Marc van Oostendorp

324 Artikelen
48 Reacties
Marc van Oostendorp is hoogleraar Nederlands aan de Radboud Universiteit Hij heeft een website, een YouTube-kanaal.
Foto: Kenneth Sørensen on Unsplash

Hij en zij in kinderboeken

ANALYSE - Is een paard een hij of een zij? Het hangt er maar vanaf. Wie zich aan het grammaticaal geslacht houdt, heeft het over het, want het is het paard. Maar wie een verhaaltje wil schrijven waarin het paard allerlei menselijke eigenschappen heeft – praten, verliefd worden op een ander paard, trek hebben in paaseitjes – is het aantrekkelijk om niet het te gebruiken, maar voornaamwoorden die je ook voor mensen zou gebruiken, zoals hij, zijdie of hen.

Maar welk kies je dan? Daarover gaat een onderzoek van de Amsterdamse taalkundigen Martje Wijers en Anna Mihlic, dat ze publiceerden in een tijdschrift met de zeer duidelijke titel Linguistics in Amsterdam. In het bijzonder keken ze naar vertalingen van kinderboeken vanuit talen waarin gender minder een rol speelt. Het Hongaars heeft bijvoorbeeld alleen maar gender-neutrale voornaamwoorden: niks hij of zij, alleen maar ő  dat voor mensen van alle genders staat.

Het Zweeds heeft wel equivalenten van hij, zij en hen, maar allerlei manieren om die minder frequent te gebruiken. Wijers en Mihlic citeren bijvoorbeeld het volgende zinnetje van kinderboekenschrijfster Sofia Chanfreau:

Vega skrattade såklart åt grizzlybjörnen som satt bredvid henne ochduschade med pälsenfull av skummigt schampo, inklämd i badkaret som var alldeles för litet.

Vertaald in het Nederlands is dat:

of waarom ze zo moest lachen (…). Om de grijze beer natuurlijk, die met zijn vacht ingezeept met shampoo in de badkuip zat, waar hij eigenlijk veel te dik voor was.

Foto: Uitgeverij Pluim - Lieke Marsman - foto Tom Cornelissen.

Je pruttelt wat mee met lichamen

Sommige schrijvers zijn goed in ieder genre, ook dat van het automatisch antwoord. Een paar jaar geleden kregen correspondenten van Lieke Marsman in de zomer te lezen: ‘met vakantie tm 31 augustus, voor dringende zaken kunt u het best iemand anders mailen.’ Ik denk sindsdien even aan haar als ik in de zomer een mail krijg met een autoreply.

Ik bewonderde haar als schrijver, en niet alleen van autoreply-berichten, en leerde haar als persoon kennen in 2017, via een project over het sonnet voor Neerlandistiek. Ik vroeg 14 dichters een nieuw, 21e eeuws sonnet te schrijven; zij schreef dat ze dat wel wilde doen, al vond ze in opdracht schrijven heel lastig, ‘maar misschien dat zo’n vormopdracht makkelijker is dan een opdracht nav inhoud’. Een paar maanden later meldde ze dat er ‘roet in het eten was gekomen, namelijk kanker’, maar ze schreef uiteindelijk toch een, omgekeerd, sonnet, We verdampen tot we condenseren.

We verdampen

Het zijn rare tijden, jaargetijden
veranderen en vermijden een confrontatie
met vakantie.

Je pruttelt wat mee met lichamen
die druipen, ijlen, kwijlen, schijten.
Een koor in mineur, dat zachtjes brult:

Je lijf is ziek, maar je wordt beter, het zal slijten.
Je zult stiller in het gras liggen en slanker,
uitgemergeld chique bezoek ontvangen. Maar kanker
heeft geen kalender, dus heb geduld.

We verdampen tot we condenseren
en ook rampen zijn gemaakt van feiten.
Je hoeft ze er alleen maar uit te destilleren.
Je wordt beter. Het zal slijten.

Foto: Rijksmuseum, CC0, via Wikimedia Commons Hans Holbein, Bisschop en de Dood

Een zwart sprookje

De hoofdredacteur schreef toen hij nog jong was en niet der dagen zat, een grappig bedoeld zombiefeuilleton over onderzoekers die in managers veranderen en dan toch nog blijven rondlopen. Hij werkte toen nog niet aan de oostelijke universiteit, maar aan een westelijke. Het is nu ongeveer tien jaar geleden dat hij verhuisde, en op een universiteit aankwam waar tot zijn verrassing allemaal mensen werkten, van vlees en bloed.

