Marc van Oostendorp

195 Artikelen
48 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Foto: Eric Heupel (cc)

Bepaalt je taal je emotie?

© Credit T.H. Henry, Max Planck Institute for the Science of Human History,. Comparison of universal colexification networks of emotion concepts with Austronesian and Indo-European language families
Comparison of universal colexification networks of emotion concepts with Austronesian and Indo-European language families

COLUMN - Waarover hebben we het als we het over emoties hebben? Dat valt nauwelijks te zeggen. Wie als kind leert wat een poes is, kan door een volwassene in de buurt tenminste nog worden gewezen op een aantal geslaagde voorbeelden van poezen. Maar je kent als mens alleen je eigen gevoelens: hoe weet je dan dat het liefde is dat je voelt, of woede, of eenzaamheid?

Berouw

Het lijkt alleen al om die reden bijzonder ingewikkeld om in te zien of sprekers van verschillende talen ook verschillende gevoelens hebben: of de manier waarop je je emoties uitdrukt ook implicaties heeft voor die emoties zelf. Toch wordt het een beetje gesuggereerd in sommige presentaties van een recent in Science gepubliceerd onderzoek naar termen voor 24 emoties in bijna 2500 talen uit 20 taalfamilies.

In dat onderzoek werd vergeleken wat voor termen precies samenvallen in een bepaalde taal: colexificatie wordt dat genoemd.

In het Klassieke Grieks zijn er bijvoorbeeld verschillende woorden voor geestelijke en lichamelijke liefde: agapè en eroos. In het Nederlands vallen die twee termen samen in liefde. Op dezelfde manier heeft het Perzisch maar één woord voor zowel rouw als berouw, terwijl in Dargwa (gesproken in Daghestan) rouw en angst hetzelfde woord betekenen.

Foto: Mike Licht (cc)

Taal krijgt zijn autoriteit van buiten

COLUMN - Het komt slechts zijdelings aan de orde in het artikel dat de Australische taalkundige Ingrid Piller schreef voor het Journal of Sociolinguistics: het failliet van de gedachte dat je met taal je autoriteit kunt opbouwen. Het is een oud idee, dat ten grondslag ligt aan de klassieke retorica én aan veel latere analyses. Maar het stort volledig in elkaar wanneer we het succes bezien van de Amerikaanse president Donald J. Trump.

Er zijn wel mensen die proberen allerlei standaard retorische technieken toe te passen op zijn taalgebruik om daar dan zijn overtuigingskracht op zijn publiek mee te verklaren, maar mij heeft dat nooit overtuigd.

Vlak na zijn verkiezing schreef ik dat al over de framing-theorie: die zegt dat mensen de waarheid in een bepaald licht plaatsen wanneer ze iets zeggen.

Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat VVD-politicus Klaas Dijkhoff door gebruik te maken van de wachtgeldregeling een grote graai doet uit de staatsruif of dat hij gebruik maakt van uitgesteld salaris. Dat zijn allebei feitelijk correcte beschrijvingen, maar ze hebben verschillende implicaties.

Maar bij Trump gaat dat allemaal niet op, want in zijn communicatie lijkt de eeuwige zoektocht naar de waarheid verlaten. Als hij Dijkhoff was zou hij bijvoorbeeld eerst zeggen dat hij inderdaad dat geld ontving, en het de volgende dag ontkennen, vervolgens roepen dat Lodewijk Asscher schandalig veel wachtgeld ontvangt, en dan weer dat Asscher een loser is omdat hij het wachtgeld niet durft aan te nemen. En dit alles zonder zelfs maar de suggestie te wekken dat je zelf weet dat dit alles niet tegelijkertijd waar kan zijn.

Foto: TaylorHerring (cc)

Hoe publieker hoe EMOTIONEEELERRR!!! :-D

COLUMN - De eigenaardigheden van de taal die vooral jongeren gebruiken op onder andere de sociale media is inmiddels vrij uitvoerig in kaart gebracht. Ze verkorten woorden en zinnen. Ze gebruiken meer informele taal dan in andere geschreven genres. En ze gebruiken allerlei expressieve middelen die je buiten het beeldscherm niet vindt: verdubbelde letters, en hoofdletters, en emoji, bijvoorbeeld:

  • Dit vind ik echt SUUUUPERRR!!!!! ?

