Syriër heeft recht op bescherming

De Syrische burger is het slachtoffer van de strijd tussen het regime van Assad en de rebellen. Ondanks het oplopende dodental en de groeiende vluchtelingenstroom grijpt de internationale gemeenschap niet daadkrachtig in, terwijl de wereldleiders in 2005 op een VN-top het Responsibility to Protect-beginsel ondertekenden. Er zijn te veel factoren die een consequente uitvoering daarvan in de weg staan.

Begin augustus brak de Syrische ex-premier Riad Hijab met het bewind van Assad. Hij beweerde vanuit zijn nieuwe onderkomen in Jordanië dat het regime in Syrië ‘militair, economisch en moreel op instorten staat’. Het laat weinig twijfel dat het Assad-regime van het repressieve soort is, dat heeft de Syrische president het afgelopen jaar met harde hand duidelijk aan de wereld laten zien. Hijbab’s overlopen heeft dan ook vooral de schijn van een opportunistische poging om het eigen hachje ruim op tijd te redden.

Vooralsnog is er weinig zinnigs te zeggen over hoe lang de strijd nog gaat duren en welke kant uiteindelijk de overhand zal krijgen. Eén ding is wel zeker, het Syrische regime staat niet moreel op instorten, het ís moreel allang ingestort, zoals dagelijks op de journaals te zien is. Journalisten melden het ene incident na het andere incident in de bloedige burgeroorlog en de Verenigde Naties en mensenrechtenorganisaties luiden al maanden de noodklok.

Het probleem is echter dat dit voor een staatshoofd als Assad weinig uitmaakt. Voor de Syrische president is er geen vreedzame weg meer terug. Ondertussen spreekt de ‘internationale gemeenschap’ schande van de gruwelijkheden in Syrië. Gruwelijkheden waarin overigens ook de rebellen zich niet onbetuigd laten.

Alleen militair ingrijpen van buitenaf – een humanitaire interventie – kan een snel einde maken aan het huidige conflict. Het meeste voor de hand liggende is dan het instellen van een no-fly zone en het bombarderen van strategische doelen. Het is een laatste redmiddel, maar wel de enige overgebleven optie. Hoewel het internationaal rechtelijk niet het doel mag zijn van zo’n interventie, is de omverwerping van het Assad-regime het meest waarschijnlijke resultaat.

Responsibility to Protect

De humanitaire noodsituatie roept om actie. Die verantwoordelijkheid hebben de wereldleiders in 2005 op een VN-top op zich genomen toen zij het Responsibility to Protect-beginsel (R2P) ondertekenden. Een jaar later bevestigde de Veiligheidsraad dit beginsel in resolutie 1674. Volgens R2P hebben leiders van staten de verantwoordelijkheid om voor het welzijn van hun burgers te zorgen en verliezen zij het recht op soevereiniteit wanneer zij de rechten van hun burgers op grote schaal schenden. De internationale gemeenschap heeft in zulke situaties de verantwoordelijkheid om in te grijpen met als ultieme middel een humanitaire interventie.

Natuurlijk vormt een gewapende interventie niet de eindoplossing van het conflict. Een humanitaire interventie is onmogelijk zonder nieuwe burgerslachtoffers en een Syrië zonder Assad is nog lang geen stabiel Syrië. Sterker nog, de kans dat de burgeroorlog een nieuwe fase in gaat in de vorm van een strijd tussen de Soennitische meerderheid en de Alawitische minderheid, die decennialang de dienst heeft uitgemaakt, is zeer wel aanwezig. Bovendien vormt de rebellenbeweging niet bepaald een eensgezinde groep met een duidelijke visie over hoe het land er na Assad uit moet zien.

De internationale gemeenschap komt echter niet verder dan het veroordelen van het Syrische regime. Een Veiligheidsraadresolutie die op basis van Hoofdstuk VII van het VN Handvest een mandaat geeft tot ingrijpen wordt tot nog toe traditioneel gedwarsboomd door Rusland en China. Het gebrek aan daadkracht in de Veiligheidsraad is door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties veroordeeld, maar dit heeft alleen symbolische waarde.