Wel vroegen de mensen van de oostelijke universiteit of hij nu ook over hen ging schrijven, maar de hoofdredacteur zag daar geen enkele noodzaak toe.

Het was ook een beetje een malle universiteit, omdat er bisschoppen in de Raad van Toezicht zaten kon je haar niet echt serieus nemen, van die ongehuwd samenwonende mannen in het bestuur die zich druk maakten over de vraag of deze of gene wel een bestuurder kon worden als ze ongehuwd samenwoonde. Er ontstond wel uiteindelijk een heel conflict omdat in het bestuur ook voormalige VVD’ers zaten die juist vonden dat de ongehuwd samenwonende vrouw de enig juiste persoon was voor deze belangrijke functie. Het conflict tussen bisschoppen en VVD’ers sleepte zich jarenlang voort terwijl de universiteit zichzelf bleef. Op de campus zag je nog steeds alleen maar mensen.

Foto: Caspar David Friedrich, Der Wanderer über dem Nebelmeer (ca. 1818). Publiek domein, via Wikimedia Commons.

Berusting en stampij

Nu de hoofdredacteur al bijna drie weken gevrijwaard is van dagelijkse beslommeringen, en hij door een warme Romaanse stad dwaalt temidden van andere toeristen, stelt hij zich natuurlijk existentiële vragen.

Inmiddels is de hoofdredacteur 40e-jaars student Nederlands, sinds hij zich in 1986 inschreef voor die opleiding. Het is niet overdreven om te stellen dat het veertig jaar waren van voortdurende neergang. Al zat hij met ruim honderd eerstejaarsstudenten in de collegezaal, toch werd de hoofdredacteur er toen al op gewezen dat dit er veel minder waren dan tien jaar eerder. En dat bovendien de kwaliteit van de opleiding die de hoofdredacteur en die 99 anderen kregen niet bepaald vooruit was gegaan sinds de invoering van de zogeheten tweefasenstructuur enkele jaren eerder, die de maximale lengte van een studie had teruggebracht naar vier jaar.

Sindsdien werd altijd alles almaar minder. Allerlei opleidingen waarbij de hoofdredacteur betrokken is geweest, leiden een kwijnend bestaan, de tak van onderzoek waarover de hoofdredacteur zo vol vuur een proefschrift geschreven heeft, bestaat niet meer, grote helden uit het verleden zijn overleden, en de hoofdredacteur kent uit zijn eigen studieperiode meerdere personen (mannen) die manager zijn geworden, maar geen grote wetenschappers.

Geldschieters

Ondertussen mag je blij zijn als alle opleidingen Nederlandse Taal en Cultuur samen net zoveel studenten trekken als die ene waar de hoofdredacteur zijn lange, lange studiepad op begon.

Foto: Lorenzo Herrera on Unsplash

De html-schrijver

COLUMN - van Marc van Oostendorp. Nu de hoofdredacteur nog altijd maar bevrijd is van zijn dagelijkse beslommeringen, mijmert hij weleens over zijn leven als html-schrijver. Html zijn de opmaakcodes voor een webpagina, en dertig jaar geleden was dat al een deel van het beroep van de hoofdredacteur, voordat hij hoofdredacteur was.

In 1996 was de hoofdredacteur gepromoveerd taalwetenschapper maar niet werkzaam in de wetenschap. Het waren de dagen van de opkomst van het web, of eigenlijk waren het de dagen dat de eerste mensen tegen de hoofdredacteur begonnen te vertellen dat dat hele internet nu toch wel over zijn hoogtepunt heen was.

