Weg met het burgerlijk huwelijk

Het burgerlijk ‘huwelijk’ is een onding, een onvolledig geseculariseerd kerkelijk instituut, waarmee de staat zich mengt in kerkelijke aangelegenheden, van de weeromstuit kerkelijke normen inbrengt in het burgerlijk recht, kerkelijke inmenging in staatszaken uitlokt, en hele reeksen burgers tekort doet omdat hen geheel ten onrechte voordelen worden onthouden waar stellen die wel mogen ‘trouwen’ wel aanspraak op kunnen maken, stelt filosoof-ethicus Bart Voorzanger.

Mensen zijn op allerlei niveaus georganiseerd, en op elk van die niveaus regelen ze zaken waar ze belang bij hebben: gemeenten, provincies, staten, internationale organisaties, de VN, en dan sla ik vast nog wat niveaus over. O ja, het waterschap, voor zolang dat nog bestaat …

De kleinste eenheid in die reeks is het huishouden. Zo’n huishouden voorziet in tal van alledaagse en dagelijkse behoeften: voedsel, slaapgelegenheid, beschutting tegen de elementen, zorg in geval van ziekte, … Het is dan ook geen wonder dat veel mensen graag samen met anderen zo’n huishouden vormen. Vele handen maken licht werk. En het bevreemdt evenmin dat de overheid de mensen die zich aan zo’n huishouden committeren, privileges toekent in de sfeer van belastingen, pensioenvoorzieningen, verzekeringen, erfrecht, en wie weet wat nog meer. Per slot voorkomt hun commitment dat de gemeenschap opdraait voor alle zorg in geval van ziekte of invaliditeit.

Althans, oppervlakkig beschouwt lijkt het alsof de staat zo met bestendige huishoudens omgaat. Wie trouwt krijgt privileges, het huwelijk is vaak de basis van het huishouden, en … daar stokt het verhaal. Tal van huishoudens moeten het zonder huwelijk stellen, en daarmee zonder de daaraan verbonden voorrechten en zekerheden. Broers en zussen, neven, nichten of anderszins verwanten, vrienden en vriendinnen, broeders en zusters in den Here of iets anders moois, die met twee of meer een huishouden vormen, elkaars bed opmaken, elkaars boodschappen doen, elkaars eten koken, elkaar verzorgen bij ziekte of invaliditeit – kortom die elkaar van de straat houden, en samen de kans beperken dat ze bij de overheid moeten aankloppen voor zorg en steun – en die voordeel zouden kunnen hebben bij de rechten die het huwelijk biedt, komen niet voor een burgerlijk huwelijk in aanmerking, en da’s raar.

Ooit was het huwelijk het domein van de kerk. Die kerk ging uit van een God die een Plan met zijn schepping had. Dat plan vereiste dat mensen zich voortplantten, en daarom schiep de God van de kerk mannen en vrouwen die samen kinderen konden krijgen en die elkaar in allerlei opzichten fraai complementeerden. En hij schiep een geheel van anatomische emotionele en gedragsmatige zaken – de seksualiteit – die dat kinderen krijgen mogelijk maakte. Alleen, die seksualiteit had de neiging uit de hand te lopen, en moest dus wel met zorg beteugeld worden. Vandaar, heel in ’t kort, het idee dat een man en een vrouw samen een blijvend, door de eeuwige trouw van het huwelijk verbonden paar zouden vormen, en dat seksualiteit binnen, en alleen binnen, dat huwelijk zijn plaats had. In een ideale wereld zouden alle volwassenen deel uitmaken van zo’n echtpaar, en zou elk huishouden daarop gebaseerd zijn. Ik weet ’t: er zijn kerken die een celibatair bestaan ten dienste van de gemeenschap als geheel nóg idealer achten, maar ik schrijf een blog, geen boek. ’t Is hoe dan ook een prachtig idee en ’t verbaast me geen moment dat het ook nu nog veel aanhang heeft. Dat de pracht van een idee waarheid noch zinnigheid garandeert, weet u ook wel.

