‘Alles weten, maakt niet gelukkig…’

REPORTAGE - …zal oud-minister Piet Hein Donner hebben gedacht, toen hij besloot de Tweede Kamer en ook de ministerraad niet te informeren over de problemen die bij woningcorporatie Vestia speelden. Gisterochtend sprak hij voor de parlementaire enquête commissie woningcorporaties onder andere over de kwestie Vestia.

Deze week vinden de laatste openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties plaats. Gisteren werden de oud-ministers Donner en Liesbeth Spies (beiden CDA) gehoord, vandaag worden enkele topambtenaren, oud-bestuurders en Ronald Paping van de Woonbond ondervraagd.

De verhoren worden woensdag afgesloten met het horen van Marnix Norder, oud-wethouder van Den Haag en Johan Conijn, een deskundige op het gebied van de volkshuisvesting.

Met het verhoor van Conijn sluit de commissie een reeks van zestig verhoren af. In zes weken tijd werden in totaal 61 personen gehoord. Met die verhoren heeft de enquêtecommissie getracht een beeld te geven van de manier waarop het stelsel van woningcorporatie in de afgelopen jaren (niet) heeft gewerkt.

De leden van de commissie ondervroegen in verschillende samenstellingen corporatiedirecteuren en -medewerkers, leden van de raden van toezicht, bankmedewerkers, financiële adviseurs en bemiddelaars. Ook toezichthouders als het Waarborgfonds Sociale Woningbouw, Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting en het ministerie van Volkshuisvesting (sinds 2010 deels opgegaan in Binnenlandse Zaken) werden gehoord, evenals bestuurders van Aedes (de koepel van woningcorporaties), gemeentebestuurders, externe deskundigen, accountants, oud-ministers en oud-Kamerleden. Zelfs de directeur van de Woonbond mag iets vertellen.

Tijdens de verhoren was duidelijk te merken dat de uitspraken van de getuigen werden gecontroleerd op consistentie met de eerder opgetekende eerdere besloten verhoren.

Voorzitter Van Vliet maakte tijdens één van de tussentijdse kleine perssessies al duidelijk dat de openbare verhoren soms meer en nieuwe feiten opleverden dan de besloten verhoren. Heeft dat nog gevolgen?

Worden er aanvullende getuigen gehoord of moeten bepaalde getuigen nog eens terug komen? Commissievoorzitter Van Vliet gaf eerder aan dat dit niet de bedoeling was. Ook zonder nieuwe verhoren ligt er voor de commissie zeker nog een stevige klus.

Of de commissie ook gebruik zal maken van de bevindingen van het eerdere Kamercommissierapport ‘Kosten Koper’, waarin het functioneren van actoren op de koopwoningenmarkt werd onderzocht, moet worden afgewacht. Juist het betreden van woningcorporaties van deze markt was een belangrijke oorzaak van de optredende corporatieproblemen.

Hiermee wordt wellicht het grootste dilemma waar deze commissie voor staat duidelijk. De focus van de verhoren was gericht op de direct betrokkenen. De huurders, projectontwikkelaars, gemeenten, aannemers en andere directe en indirecte betrokkenen bleven en blijven in het onderzoek vrijwel buiten beeld.

In de afgelopen vijftien jaren hebben de corporaties hun maatschappelijke positie sterk verbreed. Ze hebben zich daarbij vrijwel geheel vrij gemaakt van de overheid en zijn eigen wegen gaan bewandelen.

Hun optreden op de commerciële woningmarkt in de afgelopen jaren is – voorzichtig uitgedrukt – niet echt een succes geworden. De komende tijd zullen nog jaarlijks verliezen rond de 200 à 300 miljoen worden genomen op mislukte bouwprojecten.

Huurders hebben hiervan de gevolgen direct en indirect gemerkt, bijvoorbeeld doordat corporaties minder geld zijn gaan uitgeven aan woningonderhoud.

Ook de algemene apparaats- en bestuurskosten stegen over de hele linie explosief. Bandbreedtes voor de huurprijsvaststelling werden aangepast en huren extra verhoogd. De effecten van de verhuurdersheffing komt daar de komende jaren nog eens overheen.

Het was dan ook schrijnend om te zien hoe veel van de verhoorde getuigen iets uitstraalden van ‘Aan mij heeft het niet gelegen. Ik weet heus wel wat goed of slecht is. Laat mij het allemaal nog eens duidelijk uitleggen.’

Minister Donner had haast geen tijd voor zijn ambtenaren, hield de problematiek rondom Vestia lange tijd onder de pet en lichtte de Tweede Kamer niet in.

Minister Spies deed dat wel, kocht bij de banken de problemen bij Vestia af voor ongeveer twee miljard en vindt dat zij met het uitbrengen van een rapport over aanpassingen in het financiële toezicht veel gedaan heeft om de problemen in corporatieland op te lossen.

Dat de commissie daar heel anders over dacht? Stoom kwam bijna uit haar oren: zij had haar werk goed gedaan. Einde verhoor: de commissie kon het er mee doen!

  1. 1

    Het afkopen van een contract kan een verstandig besluit zijn.
    Of minister Spies goed gehandeld heeft, kan ik niet beoordelen.

    Het ondertekenen van een contract met geheim-houd-bepaling is natuurlijk een andere zaak.
    Maar daarvoor was niet mevrouw Spies verantwoordelijk.
    (en ook minister Donner niet).

    De echte fouten zijn gemaakt door de bestuurders en toezichthouders van Vestia.

  2. 2

    @1, en je vindt niet dat een minister uit hoofde van z’n functie ook een klein beetje proactief had moeten handelen?
    Ik vond de opsomming van de overwegingen van Donner een opeenstapeling van incompetenties, echt niet te geloven. Dan heb je volgens mij echt-echt-echt niet begrepen waarom je minister bent.

  3. 4

    @0: “het betreden van woningcorporaties van de woonkoopmarkt was een belangrijke oorzaak van de optredende problemen”
    – O ja, dat mag toegelicht worden!
    Met de riante hypotheekaftrek werd kopen ook voor lager betaalden aantrekkelijk, dat ligt niet aan de corporaties, maar aan de rijksoverheid. Verbreding (huurders worden kopers) is algemeen overheidsbeleid en dat kan best samengaan.

    De uitwassen is het probleem, uitwijk naar de duurste woningen, bootwoningen, vreemde projecten met vooral niet-woningen (kantoren), opkopen in de rosé buurt op gemeenteverzoek(!) .. een erg brede taak met een hoge mislukkingskans.