Marcel Hulspas

268 Artikelen
11 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Eric Heupel (cc)

Een soap, een komedie, een ramp

RECENSIE - © Uitgeverij Prometheus boekomslag Order, order van Peter de Waard en Patrick van IJzendoornEind 2018 bereikte Brexit zijn absolute dieptepunt. Eerste minister Theresa May was er half november in geslaagd om een akkoord met de EU te sluiten. Bijna tweeënhalf jaar na het referendum, tweeënhalf jaar van oplopende verwarring, leek er dan eindelijk een akkoord te liggen voor een ordelijk vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU.

Er lagen afspraken over de rechten van expats, over de financiële afwikkeling (de Britten moesten nog 40 miljard pond betalen) en over een handelsakkoord. Althans, het Verenigd Koninkrijk zou op 29 maart 2019 uit de EU treden. Daarna hadden de Britten binnen de EU niets meer te vertellen. En daarna waren er nog 21 maanden, tot 1 januari 2021, om een dergelijk handelsakkoord op te stellen. Dat zou op zich al ongelofelijk snel zijn – maar dan was er nog het heikele punt van de Iers-Noord-Ierse grens. Die grens bestond niet meer maar zou in het geval van een handelsakkoord terugkeren – en als dat gebeurde, betekende dat het einde van de Goede-Vrijdagakkoorden die een einde hadden gemaakt aan de burgeroorlog in Noord-Ierland.

Maar wat de Britten ‘dus’ graag wilden, behoud van de open grens, was voor de EU ondenkbaar. Dat zou erop neerkomen dat zij ín de EU vrijhandelszone bleven met een brede baaierd aan zelfgekozen uitzonderingsposities die hen goed uitkwamen. Een dergelijke ‘oplossing’ was levensgevaarlijk voor de EU. Een sluwe oplossing was dus vereist. Als deze er op 1 januari 2021 nog niet was gevonden, zo had May afgesproken, dan trad de ‘backstop’ in werking: het Verenigd Koninkrijk bleef dan de facto tóch binnen de EU. Dan bleven alle EU-regels gelden tot er een oplossing was bereikt. Zonder dat de Britten binnen de EU nog iets te vertellen hadden.

Foto: Abhi Sharma (cc)

De welbespraakte moslim aan het woord

RECENSIE - © Uitgeverij Atlas Contact, boekomslag De halalborrel - Maurits Berger‘Als ik moet kiezen tussen Nederland en Marokko dan kies ik voor Nederland, en het mooie van Nederland is dat ik mag zijn wie ik wil zijn, en dat is moslim, dus de hoofddoek blijft op. Ga me niet vragen mij anders voor te doen alleen maar om mij aan te passen aan de smaak van de meerderheid.’

Aldus Hanan, een studente van de Leidse hoogleraar Maurits Berger. Ze had zojuist een aanvaring gehad met haar vader die graag had gezien dat ze haar hoofddoek af zou doen omdat ze anders nooit een baan zou vinden. Maar Hanan had dat voorstel afgewezen, met bovenstaande woorden. Berger vond haar altijd al ‘welbespraakt’ maar wat zij daar even kort samenvatte, ‘was in een notendop precies waar de nieuwe generatie van moslimse Nederlanders mee worstelt.’

Berger, hoogleraar ‘Islam en het Westen’, is duidelijk in zijn nopjes met zijn studenten. En in het bijzonder met de studenten die bereid waren om deel te nemen aan zijn kleine ‘Denktanks’ van moslims en niet-moslims, bedoeld om elkaar dieper te ondervragen. Daar zitten vooral welbespraakte moslims in, als we hem mogen geloven, en hij neemt ze mee naar allerlei avondjes en bijeenkomsten. Want de ondertitel van De Halalborrel, ‘de toekomst van de islam in Nederland’, is volkomen onjuist. Die toekomst, daar gaat het in dit boekje niet echt om; hooguit filosofeert Berger een beetje over dit onderwerp in de laatste pagina’s. Nee, een veel betere ondertitel zou zijn geweest: ‘de belevenissen van Maurits Berger in het islamdebat van de afgelopen 15 jaar’. Want het ware onderwerp van dit boekje is Maurits Berger. Hij over zijn voorbeeldige studenten, zijn gedachten bij het grote en kleine nieuws, zijn deelname aan formele bijeenkomsten van politie en justitie, aan discussieavonden, tv-programma’s en ga zo maar door. En natuurlijk zijn ontmoetingen met welbespraakte moslims.