Je moest in die tijd nog alle codes voor webpagina’s zelf schrijven. Als je een woord schuingedrukt wilde opschrijven moest je schrijven:

<p>Als je een woord <em>schuingedrukt</em> wilde opschrijven...</p>

Van zijn kennis van die codes had de hoofdredacteur toen veel profijt. Hij gaf er cursussen over, schreef artikelen voor computerhobbyistenbladen en boeken voor uitgeverij Bruna, hij maakte websites en was de webredacteur van het tijdschrift Emnet. Dat betekende dat de redacteur hem agendapunten opstuurde en dat de webredacteur-die-later-hoofdredacteur-zou-worden die agendapunten van de juiste codes voorzag zodat ze op een ‘webstek’ konden verschijnen. Want sites werden toen door sommige puristen webstekken genoemd, een woord dat nu alleen nog nostalgie opwekt.

Foto: Brad on Unsplash

Het grimmige verhaal achter Roosvicee

RECENSIE - De taal is geen supermarkt. Je kunt erdoorheen lopen en ieder fijn woord dat je tegenkomt in je mandje gooien en dan nog mag je bij de uitgang doorlopen zonder te betalen en zonder je bonuskaart te laten zien. Maar omgekeerd is de supermarkt wél van taal gemaakt. Ja, er staan wel tastbare goederen, maar die zitten in verpakkingen en als er op die verpakkingen geen namen zouden staan zouden we geen melk van havermoutdrank kunnen onderscheiden en stortte de supermarkteconomie in.

JP Pellemans schreef een boek over die taal van de supermarkt, Het ABC van JP2 (de 2 staat er omdat Pellemans eerder al een succesvol boek schreef over andere kanten van de taal). Het blijkt een briljant gekozen onderwerp, niet alleen doordat het Pellemans de gelegenheid geeft om het verhaal achter allerlei merknamen te vertellen, maar ook omdat hij kan vertellen hoe de supermarkt in elkaar zit, en over zijn eigen leven, én omdat hij ook nog een paar fotostrips kan laten zien van en met de bekende fotostripmaker Ype Driessen.

Het boek geeft daardoor de overladen indruk van een supermarkt, en maakt even hebberig: dit feitje wil ik óók nog hebben, en dat óók nog!

Foto: Leesplankje Cornelis Jetses, CC0, via Wikimedia Commons.

Eén taal

COLUMN - Intrigerend streven, van de gisteren opgerichte politieke partij De Nieuwe Alliantie (DNA). Op de website staat als één van de kernwensen van de partij: ‘Eén taal, één rechtsorde, één gedeelde cultuur.’

Van rechtsorde en cultuur heb ik niet veel verstand, maar hoezo één taal? Ik neem even aan dat die ‘ene taal’ dan Nederlands is, want in die taal is de boodschap zelf gesteld en het lijkt me niet verstandig om je eigen boodschap meteen te ondermijnen door zelf een andere taal te gebruiken dan die ene.

DNA schermafbeelding deel van website

Eén taal van wat? Ja, ‘Nederland’, maar wat betekent dit in de praktijk? De gymnasia verbieden? Toeristen komen het land niet meer in zonder taaltoets? Buitenlandse YouTube wordt verplicht nagesynchroniseerd? Friezen en Limburgers terug naar hun eigen land?

Het streven naar één taal voor één land is een oud romantisch idee. Hoe het precies in Noord-Korea werkt, zullen we waarschijnlijk nooit weten, maar afgezien daarvan zijn er volgens mij geen landen die het bereikt hebben. Overal zijn altijd minderheden die hun eigen taal hebben. De laatste jaren begon dit besef bij uitstek ook bij de zogeheten ‘rechtse’ partijen door te breken. Zij pleitten doorgaans bijvoorbeeld voor het opnemen van minstens het Nederlands en Fries in de grondwet, maar noemden daar vaak ook Nedersaksisch en Limburgs en gebarentaal en Papiaments bij.

Foto: Honore Daumier Le Ventre Legislatif The Legislative Belly Google Art Project

Survival of the grappigste

ONDERZOEK - Er zijn zoals bekend eindeloos veel wetenschappelijke artikelen. Een mens kan er iedere minuut van haar leven twee lezen, en dan heeft ze nog niets gelezen. Als ik eerlijk ben kun je de meeste ook meteen weer vergeten als je niet toevallig nét zelf met dat onderwerp bezig bent.

