Het scorebord van het gesprek
Een van de taalkundige ontdekkingen van de afgelopen vijftig jaar is die van de common ground, de ‘gemeenschappelijke basis’. Tijdens ieder gesprek moeten de deelnemers wel een soort scorebord bijhouden van waar ze het beiden over eens zijn. Dat is nodig zodat ze elkaar niet allerlei dingen vertellen die al eerder aan de orde zijn gekomen, maar ook omdat ze elkaar aan het gezegde kunnen houden. Als ik tegen jou zeg dat er geen brood in huis is, en jij komt terug met een halfje bruin, mag je mij erop aanspreken als de broodtrommel vol zit. En zo moeten we allebei een lijst bijhouden van zaken die we waarschijnlijk samen weten.
Belangrijk voor die gemeenschappelijke basis is het begrip ’taaldaad’. Een verse wethouder die zegt ‘Dat verklaar en beloof ik’, gaat daarmee juridische verplichtingen aan, en als hij vervolgens zegt ‘hiermee open ik de vergadering’ is de bijeenkomst van karakter veranderd. Met elke zin die je uitspreekt doe je iets, verander je de wereld een klein beetje. Als ik beloof jou 10.000 euro te geven voor dat oude schuurtje, haal ik me verplichtingen op de hals. Als ik zeg dat het een lekker weertje is, leg ik contact.