In april van dit jaar werden er wel VN-waarnemers naar Syrië gestuurd. Zij waren echter met te weinig, bovendien ongewapend en dus krachteloos in hun taak om toe te zien op naleving van het zespuntenplan van inmiddels ex-speciaal gezant voor Syrië Kofi Annan. Nadat Annan begin augustus concludeerde dat het zonder daadkracht in de Veiligheidsraad niet lukt om de partijen uit de gewapende strijd en aan de onderhandelingstafel te krijgen, is half augustus ook de waarnemersmissie beëindigd. Of Annans opvolger Lakhdar Brahimi de vijf vetobevoegde leden van de Veiligheidsraad wel op één lijn weet te krijgen is zeer de vraag.

Geen algemeen geldend principe

Het conflict in Syrië maakt eens te meer duidelijk dat het begrip Responsibility to Protect nog lang geen algemeen geldend principe is. Het is een moreel prijzenswaardig, maar verder te simpel beginsel in een wereld vol gecompliceerde conflicten waar ingrijpen op zijn plaats zou (kunnen) zijn. De belemmeringen zijn talrijk: het verkrijgen van een volkenrechtelijke basis, geopolitieke belangen en verhoudingen, economische belangen, praktische uitvoerbaarheid, kans van slagen, gevolgen van een interventie en culturele verschillen tussen ‘Oost en West’. Het zijn eenvoudigweg te veel factoren die een consequente uitvoering van de R2P in de weg staan.

Het is de rol van de VN om in conflictsituaties zoals in Syrië naar een oplossing te zoeken. Maar in feite is de VN een tandenloze organisatie zolang de Veiligheidsraad de dienst uitmaakt. Een permanente VN-troepenmacht, iets waarvoor Boutros Boutros-Ghali in 1992 als VN-chef al pleitte in zijn rapport An agenda for peace, zou meer stootkracht geven. Hoewel dan natuurlijk de vraag blijft wie of wat de bevoegdheid heeft om tot inzet van zo’n troepenmacht over te gaan. Om over de bereidheid tot het afstaan van nationale militairen nog maar niet te spreken.

Het is een mogelijkheid dat een coalitie van landen of een regionale organisatie besluit in te grijpen zonder mandaat van de Veiligheidsraad. Zij zouden zich daarbij op basis van de humanitaire noodsituatie kunnen beroepen op R2P. Ook het gevaar van het overslaan van het conflict naar andere landen in de regio, kan  als argumentatie worden gebruikt om een interventie te rechtvaardigen. De kans dat er door Westerse landen, zoals bij de humanitaire interventie door de NAVO in Kosovo in 1999, zonder Veiligheidsraadmandaat ingegrepen zal worden is echter klein. Landen als de VS, Groot-Brittannië en Duitsland hebben het afgelopen decennium al genoeg hooi op hun vork (gehad) met militaire missies in ondermeer Irak en Afghanistan. Bovendien speelt dit conflict zich opnieuw af in een ingewikkelde regio die bol staat van de strategische belangen en coalities en dreigt er door mandaatloos ingrijpen misschien wel een veel groter conflict.

De oproep van Turkije tot het instellen van een bufferzone voor vluchtelingen is een redelijke tussenoplossing die realiseerbaar moet zijn, zelfs met instemming van de Veiligheidsraad. Tot nog toe wordt ook deze optie geblokkeerd door China en Rusland, maar zolang zulke bufferzones in Syrische grensgebieden worden ingesteld, zou deze vorm van buitenlandse inmenging in het conflict voor China en Rusland verteerbaar moeten zijn.

Als het instellen van beveiligde vluchtelingenkampen niet eens tot de mogelijkheden behoort, krijgt R2P wel een heel cynisch karakter.

