Spice en de strijd om een menswaardig bestaan
ACHTERGROND - De oplossing van problematisch middelengebruik als Spice ligt niet bij het medicaliseren en psychologiseren ervan. Voor een structurele oplossing is sociologische inzicht en politieke beleid nodig. Een gastbijdrage van Jeroen Boekhoven, docent-onderzoeker aan de Academie voor Sociale Studies van de Hanzehogeschool Groningen, verbonden aan het Lectoraat Verslavingskunde.
He who makes a beast of himself gets rid of the pain of being a man
De Britse dichter, essayist en literatuurcriticus Samuel Johnson (1709-1784) dacht natuurlijk niet aan twintigste-eeuwse gebruikers van spice toen hij bovenstaande uitspraak deed. Maar toch. Spice, een kruidenmix waaraan synthetische cannabinoiden zijn toegevoegd, lijkt mensen te veranderen in beesten, vandaar de bijnaam ‘zombiedrug’.
De afschrikwekkende naam is goed bedacht: Spice vervangt weliswaar normale wiet, maar de effecten kunnen wel honderd keer heftiger zijn, en dat is te zien aan hoe mensen bewegen en zich gedragen als ze onder invloed zijn van spice.
De gevolgen van spice-gebruik kwamen indringend en aangrijpend in beeld (op 15 oktober 2018) in een aflevering van Trippers (BNNVARA) waarin presentator Jan Versteegh verslag deed van zijn reis door een aantal (achterstands)wijken in het Verenigd Koninkrijk waar het leven van grote groepen mensen draait om het gebruik van spice.
Het tv-programma schetste een heftig beeld van het leven van gebruikers en hun naargeestige omgeving; door bezuinigingen verpauperde wijken waar de helft van inwoners werkloos is, sociaal gemarginaliseerd, buitenspel gezet, uitgesloten. Desolate levens in een desolaat landschap.
Een veteraan uit de binnenkamers van de Haagse macht verwoordt een aanklacht. Beschaafd, dat wel. Maar misschien daarom wel belangrijker. Die aanklacht komt van Herman Tjeenk Willink, oud-vicepresident van de Raad van State (‘onderkoning’ van Nederland), oud-voorzitter van de Eerste Kamer, informateur van diverse kabinetten, waaronder Rutte III, etc., etc.
Pas aan het eind valt in Magda is overal van Christian Jongeneel alles op zijn plek. En alles is in het geval van Magda is overal veel. Kort samengevat laat Christian Jongeneel zien hoe een samenleving binnen een paar generaties van kleur kan verschieten, met alle positieve en negatieve gevolgen van dien. Centrale figuur in de roman is Dede Singh, die ook nog eens de uiterst onbetrouwbare verteller is van het eerste van de drie delen van de roman.
In het najaar van 2018 publiceerde The New York Times een serie artikelen over China onder de kop:
Vijfduizend jaar geleden werd de aanzet gegeven voor de vernietiging van de natuur, de onderdrukking en gewelddadige dood van tientallen miljoenen mensen en de vervreemding van nog veel meer mensen. Wat wij beschaving noemen, is een grote machine die steeds meer verslindt. De landbouw, het schrift en het bewerken van metaal waren stappen van de mensheid, maar vooral stappen achteruit. Er kwam een systeem op gang die leidde tot kolonisering, genocide, onderdrukking en ecologische catastrofe.