En toen kwam de Franse Revolutie, deels voortgekomen uit honger en ellende, deels ook uit Humanisme, Verlichting en een poging tot onbevooroordeelde morele herbezinning. Honger en ellende leidden tot grimmigheid, massamoord en overhaaste besluiten, de rest tot een nieuwe inrichting van de samenleving waarin voortaan niet de kerk maar de mens centraal zou staan. De kerk, die tot dan toe geboorte, huwelijk en dood had begeleid, met ceremonieel had omgeven, en had geadministreerd, moest allerlei taken (en een hoop bezit) overdragen aan de staat. Daaronder het huwelijk, althans, het primaat daarop: voortaan zou de staat het huwelijk sluiten, en mocht de kerk het pas nadien inzegenen.

Maar bij die overname gebeurde iets raars: de staat nam weliswaar niet het verhaal van Gods Plan over, maar wel álle praktische consequenties daarvan – een overhaast besluit. Het huwelijk bleef voorbehouden aan één man en één vrouw en het bleef hét vehikel voor voortplanting en seksualiteit. Huwelijken van meer dan twee mensen, huwelijken van mensen van hetzelfde geslacht die derhalve geen kinderen konden krijgen, en huwelijken van te nauwe verwanten die God en de genetica een gruwel waren, werden bij wet verboden. En dat ligt ook voor de hand als de staat een huwelijk sloot dat nadien door de kerk moest kunnen worden ingezegend.

Kerk en staat bleven daardoor veel nauwer verbonden dan we meestal suggereren dat ze zijn. Sterker nog, het feit dat de kerk alleen huwelijken mag inzegenen die voldoen aan door de staat gestelde eisen, vormt een regelrechte inbreuk op de scheiding van kerk en staat die alom gepredikt en beleden wordt. Dat is niet alleen erg omdat het de kerk nodeloos in zijn vrijheid beperkt, het is ook erg omdat het de kerk een plaatstalen excuus geeft zich – voor wat hoort wat – te mengen in staatszaken. De gelovige ambtenaar die geen homo’s wil trouwen is daarvan een voorbeeld. En zo bezien staat die ambtenaar sterker dan velen waar willen hebben.

Trouwens, ook ten aanzien van geboorte en dood nam de staat althans aanvankelijk de kerkelijke praktijk – een expliciete registratie van buitenechtelijkheid, een verbod op alle vormen van lijkbezorging behalve de begrafenis die het lichaam voor de opstanding des vlezes moest bewaren – over, en ook daar zonder het kerkelijke verhaal waaraan die praktijk zijn zin ontleende. Ik zeg het vaker, en met genoegen: het humanisme is praktisch christendom minus het christelijke verhaal plus iets wazigs over wat de mens dan wel op eenzame hoogte plaatst. Onzin dus.

Dat geseculariseerde maar nog altijd in wezen kerkelijke huwelijk heeft een eeuw of twee onveranderd gefunctioneerd, tot de homo-emancipatie tot enige, flink verlate bezinning dwong. Maar ook die bezinning had iets halfslachtigs. Homoseksuelen dienden toegang tot het huwelijk te krijgen omdat ook zij vaak een blijvende seksuele relatie aangingen – een gedachtengang die er impliciet van uitgaat dat het huwelijk er is om blijvende seksuele relaties te formaliseren.

Mij dunkt dat de staat alleen tot taak heeft het samenleven van mensen zo vrij en veilig mogelijk te maken – twee idealen overigens die elkaar soms bijten – maar zeker niet om meer normen te stellen en af te dwingen dan daarvoor nodig is. Vanuit die optiek kan wat nu het burgerlijk huwelijk heet niets anders zijn dan een contract tussen de staat enerzijds en de leden van een huishouden anderzijds, waarbij de betrokken burgers beloven elkaar en hun eventuele minderjarige kinderen te zullen bijstaan – een mantelzorggarantie zo u wilt – en de staat ze in ruil daarvoor een reeks juridische en financiële zekerheden biedt. Er is geen enkele reden dat contract te beperken tot twee mensen van verschillend geslacht die op een bijzondere manier van elkaar houden en, hoe impliciet eventueel ook, aangeven een seksuele relatie te willen onderhouden. Als broer en zus, twee broers, drie zusters, vier vrienden, vijf geloofsgenoten, of hoeveel volwassenen met wat voor onderlinge relatie dan ook bereid zijn samen te wonen, samen een huishouden te voeren, en elkaar tot het einde zo goed mogelijk te verzorgen, dan rest de staat niets anders dan hun gelofte terzake te registreren, er waar nodig op toe te zien dat ze zich aan die gelofte houden, en ze alle rechten toe te kennen die de wet aan zulk officieel erkend samenleven behoort te verbinden en die nu alleen aan gehuwden zijn voorbehouden. Gedoe met ringen en kussen past daarbij niet, om van een preekje door de dienstdoende ambtenaar maar te zwijgen. Preekjes horen in de kerk. Als de betrokkenen hun besluit willen vieren, dan doen ze dat maar thuis of in een feestgelegenheid.