Foto: Abhi Sharma (cc)

In dienst van de nazi’s

RECENSIE - © Uitgeverij Omniboek. Boekomslag In dienst van de nazis, door Paul van de WaterHet was een soort spelletje, in het beruchte Groningse Scholtenhuis. De arrestant werd omringd door vier beulen, die hem om de beurt een klap gaven met een gummiknuppel. Na elke klap liet de beul de knuppel op de grond vallen, waarna de arrestant deze moest oprapen om hem aan de volgende beul te geven. En weer een klap te krijgen.

Op een dag was het de beurt aan de opgepakte verzetsstrijder Louis Swaagman om deze behandeling te ondergaan. Swaagman zag dat één van de beulen de gehate Sleijffer was, en op het moment dat hij had opgepakt en aan hem moest geven, haalde Swaagman keihard uit en raakte Sleijffer met de knuppel vol in het gezicht.

‘De reactie van Sleijffer, ‘zo schrijft Paul van de Water, ‘was dodelijk voor zijn positie. Hij begon namelijk te huilen.’ Sleijffer herpakte zich snel, en begon hij Swaagman in blinde razernij te slaan en te schoppen maar voor zijn reputatie onder zijn collega’s was het te laat. Die vonden hem al gestoord, een sadist en een lafaard (Sleijffer ging klussen in executiepelotons en doodseskaders steevast uit de weg) maar dit incident liet zien dat hij ook een zwakkeling was. Hij had zich laten slaan én hij had gehuild. Louis Swaagman werd door de SD afgevoerd naar het concentratiekamp Neustadt en overleed daar op 11 mei 1945.

Foto: Abhi Sharma (cc)

Het raadsel van Femma

RECENSIE - © Uitgeverij De Geus. Boekomslag Het raadsel van Femma door Els van Diggele‘Ik was een Calmeyer-geval.’ Het schoot Femma ineens te binnen. Haar familie had de naam Calmeyer nooit eerder gehoord. Ze wisten dat hun moeder (of oma) in het concentratiekamp had gezeten maar wat en hoe precies, daarover had ze nooit iets verteld. Het bleef altijd vaag, bij een paar steekwoorden. En natuurlijk was er ook lange tijd nauwelijks aandacht voor de slachtoffers van de Holocaust en hun verhalen. Ook van Femma werd altijd verwacht dat ze daar niet bij stil bleef staan – het leven ging door. En nu zat ze ineens op haar praatstoel. Alle verschrikkingen moésten verteld.

Want het verleden achtervolgde haar. Femma was door haar ervaringen getekend. Haar humeur kon plots omslaan, ze kon vreselijk, onredelijk woedend worden. En dan was er haar schoonmaakwoede. Wel twee keer per week moest alles en iedereen aan de kant, want dan was het tijd voor een rigoureuze schoonmaak. Haar man Henk lag vaak in de vuurlinie maar hij had er altijd begrip voor gehad. Femma’s zonen ‘herontdekten’ hun joodse verleden en wilden meer weten. Nog pas twee jaar geleden hakte zoon Ruud de knoop door. ‘Nu ga ik. Wie mee wil gaat mee, anders ga ik alleen.’ En ze gingen. En Femma ging mee. Naar Auschwitz. Het was een doorbraak. Eenmaal terug in Nederland durfde ze voor het eerst alles te vertellen. Hoe ze opgepakt was, waar ze was geweest, wat ze allemaal had gezien, en doorstaan. Nooit had ze de moed opgegeven. Want haar verblijf in de hel was immers een vergissing. Haar ouders zouden dat aan Calmeyer duidelijk maken. Straks zou ze te horen krijgen dat ze naar huis mocht.

