Marc van Oostendorp

297 Artikelen
48 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Marc van Oostendorp is hoogleraar Nederlands aan de Radboud Universiteit Hij heeft een website, een YouTube-kanaal.
Foto: XxXddddddddd, via Pixabay

Begrijpt de chatbot dit of doorgrondt hij het slechts?

COLUMN - Soms worden filosofische vragen na vele jaren ineens praktisch. Zoiets beleven we nu met het woord begrip. Filosofen hebben baden met bloed gevuld tijdens hun discussies over de vraag wat het precies wil zeggen dat we een bepaalde tekst begrijpen, en nu wordt de mensheid ineens geconfronteerd met een apparaat waarvan je je concreet kunt afvragen wat het begrijpt. De chatbot.

Neem dit artikel dat onlangs verscheen op de taalkunde-site LingBuzz. Een groep Amerikaanse taalkundigen laat er zien dat chatbots testjes zoals de volgende uitstekend kunnen doorstaan:

Flavia en Jack ontweken Mary en Franck werd ontweken door Lucy en Flavia. Heeft Franck in deze context iemand ontweken?

Het antwoord op deze vraag is natuurlijk nee. Een jaar geleden deden chatbots het niet altijd goed. Als ik het nu aan ChatGPT vraag, antwoordt deze:

Nee.
Er staat dat Franck werd ontweken door Lucy en Flavia — hij is dus het object van het ontwijken, niet degene die iemand anders ontweek.

Zelfs de fouten die de bots maakten lijken op die van mensen. Zo zeiden ze vaker ten onrechte ja op de volgende variant van deze vraag:

Cleo kuste Alice en Alice werd gekust door Mary. Cleo en Alice werden gekust door Mary. Werd Mary in deze context gekust?

Foto: Bernhard De Grendel - Marguerite Yourcenar-Bailleul, via Wikimedia.

We moeten ons blijven verzetten

OPROEP - Jullie hebben al een paar weken niet van me gehoord over de bezuinigingen. Hoe nu? Zijn ze van de baan? Welnee — met de beruchte voorjaarsnota komt er immers opnieuw een flinke dreun aan. En gezien de slapte waarmee tot nu toe in universitaire kring is gereageerd op al het onheil, zou ik het als neoliberale politicus in een coalitie met radicaal rechts wel weten: daar kunnen nog makkelijk honderden miljoenen worden weggesneden.

Als deze regering blijft zitten, dan gaat dat gebeuren.

De vraag is nu alleen: waartegen precies te protesteren? Er zijn, alleen al bij mij, minstens drie lagen van ontevredenheid.

Nuttige torens

De eerste laag is een materiële: het gaat over de centen, over de huidige bezuinigingen en de bezuinigingen die er nog aankomen. Die gaan allerlei mensen hun baan kosten. Ze brengen de kwaliteit van het hoger onderwijs ernstige schade toe, en in de sector waarin wij werken heeft dat onherroepelijk ook gevolgen voor het voortgezet onderwijs – wij leiden immers de mensen op die daar straks aan de slag moeten. Er wordt nu al op allerlei manieren schandelijk omgesprongen met medewerkers. Neem bijvoorbeeld de internationale collega’s die hierheen zijn gelokt met fraaie beloften, die hier nu een loopbaan proberen op te bouwen en die ineens te horen krijgen dat we van gedachten zijn veranderd en dat ze dus weer mogen ophoepelen.

Foto: thierry ehrmann (cc)

De ontsnappingstaalkunstenaar

RECENSIE - Geert Wilders is van alles, maar hij is ook een intrigerend fenomeen. Zo iemand waarvan je je onder andere kunt afvragen: hoe doet hij dat toch? Hoe is het mogelijk dat hij politiek maar blijft overleven – dat hij regelmatig fouten maakt waarvoor anderen zouden worden afgestraft, terwijl hij maar blijft zitten en momenteel nog altijd de grootste partij van Nederland leidt is.

