De privatisering van de censuur

Julian Assange mag met een enkelbandje weer achter zijn computer gaan zitten. Maar hij is zijn vervolgers nog niet kwijt. Het overheersende beeld is dat hij in zijn vrijheid belaagd wordt door staten: Zweden, de Verenigde Staten, Het Verenigd Koninkrijk. De mate waarin zijn en onze vrijheid op het internet wordt aangetast door private bedrijven komt minder in beeld.
De werkelijkheid is dat bedrijven een grote, ongecontroleerde, invloed hebben op het vrije verkeer van informatie. Het was een privé-onderneming die wikileaks.org zijn domeinnaam ontnam. Het waren banken die de financiering van wikileaks onmogelijk maakten. Amazon trok zich terug en verbrak (tevergeefs) de banden met Wikileaks. Waarom doen die bedrijven dat allemaal als Wikileaks de Amerikaanse overheid dwars zit. En waarom doen ze dat op eigen houtje voordat er ook maar iets van een juridische tegenactie in gang is gezet laat staan met een veroordeling afgesloten?
Joe McNamee, van de Europese organisatie voor digitale rechten EDRi, heeft er wel een verklaring voor. Hij schrijft dat veel regeringen er de afgelopen jaren op aan sturen om regulering van het internet over te laten aan bedrijven. Dat heet dan ‘zelf-regulering’, maar het komt er op neer dat de overheid zich terugtrekt van het internet omdat het allemaal te moeilijk is om de burgerrechten in cyberspace te garanderen. En omdat het wel zo makkelijk is om opsporingstaken uit te besteden aan bedrijven die graag meewerken om hun zelfstandigheid te kunnen bewaren. Zo kan die veelgeprezen eigen verantwoordelijkheid van providers en website beheerders ingezet worden tegen kinderporno, auteursrechtschendingen en allerlei andere computercriminaliteit. Alsof we voor de criminaliteit geen rechtstaat met justitiëel apparaat hebben ingericht.