Foto: Abhi Sharma (cc)

Wereldreiziger voor het vaderland

RECENSIE - © Uitgeverij Querido Boekomslag Dr. Hendrik Muller Wereldreiziger voor het vaderland (1859-1941)Waarom Hendrik Muller? Dat zal menige diplomaat zich rond de jaarwisseling van 1918/1919 zich toch even hebben afgevraagd. Waarom moest juist hij de gezant worden in Roemenië? Het korte antwoord luidde dat Hendrik Muller misschien niet over de diplomatieke kwalificaties beschikte, maar wel de meest geschikte kandidaat was. Deze grand voyageur (aldus een interne notitie) was in ieder geval een keer in die contreien geweest, en had er ook eens over geschreven. En zo werd Hendrik Muller de Nederlandse gezant in dat gloednieuwe Balkanland. Maar hoezeer hij ook had verlangd naar een diplomatieke carrière, dat samenraapsel Roemenië vond hij toch wel wat te min. Hij heeft nog gezeurd, maar ging uiteindelijk overstag omdat hij daarna vast een betere positie zou krijgen.

Een ijdele man, daar is iedereen het over eens. En geen geboren zakenman. Hendrik, de zoon en gedoodverfde opvolger van de Rotterdamse havenbaron Hendrik Muller Samuelszoon, bleek niet uit het commerciële hout gesneden. Zijn moeder achtervolgde hem met wijze raad, waarschuwde hem voor wereldse verleidingen én voor zijn ijdelheid, maar dat alles mocht niet baten. Hendrik junior ging liever op reis. Het bezorgde hem een bescheiden reputatie als wereldreiziger, en in Duitsland scharrelde hij daarmee een academische titel bij elkaar. Maar het gaf allemaal geen voldoening. En ook de familie trok de handen van hem af.

Foto: Paille (cc)

Het lijk van de dictator

RECENSIE - Een nogal lugubere geschiedenis

Ze verblijven die nacht in een hotelletje in Port-Joinville, het belangrijkste stadje op het eilandje. Er is een bestelbusje geregeld. Die nacht duwen ze het busje door de straten, om pas buiten de stadskern echt te gaan rijden. Het is maar een kort stukje, het is niet meer dan 500 meter naar het kerkhof. Het is volle maan. Ze rijden het kerkhof op, en lopen met hun gereedschap naar het graf. Eerst moet de enorm zware deksel er afgetild. En daarvoor moet een gat worden geslagen. Een van de grafrovers ‘geeft een grote klap op het graf.’ Paniek. Honden slaan aan. Maar verder gebeurt er niets. Na lang ploeteren ligt de grafsteen opzij. ‘De kist verscheen in het maanlicht. We hoorden in de verte de golven. Het was zeer indrukwekkend.’ Hubert Massol, het brein achter de operatie roept: ‘Maréchal, nous voilá.’

Aldus de roof van het lijk van maarschalk Pétain, in het voorjaar van 1973. Of althans, het eerste deel van de roof. Daarna volgde nog het ruwe gesleep, de ontdekking van het gesloopte graf en een reeks arrestaties. De in het nauw gedreven Massol geeft een persconferentie waarop hij verklaart dat de kist ‘in onze handen blijft’ totdat de Franse president belooft dat de maarschalk eerst ondergebracht zal worden in de crypte van de Invalides (naast Napoleon, zogezegd) en daarna definitief herbegraven zal worden in Douaumont, het monument voor de slachtoffers van de Slag bij Verdun. Kort daarop treft de politie de kist aan onder een hoop rommel in een garagebox in de Parijse wijk Saint-Ouen, bekend vanwege zijn grote rommelmarkt.

