Mag ik hier eeuwig over twijfelen? | Zomergasten met Merel Pauw

Serie:

‘Eigenlijk ben ik, als het erop aankomt, een behoorlijk dapper mens’, zei Merel Pauw (artiestennaam Elmer) halverwege Zomergasten. Dat dacht ik nu ook. Hier zat iemand die hyperbewust is van zichzelf, die het liefst de hele avond in een hoekje zit te gamen om zichzelf te beschermen tegen de boze buitenwereld, en die toch had besloten de sprong in het diepe te wagen en op deze avond haar ziel en zaligheid op tafel te leggen.

 ‘Je moet toe bewegen naar waar je bang voor bent’, zei ze. En dat deed ze. Vol overgave. En tegelijkertijd vol twijfel.

Dat Merel Pauw een vat vol tegenstrijdigheden is, blijkt al uit haar naam, waarin twee zo verschillende vogels samenkomen: de bescheiden merel en de ruimte opeisende pauw. De merel en de pauw wisselden elkaar op deze mooie zomeravond continu af. Zodra de pauw teveel op de voorgrond trad, greep de merel in (handen voor de ogen, hoofd op tafel, relativeren geblazen). Kreeg de merel de overhand, dan besloot de pauw van zich te laten horen.

De avond begon bescheiden met een fragment uit How to with John Wilson over smalltalk. Het mereltje beschreef zichzelf als een alien die de gebruiksaanwijzing over hoe je koetjes en kalfjes bespreekt, niet had gekregen. Maar juist omdat ze die gebruiksaanwijzing mist, maakt de pauw die andersheid graag expliciet. Vandaar Elmer, haar alter ego met plaksnor. “Ik voel me comfortabel als ik de weirdo ben”, zei ze, “als ik met tien-nul achtersta en niemand nog iets van me verwacht, dan kan ik juist mijn grillige zelf zijn.” Door meteen te vertellen dat je moeite hebt met iets wat voor andere mensen heel simpel is, zeg je natuurlijk ook: deze avond zal niet aan oppervlakkigheid ten onder gaan.

Om de verpletterende gewoonheid van de Nederlandse norm nog steviger in de verf te zetten, kregen we daarna een modeshow te zien op een troosteloos plein in een regenachtig Ermelo. Merel Pauw liet het zien omdat het haar ontroerde, zei ze, deze mensen die vathouden aan een dorpstraditie, ook al kijkt er geen hond naar. Maar we kregen het natuurlijk ook te zien omdat het zo mooi contrasteerde met de veelzijdigheid van waar ze werkelijk van houdt: de kleurenrijkheid uit Kirikou en de Heks, de vuigheid van Peaches, de wonderschone horror van Under the Skin.

Kille dromen en warme tranen
Eigenaardig genoeg leidde het horrorhoekje tot het emotionele zwaartepunt van de avond. Nadat Pauw over nachtmerries in nachtmerries had verteld, vroeg Janine Abbring naar een terugkerende droom waarvan ze wist dat Pauw die had: de droom waarin ze droomt dat ze vergeten is haar zieke moeder te bellen.

Haar moeder, Leonoor Pauw, overleed in 2013 aan kanker. Nadat ze over deze droom heeft verteld, laat ze een fragment zien uit de film Brozer uit 2014, over haar moeder. De film was eigenlijk bedoeld als fictiefilm, maar werd steeds meer documentaire. Nadat we haar moeder eerst in haar eentje zien dansen, zien we vervolgens de hele familie, dus ook Merel zelf, haar zusje en haar vader George van Houts, bekend van Radio Bergeijk en De Verleiding. Haar moeder vertelt vervolgens hoe Merel, toen zeventien, naast haar was komen liggen om haar hand vast te houden, te vertellen dat ze van haar hield en dat ze nieuwsgierig was naar de tijd zonder haar moeder. Dat ze dat had gedurfd, dat ze op die manier het lijden van haar moeder had proberen te verzachten, deed haar met terugwerkende kracht verzuchten dat ze stiekem best wel dapper is.

Ze noemt het een aardverschuiving, het moment dat ze zichzelf over de grens duwt om bij haar moeder te gaan liggen en haar hand vast te houden. Even later relativeert ze de term aardverschuiving. En waarschuwt ze om alles wie ze is en doet terug te brengen tot de dood van haar moeder. Ze wil zich ook verzetten tegen het idee dat je vastgehouden moet worden: ze is heel goed in zichzelf vasthouden. Waarmee ze op een prettige manier de wat al te moederlijke Janine Abbring op afstand weet te houden.

Een soepele omgang met intersectionaliteit
Vervolgens konden we langzaam toe bewegen naar een tweede sleutelscène, waarin de komiek David Chapelle het onderwerp transgender aansnijdt. Zijn stelling: de reden dat we ineens zoveel over transgenders praten, is omdat het witte mensen betreft. Hoewel Pauw de grappen van Chapelle transfoob noemt, deed het haar wel beseffen dat elk mens vanuit een eigen kader naar de dingen kijkt. Je moet daarom ook niet denken dat de strijd die jij strijdt jou per definitie het recht geeft om de positie in te nemen die je inneemt.

Pauw stelt een soepele omgang met intersectionaliteit voor. Geen morele perfectie, maar een rijkdom aan perspectieven. Waarbij je beseft waar je vandaan komt en hoe anderen naar je kunnen kijken, zonder krampachtig vast te houden aan de labels die je voor jezelf hebt gereserveerd. Je moet blijven onderzoeken welke kanten er in je zitten. De mens is fluïde, ons brein is fluïde, gun jezelf de ruimte om in de omstandigheden te komen om iets aan jezelf te ontdekken.

Het fragment daarvoor, uit de film Quality Time,  ging over witte mannen van een zekere leeftijd die met zichzelf in de knoop liggen. Toevallig ben ik dat zelf ook, een witte man van een zekere leeftijd. Ik wil niet zeggen dat ik met mezelf in de knoop lig, maar zo nu en dan worstel ik wel degelijk met de plek die ik op deze wereld inneem. Pauw bleek zich in deze worsteling te herkennen. En van me te houden. We hebben gemeenschappelijke verhalen nodig, zei ze. Minder elkaar de maat meten, meer onze veelzijdigheid omarmen. Van de queerwereld in Amsterdam tot de catwalk in Ermelo.

‘Denk je dat de mensheid een comeback kan maken?’, vroeg Janine Abbring tot slot.
‘Mag ik hier eeuwig over twijfelen’, antwoordde Merel Pauw.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren

*
*
*