Foto: Flickr / FreedomHouse2

  1. 2

    Maar in feite is de VN een tandenloze organisatie zolang de Veiligheidsraad de dienst uitmaakt.

    Het is een veiligheidsraad, niet een gevechtsraad.
    Heeft Roegier Koedijk de behoefte aan nóg meer vechtende partijen in de wereld?

  2. 4

    Helaas is de meerderheid van de wereld tegen ingrijpen, en de meerderheid in syrie ook.

    Dat delen van europa en de usa uk axis daar toch blijven dooretteren met proxy terroristen onder westers operationeel bevel gaat veel onnodige levens kosten.

  3. 5

    1]Syria bevat geen ‘burgers’. De geaggregeerde individu bestaat er niet; uitsluitend partijen elkaar actueel of potentieel naar het leven staand. De voorstelling van onschuldige burgers als slachtoffer van Assad of van wie ook daar, is misleidend. Iedereen vecht mee. Je moet wel. Hoogstens zijn er tijdelijke contingenten aan non-combattanten.
    Voor het Westen behoort focus van aandacht de benarde Christenen in Syria te zijn. Verder de positie van de vrouw daar, en ook de Druzen.
    Geen Syrisch Staatsregime kan anders dan meedogenloos zijn. Daar geldt: als ik jou vandaag niet uitmoord, doe jij het mij later. Dus!
    Bovenstaande gegeven, is de huidige Assad als laatste in de traditie van Afflak niet de slechtste keuze.
    Rusland en China hebben dat begrepen. Het verraderlijke Christelijke Westen niet.

    Handen af van Syria!

    2] Reactie op: ‘Het laat weinig twijfel dat het Assad-regime van het repressieve soort is,’

    Een kinderlijke opmerking. Alle Staatsregimes zijn noodwendig repressief. Ook de gluiperige Nederlandse.

    3] Reactie op: ‘het Syrische regime staat niet moreel op instorten, het ís moreel allang ingestort, zoals dagelijks op de journaals te zien is. Journalisten’.

    Onwetende journalisten gaan ons vertellen dat het Syrische regime is ingestort! Hoe haal je het in je hoofd!

  4. 7

    O..k…

    “De kans dat er door Westerse landen, zoals bij de humanitaire interventie door de NAVO in Kosovo in 1999, zonder Veiligheidsraadmandaat ingegrepen zal worden is echter klein.”

    Oh ja, Kosovo. Toen die bombardementen toch niet echt zo precisie bleken als voorheen voorspeld (als ik het me goed herinner werd zelfs Bulgarije per ongeluk gebombardeerd). En toen na die oorlog Kosovo grondig etnisch gezuiverd werd van alles wat niet Albanees was: Serviërs, Roma, Slavische Moslims.

    Die ‘internationale gemeenschap’ zit al tot de oren in de Syrische burgeroorlog. Saoediërs, Qatari’s en Turken verlenen hand- en spandiensten en leveren wapens aan de rebellen met Britse, Franse en Amerikaanse hulp. Een internationale brigade van Al Qaeda strijders en andere Sunnitische fundamentalisten uit diverse Arabische landen plus Pakistan vecht mee tegen het regime. Russen en Iraniërs aan de andere kant voeren wapens aan voor Assad. Libanezen vechten hun eigen mini-burgeroorlog uit in Tripoli.

    Als iedereen er eens mee zou ophouden zich ermee te bemoeien, dat zou een heel stuk schelen.

  5. 9

    Syrië is net de Spaanse ‘burgeroorlog’, die ging tussen boljewisme en fascisme, waarbij de VS en de Britten het fascisme steunden.
    De Britten vlogen Franco naar het slagveld.

    De strijd in Syrië is tussen het westen enerzijds, en China Sovjet Federatie, anderzijds.
    Moskou en Peking hebben geen zin weer een land aan het westen uit te leveren, een zeer strategisch gelegen land.

    En inderdaad, de gewone man is weer de klos.