De neerlandicus Robbert Wigt, die eerder een boek schreef over Mark Rutte, komt nu met een boek over de ‘overtuigende taal’ van Wilders. Daarin speelt Rutte trouwens weer een rol, als de enige die het de afgelopen decennia is gelukt om Wilders van zich af te slaan, de enige die aan Wilders gewaagd was.

Is Wilders taal overtuigend? Opvallend is dat op de ene plaats in Wigts boek de theaterdocent Marijn Moerman zegt dat Wilders meer een debater is dan een speecher, terwijl verderop het Denk-Kamerlid Van Baarle zegt ‘Met Wilders heb je eigenlijk geen debat.’ Beide hebben gelijk: als Wilders alleen zou speechen, zou hij niet zo populair zijn, want zijn speeches hangen vaak naar het eentonige. Maar een echte debater is Wilders ook niet, want het is hem niet om de uitwisseling van argumenten te doen. Wilders heeft een manier gevonden om van het debat een monoloog te maken. Dat is wel zijn grootste troef.

Foto: Gender Icons - Arkirkland, CC0, via Wikimedia Commons.

De biologische definitie van ‘vrouw’

COLUMN - Omdat ik in contact sta met allerlei mensen, sta ik ook in contact met mensen die de beslissing van het Britse Hooggerechtshof toejuichen dat de begrippen vrouw en geslacht (‘woman’ en ‘sex’) voor een bepaalde wet ‘biologisch’ moet worden opgevat. Ik heb niet zo’n duidelijke opvatting over die beslissing – als ik het goed begrijp gaat het over een interpretatie van wat de wetgever bij het opstellen van die wet kan hebben gedacht, en tja.

Wat mij vooral interesseert, is de vanzelfsprekendheid waarmee die Britse rechters én de toejuichers ervan uitgaan dat er inderdaad een eenduidige biologische definitie is van geslacht. Ik vind het raar dat men sowieso streeft naar een definitie: dat het verschil tussen geslachten in de wet moet worden vastgelegd. Waarom zouden we willen registreren of iemand een ‘man’ is of een ‘vrouw’ of een andere categorie? Dat doen we met de meeste andere kenmerken van mensen toch ook niet?

Mij lijkt het eigenlijk vrij duidelijk dat de biologie altijd en overal rommelig is, of het nu gaat over geslacht of om welk biologisch begrip dan ooit. Alles vloeit in de natuur in elkaar over, en er zijn eigenlijk nooit afgebakende categorieën. De bioloog Mariken Heitman schrijft daar behartenswaardige dingen over in haar roman Wormmaan:

Foto: Public domain, ,via Wikimedia Commons.

Wij zijn de universiteit

Terwijl de rampzalige consequenties van het radicaal-rechtse beleid voor het Nederlandse onderwijs iedere dag duidelijker worden (zomaar een voorbeeld: gisteren kondigde het Onderwijsmuseum in Dordrecht aan dat het zijn deuren moest sluiten), en de Amerikaanse wetenschap ons laat zien wat ons voorland is – voor zover we dat al niet aan bijvoorbeeld Hongarije konden aflezen –, klinkt er af en toe ook een bemoedigend geluid.

In The New York Times publiceerde de Russisch-Amerikaanse intellectueel M. Gessen eergisteren een inspirerend artikel – een oproep aan de universiteiten om deze crisis te gebruiken om weer te worden wat ze oorspronkelijk waren: instellingen die niet willen meedoen aan allerlei rankings, die niet de besten willen zijn, die geen bedrijfje willen zijn, maar instellingen die er in de eerste plaats zijn om zoveel mogelijk kennis te delen met zoveel mogelijk mensen.

Kennis delen – dat is een machtig wapen tegen de Bruinsen en de Trumpen van deze wereld, die vooral gebaat zijn bij zoveel mogelijk domheid. Kennis delen – dat is waar wij goed in zouden moeten zijn. Kennis delen – dat hoeft niet eens miljoenen te kosten. “Hier is mijn radicale voorstel voor de universiteiten,” schrijft Gessen:

Gedraag je als een universiteit, niet als een bedrijf. Gebruik je fondsen. Laat meer studenten toe, niet minder. Open je deuren en vergroot je bereik niet door vastgoed te kopen, maar door onderwijs naar de gemeenschappen te brengen. Bouw aan een basis. Word een beweging.