Foto: Patrick Gray (cc)

De val van Athene

RECENSIE - Selymbria moest veroverd. En snel. Wanneer dat niet gebeurde, dan zat er een gapend gat in de door Athene gedomineerde kustlijn van de Hellespont. Straks zouden de graanschepen vanuit de Zwarte Zee komen, richting Athene. Die aanvoer moest koste wat kost worden beschermd, om een hongersnood te voorkomen. En ondertussen werkten de aartsvijand van Atheners, de Spartanen, koortsachtig aan een nieuwe vloot. Die was bijna gereed, daar viel weinig aan te doen – maar de Spartanen mochten dus nooit één veilige haven krijgen in de buurt van de Bosporus. Kortom, de Atheense belegeraars van Selymbria hadden haast. Hun leider Alcibiades was in staat contact te leggen met een aantal aanhangers van Athene bínnen de stad. Op een afgesproken tijdstip zouden zij de stadspoorten openen.

Maar op het moment suprême bleek dat hij in de val was gelokt:

Toen kwam het vuursignaal – veel te vroeg! Er was iets misgegaan! Alcibiades kon zich niet veroorloven te aarzelen. Hij schreeuwde bevelen naar zijn kapiteins om hem te volgen zodra ze konden en rende met twintig lichtbewapende infanteristen en dertig hoplieten die toevallig het dichtst bij hem in de buurt waren, door het donker naar de stadsmuren. De poort stond open. Ze renden naar binnen en zagen toen recht voor zich het leger van Selymbria in volle wapenrusting over de brede straat op hen afkomen, de helmen neergeklapt, de rond schilden geheven. Het was een enorme overmacht. Wat moest hij doen? Vechten betekende zelfmoord. Vluchten was ondenkbaar

Foto: Abhi Sharma (cc)

Vertrouwen op de quarantaine – of op God

RECENSIE - © Uitgeverij Verloren. Boekomslag A.H.M. Kerkhoff, Per imperatief plakkaat, 2020.De grenzen dicht, strikte controle van alle reizigers, een verbod op samenkomsten en een dwingende oproep aan alle burgers om binnen te blijven. Desnoods met geweld afgedwongen. Het lijken moderne maatregelen maar ze dateren al uit de Middeleeuwen.

In de vijftiende, zestiende eeuw hadden de stedelijke magistraten al in de gaten dat de pest dan wel een straf Gods kon zijn, maar dat de ziekte net zo goed per schip vervoerd aan kon komen, en van mens op mens werd overgedragen. Het is niet voor niets dat het begrip quarantaine uit de middeleeuwen dateert.

Grote handelssteden hielden goed in de gaten waar de pest opdook (ambassadeurs en diplomaten waren daarbij van groot nut) en handelaren of schepen uit besmette streken werden zo goed en zo kwaad als dat ging geweerd, of veertig dagen op afstand gehouden. De praktische problemen waren legio; botte ontkenning, list en bedrog lagen ook toen al voortdurend op de loer, maar desondanks wist iedereen dat die methode, mits keihard doorgevoerd, succesvol kon zijn.

Dat wisten bestuurders en kooplieden. De medische wetenschap was nog niet zo ver. Die hield nog vast aan de klassieke overtuiging dat ziekten veroorzaakt werden door bedorven lucht, vieze geuren, miasma’s, eventueel in combinatie met verstoorde lichaamssappen, en volgens de beste deskundigen speelden ongunstige astrologische samenstanden ook een rol.

Foto: Sint -Katelijne-Waver (cc)

Een kleine Karel de Grote

RECENSIE - Na jaren van grote en kleine vernederingen was Karel de Grote het zat. En dus trok hij in 772 met een enorm leger het woongebied van de Saksen binnen, en verwoestte de Irminsul, een heiligdom op de Eresburg, aan het riviertje de Diemel. Wat die Irminsul precies was, weten we niet, maar als we de Karolingische bronnen mogen geloven, was dat het centrale heiligdom van de Saksen (die overigens geen centraal gezag kenden).

