Arnold Karskens

21 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Eric Heupel (cc)

Zilveren Nepcamera

De Zilveren Camera 2007, Neerlands prijs voor de fotograaf die ‘de beste persfoto van het jaar heeft gemaakt’, gaat misschien naar een militair. Sjoerd Hilckmann is namelijk genomineerd in de serie ‘Buitenland Documentaire Fotografie’. Hij maakte ‘niet directe nieuwsfoto’s’ van ‘De Nederlandse Task Force Uruzgan aan het werk’. Welnu: Ik neem Sjoerd Hilckmann niet kwalijk dat hij heeft ingezonden, iedereen zoekt per slot van rekening erkenning. Maar ik ben er tegen wanneer-ie, als een van de 35 kanshebbers, volgende week tot winnaar wordt uitgeroepen. En wel hierom:

Hilckmann maakt deel uit van de afdeling Audiovisuele Dienst Defensie. Dat is geen journalistiek bedrijf. Zijn foto’s worden niet beoordeeld op informatieve waarde, maar op promotiewaarde. De nadruk ligt dus op de goede zaken die we doen in Zuid-Afghanistan. Zoals ‘militairen in gesprek met de bevolking’ en ‘Task Force Uruzgan aan het werk tijdens een patrouille’. Akelige oorlogsfragmenten maken geen deel uit van de serie. Ook al knipt hij een krachtige opname van een verwoest huis met daarvoor een bebloede burger of gewonde Nederlandse militair. Die foto mag hij niet verspreiden. Hij is namelijk propagandist, geen foto-journalist. En dat moeten ze weten bij de Zilveren Camera. ‘Geen probleem’, zegt echter Zilveren Camera-secretaris Werry Crone in Trouw van zaterdag 12 januari. ‘De kwaliteit is doorslaggevend. In Uruzgan loopt per saldo iedereen aan het handje van Defensie en in die zin pleegt ook iedereen propaganda.’(sic)

Foto: Eric Heupel (cc)

Make war not peace

Als oorlogsverslaggever heb ik het vak van de toekomst gekozen. De Midden-Oostenconferentie in Annapolis (had er nog nooit van gehoord maar die stad ligt in de staat Maryland aan de oostkust) versterkt mijn overtuiging. De Amerikaanse president George W. Bush wil daar de komende dagen een aanzet geven tot een langdurig vredesakkoord tussen Israëliërs en Palestijnen. Ik geloof er niks van; niet in de vredeswens van Bush noch in de vrede tussen twee volkeren die elkaar liever vandaag dan morgen de zee indrijven.

Nee, beste lezers, de ‘vredesconferentie’ is de prelude voor een aanval op Iran. En wat geeft bij mij de doorslag? Een bericht in de NRC van 19 november! Daarin staat dat Iran bereid is uranium buiten het land te laten verrijken. Een opmerkelijke stap voor een land dat zo gehecht is aan zijn soevereiniteit. De reden? Teheran weet van de aanvalsplannen op dat land, een serie zware bombardementen op zo’n zestien belangrijke nucleaire installaties. In een laatste poging probeert president Mahmoud Ahmadinejad de reden voor een aanval– het maken van een Sji’itische atoombom- te ontkrachten. Op zijn beurt wil de VS in Annapolis vlug nog wat vriendjes winnen en vijanden een dikke worst voorhouden. Waarna de count down begint.

Foto: Eric Heupel (cc)

