Zes oneigenlijke argumenten tegen motie kinderpardon

In 110 gemeenten is de ‘motie kinderpardon’ aangenomen. Een motie waarin colleges van B&W wordt opgedragen bij minister Leers er op aan te dringen de initiatiefwet van PvdA en ChristenUnie, de zogenaamde wortelingswet (pdf)  aan te nemen. Ruim 32% van alle gemeenten stemden voor de motie, zo’n 5,3% was tegen en 0,48% trok de motie in wegens te weinig steun in de gemeenteraad. De laatste stand in dit exceldocument, met vermelding van bronnen en diverse details.

GroenLinks parlementariër Tofik Dibi kwam op het idee de steun van gemeenten te vragen. In de meeste plaatsen heeft deze partij dan ook de motie ingediend. Vaak met steun van PvdA en CU, maar ook van lokale partijen.
De  lokale CDA-fracties reageren verdeeld, maar in Maastricht was het juist deze partij die zelf een motie indiende. In sommige andere plaatsen waren CDA’ers medeondertekenaars van de motie. De meerderheid van de VVD-fracties zijn tegen. Toch kwam het in negen gemeenten voor dat in totaal 17 VVD’ers voor de motie stemden.

De tegenstemmers brengen een aantal argumenten in, die stuk voor stuk zijn te ontzenuwen. Laten we ze eens doornemen.

1. Veel gehoord argument is dat een eventueel ‘kinderpardon’ geen onderwerp is voor de gemeenteraad.
Het is waar dat het asielbeleid een taak van het Rijk is. Is daarmee de kous af? Nee. Al ruim 10 jaar liggen gemeenten in de clinch met het Rijk over diverse consequenties van dat beleid.  Niet alleen omdat gemeenten als eerste met de zogeheten schrijnende gevallen worden geconfronteerd of met dakloze asielzoekers kregen te maken. Ook omdat de gemeenten betrokken zijn bij een deel van de uitvoering van het asielbeleid. Dat kan om huisvesting gaan, of leerlingenvervoer, ook van minderjarige asielzoekers die in afwachting van uitzetting zijn.

2. Als gemeenten druk uit gaan oefenen frustreren ze de democratische besluitvorming in Den Haag.
Gemeenten bleken niet te beroerd die besluitvorming te frustreren als het om eigen belang gaat. Denk aan de commotie vorig jaar rond het Bestuursakkoord, of de recente onrust over kleinere gemeenteraden. Bovendien trekken kabinetten en Tweede Kamer in hun besluitvorming zich meestal weinig aan van lokale geluiden. Gemeenten, inclusief burgemeesters, wethouders en raadsleden van VVD-signatuur klagen daar bij herhaling over, getuige de voorbeelden die in dit artikel van het NRC (2005) te vinden is en in een VNG-rapport (pdf) over decentralisatie.

3. Gemeentelijke moties zijn niet meer dan symboolpolitiek.
Juist gemeenten, overheden die dichter bij burgers staan dan de centrale overheid, kunnen signalen uit hun samenleving overbrengen. Als het Rijk niet alleen met petities en demonstraties van groepen burgers te maken krijgt, maar ook van collega-overheden, dan kan de impact van een symbool van betekenis zijn. Historisch voorbeeld komt uit 1981 toen de gemeente Hellevoetsluis zich tot kernwapenvrije gemeente benoemde en zo’n 200 gemeenten volgden dat voorbeeld.  De media-aandacht die dat genereerde leidde er onder ander toe dat ook gemeenten in andere Europese landen zich kernwapenvrij verklaarden (bron: artikel Trouw, 2009).

4.Kinderpardon is slecht omdat het bevordert dat ouders kinderen inzetten om procedures te rekken.
Nog los van het feit dat dit argument blijk geeft van een uiterst negatieve kijk op menselijk gedrag, is het niet het kinderpardon of het gedrag van ouders procedures rekt, maar zijn het de procedures hier en in het land van herkomst zelf. Bovendien wordt in de initiatiefwet expliciet genoemd dat het kinderpardon alleen mag gelden voor mensen die zich keurig aan de procedures hebben gehouden.

5. Kinderpardon is slecht omdat er een aanzuigende werking vanuit gaat.
Een argument dat ook van stal werd gehaald toen er werd gediscussieerd over het generaal pardon. De vermoedens bleken niet waar. Hardnekkig zuigend herhalen tegenstanders het argument, maar nogmaals: het is een mythe.

6. Kinderpardon is slecht wegens rechtsongelijkheid.
Nu een kinderpardon invoeren zou niet eerlijk zijn tegenover al die mensen die voorheen daar geen voordeel van hadden. Een argument dat nu door tegenstanders druk wordt geciteerd uit het negatieve advies dat de Raad van State uitbracht over de initiatiefwet. Daar kunnen we kort over zijn: nieuwe wetten of wetswijzigingen gaan vaak gepaard met dat soort rechtsongelijkheid. Sommigen moeten wel tot hun 67e doorwerken, anderen niet. Er worden ook geen verhoogde bijdragen met terugwerkende kracht gevorderd. Boetes die een week voor invoering werden uitgeschreven omdat op bepaalde trajecten harder dan 130 km werd gereden, worden niet terugbetaald. 

Natuurlijk heeft iedereen het recht een mening tegen het kinderpardon te hebben. Maar houdt de discussie dan wel zindelijk en gebruik juiste argumenten.

  1. 1

    Het kinderpardon is niet slecht, maar de manier waarop het wordt geformuleerd is dat wel. Het gaat namelijk om kinderen “Limburgser dan Vlaai. Noord-Hollandser dan kaas. Frieser dan de Elfstedentocht. En Zeeuwser dan het meisje.” Ergo: het kinderpardon valideert het idee dat Hollandsheid een deugd is, en dat mensen die wij kwalificeren als niet-westers terecht het land uit worden geknikkerd.

    Als ik Geert Wilders was, zou ik voorwaardelijk instemmen met het kinderpardon. “Inderdaad, voorzitter, is de PVV er niet voor om mensen die “Limburgser dan vlaai” zijn Nederland uit te zetten. Onze voorwaarde is wel dat het kinderpardon een mes is dat aan twee kanten snijdt, dat dus de kinderen die niet Limburgser dan vlaai zijn, onmiddellijk uit ons land worden verwijderd.”

    Waar het kinderpardon niet in slaagt is te definiëren waarom het verwerpelijk is om een kind (en een jongvolwassene) te verwijderen uit de streek waar hij/zij geboren is of voor het grootste gedeelte opgegroeid. Waarom het verwerpelijk is om zo met mensen om te gaan. Punt. Of zo’n mens nu Limburgser dan vlaai is of niet.

    Gemiste kans.