Maar er verschijnen gelukkig ook nog altijd wetenschappelijke artikelen die sprankelen van de ideeën. Zoals het artikel ‘Survival of the wittiest (not friendliest)’ dat de Servisch-Amerikaanse taalkundige Ljiljana Progovac onlangs publiceerde in het tijdschrift PNAS Nexus (gratis toegang). Dat is een tijdschrift waarin geleerden worden uitgenodigd ideeën uit verschillende domeinen aan elkaar te verbinden, en dat doet Progovac dan ook naar hartelust.

De kern van het idee zit al in de titel van het stuk, een idee uit de biologie: dat het geen toeval is dat mensen in allerlei culturen mensen die geestig en ad rem zijn enorm waarderen. Dat we daar weleens biologisch op geselecteerd zouden kunnen zijn: de geestigste en de meest ad remme liet zien hoeveel hersenen hij of zij had, en dat is uiteraard een aantrekkelijke eigenschap voor een individu. Mensen schijnen, schrijft Progovac ook doorgaans meer geestigheden te debiteren als er aantrekkelijke leden van de andere sekse óf potentiële rivalen aanwezig zijn.

Foto: PVV Rachel van Meetelen. Foto Tweede Kamer CC-BY-NC 4.0

Vrouwen met een taalachterstand

COLUMN - Een vriend stuurde me een motie toe van PVV-Kamerlid Rachel van Meetelen. ‘Hé, taalkundige, iets voor jou!’ De motie was vorige week in stemming en laat zien dat er in bepaalde kringen weer een nieuwe term bestaat om groepen in de samenleving te beschrijven: ‘vrouwen met een taalachterstand’. Voor de motie stemden PVV, FvD en JA21:

Nr. 288
MOTIE VAN HET LID VAN MEETELEN

Voorgesteld 2 april 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de kraamzorg kampt met grote tekorten;

overwegende dat de schaarse basiszorg niet op grond van een taalachterstand met voorrang
mag worden verdeeld;

verzoekt de regering te waarborgen dat kraamzorg niet terechtkomt bij vrouwen met
een taalachterstand ten koste van kraamzorg aan andere Nederlandse vrouwen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Meetelen

Er is voor zover ik kan nagaan geen enkele reden om te denken dat taalachterstand een belangrijke rol speelt bij voorrang in de kraamzorg. Er is een groot gebrek aan personeel en het kabinet wil daarom nadenken over wie er voorrang krijgt. Ik zie nergens staan dat het kabinet daarbij denkt aan taalachterstand, of dat zorginstellingen hier nu al mee bezig zijn. Ook Van Meetelens motie noemt geen enkele concrete aanleiding om in deze richting te denken.

De enige conclusie is dat het hier gaat om ‘buitenlanders’, die dan dus in oppositie staan tot ‘andere Nederlandse vrouwen’.

Foto: "Penne With Milan Sauce" by Photos By Dlee is licensed under CC BY-ND 2.0

Onderzoek in kommetjes

In 1986 opende een vestiging van McDonald’s bij de Spaanse Trappen in Rome. De Italiaanse journalist Carlo Petrini, protesteerde niet met spandoeken maar met kommen penne die hij uitdeelde aan voorbijgangers. Zo begon Slow Food, inmiddels een wereldbeweging met honderdvijftigduizend leden in honderdzestig landen — gebouwd op het besef dat we niet sneller moeten eten, maar beter.

Nu is er Slow Science: een nieuw manifest, van begin dit jaar, die oproept tot een vergelijkbare omwenteling in de wetenschap. (De initiatiefnemers verwijzen expliciet naar de parallel met Slow Food.) Het nieuwe manifest is pan-Europees. Wat ze delen is een grondgedachte: dat versnelling een vijand is van kwaliteit.

Die gedachte komt geen moment te laat, want de snelkookpan van de wetenschap staat op ontploffen. De wereldwijde productie van wetenschappelijke artikelen steeg van twee miljoen in 2010 naar 3,3 miljoen in 2022 — een groei van 65 procent in twaalf jaar. Verwacht wordt dat door de komst van kunstmatige intelligentie die stroom alleen maar toeneemt. En er zijn weinig aanwijzingen dat hiermee ook de groei van kennis toeneemt.. Een bekende studie in Nature uit 2023, gebaseerd op een analyse van 45 miljoen artikelen en 3,9 miljoen patenten over zes decennia, toonde aan dat die artikelen en patenten steeds minder ‘disruptief’ zijn. Ze bouwen voort op bestaand werk in plaats van het te vervangen. Steeds meer onderzoekers, steeds meer artikelen, steeds minder echt nieuw inzicht.