Rot land

Wat voor land is Nederland, vraag ik me af, als ik de aandacht volg voor wat inmiddels de ‘Anne Frankboom’ heet, een kastanje in de Amsterdamse binnenstad. Neerlands bekendste onderduikster keek vanuit het Achterhuis erop neer en beschreef de bladerenpracht in haar dagboek.
Wel nu, dat er sentiment kleeft aan de oude barst neem ik graag aan. En van mij hoeft de boom ook niet gekapt. Maar ik krijg een vieze smaak in mijn mond als ik de overdreven belangstelling zie van kranten, actualiteitenrubrieken en zelfs het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie.
Want, waarom nauwelijks interesse voor de voortvluchtige SS-er Klaas-Carel Faber? Deze landverrader nam deel aan tientallen executies en woont kwiek en onbekommerd in Duitsland. De familie van een van zijn slachtoffers zwengelt een nieuw proces aan wegens moord. Maar op één artikel in het AD na blijft het stil. Niks geen publieke verontwaardiging of Nederlandse rechters die zich er tegen aan bemoeien.
Kijk, dat is mijn punt. Waarom zoveel heisa om een boom terwijl de andere kant wordt opgekeken als het de lieden betreft die onze Anne er ooit bij wegsleepten? Wat is er nou rot?

::: deze post staat ook op: arnoldkarskens.blogspot.com :::

Foto: Eric Heupel (cc)

Mijmeringen op de zondagochtend

De telefoon stond de laatste week niet stil. Of ik inzage had in mijn AIVD-dossier? Nee dus. Wat schiet ik er mee op. De saillante details zijn zwart gemaakt. En na lezing loop je de rest van de dag paranoïde rond. Daarbij heb ik meer twijfels over de werkwijze van die andere club, de Militaire Inlichten- en Veiligheids Dienst MIVD. Die loopt me in Afghanistan constant voor de voeten. Bij mijn laatste bezoek aan Tarin Kowt kreeg ik binnen tien minuten een telefoontje – uit Den Haag! Een medewerker van de afdeling propaganda: ‘Ja, Arnold we weten dat je er zit. Als we je kunnen helpen, aarzel niet om te bellen.’ Waarna het ‘Karskens-bashen’ weer begon. Medewerkers achtervolgden me ditmaal niet met een draaiende camera, zoals op de foto, maar ik word onderhand spuugzat van die kwalijke roddels en leugens die over mij verspreid worden. De Talibs rammelen aan de poort van Tarin Kowt en hun moed gaat niet verder dan het pesten van een verslaggever. Geen wonder dat we die oorlog daar verliezen!

Trouwens gisteren het NOS-journaal gezien? De slecht functionerende militairen van het Afghaanse Nationale leger, de ANA, kunnen niet schieten. Simpele kijkers denken: Mooi kritisch stuk. Maar pas op. De versluierde boodschap stuurt aan op een langer verblijf in Uruzgan. Want: Die Afghanen kunnen het zelf nog niet. Een spindoctor bedacht ‘de insteek’, de censor liet de reportage slim-slim passeren (dat de ANA niet kan schieten brengt de ‘operationale veiligheid’ van de Nederlanders blijkbaar niet in gevaar) en het NOS-journaal fungeerde als trouwe boodschappenjongen.

Foto: Eric Heupel (cc)

Hirsch Ballin over de knie!

faberklein.JPGMinister van Justitie Hirsch Ballin heeft een zeer Ernstige blunder gemaakt in de zaak Klaas-Carel Faber. Voor wie het niet weet: Oud-SS-er Faber is een van de laatste vier voortvluchtige Nederlandse oorlogsmisdadigers in Duitsland. Hij is medeschuldig aan tientallen moorden op verzetsmensen en gijzelaars. Na de oorlog werd de banketbakker uit Haarlem ter dood veroordeeld maar hij ontsnapte in 1952 naar Duitsland. Dit voorjaar leek het erop dat Faber voor altijd een vrij man zou zijn maar na wat spitwerk kwam ik, als voorzitter van de stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden, er achter dat vervolging wel degelijk mogelijk is.
In dem hiesigen Verfahren gegen Klaas Fabe geht es um eine strafrechtliche Sache. Der deutsche Staat verlangt von den Angehörigen der Opfer keine Kosten, selbst bei erfolgloser Beschwerde“, laat Openbaar Aanklager dr. Lutz vanuit Beieren deze ochtend nogmaals weten.
Minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin antwoordde echter op vragen van de Kamerleden Krista Van Velzen (SP), Fred Teeven (VVD) en Aleid Wolsfsen (PvdA) op 14 augustus: “Het is bijzonder te betreuren dat het niet mogelijk is gebleken om K.C. Faber verantwoordingen te laten afleggen voor zijn misdaden.” Zijn ambtenaren hebben gewoon slecht werk afgeleverd.
Een familie heeft zich al via de stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden partij gesteld bij de Staatsaanwalt. Ik ben op zoek naar meer nabestaanden van slachtoffers van Faber. Ze kunnen contact opnemen via de e-mail of postbus. Zie ook: www.onderzoekoorlogsmisdaden.nl

