RECENSIE - Het is bijna 3000 kilometer van Aden naar Aleppo en ruim 5000 van Casablanca naar Kirkuk. Daar tussen liggen zeeën, steppen, bergen, woestijnen en rivieren. Er is rijk en arm, schatrijk en straatarm. Je hebt soennitische en sjiitische moslims, diverse soorten christenen, sefardische joden, druzen. De havensteden kijken naar de buitenwereld, andere mensen wonen op het platteland; op sommige plekken spreek je alleen gelijkgestemden, andere woonplaatsen zijn heterogeen. De Arabische wereld is heel gevarieerd.
En dat was de enige kanttekening die ik heb bij het mooie boek van historicus Roel Meijer, Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld. Het is wat lastig te zien wat in een zó gevarieerd gebied het verbindende element is dat de gezamenlijke behandeling rechtvaardigt. Meijer erkent het probleem: hij begint zijn boek met het verdelen van de Arabische wereld in drie deelgebieden, namelijk de Maghreb, het Arabische Schiereiland en het Midden-Oosten. Maar wat er méér is dan de standaardtaal en een Ottomaans verleden dat deze gebieden verbindt, heb ik, om eerlijk te zijn, niet ontdekt.
Dat gezegd zijnde: wauw, wát een goed boek! In 335 bladzijden en vijftig pagina’s nawerk praat Meijer je bij over de geschiedenis van (als ik het goed heb geteld) achttien landen waarvan afgelopen week alleen Tunesië en Irak de Nederlandse kranten niet haalden.noot De Arabische landen zijn voortdurend in het nieuws, en doorgaans om niet al te prettige redenen; als u de achtergronden bij de actualiteit wil begrijpen, is Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld verplichte literatuur.