1 mei bestaat, alleen niet in Nederland
Oranje vlaggetjes, vrijmarkten en lauwe pils, en een paar dagen later de Dag van de Arbeid, een dag die in Nederland al decennia vakkundig wordt gemarginaliseerd. Toeval, zo luidt meestal het antwoord. Maar is dat ook zo?
De constructie van een nationale feestdag
De oorsprong van Koningsdag ligt bij Prinsessedag, ingevoerd in 1885 ter ere van prinses Wilhelmina. Het initiatief kwam uit liberale hoek, expliciet bedoeld om nationale eenheid te bevorderen in een tijd van sociale spanningen. In 1890 werd het Koninginnedag, toen Wilhelmina koningin werd. De datum, 31 augustus, had niets met arbeid te maken en alles met dynastieke symboliek.
Die symboliek kreeg in de twintigste eeuw een andere functie. De opkomst van de arbeidersbeweging en de internationale viering van de Dag van de Arbeid op 1 mei vormden een ideologisch tegenwicht. Waar 1 mei draaide om klassenbewustzijn, solidariteit en politieke mobilisatie, bood Koninginnedag een alternatief: een nationaal, boven-klasselijk feest waarin sociale tegenstellingen tijdelijk werden gladgestreken.
Juliana en de verschuiving naar april
De cruciale verschuiving kwam met Juliana. Na haar aantreden in 1948 werd Koninginnedag verplaatst naar 30 april, haar verjaardag. Daarmee kwam het feest plotseling vlak voor 1 mei te liggen. Dat lijkt op eerste gezicht toeval, totdat je kijkt naar de politieke context. De naoorlogse periode kende een sterke institutionalisering van de verzorgingsstaat, en ook een duidelijke wens van elites om radicalisering te voorkomen. De Koude Oorlog speelde daarbij een rol: socialistische en communistische bewegingen werden met argwaan bekeken, en men keek met afschuw naar de vaak uit de hand lopende 1-meidemonstraties elders.
