APA bloody APA

Ja, het is enige tijd geleden dat u iets hoorde over de proef die Nijmegen aan het doen is met de bijstand, en waarvan ik de impact onderzoek. De reden dat u niet zo veel hoort is natuurlijk dat ik druk bezig ben met het analyseren van data en het schrijven van artikelen.

Maar nu moet me toch echt even iets van het hart. Ik ben eigenlijk historicus, en voor mijn onderzoek ben ik een beetje verdwaald en terecht gekomen in sociologenland. En daar is het heel prettig hoor: leuke, gedreven mensen die keihard werken, maatschappelijk relevant onderzoek doen, en daar behoorlijk geavanceerde (statistische) methoden voor gebruiken.

Maar die verwijzingen, manmanman, die verwijzingen. In de Social Sciences, waar Sociologie toe behoort, gebruikt men (vaak) het verwijssysteem van de American Psychologists Association. Oftewel: ‘APA’. En dat is een draak van een systeem, zeker als je de mooie, uitgebreide verwijzingssystematiek gewend bent die historici gebruiken. En ja, dit verschil is belangrijk!

Ter illustratie, het verschil ziet er als volgt uit. Men neme een artikel, bijvoorbeeld deze over wederkerigheid. Stel, ik wil in een eigen artikel voortborduren op de bevinding van de heren Fehr en Gächter dat sociale normen belangrijk zijn in het sturen van menselijk gedrag. Daarover maken ze een boeiende opmerking op pagina 168 van het tijdschrift waarin hun artikel in staat. Bij het gebruik van APA (of de meeste andere verwijsmethoden gebruikt in de sociale wetenschappen, inclusief economie), komt dan achter (of in) een zin waar ik daar iets over zeg te staan: (Fehr & Gächter, 2000). Bij het gebruik van een voetnoot, volgens de onvolprezen methode De Buck (zie onder ‘bibliografische conventies’), staat in de zin alleen een subtiel voetnootje. Onder aan de pagina staat in de voettekst: Ernst Fehr en Simon Gächter, ‘Fairness and Retalliation: The Economics of Reciprocity’, The Journal of Economic Perspectives, Vol 14, no.3 (2000), 159-181 aldaar 168. De eerste keer dat naar een artikel verwezen wordt althans, daarna wordt het korter, maar het paginanummer wordt altijd genoemd.*

Waarom is het gebruiken van APA nu precies erg, vraagt u? Buiten het feit dat het anders is dan dat ik gewend ben? Nou, omdat verwijzen met uitgebreide voetnoten inclusief paginanummer gewoon beter is. Ja, dit is een normatieve uitspraak.

De eerste reden waarom APA irritant is, is dat de lopende tekst wordt onderbroken (naam, jaartal) met woorden die alleen maar (naam, jaartal) afleiden. Dit is een kwestie van smaak, maar ik vind het zowel lelijk als irritant afleidend.

De tweede, belangrijkere (en wat inhoudelijkere) reden waarom verwijzen à la APA inferieur is aan een fatsoenlijk voetnotenapparaat, is dat het beknopter is in de informatie die het geeft, minder nauwkeurig is, en daarmee kan bijdragen aan ‘sloppy science’. De kern is dat APA niet weergeeft op welke pagina iets gevonden wordt. Paginanummers zie je alleen bij letterlijke citaten. Dit maakt het dus lastiger om bronnen te controleren: in plaats van een pagina opzoeken, moet je een heel artikel of zelfs boek doorspitten. Iets dat me de hel lijkt voor docenten die stukken moeten controleren van studenten: als je een tekst naar verwezen wordt niet al kent (wat vaak zal gebeuren), moet je óf er op vertrouwen dat een student het goed begrepen heeft, of het hele ding zelf gaan doorspitten. Dat geldt ook voor peer reviewers die stukken van collega’s beoordelen.

Ook verleidt het een schrijver tot het diagonaal lezen van artikelen die gebruikt worden, of zelfs tot het lezen van enkel de samenvatting. Hoewel de kern van een stuk daar wel uit te halen is, gaat de context verloren. Dit kan niet anders dan ten koste gaan van het diepere begrip van de materie die bestudeerd wordt.

Ik richt me in dit stuk overigens op APA, maar dit geldt bij mijn beste weten ook voor de andere verwijssystemen die in de sociale wetenschappen worden gebruikt. En op het moment dat men daar meer, of standaard, zou verwijzen naar op welke pagina’s iets gevonden wordt, valt mijn inhoudelijke argument grotendeels weg, en blijft de smaak over, om over te twisten.

Maar goed, als in Rome, doe als de Romeinen enzo, ik pas me wel aan. Maar desondanks: toch even deze ode aan de nauwkeurigheid en het detail waarmee mijn oude vakgebied omgaat met literatuur, en aan meneer De Buck.