Foto: John Tenniel, Public domain, via Wikimedia Commons Alice and the Red Queen

Wat zou wiskunde hier überhaupt kunnen toevoegen?

Verhalen maken de biologische wetenschap

Het was een goed idee van de redactie van Nederlandse letterkunde om een themanummer te maken over de manier waarop er in andere vakken wordt omgegaan met literatuur. Het leverde onder andere een pakkend artikel op van Johannes Müller over het gebruik van verhalen in de biologie.

De biologie is onder de natuurwetenschappen een beetje een uitzondering. Ze komt voort uit een vak dat ‘natuurlijke historie’ werd genoemd en dus alleen al in die naam een verband legde met de geesteswetenschappen. Bovendien blijkt het veel lastiger om het gedrag van mieren of mensapen in wiskundige formules te vangen dan dat van elektronen of waterstofmoleculen. De wereld is op het niveau waarop ze tot leven komt toch net iets te rommelig voor precieze deterministische modellen. En dus, schrijft Müller, is het verhaal altijd een rol blijven spelen in de wetenschap.

Een prominent recent voorbeeld is de theoretisch bioloog Stuart Kaufmann die in zijn boek A world beyond physics: the emergence and
evolution of life
 (2019) de grenzen van de wiskundige modeleerbaarheid aanwijs. Müller:

In een verhalende beschrijving van hoe de eerste levensvormen bepaalde ecologische niches veroverden en creëerden laat Kauffman de proto-cellen Sly, Gus, Patrick en Rupert optreden om uit te leggen hoe verschillende organismen op elkaar aangewezen zijn en de voorwaarde zijn voor elkaars bestaan. De verhalende vorm van deze beschrijving is voor Kauffman cruciaal: ‘The story is pretty much all you have to know. What would mathematics do here at all?’

Foto: "Bloggers hard at work at Youth For Change" by DFID - UK Department for International Development is licensed under CC BY 2.0

Bloggers parodiëren met kunstmatige intelligentie

Een tijdje geleden bezweek Neerlandistiek bijna onder de belangstelling van kunstmatige intelligentie. Zoveel chatbots kwamen ons bezoeken dat de mensen er af en toe niet meer doorheen kwamen. Ondertussen zijn er wat maatregelen genomen waardoor het wat rustiger is, in ieder geval voor de mensen, maar ik bleef zitten met de vraag: wat leren die chatbots er eigenlijk van?

Dus vroeg ik zelf aan kunstmatige intelligentie (Claude) om op basis van een stuk of vijftig blogposts – sommige van Neerlandistiek, andere van de eigen blogs, maar allemaal openbaar toegankelijk – rapporten te maken over enkele van mijn favoriete bloggende neerlandici. Hier is een korte karakterisering van sommige van hen. Ik geef het ongewijzigd weer (ook de volgorde heb ik door de chatbot laten bepalen):

Louise Cornelis — Nuchtere tekstvakvrouw die hardop nadenkt over haar vak en daar altijd een praktische les uit trekt. Kort, conversationeel, Zeeuws-onderkoeld, met een scherp oog voor taal in het wild.

Robbert-Jan Henkes — Vertaler die hardop twijfelt over het ene woord dat niet mee wil. Associatief, geestig, met een zwak voor het onvertaalbare.

Marc Kregting — Melancholische essayist die elke zin laat vertakken tot hij verdwaalt, en dat verdwalen tot methode verheft. Lang, erudit, cultuurkritisch, met een ondertoon van weemoed.

Marita Mathijsen — Enthousiaste geleerde die bij een glas wijn vertelt wat ze in het archief vond. Verhalend, warm, precies, met de spanning van een detective en de ontroering van iemand die van haar onderwerp houdt.

Nicoline van der Sijs — Etymoloog die woorden laag voor laag afpelt, van het heden terug naar de zeventiende eeuw en verder, met uitstapjes naar het Koreaans en het Russisch. Encyclopedisch, precies, licht verwonderd, nooit uitverteld.

Volgende