Foto: Chris Allen -Graffiti street art on Exe Bridge North". license cc by-sa 2.0.

Is de magie uitgewerkt?

COLUMN - Ook wat zorgelijk is, kan interessant zijn. Wat er nu allemaal met de wetenschap gebeurt, stemt tot vrees, jazeker, en tot ontevredenheid. Maar zeker ook tot nadenken.

De essayist en hoogleraar Slavische letterkunde Karel van het Reve (1921-1999) heeft eens geschreven over het wonderlijke feit dat mensen die nooit naar het Concertgebouw gingen bereid waren om toch mee te betalen aan het Concertgebouw. We kunnen constateren dat aan dit wonder langzamerhand een einde komt: een heel grote groep mensen is steeds minder bereid te betalen voor kunst en cultuur. Laten die linkse lui met hun grijze haar in een scheiding en koninklijke onderscheidingen op hun revers dat allemaal zelf maar betalen!

De wetenschap en vooral het hoger onderwijs waren lange tijd uitzonderingen op die regel. Ik denk dat dit er minstens deels mee te maken heeft dat heel veel mensen hun kinderen of kleinkinderen graag een hogere opleiding gunnen – daar kun je immers een goede baan mee krijgen.

Maar aan dat idee komt nu langzamerhand ook een eind. Niet alleen zie je dat aan de vrij moeiteloze manier waarmee mensen kennelijk aanvaarden dat er afgebroken wordt (de CDA-achterban komt niet in opstand vanwege de harde bezuinigingen waarin hun partij ook meestemt). Maar ook blijkt het aantal studenten dat zich bij de universiteiten inschrijft de laatste jaren af te nemen – en dat kan niet alleen geweten worden aan demografische ontwikkelingen.

Foto: Jon (cc)

Eppo’s emmertje

COLUMN - Bijna ieder gesprek dat ik de laatste tijd voer met mensen die ik een tijd niet heb gezien, gaat zo. Een van de twee zegt ‘hoe gaat het?’, en dan zegt de ander ‘nou, de wereld staat in brand’. Meestal volgt dan iets als: ‘Maar persoonlijk gaat het wel goed.’ De wereld staat natuurlijk al lange tijd op verschillende plekken in brand, maar de vlammen slaan nu zo hevig uit dat ze in kleine gesprekjes zichtbaar worden.

Brandblusmachine, ca. 1750. Anoniem; collectie Rijksmuseum

Ik kom ook mensen tegen die ontmoedigd of somber zijn en niet goed weten waar ze moeten beginnen met blussen. Het wordt steeds minder duidelijk of die branden onze levens echt niet zullen blakeren.

Formulieren

Van de leiding van het land moeten we niet hebben. Zeker als wetenschappers niet. Eppo Bruins is niet alleen de minister van onderwijs en wetenschappen, maar ook een duidelijk toonbeeld van de incompetentie van deze regering: iemand die zijn naam heeft gezet onder rampzalige bezuinigingen, maar die deze nog steeds niet duidelijk in de verf heeft gezet waardoor er de hele tijd een vaag gevoel van doem over het vak blijft hangen.

Zijn laatste stapje was om vrijdag ineens via de sociale media te laten weten:

Foto: Abhi Sharma (cc)

Ze sprak haar naam uit als Fleuj

RECENSIE - Zeg mij welke taal je spreekt, en ik zeg je wie je bent. Geen twee mensen op de wereld spreken precies hetzelfde, en die verschillen laten altijd iets zien over een verschillende geschiedenis, een verschillende identiteit, een verschillende plaats in de samenleving. Dat je in Rotterdam geboren bent, maar in Den Bosch opgegroeid, dat je een man bent, en theoretisch opgeleid, dat je getrouwd bent met een Italiaanse, dat je bovengemiddeld gefascineerd bent door hoe andere mensen praten: het heeft allemaal invloed op je taalgebruik.

