Anders nog iets? | ‘No Blame’-methode zorgt voor erkenning

COLUMN - Op 19 april is het de nationale ‘Dag Tegen Het Pesten.’ Op diverse plaatsen in het land zullen er activiteiten worden georganiseerd om de bewustwording rondom dit negatieve fenomeen te vergroten en mensen te laten inzien wat voor gevolgen pesten kan hebben. Dat dit hard nodig is, is helaas een feit. Want pesten is een bijzonder lastig uit te bannen negatief menselijk trekje, dat voor veel schade kan zorgen bij de slachtoffers. Maar er is hoop!

Klinisch psycholoog Abraham Maslow ontwikkelde in 1943 de zogeheten ‘behoeftenpyramide’. Hiermee toonde hij destijds al aan dat een mens in zijn of haar leven naast eten, drinken en huisvesting ook behoefte heeft aan erkenning en waardering om tot een goede ontwikkeling en ontplooiing te komen. Iemand die langdurig wordt gepest, heeft vanzelfsprekend hier de grootste moeite mee en wordt in feite belemmerd in zijn of haar ontwikkeling. Iets wat een pester ten zeerste kan worden aangerekend. Vaak pleit men op scholen dan ook voor de harde aanpak en zal er bestraffend tegen de pestkop(pen) worden opgetreden. Met als achterliggende gedachte dat het pesten daarna afgelopen zal zijn.

De hoop dat door een bestraffende aanpak het pestgedrag zal worden uitgeroeid, blijkt maar al te vaak ijdel te zijn. Hierdoor zal de pester zijn of haar menselijke behoefte aan waardering en erkenning immers tot een minimum zien dalen. Iets wat later weer gecompenseerd zal moeten gaan worden. Vaak door het pesten weer voort te zetten. Want pesten levert zowel aandacht als een machtsgevoel op. En dit zorgt voor herhaling. Keer op keer. Met alle gevolgen van dien voor de gepeste. Straffen is dan ook absoluut geen optie om herhaling te voorkomen en tot een definitieve oplossing te komen.

Met de wetenschap dat ieder mens waardering en erkenning nodig heeft om te kunnen en mógen floreren kan winst worden behaald op het gebied van het aanpakken van de pestproblematiek. Een effectieve manier om herhaling van pesten tegen te gaan in een schoolsituatie, is dan ook het inzetten van de zogenaamde ‘No Blame’-methode. Een bewezen effectieve methode, waarbij niet alleen de gepeste leerling centraal staat, maar ook de pester(s) en de meelopers. Hoofdzaak hierbij is dat niemand de schuld krijgt van het stelselmatige (pest)gedrag, maar dat er een coöperatieve houding door iedereen zal worden aangenomen, waarin het pestprobleem als ‘uitdaging om aan te pakken’ wordt gezien.

Op deze manier leg je bij niemand de schuld en vanuit die gedachte zullen zelfs de pester(s) en de meelopers willen gaan meewerken aan een oplossing en een betere onderlinge verhouding. Er wordt dus ingezet op het verkrijgen van empathie en het delen van ieders verantwoordelijkheid in de groep. Elk lid van de groep voelt zich hierin dan ook verantwoordelijk en zal zijn steentje gaan bijdragen aan het oplossen van het pestprobleem.

De erkenning en (tot op zekere hoogte) loyaliteit die je als begeleider/coach/mentor hiermee ook aan de daders geeft, verschaft hen het tegenovergestelde gevoel dan van bestraft worden. Die erkenning zal uiteindelijk leiden tot een betere sfeer in de groep en meer waardering voor elkaar, waarbij hoogstwaarschijnlijk het pesten zal ophouden.

Mijn persoonlijke ervaringen, als docent en mentor, met betrekking tot het inzetten van deze ‘No Blame’-methode, zijn in elk geval positief. Deze methode is dan ook een aanrader voor iedereen die als begeleider met groepen werkt waar een pestprobleem aan de orde is.

Want, enkel ‘blame’ zal nooit voor een oplossing zorgen. Erkenning echter wel!

Volg Pascal Cuijpers op Twitter.

  1. 1

    Klinkt erg vaag. Wat gebeurt er nu precies? Pester en gepeste meer met elkaar in contact laten komen (in gelijkwaardigheid) zal vaak een hoop schelen, denk ik. Zoals zo vaak is onbekend onbemind.

  2. 3

    Bestaat niet het gevaar dat een pester die de erkenning als een beloning ziet, op zoek gaat naar een volgend slachtoffer (nog meer erkenning)?

  3. 4

    Ik zal over het gelezen nadenken, geloof dat ik er wel wat in zie. Ik ben niet zo van het ‘zo moet het’, maar altijd als ik vechtende, bekkende, gillende groepen uit elkaar trek is een van de eerste dingen die ik zeg (na: stil! Hou je mond! Koppen dicht! (Rotterdam west)). “Het maakt mij niet uit wie er begon. Nee, echt niet. kan nu iedereen weg die alleen hier op afkomt, dankje. Nee, ik wil echt niet weten wie er begon, daar komen we toch niet uit. Jij en, jij en jij, even praten. … (Luisteren wat er was/is, poging tot naar elkaar luisteren …) Ok, komt dit vaker voor, ik hoop het niet, gaan beide groepen er voor een dag uit. Bij herhaling, twee dagen, etc.
    Het is in een speeltuin heel anders dan bv op een school (been there done that), want het is een plek waar je niet moet zijn. (Maar het zal je verbazen hoe belangrijk, voor kinderen die zonder ouders komen, met wel jongere broertjes/zusjes die meekomen/moeten een vaste min of meer beschermde plek is).
    Maar tot nu toe werkt deze” het maakt mij niet uit wie begon, samen (evt met hulp) oplossen, wel.
    Werken in de zin van; dit soort groepsgevechten of gepest komen hanteerbaar voor.