Een recent onderzoek van Lisa Hilte, Reinhild Vandekerckhove en Walter Daelemans werpt nieuw licht op de zaak. De drie wonnen onlangs de Academische Jaarprijs 2019 voor het beste taalkundige artikel.

Hartjes

Ze kijken in hun artikel specifiek naar die extra expressieve middelen die hierboven zijn geïllustreerd, door automatisch te zoeken in een betrekkelijk groot aantal bronnen – niet alleen van de sociale media zoals tweets, maar ook privé-gedeelde chatberichten.

Sommige van hun resultaten zijn niet zo verrassend. Zo gebruiken jongeren deze middelen vaker dan oudere mensen en meisjes meer dan jongeren. Vooral hartjes worden vooral door jonge meisjes gebruikt om hun berichten op te fleuren.

Dat is allemaal heel degelijk gedaan, maar erg verrassend is het niet. Ik vermoed dat de jury van de Academische Jaarprijs is gevallen voor een ander aspect: dat de onderzoekers ook verschillende digitale genres hebben vergeleken. Tot nu toe worden die meestal op een hoop gegooid, maar de onderzoekers laten zien dat ze juist een groot verschil maken – groter dan leeftijd en sekse: in publieke berichten komen ze veel meer voor dan in privé-berichten.

Foto: jeanbaptisteparis (cc)

De verantwoordelijkheid van intellectuelen en de professionalisering van de wetenschap

COLUMN - “Het is de verantwoordelijkheid van intellectuelen om de waarheid te spreken en leugens aan het licht te brengen.” Dat is een van de bekendste zinnen uit het essay The responsibility of intellectuals waarmee Noam Chomsky in 1967 behalve beroemd in taalkundige kringen ook écht wereldberoemd werd.

Het essay is gratis te lezen op de website die aan Chomsky gewijd is; onlangs verscheen een boek dat ook al gratis (‘open access’) te lezen is bij de uitgever, UCL Press (hulde!)

Chomsky’s essay was in eerste instantie een aanval op de vele Amerikaanse intellectuelen die zich op de een of andere manier lieten gebruiken om de oorlog in Vietnam goed te praten of zelfs om die oorlog te helpen voeren. Maar de meeste van die lui zijn inmiddels dood of hoogbejaard en het zou geheel tegen de geest van het essay zijn om het nu nog over hen te hebben. Want de boodschap zou ons nu nog moeten aanspreken, zoals de essays in het boek (en Chomsky’s uitgebreide antwoorden op die essays) laten zien.

Potentieel schadelijk

Een belangrijk aspect van Chomsky’s betoog is hoe hij het op zich problematische woord intellectueel definieert: in termen van privilege. Hij doet dat bovendien op een heel andere manier dan nu soms gebeurt (waar het een kwestie is van huidskleur en gender), maar in termen van ‘politieke vrijheid, toegang tot informatie en vrijheid van expressie’ en daarnaast vooral in economische termen:

Foto: © Bron www.commissievanrijn.nl Aanbieding rapport wissels om. Minister I. van Engelshoven (links), voorzitter drs. M Van Rijn (rechts).

Minister tegen onderwijs

COLUMN - Iets meer dan twee weken geleden zei minister Van Engelshoven tegen haar gehoor in de Leidse Pieterskerk: “U begrijpt dat ik hier niet vooruit mag lopen op Prinsjesdag (…) maar weet dat het kabinet scherp op het netvlies heeft staan hoe cruciaal wetenschap en innovatie zijn voor onze toekomst.”

Buiten stonden vele honderden wetenschappers te protesteren tegen haar desastreuze beleid. Ze had niet de moed en niet de beleefdheid die mensen te woord te staan, zoals ze ook bij vorige demonstraties in haar kantoor was blijven zitten. Maar dit leek toch waarlijk goed nieuws. Het nam bijna de angel uit het protest.

