd.

Een van de dingen die Clintel niet vertelt is dat de verschillen tussen de oude en de nieuwe homogenisatie over het geheel klein zijn. Alleen bij de zeldzame, warme uitschieters zijn ze groter. En dat heeft natuurlijk gevolgen voor het aantal hittegolven. De nieuwe correcties zitten een stuk verder aan de voorzichtige kant. (Met overigens het opmerkelijk gevolg dat er in de gehomogeniseerde meetreeks voor 1950 gemiddelde elke drie tot vier jaar een hittegolf was, en na 1950 25 jaar lang geen enkele. Misschien zijn die correcties nu wel iets té voorzichtig. Niks om stampij over te maken, omdat we immers weten dat er wat onzekerheid overblijft.)

En het rapportje van Clintel uit 2019 over die hittegolven blijft nog altijd een puntgave demonstratie van “naar de gewenste uitkomst toe redeneren”. Dat een serieuze, wetenschappelijke analyse van het KNMI nu toevallig uitkomt op een vergelijkbaar resultaat, verandert daar niks aan. De manier waarop Clintel victorie kraait bevestigt dus inderdaad de onwetenschappelijke houding van Clintel. Het gaat ze niet om inzicht en kennis. Er is maar een criterium waarop Crok & co wetenschap beoordelen: de uitkomst. Bevestigt die hun mening, dan is het goed.

#1.1 Joost - Reactie op #1

Met overigens het opmerkelijk gevolg dat er in de gehomogeniseerde meetreeks voor 1950 gemiddelde elke drie tot vier jaar een hittegolf was, en na 1950 25 jaar lang geen enkele. Misschien zijn die correcties nu wel iets té voorzichtig. Niks om stampij over te maken, omdat we immers weten dat er wat onzekerheid overblijft

Dit is al een artikeltje op zichzelf waard.

#1.2 Hans Custers - Reactie op #1.1

Het lastige is wel dat er geen duidelijke verklaring voor is. Er zijn mogelijke verklaringen te bedenken (toeval, natuurlijke klimaatvariatie op langere termijn, toegenomen uitstoot van aerosolen, toename van irrigatie een daardoor van verdamping, te voorzichtige homogenisatie) maar welke het is in lastig te bepalen. Het zal wel een combinatie van die verklaringen zijn.

Maar als iemand zoiets als een anti-Clintel zou beginnen, zou die het vast wel voor elkaar krijgen om een rapportje te schrijven, met een verongelijkte en wat complotterige ondertoon, waarin het vooral wordt opgehangen aan de homogenisatie. Een beproefde methode zou dan kunnen zijn om de verschillende mogelijke andere verklaringen langs te lopen en ze uit te sluiten als volledige verklaring.

#2 Gajes

Interessant artikel en ook fijn die aanvullende reactie, dat verhelderd ook weer het 1 en ander. Mijn eerste gedachte was, deze organisatie wordt gesubsidieerd door de fossiele industrie dus ik zocht het op. Maar nee, die claim was wel gedaan maar in 2012 afgewezen door een rechter.
Máár FtM groef iets dieper en het resultaat is te lezen in de link die even achter de betaalmuur gehaald is:
https://archive.ph/Lwais

#2.1 Gajes - Reactie op #2

Het ministerie Klimaat en ‘Groene Groei’ , aangevoerd door loser Sophie Hermans, verdwijnt nu helemaal. Niet dat we daar enig verschil in gaan merken aangezien Hermans zo’n beetje alle doelen de nek heeft omgedraaid.

En even off topic, van Weel…. loser nummer 2 heeft de post Justitie. Wel positief als je een drugs imperium op wilt zetten. Ik weet niet wie erger is braakbal Fort van Oosten of van Weel.
Karremans incompetent figuur nr 3 zit er ook in. Enfin deze rampeneditie is voor een andere keer.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren

*
*
*