  4. 5

    In mijn werk als hoofd-leidinggevende bij de padvinderij heb ik zonder ooit van “no-blame” gehoord te hebben, wel met succes gebruik gemaakt van een vergelijkbare aanpak.

    Omdat ik erg ontevreden was met de aanpak van pestgedrag die mij vanuit ouders werd aangereikt en ook geen goede pragmatische werkende methodes op internet vond, had ik behoefte aan een ander perspectief. In mijn zoektocht naar een oplossing, stuitte ik op oude gerechtelijke gebruiken die wereldwijd door stammen gebruikt werden. Die hadden een aantal overeenkomstige eigenschappen die niet gebruikelijk zijn in westen.

    In onze samenleving is het bijvoorbeeld gebruikelijk om pestgedrag of welk ander ongeaccepteerd (crimineel) achter gesloten deuren te behandelen. De dader en het slachtoffer hebben immers recht op privacy. In tribale rechtspraak kan dat niet. Een probleem tussen een of meer individuen is het probleem van de groep. De dader heeft ook niet het recht om niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling, dus liegen of zwijgen over het gebeurde is in principe “not-done” en niet voordelig voor de beklaagde. Aan het proces zit geen tijdslimiet, er wordt erg veel waarde gehecht aan ongemakkelijke situaties, stiltes en geduld. Het slachtoffer wordt door de groep aangemoedigd om de beklaagde te confronteren en er is veel aandacht voor het verhaal en alle factoren er omheen.
    In eerste instantie is het belangrijk dat alle betrokkenen en de rest van de groep het eens worden met elkaar over wat er gebeurd is, wat voor consequenties dat heeft en de emoties die dat bij iedereen opwekt.
    Daarna moet er naar een oplossing toe gewerkt worden. De schuldvraag is daarbij wel belangrijk, maar uiteindelijk moet het proces helend zijn. Dit betekent dat er ook wraaklust moet worden weggenomen bij het slachtoffer. Een straf bestaat er meestal uit dat de dader “het goed moet maken”, in de praktijk betekent dit dat de dader zijn of haar (geloof)waardigheid moet terugverdienen door publiekelijk restoratief gedrag te vertonen. Een “straf” bestaat nooit uit strafregels schrijven, opsluiting, afzondering, Doodstraf is onmogelijk, levensjaren stelen ook. Verbannen kan wel.
    Iemand die de fout in is gegaan, dit toegeeft en vervolgens met eer en geweten probeert de fout te herstellen verdient dan lof en eer. De taak van de rest van de groep is om er op toe te zien dat dit gebeurt, dat zij de pester helpen niet weer de fout in te gaan, dat ze hun eigen rol in het proces begrijpen. Vergeving vanuit het slachtoffer wordt verwacht, maar is niet verplicht.

    In de praktijk blijkt dat niet de schuldvraag maar het verhaal belangrijk wordt. Er is wat gebeurt en dit gebeurde heeft de balans verstoort, die balans moet herstelt worden en daar moet naar gehandeld worden. Een meeloper die dit beseft wordt geprezen en aangespoord om ander gedrag te vertonen. Bij restoratief gedrag wordt de pester geprezen om zijn goede gedrag. De gepeste word erkend en ondersteunt. Je maakt dit een groepsproces en stuurt daar licht in en het pesten verdwijnt echt als sneeuw voor de zon. Het is bijna magisch.

  5. 6

    @4: Je handhaaft gewoon de openbare orde bij een doodnormale vechtpartij. Niks mis mee maar als het een vechtpartij zou zijn tussen pester en gepeste zou ik me als gepeste door je aanpak erg in de steek gelaten voelen. Ik zou je verder ook niet meer vertrouwen en waarschijnlijk zou ik als gepest kind nog minder graag naar school gaan dan ik al deed.

    Voor kerst wens ik me als gepest kind dus een juf die niet alleen werkt om het voor haar zelf zo makkelijk mogelijk te hebben maar een die een goed oog heeft voor de kindertjes die worden gepest.

  6. 7

    @6: dat is dus het probleem bij de aanpak van veel scholen. Alle betrokkenen moeten betrokken worden in de afhandeling van het proces. Het moet een soort truth and reconsiliation zijn met herstel vanuit de dader.

  7. 8

    @5
    Ik had het uitdrukkelijk over een situatie buiten school.
    Inderdaad wel over het handhaven van semi openbare orde, in de zin van een speeltuinvereniging.
    En ik leg uit dat ik wel degelijk de tijd neem om te luisteren en te praten. En een poging doe tot met elkaar te laten praten en te luisteren. Bovendien ging het over groepsgedrag waarin niet een kind gepest wordt. Ik geef alleen aan dat ik binnen twee groepen niet mee doe aan ‘blaming’ en iedereen gelijk verantwoordelijk acht. En dat is enorm belangrijk bij bv etnische groepen die tegenover elkaar gaan staan. Iedereen is welkom, mits je het prettig samen kan hebben. Desnoods naast elkaar ipv samen, maar niet tegenover elkaar.