Salarissen

Nu weten we wat ‘vooruitlopen op Prinsjesdag’ zou hebben betekend: dat de minister had moeten toegeven dat de cruciale rol van de wetenschap in de samenleving zou worden beloond met nog meer bezuinigingen dan waar iedereen al boos om was.

De nood wordt niet gelenigd maar verhoogd.

Met zo’n minister valt niet te praten. Ze heeft geen idee wat ze wil, behalve ‘het regeerakkoord uitvoeren’ én ze is niet eerlijk. Voortdurend heeft ze beweerd dat er onder haar bewind extra geïnvesteerd werd, onderwijl grotere bedragen bezuinigend dan ze zogenaamd zou investeren.

Foto: Eric Wiebes Bron: Wikimedia

Het leven een verdienvermogen

OPINIE - Waar je bij minister van onderwijs Ingrid van Engelshoven kon vermoeden dat ze zomaar in het wilde weg wat aan het hakken is in de universiteiten omdat iemand tegen haar gezegd heeft dat dit nu eenmaal moest, en haar collega Arie Slob vorige week de euvele moed had te suggereren dat hij de leraren meer geld ging geven zonder dat dit waar bleek te zijn, leverde hun collega-minister Eric Wiebes gisteren in het Financieel Dagblad het ideologisch fundament achter het beleid van dit kabinet: “Onderwijs is een van mijn favorieten”, meldde hij, maar dat betekent niet dat de leraren hogere lonen moeten krijgen “want dat leidt niet tot een hoger verdienvermogen van de samenleving”. Zoals hij het ook onzin vond om op scholen nog Frans en Grieks te doceren: “Gaan we daar binnen twintig jaar nog de Chinezen mee verslaan?”

De Chinezen verslaan

Dat is kennelijk het ultieme doel van ons bestaan op aarde: de Chinezen verslaan. Wijsheid, aandacht voor het mooie en het goede, jezelf een leven lang blijven verdiepen en ontwikkelen als mens, steeds dieper doordringen in de mysterieën van het bestaan, dat alles valt natuurlijk in het niets bij het verslaan van de Chinezen. En daarbij bedoelen we natuurlijk niet: mooiere gedichten schrijven dan de Chinese dichters of hun kennis van de wijsbegeerte evenaren (er is geen aanwijzing dat de Chinezen het door Wiebes gepropageerde onderwijssysteem hanteren of dat zij net zo neerzien op de geesteswetenschappen als hij), maar ze verslaan door een “hoger verdienvermogen” te ontwikkelen.

Foto: Eric Heupel (cc)

Taal, internet en identiteit

RECENSIE - © Penguin Random House. cover of Becuase Internet by Gretchen McCulloch. 2019Eindelijk een goed boek over internettaal.

Ik ben altijd wat sceptisch geweest over iedereen die beweert wat te kunnen zeggen over de eigenaardigheden van internettaal. Alles op internet verandert voortdurend, er zijn bovendien miljarden mensen bij betrokken die zich helemaal niet allemaal van elkaar bewust zijn en dus ieder hun eigen conventies volgen, wat weten we ervan. Twee jaar geleden schreef ik hier nog letterlijk dat ik dacht dat het ‘te vroeg was voor een boek over emoji’.

Maar nu denk ik dat niet meer. Dankzij het boek Because Internet van de jonge Canadese ‘internet-taalkundige’ Gretchen McCulloch. Eindelijk iemand die goed naar de taal op het internet gekeken heeft! Eindelijk iemand die erover heeft nagedacht!

Dagboeken

Want McCulloch’s boek is een genoegen om te lezen, juist doordat ze duidelijk over een en ander heeft nagedacht. Ze heeft onderzoek gedaan – zowel met vragenlijsten en andere kwantitatieve gegevens als op een kwalitatieve manier, door vele jaren onder de internetbevolking te bivakkeren. Ze weet over allerlei onderwerpen – de vraag of de sociale media bijdragen aan taalverandering, de vraag hoe chats gestructureerd worden, en, ja, wat de taalstatus van emoji is – interessante dingen te melden.

