Gisteren was de demonstratie "Stop de oorlogskoers", georganiseerd door De Nieuwe Vredesbeweging, FNV Young & United en de Landelijke Studentenvakbond. De demonstratie had een aantrekkelijk uitgangspunt: minder oorlog, minder wapens, meer diplomatie. En toch heb ik er een probleem mee. Niet met het doel, maar wel met de merkwaardige aanname dat je dichter bij dat doel komt door jezelf minder goed in staat te stellen geweld tegen te houden.
In het manifest staat dat hogere militaire uitgaven "niet de veiligheid" bevorderen. Als bewijs volgt dat de EU voor de oorlog in Oekraïne al vier keer zoveel aan defensie uitgaf als Rusland, en de NAVO zelfs zeventien keer zoveel. Toch werd de oorlog niet voorkomen.
Dat klinkt als een logisch argument, maar dat is het niet. Om te beginnen is Oekraïne geen lid van de NAVO. De afschrikking van het bondgenootschap gold dus nooit voor Oekraïne. Rusland viel een land aan dat buiten die bescherming viel, en geen land dat erbinnen viel. Dat bewijst niet dat afschrikking altijd werkt. Het is wel een vreemd voorbeeld om te laten zien dat ze niet werkt.
En zelfs als het wel een NAVO-land was geweest: dat afschrikking één oorlog niet voorkomt, bewijst niet dat ze nutteloos is. Misdaad bestaat ook nog terwijl er politie is. Niemand concludeert daaruit dat de politie nooit misdaad voorkomt of oplost.
Bovendien telt de vergelijking vooral geld op. Dat de NAVO als geheel veel meer uitgeeft dan Rusland, zegt weinig over welke militaire capaciteit waar beschikbaar is, hoe snel die ingezet kan worden en hoeveel ervan bedoeld is voor de verdediging van Europa. Rusland besteedde in 2025 volgens SIPRI 190 miljard dollar aan zijn leger, zo'n 7,5 procent van zijn bbp. De 29 Europese NAVO-landen gaven samen ongeveer drie keer zoveel uit, maar verdeeld over even veel krijgsmachten, met elk hun eigen wapensystemen, bevelsstructuren en prioriteiten. Dat is geen argument voor onbeperkte defensie-uitgaven. Het is wel een probleem voor de stelling dat minder uitgeven vanzelf meer of zelfs maar dezelfde veiligheid oplevert.
Onderhandelen met iemand die schiet
Nog duidelijker wordt het bij Oekraïne. Volgens het manifest moet diplomatie leiden tot een wapenstilstand en onderhandelingen. Maar diplomatie is geen alternatief voor macht. Diplomatie vindt plaats binnen bestaande machtsverhoudingen. Als de ene partij bereid is een grens met geweld te verleggen en de andere partij principieel minder militaire middelen wil inzetten, ontstaat er niet vanzelf vrede. Dan ontstaat vooral de kans dat geweld loont. En wat loont, wordt herhaald.
Eerlijk gezegd zie ik niet eens meer hoe vrede in Oekraïne of Gaza eruit zou moeten zien zonder dat de agressor wordt beloond. In Oekraïne betekent een wapenstilstand langs de huidige frontlinie dat Rusland mag houden wat het met geweld heeft veroverd. In Gaza pleegt Israël een genocide, en Israël heeft vrijwel alle kaarten in handen. Over de grote vragen beslist in de praktijk vooral de sterkste partij: wie Gaza bestuurt, wat er met het gebied gebeurt en of er ooit een Palestijnse staat komt. Het manifest roept op tot onderhandelingen, maar zegt niet waarover en hoe. Precies daar zit het probleem: een vrede die de agressor beloont, is vooral een pauze tot de volgende ronde. En het roept de vraag op: is een onrechtvaardige vrede wel échte vrede?
Wie wil aansluiten bij de beweging, moet ondertussen wel "het recht op verzet tegen onderdrukking in lijn met internationaal recht" erkennen. Dat is een goed principe. Het internationaal recht erkent ook het recht van staten om zich te verdedigen tegen een gewapende aanval. Precies dat recht oefent Oekraïne sinds 2022 uit. Maar dan blijft één ongemakkelijke vraag over: waarmee? Verzet vraagt om soldaten, wapens, munitie en militaire productie. Een recht op zelfverdediging zonder middelen voor zelfverdediging is vooral een recht op papier, leuk dat het er is, maar feitelijk waardeloos.
Niemand soldaat
Bij de dienstplicht wordt die spanning het duidelijkst. Het manifest waarschuwt voor jongeren die met "militaire propaganda" worden gelokt en stelt dat niemand "gedwongen of aangemoedigd" moet worden om soldaat te worden.
Over dwang kun je uitstekend discussiëren. Maar niet eens aanmoedigen? Een beweging die het recht op verzet erkent, moet ergens uitleggen wie dat verzet uitvoert als een andere staat besluit tanks de grens over te sturen. Als niemand wordt aangemoedigd, rest alleen de hoop dat er vanzelf genoeg mensen opstaan. Dat antwoord ontbreekt. En juist daar wordt pacifisme gemakkelijk: het werkt zolang iemand anders bereid is het geweld te stoppen.
De luxe van afschrikking
De ongemakkelijke paradox is dat een relatief vreedzaam Europa decennialang kon bestaan juist omdat staten wisten dat militaire agressie gevolgen kon hebben. Dat betekent niet dat iedere verhoging van het defensiebudget verstandig is. SIPRI wijst er terecht op dat de stijgende militaire uitgaven grote sociale en economische kosten hebben. In 2025 bereikten die wereldwijd een record van bijna 2,9 biljoen dollar, het elfde jaar op rij met groei.
Maar daaruit volgt niet dat ontwapening, los van wat anderen doen, veiliger is. Een geloofwaardige vredespolitiek moet daarom twee vragen tegelijk beantwoorden: hoe voorkom je dat staten steeds meer middelen in oorlog stoppen? En wat doe je als een staat ondanks alle diplomatie toch geweld gebruikt?
Op de eerste vraag heeft De Nieuwe Vredesbeweging veel antwoorden. Op de tweede weinig. En daar ligt de tegenstelling die het manifest niet wil zien: pacifisme werkt het best als degenen die de vrede willen bewaren, haar ook kunnen én willen verdedigen. Desnoods met geweld.