Een rechtsstatelijke analyse van de migratiewetgeving van kabinet-Jetten
ANALYSE - van Lieneke Slingenberg
In het regeerakkoord staat de doelstelling de democratie te beschermen en weerbaarder te maken, en te zorgen voor een sterke rechtsstaat. Daarbij onderstreepte minister Van den Brink het belang van zorgvuldige wetgevingsprocessen waarin ruimte is voor gedegen oordeelsvorming. (1) Dat zijn belangrijke voornemens in een tijd waarin de wereld nog niet eerder zoveel landen tegelijk zag autocratiseren. (2) Autocratisering, als onderdeel van democratisch verval, kent een aantal vormen. Eén daarvan is ‘legislative backsliding‘: de ‘disempowerment’ of de ‘deteriorating legislative role’ van de wetgever. In de Nederlandse literatuur wordt dit ook wel aangeduid als de terugtred van de wetgever. In deze bijdrage analyseer ik de beslissingen die het huidige kabinet heeft genomen in lopende wetgevingstrajecten op het gebied van het migratierecht. Is er sprake van autocratisering? Dat wordt getoetst aan de hand van drie technieken: het versnellen van het wetgevingsproces (3); het delegeren van (te) ruim omschreven wetgevende bevoegdheid aan het bestuur en een toenemend gebruik van verzamelwetten (4).
Hoewel deze technieken rechtmatig kunnen zijn, publieke belangen kunnen dienen en niet noodzakelijkerwijs op autocratisering zijn gericht, is het van belang ze als zodanig te identificeren. Ze belemmeren immers zorgvuldige beraadslaging, consultatie en tegenspraak en helpen de regering om de gewenste maatregelen snel en zonder compromis in te voeren. In die zin kunnen zij fungeren als vroegtijdige waarschuwingssignalen van autocratisering en kwetsbaarheden in het constitutionele bestel blootleggen.