Foto: © Palgrave Communications grafiek Twitter onderzoek via Marc van Oostendorp op Neerlandistiek

Twittertaal wordt alledaagser

ONDERZOEK - Het is altijd bevredigend als een idee wordt bevestigd. Jarenlang heb ik gestreden tegen het idee dat de sociale media de taal zouden veranderen (bijvoorbeeld hier en hier), en met name dat de taal ‘korter’ zou worden door sms en Twitter.

Mijn argument was vooral gebaseerd op de logica. Het is onwaarschijnlijk dat zoiets belangrijks voor het menselijk leven als taal, iets dat zich in de loop van duizenden jaren heeft ontwikkeld, zou veranderen door zoiets efemeers als de sociale media. Zelfs de gehardste Twitteraar spreekt op een dag waarschijnlijk nog steeds meer woorden dan hij tweet. En de proportie geharde Twitteraars op de gehele populatie is te verwaarlozen. De sociale media zijn bovendien zelf zo veranderlijk dat je eerder verwacht dat zij zich langzaam aan de behoefte van de mens aanpassen om de taal op een natuurlijke manier te gebruiken.

Technische reden

Juist vanwege de veranderlijkheid van die media, en het feit dat mensen de neiging hebben van Hyves naar Facebook naar Instagram te springen, maakte een en ander lastig empirisch te onderzoeken. Maar gelukkig voerde Twitter in november 2017 een interessant experiment uit: terwijl er verder niets veranderde, werd de karakterlimiet van 140 tekens naar 280 tekens verhoogd. De protesten waren niet van de lucht – zo hoort dat, als er iets verandert, horen de protesten niet van de lucht te zijn – maar inmiddels is geloof ik iedereen eraan gewend.

Foto: © Sargasso Battle of the blogs 2014

Het weblog als genre: vier karakteristieken

Het wordt een jubileum dat vermoedelijk niemand viert: het Nederlandse weblog viert deze zomer zijn twintigjarig bestaan. Ik schreef in 2003 op Neder-L (de voorloper van Neerlandistiek, maar indertijd nog geen blog) dat in dat jaar het blog was doorgebroken, en toen was het genre nog bijzonder hip. Vijf jaar geleden vierde ik hier het vijftienjarig bestaan en was de glans er al een beetje vanaf. Wie staat er nu nog stil bij deze heuglijke gebeurtenis?

Het Wikipedia-artikel over het weblog ziet er hopeloos verouderd uit, en lijkt sinds ongeveer 2009 nauwelijks meer inhoudelijk bijgewerkt. Vorig jaar plaatste iemand nog een waarschuwing dat het artikel als het zo verwaarloosd was eigenlijk niet meer in de encyclopedie paste, maar het belangrijkste dat sindsdien lijkt te zijn gebeurd is dat die waarschuwing weer is weggehaald.

We mogen dus wel stellen dat de hype voorbij is.

Er is in Nederland ook maar één echt beroemd blog is, Geen Stijl. Afgelopen vrijdag verblijden ze Neerlandistiek met een paar honderd extra bezoekers, door in hun lijstje met links naar foto’s van schaars geklede vrouwen ook een link naar een artikel op onze site te plaatsen. Eerder die week wisten ze enige politieke ophef te genereren door een geheim ‘intern rapport’ van Forum voor Democratie over voormalig penningmeester Otten naar buiten te brengen.

Foto: Sebastiaan ter Burg (cc)

Volgens de minister is het de schuld van de universiteiten dat wij ongerust zijn over haar plannen

COLUMN - Het stemde weinig vrolijk, het Kamerdebat van maandag over het rampzalige voornemen van minister Van Engelshoven om de noden bij onze collega’s van ‘bèta/techniek’ te lenigen door geld af te romen bij ‘alfa/gamma/geneeskunde’ (ineens is, zonder dat iemand het merkte, de vijfdeling van de wetenschap een feit geworden).

De oppositie – dat wil zeggen de woordvoerders van GroenLinks, de PvdA en de SP, want rechtse oppositie is er in dit soort kwesties kennelijk niet –, zag kennelijk een zo vast besloten coalitie dat ze weinig meer wist te doen dan vragen om uitstel: reken nu eerst eens uit wat de effecten precies zijn voordat je zulke grootscheepse maatregelen treft. Ook dit bescheiden voorstel werd door de minister echter resoluut van tafel geveegd: ‘We hebben al genoeg gewacht!’

