Hoe woke zijn de opleidingen Nederlands?
In het reactiepaneel onder de stukken op deze site verschijnt de laatste tijd af en toe een gewaardeerde medewerker van dit tijdschrift die met een probleem worstelt. De letterkunde, vindt hij kennelijk, gaat nog maar over één ding: gender. Hij zou, schrijft hij, jonge mensen niet meer aanraden om zo’n door en door ideologisch vak, doordrenkt van identiteitsdenken, te gaan studeren.
Als dat zo is, moeten we het ook kunnen kwantificeren. Het is per slot van rekening een empirische vraag: wordt het curriculum overspoeld door (adem inhouden) woke? Dat is daarnaast ook nog eens een vraag die niet alleen deze medewerker bezighoudt, maar ook allerlei mensen buiten het vak: oh, geesteswetenschappen! Politiek correct! Dus ik ben maar eens gaan turven.
Laten we vooropstellen dat het niet zo verrassend is dat de Neerlandistiek een vak is dat over identiteit gaat. Het is van oudsher gegrondvest op identiteit – er is het idee dat je de Nederlandse taal en literatuur kunt afbakenen van andere talen en literaturen, en dat is een kwestie van identiteit (Nederlandstaligen zijn anders dan andere mensen). Bovendien is gender op dit moment het onderwerp van allerlei maatschappelijke discussie, dus het is ook niet gek dat mensen die beroepsmatig nadenken over identiteit, zich met dit onderwerp bezig houden. Maar misschien loopt het nu wel uit de hand?