Hij en zij in kinderboeken
ANALYSE - Is een paard een hij of een zij? Het hangt er maar vanaf. Wie zich aan het grammaticaal geslacht houdt, heeft het over het, want het is het paard. Maar wie een verhaaltje wil schrijven waarin het paard allerlei menselijke eigenschappen heeft – praten, verliefd worden op een ander paard, trek hebben in paaseitjes – is het aantrekkelijk om niet het te gebruiken, maar voornaamwoorden die je ook voor mensen zou gebruiken, zoals hij, zij, die of hen.
Maar welk kies je dan? Daarover gaat een onderzoek van de Amsterdamse taalkundigen Martje Wijers en Anna Mihlic, dat ze publiceerden in een tijdschrift met de zeer duidelijke titel Linguistics in Amsterdam. In het bijzonder keken ze naar vertalingen van kinderboeken vanuit talen waarin gender minder een rol speelt. Het Hongaars heeft bijvoorbeeld alleen maar gender-neutrale voornaamwoorden: niks hij of zij, alleen maar ő dat voor mensen van alle genders staat.
Het Zweeds heeft wel equivalenten van hij, zij en hen, maar allerlei manieren om die minder frequent te gebruiken. Wijers en Mihlic citeren bijvoorbeeld het volgende zinnetje van kinderboekenschrijfster Sofia Chanfreau:
Vega skrattade såklart åt grizzlybjörnen som satt bredvid henne ochduschade med pälsenfull av skummigt schampo, inklämd i badkaret som var alldeles för litet.
Vertaald in het Nederlands is dat:
of waarom ze zo moest lachen (…). Om de grijze beer natuurlijk, die met zijn vacht ingezeept met shampoo in de badkuip zat, waar hij eigenlijk veel te dik voor was.