Een verpletterende slag voor het heidendom en de heidenen. Of toch niet. Tien jaar later werd een groot Frankisch leger verpletterend door de Saksen verslagen, en in datzelfde jaar hakte Karel óók weer in op de Saksen, in de Slag bij Verden. Een overwinning was niet voldoende: Karel liet na afloop ook nog eens 4500 krijgsgevangenen ombrengen. Toen was het eindelijk stil ten oosten van de Rijn. En er volgden jaren van draconisch bestuur.

Karel de Grote wordt momenteel voornamelijk herinnerd in deze gedaante van de ‘Saksendoder’. Maar hij was veel meer, wil Peter Rietbergen duidelijk maken. Hij was in elk geval de eerste Europese vorst die zich tot keizer liet kronen, en zo een dikke vinger opstak naar het Byzantijnse rijk. Maar die kroning was ook bittere noodzaak. Het immense Frankische Rijk was simpelweg te groot geworden. Karel plaatste de lokale graven en bisschoppen onder regionale koningen (bij voorkeur zijn zonen), en daarmee werd een hogere, keizerlijke bestuurslaag onvermijdelijk. Hij gaf het barbaarse, verdeelde Europa een Romeins ‘smoel’ zogezegd, en drukte zeer vasthoudend de noodzakelijke hervormingen door. Want imperiale noblesse oblige. Daarmee was hij dus niét de bedenker van het verenigd Europa, zoals tegenwoordig EU-voorlichters graag zeggen. Rietbergen: ‘Andere Europa’s waren eveneens mogelijk geweest’.

Foto: Abhi Sharma (cc)

Een oneindige geschiedenis

RECENSIE - © Uitgeverij Omniboek. Cover De geschiedenis van de slavernij, door Dick HarrisonEr zijn op dit moment rond de dertien miljoen slaven op de wereld. De meesten van hen, rond de tien miljoen, leven in Zuid-Azië (India, Pakistan, Bangladesh). Het gaat dan vooral om slachtoffers van schuldslavernij. Hele families zitten zó diep in de schuld bij hun landeigenaar, dat een of beide ouders zich aan hem hebben verkocht om die schuld af te lossen. Dat lukt meestal niet; droogte of ziekte leiden tot nieuwe schulden, waarna de landeigenaar de volgende generatie dwingt de schuld op zich te nemen.

In Latijn Amerika speelt hetzelfde probleem; Hier leven naar schatting anderhalf miljoen slaven. In het Midden-Oosten zijn er nog zo’n kwart miljoen en in Europa een vergelijkbaar aantal – dat zijn vooral seksslavinnen. Het gaat hier om conservatieve schattingen (van de International Labour Organisation); anderen schatten dat het totaal met een factor twee of drie omhoog moet. Alles bij elkaar zijn er momenteel waarschijnlijk even veel slaven als een, twee of drie eeuwen geleden.

Het verschijnsel slavernij mag dan grotendeels ondergronds zijn gegaan, of zich hebben teruggetrokken op het arme platteland, en slavernij mag tegenwoordig een veel kleinere bijdrage leveren aan de wereldeconomie dan vroeger – als het gaat om het absolute aantal slachtoffers is er niet veel veranderd.

Foto: Abhi Sharma (cc)

Een wereldbeeld in beton

RECENSIE - © Uitgeverij Boom, Jakob Burckhardt, Wereldhistorische beschouwingen, vertaling Peter ClaessensDe Wereldhistorische Beschouwingen van Jakob Burckhardt geldt als een van de belangrijkste teksten van de negentiende-eeuwse geschiedwetenschap. Reikwijdte en inzicht zijn imposant – maar minstens zo fascinerend zijn de vooroordelen die hij voor latere generaties in beton heeft gegoten.

