Zomerserie | La maison de Balzac

Sargasso duikt deze zomer in de letteren en bezoekt kleine literaire musea in Nederland en daarbuiten. Vandaag een bijdrage van Suzanne Sanders, die het Balzac museum in Parijs bezocht.

Waar denk jij aan bij het horen van de naam Balzac? En als je leest dat hij tegenover het Hôtel de Lamballe woonde? Schrijver, oja…maar weinig Nederlanders weten meer van Honoré de Balzac (1799-1850) dan zijn naam. In Frankrijk behoort hij echter tot de belangrijkste schrijvers van de negentiende eeuw en is één van de (slechts!) drie literaire musea van Parijs aan hem gewijd. Het Maison de Balzac bevindt zich in het huis waarvan de schrijver tussen 1840 en 1847 de bovenverdieping huurde. Voor een bezoek neem je metro 6 naar halte Passy in het 16e arondissement, even ten westen van de Eiffeltoren. Twee straten en een steile trap verder sta je voor de deur van het museum. Mijn eigen, totaal verregende verblijf in Parijs afgelopen maand heeft mijn geplande museummarathon behoorlijk vertraagd, waardoor –oh anticlimax- ik er zelf niet ben geweest. Desalniettemin had ik al het één en ander uitgezocht en vind ik dat Balzac ook de Nederlandse lezer absoluut niet mag ontgaan.

Dit is het huis waar Balzac werkte aan zijn chef d´oeuvre: La Comédie Humaine. Het is een gigantisch werk dat uit zo’n 100 verhalen bestaat, waarmee hij een beeld wilde schetsen van zijn eigen tijd: Frankrijk, vlak na de val van Napoleon, met aan de ene kant het herstel van de monarchie en aan de andere kant de verschuivingen in de sociale klassen als gevolg van de industriële revolutie. De verhalen zijn geordend in thematische hoofdstukken met titels als Scènes de la vie privée, Scènes de la vie de province, Scènes de la vie Parisienne of Scènes de la vie militaire. Het betreft fictie, maar met zoveel gedetailleerde beschrijvingen uit de werkelijkheid dat Balzac als pionier van het realisme kan worden gezien. Balzac onderscheidt zich bovendien doordat hij een groot aantal van zijn 2,500(!) personages in verschillende verhalen terug laat komen, waardoor La Comédie Humaine één groot geheel wordt.

Ieder verhaal snijdt een thema aan. In het hoofdstuk Scènes de la vie privée (scènes van het privéleven) staat het beroemde Le Père Goriot. Een van de hoofdthema’s in dit vehaal is het begrip van de vernieuwde sociale stratificatie en de pogingen van de student Rastignac om daarin te stijgen. Hij dringt door tot de Parijse elite en raakt geïnteresseerd in een van de goed getrouwde dochters van de oude meneer Goriot. De dochters hebben met dank aan hun echtgenoten meer dan 50.000 francs per jaar tot hun beschikking maar hebben ondanks dat financiële problemen. Hun vader verdient, net als ongeveer driekwart van de Parijzenaars op dat moment, niet meer dan 600 francs per jaar. Goriot geeft al zijn geld aan de echtgenoten van zijn dochters om hen even te mogen zien. Zij mogen geen contact met hem hebben, met name om zijn lage positie. Goriot voelt zich in de steek gelaten door zijn ondankbare dochters, van wie hij zoveel houdt. Op zijn sterfbed, waar zij niet bij zijn, barst hij in een lange, lange tirade uit:

Ah! si j’etais riche, si j’avais gardé ma fortune, si je ne la leur avais pas donnée, elles seraient là (…) mais rien. L’argent donne tout, même des filles. (…) Hé Nasie! Hé, Delphine! Venez à votre père qui a été si bon pour vous et qui souffre! Rien, personne. Mourrai-je donc comme un chien? Voilà ma récompense, l’abandon…

Oh, was ik maar rijk! Had ik mijn spaargeld maar behouden, had ik het ze maar niet gegeven, dan zouden ze hier zijn (…) Geld geeft je alles, zelfs je eigen dochters. (…) hé Nasie! (Anastasie)! Hé Delphine! Kom toch naar je vader, die zo goed voor jullie is geweest en die nu zo lijdt! Niks, niemand. Zal ik dan sterven als een hond? Dit is nu mijn dank, ik word in de steek gelaten.

Zijn dochters komen te laat. Goriot sterft eenzaam en bedroefd.
Bij het betreden van het museum komt u direct terecht in de vertrekken van Balzac: in de eetkamer en de chambre d’amis, in minder chique Nederlands ook wel de logeerkamer, en uiteindelijk in zijn werkkamer. De meeste meubels van Balzac zijn verkocht toen zijn weduwe Eve Hanska enkele jaren na hem stierf. Hij was pas kort voor zijn dood met haar getrouwd. Zijn schrijftafel is nog wel bewaard gebleven, alsook zijn fluitketel die hij ’s nachts warmhield tijdens het schrijven en die hij de liefkozend ‘de krijsende uil’ noemde.

In alle kamers vind je schilderijen, tekeningen en sculpturen van Balzac’s excentrieke verschijning, maar ook van Eve en anderen die aan hem gerelateerd waren. Ze zijn gemaakt door niet de minste tijdgenoten als Daumier, Falguière en Rodin. Erg leuk is de kamer die geheel is gewijd aan de vele personages van La Comédie Humaine. Ze zijn aan de hand van Balzac’s beschrijvingen getekend door Charles Huard, geordend in stambomen, en ze bieden op zeer beeldende wijze een inkijk in zijn werk.
Op de benedenverdieping van het museum bevindt zich een gespecialiseerde bibliotheek die veel originele en persoonlijke documenten van en over Balzac bevat. Hier worden ook lezingen en tijdelijke tentoonstellingen gehouden. Natuurlijk blijft het Maison de Balzac net als veel kleine literaire musea het meest interessant voor kenners van het oeuvre van de schrijver, maar dit museum doet er alles aan om ook de onwetende bezoeker in te wijden in de wereld van Balzac en zijn tijdgenoten. De informatieverstrekking (o.a. via PDF’s) op de website is uitstekend en nodigt absoluut uit tot een bezoek. Snel terug dus!

Maison de Balzac
47, rue Raynouard
75016 PARIS
16me arondissement, Passy / Bois de Boulogne

Metro lijn 6, halte Passy
RER : Boulainvilliers
Bus : 52, 70, 72
Entrée is gratis, maar er wordt wel toegang gevraagd voor tentoonstellingen op de benedenverdieping. Net als de meeste musea in Parijs op maandag gesloten.

Vorige afleveringen:

De gelukkige onderwijzer, door Kyra.
Die Graue Stadt am Meer, door G. Drios.
Poeet in de Provence, door Bram Zieck.
Op de bres voor het Fries, door Hanny Wentink.
Oh Jesus Christ, I’m Hit!

  1. 3

    La Comédie humaine bevat meer dan verhalen, complete romans staan erin. Het is niet van begin af aan gepland door Balzac. In zijn beginjaren schreef hij colportageromans met onwaarschijnlijke plots. Eerste volwassen roman is Les Chouans, toen schreef hij nog een paar romans en toen kwam hij op het idee van een romancyclus waar personages steeds terugkeerden. Die eerste volwassen romans wo Les Chouans, werden in La Comédie humaine opgenomen. Balzac heeft Comedie Humaine niet voltooid, hij verschillende schetsen nagelaten.