‘Hila voorbij de Taliban’ en de reflex van het wissen
Een paar weken geleden haalde de AVROTROS de Afghanistan-documentaire Hila voorbij de Taliban offline nadat een van de vrouwen die erin voorkomt door de Taliban werd opgepakt. Uit “zorg voor de veiligheid” van de deelnemers. Het klinkt empathisch. Het oogt verantwoordelijk. Het is in werkelijkheid vooral een vorm van institutionele zelfbescherming.
De vrouwen die aan deze documentaire meededen, deden dat namelijk niet in een vacuüm. Niemand die in Afghanistan publiekelijk spreekt over vrouwenrechten, onderwijs of autonomie, doet dat in de veronderstelling dat de Taliban dat sportief zullen opnemen. Dit waren geen onwetende figuranten in een Westers mediaproject. Dit waren mensen die wisten wat zichtbaarheid betekent onder een theocratisch wraakregime. Hun deelname was een bewuste daad van verzet. Politiek. Riskant. Moedig.
Op het moment dat de Taliban iemand oppakt vanwege zo’n documentaire is de schade al aangericht. De herkenning is er al. Het offline halen van het materiaal verandert daar niets meer aan. Het maakt niemand vrij. Het maakt niemand veiliger. Het wist alleen het spoor dat naar de daad leidde, en ondertussen is overal al gedocumenteerd wie wat waar heeft gedaan en gezegd.
Wat resteert, is een symbolisch gebaar dat vooral de omroep zelf moet geruststellen: kijk, wij hebben iets gedaan.