Sterk worden door wetenschapsnieuws
COLUMN - Iemand zou eens onderzoek moeten doen naar de wetenschapscommunicatiewetenschap, de tak van wetenschap die zich bezighoudt met de communicatie over wetenschap. Het is logisch dat wetenschappers en journalisten die de wereld uitleggen hoe wetenschap werkt, wat de wetenschap oplevert en wat we met die inzichten kunnen, zelf nadenken over de vraag of je ook wetenschappelijk kunt vaststellen of al dat gecommuniceer ook werkt.
Een kwestie daarbij is dat heel veel wetenschapscommunicatie over science gaat, natuurwetenschap, en wetenschapscommunicatiewetenschap natuurlijk zelf geen science is, maar een sociale of eventueel een geesteswetenschap. Het vak zit, misschien mede daardoor nog niet zo stevig in elkaar, en mijn indruk is dat een heleboel wetenschapscommunicatiewetenschap vooral bestaat uit pogingen om aan te tonen dat er nog onvoldoende wetenschapscommunicatiewetenschap op niveau is.
Een recent artikel van Aart van Stekelenburg en collega’s probeert wat helderheid te scheppen in de verwarring. (Ik moet hier erbij zeggen dat Van Stekelenburg net als ik in Nijmegen werkt, maar bij een andere faculteit – ik heb hem helaas nog nooit ontmoet). Het bestaat uit twee delen: het legt eerst het probleem uit van de allerbekendste theorie uit het vak, het deficietmodel, en probeert dit vervolgens te vervangen door iets beters.