‘De geleidelijke gewenning aan totale bevoogding [door de staat] is uiteindelijk dodelijk voor elk initiatief; van de staat wordt alles verwacht, waaruit dan bij de eerste de beste machtsverschuiving voortvloeit dat alles van hem geëist wordt en men de staat met van alles opzadelt. Een ontwikkeling waarbij de cultuur de staat zijn programma’s voorschrijft, de staat de verwezenlijking van de moraal toedicht, de staat tot algemene steun en toeverlaat wil uitroepen en de betekenis van het begrip staat daarmee ingrijpend verandert.’

Het lezen van Burckhardts ‘Wereldhistorische beschouwingen’ (zijn colleges in Bazel, in de jaren 1870-1871) is als het luisteren naar een opera van Händel.

Het kabbelt rustig voort; soms erger je je aan de gemakzucht van de componist, maar nét op het moment dat je besluit iets anders te gaan luisteren, komt hij met een aria, een duet, waardoor je plots weer geboeid wordt. Burckhardt kabbelt voort. Hij structureert zijn visie op de geschiedenis langs drie thema’s (de staat, de religie, de cultuur), leidt ze in en behandelt daarna keurig alle zes interacties tussen deze drie aspecten – steeds keurig startend bij de oude Grieken, dan de Romeinen, de Middeleeuwen… tot aan de rand van de actualiteit. (Drie slothoofdstukken gaan over losse thema’s.) Toen was het zus, daarna was het zo…. Zo’n schematische aanpak kan gemakkelijk gaan vervelen en dat doet het ook – maar dan ineens werpt de bundel van zijn intellect licht op een onderwerp, een vage toekomst, die lezers anno herkennen. Zoals bovenstaande passage, waarin we gemakkelijk onze moderne, allesdoordringende, bijna totalitaire welvaartstaat herkennen. Dan blijkt Jakob Burckhardt niet alleen een groot historicus met een indrukwekkende greep op de materie en een fenomenaal geheugen (hij droeg zijn colleges volledig uit het hoofd voor), maar ook zoiets als een visionair. En dat wilde Burckhardt nu juist niet zijn.

Foto: Abhi Sharma (cc)

De zoon van de eeuw

RECENSIE - © Uitgeverij Podium. Boekomslag Antonio Scurati, M. De zoon van de eeuwArtikel 47 van het Statuut luidt: de Kamer van Afgevaardigden heeft het recht om de ministers van de koning te beschuldigen en hen voor het Hooggerechtshof te brengen. Ik vraag formeel: is er iemand binnen of buiten deze Kamer die gebruik wil maken van artikel 47?

Benito Mussolini daagt het Parlement uit. In zijn hand heeft hij het handboek van de Kamer. En hij speurt de banken af. Wie? Het is 3 januari 1924. Een half jaar daarvoor heeft een fascistische knokploeg het socialistische parlementslid Giacomo Matteotti op klaarlichte dag ontvoerd, en doodgeslagen. Kort nadat deze in het Parlement een vlammende aanval had gedaan op de leider van Italië.

Het land was wel gewend aan geweld tussen fascisten en socialisten. Er waren in de voorafgaande jaren al honderden doden gevallen en menige socialistische politicus had de dreun van een knuppel in zijn nek zélf mogen ervaren. Maar moord op klaarlichte dag ging te ver.

Het land kolkte van verontwaardiging, zes maanden lang. Het eiste dat de daders gestraft zouden worden. Terwijl iedereen besefte dat zoiets nóóit kon zijn gebeurd zonder de toestemming van de Duce. De fascistische beweging wankelde, dreigde uiteen te vallen. Iedereen wist dat Mussolini verantwoordelijk was, en iedereen verwachtte dat dit het begin van het einde was. Wég was de oude bravoure.

Vorige Volgende