Dat is een waarheid waarnaar al heel veel onderzoek is gedaan, een waarheid bovendien die door verschillende geleerden op een verschillende manieren is uitgewerkt, maar een waarheid waarover nog niet zo heel veel geschreven is. De sociolinguïstiek, de tak van de taalwetenschap die zich met deze waarheid bezighoudt, is altijd populair onder studenten, juist omdat ze zoveel te zeggen heeft over de onvermoede rol van taal in het eigen leven. Maar in heel veel publieksboeken heeft dat niet geresulteerd.

Milieu

De schrijver en taalkundige Khalid Mourigh brengt daar nu verandering in met zijn boek Denkend aan Hollands. De ondertitel van het boek luidt: Wat taal zegt over wie we zijn.

Foto: James grills, CC BY-SA 4.0 , via Wikimedia Commons.

Je weet niet wat de chatbot weet

COLUMN - Nooit zal het wonder van de taalmachine die mens heet bezongen zijn. Wat wij allemaal niet weten en kunnen! Een verschil maken tussen de volgende zinnen bijvoorbeeld:

  • Dit is de man die de vrouw die wilde aanvallen weggejaagd had.
  • Dit is de man die de vrouw die wilde aanvallen mij weggejaagd had.

Als jij ook een Nederlandsetaalmachine bent, en dat ben je, anders zou je dit niet lezen, dan voel je meteen aan dat de eerste zin grammaticaal juist is, maar de tweede niet. Waarom?

De tweede zin kan zelfs betekenis hebben. Zoals de eerste een andere vorm is van de zin:

  • De vrouw die wilde aanvallen had de man weggejaagd.

zo zou de tweede ongeveer kunnen betekenen:

  • De vrouw die de man wilde aanvallen had mij weggejaagd.

Materie

Zoals uit de eerste zin de man naar voren is gehaald als lijdend voorwerp van wegjagen, zo zou het in de tweede naar voren zijn gehaald als lijdend voorwerp van aanvallen. Waarom kan dat tweede niet? En vooral: hoe weten wij dat die tweede zin niet kan? Nooit heeft iemand ons de reden verklaard – tenzij we behalve taalmachines ook docenten syntaxis zijn. Ook heeft niemand ons ooit op zo’n zin gewezen en gezegd: dat kun je dus niet zeggen, je kunt een zinsdeel zoals man wel naar voren halen als het lijdend voorwerp is van de hoofdzin, maar niet als het lijdend voorwerp is van een bijzin van het onderwerp.

Foto: Elvin (cc)

Doe eens wat voor het Nederlands

Mensen vragen me in deze duistere tijden weleens of ik, hoogleraar Nederlands, nu niet aan de goede kant zit. Nationalisme tiert welig en de regering bindt de strijd aan met het Engelstalige onderwijs.

Nu valt het leven aan de goede kant nogal tegen. Ik heb er 8 jaar geleden al op gewezen dat de leider van inmiddels de grootste partij in het Nederlandse parlement waarschijnlijk de parlementariër is die het vaakst Engels gebruikt in de socialemedia (‘Fantastic speech by US Vice-President @JDVance!’). Bovendien richt de regering zich momenteel wel tegen het Engels – maar het maakt er nauwelijks een geheim van dat het hier gaat om een bezuinigingsmaatregel – iets constructiefs wordt er niet mee beoogd, zeker ook niet voor het Nederlands.