Ondertussen was de minister, vooral bezig zoveel mogelijk onduidelijkheid te genereren.

Ze beweerde allerlei dingen waarvan je je afvraagt of het zelfs wel de bedoeling is dat iemand ze gelooft; bijvoorbeeld dat de universiteiten verantwoordelijk zijn voor de onrust die nu is ontstaan en niet haar rücksichtslose beleid. Volgens haar hebben de universiteiten namelijk allerlei tabellen in omloop gebracht waaruit blijkt dat een en ander zou kunnen leiden tot duizenden ontslagen. “Dat zijn niet mijn tabellen.” Tegelijkertijd weigerde ze daar dan andere cijfers tegenover te stellen. “Dat is niet mijn verantwoordelijkheid, daar gaan de universiteiten over.”

En weer gaat het geld naar de multinationals en niet naar de samenleving

COLUMN - Iemand – ik weet helaas zijn naam niet – zei het heel treffend, afgelopen vrijdag tijdens de bijeenkomst van WO in Actie: de huidige plannen laten wéér zien hoe dit kabinet vooral geïnteresseerd is in multinationals en nauwelijks in de toekomst van de eigen samenleving.

Iedereen begint er langzamerhand genoeg van te krijgen, de manier waarop stelselmatig zulke bedrijven worden bevoordeeld die tegelijkertijd op alle mogelijke manieren duidelijk maken lak te hebben aan de samenleving waarin ze verkeren: als het ze hier niet bevalt, zijn ze weer vertrokken en dus kan zelfs een loonsverhoging voor het personeel er niet vanaf.

De plannen van Van Rijn die minister Van Engelshoven nu zo innig omarmt gaan ook weer precies die richting op: geld wordt verschoven van alfa-, gamma- en medisch onderzoek naar bèta-onderzoek en in de praktijk vooral naar de technische universiteiten. Waarom? Omdat de banen in de bèta-industrieën veel belangrijker worden gevonden. Waar bevinden die banen zich? Precies.

Weer aan de beurt

Het kabinet wil dus liever investeren in jonge mensen die daarna een internationale carrière krijgen en zo waarschijnlijk weinig zullen bijdragen aan onze samenleving dan aan leraren Nederlands (alfa), traumapsychologen (gamma) of huisartsen (medisch). Op een indirecte manier wordt zo wederom gemeenschapsgeld gestopt in het uithollen van de gemeenschap in plaats van in het versterken ervan.

Foto: © Bron www.commissievanrijn.nl Aanbieding rapport wissels om. Minister I. van Engelshoven (links), voorzitter drs. M Van Rijn (rechts).

Geen zin in een leuk stukje

COLUMN - Ja, ik schrijf altijd van die leuke stukjes over interessant nieuw of minder nieuw neerlandistisch onderzoek, of met observaties over taal, of met milde grapjes over de managementcultuur.

Maar nu heb ik geen zin.

Sinds vrijdag ben ik heel bezorgd en heel boos. De idiote aanbevelingen uit het vreselijke rapport van de commissie Van Rijn lijken nu te worden overgenomen door de minister van wetenschappen, drs. I. van Engelshoven. In een tijd van ongekende welvaart, in een tijd van allerlei oververhitte maatschappelijke discussies waarvan we de aard en structuur nauwelijks begrijpen, in een tijd waarin Nederlandse wetenschappers wereldwijd geprezen worden om de doelmatige manier waarop ze met hun middelen omgaan, in een tijd dat menige collega zich volkomen over de kop werkt, besluit drs. I. van Engelshoven dat het wel genoeg is met die hele wetenschap.

Heidag

Al het geld moet naar beta/techniek, want alleen die brengen geld in het laatje. Dat veel rechtschapen onderzoekers in die sector helemaal niet zitten te wachten op geld dat moet komen uit de afbraak van de rest van het gebouw van de wetenschap, doet er niet toe. Dat sommigen onder hen zelfs waarschuwen dat met een dergelijke plotselinge ongeleide groei er allerlei problemen ontstaan in hun eigen discipline – de minister is er doof voor.

Vorige Volgende