Foto: Eric Heupel (cc)

Een Dunne Zwarte Lijn

Deze week de Vrij Nederland special over Darfur doorgebladerd. Fraaie foto’s, dat wel. Aan de tekst ben ik niet toegekomen want ik zocht, ditmaal tevergeefs, of het weekblad opnieuw was gesponsord. (*) Zouden ze hun leven op de Raamgracht hebben verbeterend? Nee, hoor. Vrij Nederland was gewoon ‘vergeten’ geldschieter Buitenlandse Zaken te noemen. De artikelen Darfur konden dankzij de royale steun van 25.000 euro (een bron spreekt zelfs van 38.000 euro) staatsteun worden gerealiseerd.

Hoofdredacteur Emile Fallaux noemt desalniettemin Vrij Nederland ‘een onafhankelijk medium en dat zal ook altijd zo blijven.’
Ik geloof er niks van. Het blad is het zoveelste bewijs dat de Nederlandse media in de uitverkoop liggen. NRC handelsblad, waar ik de quote over Fallaux uit heb gehaald, is op zijn beurt gesponsord door het Ministerie van Oorlog. Embed-slet Grunberg kreeg afgelopen donderdag een pagina om in een slap verhaal iets over de verlenging van de Uruzgan-missie te schrijven. Waar haalt-ie ‘t lef vandaan. Hij had geen Afghaan gesproken!

Ook NRC Handelsblad had iets vergeten. Namelijk het bedrag wat de krant bespaart door Defensie te laten betalen voor zijn reis & verblijf. Sponsering in natura. De reactie van de krant kan ik zelf wel bedenken. NRC Handelsblad is ‘een onafhankelijk medium en dat zal ook altijd zo blijven.’ Dat de artikelen gestuurd uit Uruzgan de censor passeren, wordt er tegenwoordig niet eens meer bijgeschreven. Serieus ben ik van plan mijn abonnement op te zeggen. Het is namelijk puur lezersbedrog.

Foto: Eric Heupel (cc)

Wat nou Darfur?

Ik hoor dat er binnen het kabinet wordt gesproken over het overhevelen van een deel van de Nederlandse strijdkrachten van Afghanistan naar de Soedanese provincie Darfur. Weer een miskleun in de serie: wij politici zijn te dom/laf/onvolwassen/beperkt om het probleem met onze mond en overtuiging op te lossen. Dus we trekken een blik militairen open. Mag wat kosten, als de mensen maar niet denken dat we wilsonbekwaam zijn. Dat het geld beter gebruikt kan worden om de nood te ledigen, komt niet in ze op. Net als in Uruzgan. Twintig miljoen euro voor de bevolking en een slordige 600 miljoen euro voor militair industrieel complex. Troepen naar Darfur vind ik daarom geen goed idee, maar dat zal u niet verrassen.

Darfur is groot!
De provincie is ruim 11 maal Nederland, bijna zo groot als Frankrijk. Verharde wegen zijn zo goed als onbestaand. Sinds het uitbreken van de oorlog in 2003, is het gebied nagenoeg verlaten. In een ontvolkt gebied is een regulier VN-leger in het nadeel. De aanvoerwegen naar de kampen zijn lang en ongecontroleerd.

En de buitenlandse troepenmacht is al zo klein!
Ruim 24.000 militairen en agenten wil de Verenigde Naties sturen. Dat is een druppel op een gloeiende plaat. Ze zijn een makkelijk doelwit voor hinderlagen, mijnen en beschietingen.