Afgelopen donderdag was het ‘dag van de moedertaal’, en de acteur en bestuurder Boris van der Ham greep de gelegenheid aan om hier bij het tv-programma Goedemorgen Nederland ook op te wijzen. De Nederlandse regering steekt geen vinger uit voor onze taal. Dat betreft bijvoorbeeld Van der Hams eigen sector, de podiumkunsten:

Je ziet daar in het klein wat er met het Nederlands aan de hand is. Het is veel minder risicovol om bijvoorbeeld een Engelstalige musical naar Nederland te halen, te vertalen en uit te gaan voeren. Als je een nieuwe Nederlandse voorstelling wilt gaan maken voor een groot publiek, dan is het heel ingewikkeld om de financiering rond te krijgen. Als dit steeds meer onder druk komt te staan, wordt het minder gemaakt. Dan hebben we straks alleen maar Amerikaanse en Engelse voorstellingen en films. Dus daar moet iets aan gebeuren!

Foto: DonkeyHotey (cc)

Zorgen over de wetenschap in Amerika

COLUMN - In Amerika zijn de afgelopen weken rake klappen uitgedeeld aan de wetenschap. Zo werd mensen die bijvoorbeeld een subsidieaanvraag wilden indienen verboden om woorden zoals gender en bias te gebruiken – woorden zonder welke het eenvoudig heel lastig is om over bepaalde onderwerpen te spreken. En zo werden door wetenschappelijke websites ‘gezuiverd’ van allerlei informatie omdat deze in strijd zou zijn met de ideologie van de nieuwe heersers. Dat betrof onder andere informatie over vaccinatie, soa’s en anticonceptie.

Heeft de Nederlandse wetenschap gereageerd? Ik heb een tijdje gezocht, maar ik heb geen reacties gevonden. In De Morgen stond wel een goed stuk van decanen geneeskunde uit Brussel, Antwerpen, Hasselt en Leuven. Maar uit Nederland? Geen woord.

Vrijheid

Misschien hebben wij het hier te druk met onze eigen besognes. De grote kladderadatsch is hier immers ook al begonnen, met de sluiting van de afdeling Technische Natuurwetenschappen in Twente, waar tientallen banen geschrapt staan, de eerste tientallen van enkele duizenden, als we niet uitkijken. De Open Universiteit in Heerlen volgt mogelijk binnenkort, en dan hebben we al net moeten slikken dat bijvoorbeeld Italiaans in Leiden en Utrecht (de enige twee plaatsen met een volledige opleiding) wordt geschrapt. Dat is allemaal nog vóór de bezuinigingsagenda wordt aangekondigd – dat is niet vrolijk.

Foto: © cartoon Marc van Oostendorp Iemand staat met haar foto in de krant, in ons herleefde managersfeuilleton De verleden tijd van lijken.

‘Boeken lezen, dat hoeft een neerlandicus kennelijk ook al niet meer’

COLUMN - “Mensen,” zei Flo, de nieuwe decaan van de faculteit altijd als ze het woord voerde. Sommigen verdachten haar er om deze reden van dat ze heimelijk weleens woke kon zijn. Waarom zei ze niet gewoon ‘dames en heren’ zoals vroeger? “De wereld is gek geworden” Deze sommigen drongen daarom af en toe aan de lunchtafel aan op haar ontslag, ook al hadden de lunchpartners helemaal geen macht om Flo te ontslaan.

Anderzijds wist niemand of ze vroeger, toen woke nog niet bestond, dan wél ‘dames en heren’ had gezegd.

Flo was zich in het geheel niet bewust van de discussie over haar eventuele wokedom. Ze vervolgde daarom haar toespraak. “Zoals jullie weten hebben we een nieuwe regering. Ik heb daar”, ze keek schalks om zich heen, “ook niet om gevraagd.” Er werd niet instemmend gehumd, het bleef eigenlijk doodstil. “Dit beleid”, zei Flo, nu ernstiger, “is mij natuurlijk een gruwel. Het stuit me tegen de borst. Ik word er, dat mogen jullie eerlijk weten, onpasselijk van.”

“En verdrietig”, vulde Wouter aan. Hij was inmiddels weer hoogleraar, maar zat naast haar omdat hij tot voor kort decaan was geweest. Samen hadden ze de boodschap voorbereid die ze nu naar voren moesten brengen.

Volgende