 

János Betkó is projectleider van de bijstandsproef in Nijmegen, en doet als extern promovendus bij de Radboud Universiteit (afdeling Sociologie) onderzoek naar de effecten. De komende jaren zal hij op Sargasso over deze proef met de bijstand schrijven.

 

*In ieder verwijssysteem waar ik bekend mee ben is het ook gebruik om in een literatuurlijst een volledige opsomming van de gebruikte werken weer te geven; daar verschillen systemen niet in.

  1. 1

    Dat soort leed komt helaas op alle niveaus voor.
    Jaren geleden werd in het almaar sukkelende mijnwerkersstadje Geleen de bieb verbouwd en de almachtige binnenhuisarchitect zadelde niet alleen de gebruikers ervan op met een de ruimte overheersende, doch levensgevaarlijke wenteltrap, die alleen in het midden – waar zelfs een aap niet bij de leuning kon – een acceptabele aantrede had; Hij gooide ook het beproefde SISO-systeem overboord en verdeelde alle boeken over vier sferen, dit vooral tot leedwezen van de geschoolde medewerkers, die ook niets meer konden vinden en bovendien hun nagels braken aan de laden omdat een greep niet zou passen in het diesain. (Bezuinigingen leidden er vervolgens toe dat de instelling uitgerekend op de nog goed bezochte marktdag dicht ging, wat natuurlijk meteen op het aantal uitleningen neersloeg. De tent is inmiddels helemaal gesloten en vervangen door een leeswinkel in een van de vele leegstaande Geleense winkelpanden.)

  2. 2

    Levenswetenschappen referencen net als APA … dus zonder direct naar een pagina in een langer werk te verwijzen. Volgens mij is dat ook hoe alle papers/mendelys/bibtex/endote en aanverwanten werken.

  3. 3

    @1: Dit is wel even iets anders dan APA-leed, dacht ik. Maar ik kan me niet voorstellen dat de bibliothecaris geen stem heeft gehad in het indelen van de bibliotheek. Dat is namelijk niet het vak van de binnenhuisarchitect. Wat ik wel weet is dat vele bibliotheken oude systemen hebben losgelaten in ruil voor indelingen die meer overeenkomen met de interessesferen van hun klanten (bv. retailconcept)

  4. 4

    @3: Die boeren en kompels in de raad zijn natuurlijk geen partij voor de ronkende retoriek van zo’n architect, wanneer die zich e.e.a. ter meerdere eer en glorie van zijn ego doodleuk toeëigent. Dat retailconcept zal dan wel de bedoeling zijn geweest in Ligne, de Sittardse bieb van De Domijnen (ja, met lange ij), waar de populairste titels als een kunstwerk op een soort bestsellermeubel prijken, en je voor een vingerbreedte diepergaande boeken al bij de balie of online moet zijn. Het resulteert in een minimaal aantal pagina’s per vierkante meter.
    Goede koffie, dat dan weer wel.
    Niettemin een wereld van verschil met de Gründlichkeit van bijvoorbeeld een bibliografie van bibliografieën, die wellicht symptomatisch was voor een doorgeschoten Duitse sorteerdrift, maar je kon daarmee tenminste wel wat vinden.

  5. 5

    Hahaha herkenbaar. Ook ondergetekende moest even wennen van doe maar wat je zelf handig vindt (heel lang geleden) naar de Buck naar APA. Wat betreft het niet verwijzen naar specifieke pagina’s; ik heb het idee dat in bepaalde APA vakgebieden er vaak verwezen wordt naar zeg maar de algemene strekking van het artikel in zijn geheel, en niet specifiek naar een alinea, paragraaf of pagina.

  6. 6

    @5: En daarnaast zijn de meeste verwijzingen naar gepubliceerde artikels, die toch (verplicht) maar uit een paar pagina’s bestaan, waarbij je afhankelijk van vanaf waar verwezen wordt, ook al vrij aardig kan inschatten waar in het artikel de interessante tekst staat. Het probleem met voetnoten is dat bv. een inleiding (toch iig in de levenswetenschappen) dusdanig veel verwijzingen bevat, dat je voor je het weet de helft van je pagina’s bestaat uit voetnoten (en eerlijk gezegd is dat ook al heel erg vermoeiend lezen, want je gaat toch altijd even naar de voetnoot kijken en dat onderbreekt het leesritme van het artikel veel meer dan enkel een naam en jaartal).

    Verder wordt er erg uitgegaan van een lezer die zelf deskundige is (bij peer reviewers en docenten is dat zelf een vanzelfsprekendheid) en dus de meeste literatuur waar naar verwezen wordt al gelezen heeft. Dan is “Iets dat me de hel lijkt voor docenten die stukken moeten controleren van studenten: als je een tekst naar verwezen wordt niet al kent (wat vaak zal gebeuren), moet je óf er op vertrouwen dat een student het goed begrepen heeft, of het hele ding zelf gaan doorspitten. Dat geldt ook voor peer reviewers die stukken van collega’s beoordelen.” al geen issue meer.