Foto: Eric Heupel (cc)

Arnon Grunberg buigt opnieuw

Lastig dat ik in het buitenland woon. Zo mis ik wel eens wat. Bijvoorbeeld Arnon Grunberg in de VPRO-gids van 21 juli. Stampvoetend ontkent hij bemoeizucht door Defensie op zijn trip naar Afghanistan. Hij schrijft: ‘Het feit dat Defensie mijn stukken over Afghanistan verleden zomer heeft gelezen, impliceert nog geen censuur.’ Hierbij mijn reactie gestuurd naar de VPRO-gids.
‘Maar Arnon. Je had toch een convenant gesloten dat voor publicatie Defensie je werk zou screenen? Met het recht stukken te verwijderen? Dat is censuur! ‘..toezicht door een kerkelijke of wereldlijke overheid op voor publikatie bestemd drukwerk, het toneel, de film ofwel op brieven, met de bevoegdheid daaruit gedeelten te schrappen of te verbieden…’(Groot Woordenboek Van Dale). Jij hebt de twijfelachtige eer als eerste Nederlandse schrijver, in waarschijnlijk een halve eeuw, akkoord te gaan met deze militaire supervisie. Vrijwillig zelfs. Dat er geen woord uit je tekst is gehaald, zoals jij beweert, zegt veel over de soepelheid van je ruggengraat en de kneedbaarheid van je karakter.

Persbreidel is een gevaar voor de democratie zoals de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949) aantoonde. Duizenden Nederlandse militairen stierven omdat politiek en publiek onvoldoende werden geïnformeerd over een uitzichtloze strijd door gemuilkorfde media. Jij doet er in Afghanistan driftig aan mee. Je leidt zelfs een literair trainingskamp opgezet door het ministerie van Defensie om de eenzijdige boodschap te verfraaien. De potsierlijke scheldkanonnades in een afgeraffelde column verhullen je afgang echt niet.’

Foto: Eric Heupel (cc)

Lounge Lizard

Vanaf vandaag zal onderzoeksjournalist & oorlogsverslaggever Arnold Karskens bijdragen leveren aan Sargasso. Deze bijdragen verschijnen ook op zijn eigen weblog arnoldkarskens.blogspot. Karskens heeft sinds 1980 zo’n dertig conflictgebieden bezocht waaronder El Salvador, Colombia, Rwanda en voormalig Joegoslavië en hij liep langs de frontlinie in oorlogen tussen Eritrea en Ethiopië, Irak en Iran. In afgelopen jaren werkte hij mee aan radioprogramma’s van de RVU, VARA, BNR, VPRO en NOS, praatprogramma’s als Barend en Van Dorp en ‘De Wereld Draait Door’ en actualiteitenrubrieken als EenVandaag, Zembla en VRT-journaal. Tevens is hij voorzitter van de Stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden Vandaag trappen we af met een kritisch stuk van Karskens over de embedded journalist Arnon Grunberg dat eerder deze maand al verscheen op z’n eigen weblog

Een bezoekje aan Nederland is altijd goed voor een verrassing. Zo reed ik gisteren [red: 3 juli] naar Hilversum waar een goede collega mij attendeerde op een column van Arnon Grunberg in de VPRO-gids van 23-29 juni. Onder het pseudoniem Yasha reageerde hij op uitspraken van mij in weekblad HP/De Tijd van 1 juni 2007. Afgelopen jaar bezocht Grunberg namelijk de militaire basis in Kandahar, Afghanistan. Vóór publicatie moest hij zijn werk bij de censuurafdeling van Defensievoorlichting voorleggen. De verhalen zijn later gebundeld. Ook gaf hij militairen schrijfles. Ik stel dat hij over tien jaar spijt heeft dat hij zich voor ‘het karretje van Defensie’ liet spannen. Grunberg is het niet met mij eens. ‘Zijn vermoeden dat Defensie censuur heeft toegepast op mijn stukken over Afghanistan is onwaar.’

Vorige