  7. 7

    Je bent nu wel erg streng hoor. Paginanummers mag je voor zover ik weet prima gebruiken, ook wanneer het geen citaat betreft. Dat maakt je stuk in ieder geval beter onderbouwd.
    Dat het door de lopende tekst heen staat wen je vanzelf aan, en voor het geoefende oog dat bekend is met de literatuur van het veld maakt die structuur het juist veel makkelijker om te volgen waar de auteur wel of niet op voortbouwt.
    En ten slotte levert APA in ieder geval een mooie literatuurlijst aan het eind van het artikel op, die niet verspreid is over allerlei voetnoten.
    Overigens zijn voetnoten ook prima toegestaan binnen APA, mocht meer informatie dan auteur, jaartal en paginanummer nodig zijn.

  8. 9

    @5 Blij dat het herkent wordt. Je hebt gelijk wat betreft de paginaverwijzingen, en dat gaat op wanneer je wil verwijzen naar het ‘hoofdpunt’ van een artikel. Maar in praktijk wordt toch ook vaak verwezen naar secundaire dingen, of wordt in één artikel meer punten gemaakt.

    @6 Nou ja, de grootte (en ‘breedte’) van artikelen verschilt enorm, is mijn ervaring, van (inderdaad) enkele tot tientallen. En ja, bij voetnootgebruik hoort inderdaad ook ‘beleid’. Bij geschiedenis kregen wij vroeger wel aangeleerd dat een halve pagina aan noten ‘not done’ was. Wat betreft de deskundigheid van peer reviewers en docenten: die is er zonder enige twijfel. Maar zoals gezegd, artikelen kunnen best breed zijn. Persoonlijk voorbeeld: ik ben nu een artikel af aan het ronden over selectie-effecten bij experimenten zoals dat in Nijmegen. Daar zit een heel stuk methodologische literatuur in, maar ook één en ander over het sociale zekerheidsstelsel in Nederland, over effecten van re-integratiemethoden, de economische en gedragswetenschappelijke theorieën waar het experiment op is gebaseerd, en nog wat algemeen sociaalwetenschappelijke theorieën waar hypotheses op gebaseerd zijn. Ik kan me voorstellen dat als gezocht zou worden naar peer reviewers voor zo’n stuk, er gezocht wordt naar een methodoloog met expertise op (gerandomiseerde) experimenten, en een expert op het gebied van sociale zekerheid / re-integratie. Maar zelfs dan betwijfel ik of die alles (kunnen) kennen.
    Idem voor docenten. Een docent ‘bachelorwerkstuk’ kan volgens mijn nooit zo belezen zijn dat alle literatuur in ingeleverde scripties bekend is. Daarvoor wordt gewoon te veel gepubliceerd.

    @7 Het is niet streng bedoeld hoor, eerder met een knipoog. Je hebt gelijk dat paginanummers ‘mogen’, maar in de praktijk zie ik het nauwelijks. Misschien is het meer ‘cultuur’, maar wordt die niet gestimuleerd door een verwijsmethode waarin paginanummers facultatief zijn? Maar het klopt natuurlijk dat het went. En dat een voetnotensysteem zonder literatuurlijst op het einde ook niet deugt (maar zoals ik ook al zeg in #0, dat is bij De Buck echt niet het geval, die methode bestaat uit noten en lijst).

    @8 Was het maar zo’n feest… wordt het wel zo wat tijd voor.

  9. 10

    @9: “de grootte (en ‘breedte’) van artikelen verschilt enorm, is mijn ervaring, van (inderdaad) enkele tot tientallen”
    De overgrote meerderheid zit aan de onderkant van die marge, vanwege de publicatieregels die wetenschappelijke tijdschriften opleggen. Het is niet voor niets dat de APA-stijl wordt gehanteerd, die laat immers voor de onderzoeker de meeste woorden om zijn eigen onderzoek te beschrijven.

    “Een docent ‘bachelorwerkstuk’ kan volgens mijn nooit zo belezen zijn dat alle literatuur in ingeleverde scripties bekend is. Daarvoor wordt gewoon te veel gepubliceerd.”
    Blijkbaar gaat dat wat anders in andere velden, maar bij mijn faculteit zijn de docenten altijd zeer specifiek inhoudsdeskundig in de onderwerpen die de studenten mogen kiezen (de docenten dragen deze letterlijk zelf aan). Wat de student dan aan bronnen kan gebruiken beperkt zich gewoonlijk tot een klein deel van de artikelen die de docent (immers halftime onderzoeker en dus vooral lezer van artikelen) paraat heeft.