En de kerk? De kerk dient zijn zeggenschap over het huwelijk volledig terug te krijgen – en ten overvloede: voor ‘kerk’ mag u ook ‘synagoge’, ‘moskee’ of ‘tempel’ lezen. Wie in de kerk trouwt, of daar juist onmogelijk trouwen kan, gaat de staat niets aan, net zomin als het de kerk iets aangaat wie een wettelijk samenlevingsverband aangaat, en met wie dan wel. En uiteraard zijn er aan een huwelijk – en laten we dat woord voortaan alsjeblieft reserveren voor de eeuwige band die in de kerk bezegeld wordt – geen materiële voordelen verbonden. Daar gaat de kerk niet over. Alleen zo is er werkelijk sprake van een scheiding van kerk en staat. En alleen zo, maar dat geheel terzijde, helpen we de kwestie van de weigerambtenaar op een nétte manier de wereld uit.

  1. 1

    Interessant artikel. Even kijken: het is inderdaad vreemd dat de kerk alleen huwelijken mag inzegenen die voldoen aan door de staat gestelde eisen. Ik wist dat niet en ik ben eigenlijk ook wel benieuwd hoe dat precies is vastgelegd – maar ik ga er vanuit dat het klopt wat Voorzanger zegt.

    Over het burgerlijk huwelijk als instituut: wat mij betreft mag het afgeschaft worden. Of niet. Het is in ieder geval niet nodig. Het gaat erom dat die scheidslijn tussen overheid en kerk wordt gefinaliseerd en dat bereik je niet eens zozeer door het burgerlijk huwelijk af te schaffen, maar door alle relaties met de kerk daarin te verbreken.

    Er zijn trouwens meer voorbeelden zoals deze. Van een vriend van mij hoorde ik eerder dat toen hij verhuisde naar een andere gemeente hij ook automatisch werd ingeschreven bij de lokale kerk. Stof voor nog een artikel.

  2. 3

    Mooi betoog. Tamelijk hermetisch ook. Pareren heeft niet echt zin. Ik zal mijn eigen motieven om graag (burgerlijk) te willen trouwen eens opschrijven en dan proberen te kijken waarom bovenstaand stuk wat weerstand bij me oproept.

    En dan. Ik ben zelf getrouwd. Niet voor de kerk, maar op een tropisch eiland (St Lucia), waar mijn schoonouders op dat moment woonden. Om op die plek seculair te trouwen was nogal ingewikkeld, maar zeker mogelijk. De ambtenaar gaf aan dat ‘hoewel dit huwelijk niet voor god voltrokken wordt, het daarom niets meer of minder waard was: het ging nog altijd om twee mensen die de tijd en moeite nemen om elkaar toekomstige trouw te beloven’. Hij praatte ons uitstekend naar de mond.

    Ik vond het heel prettig om een moment te markeren waarin we (mijn vrouw en ik) aangaven: vanaf nu doen we het samen. Ik zou dat nooit voor de kerk willen doen, maar ik vind het prettig dat dat ‘ergens’ gevierd en erkend kan worden.

    Voor mij – dus op het niveau van de individuele beleving – was mijn huwelijk onmisbaar. Voor mijn broer, opgegroeid in precies dezelfde omstandigheden, is het huwelijk een overbodig stuk ‘maatschappelijk meubilair’ (mijn woorden).

    Ik zie allerlei praktische voordelen aan ons huwelijk. Voordelen die voor een groot deel zijn op te lossen met een geregistreerd partnerschap. de kruimels die dan overblijven zijn voor niet-homosexuelen adhoc op te lossen. Pijnlijk en dat verdient een ingreep.

    Tegelijkertijd mis ik wat emotie, of bezieling in je stuk. Ik mis dat je ingaat op de reden waarom zoveel (niet-kerkelijke) mensen toch graag burgerlijk trouwen. Ik zie de maatschappelijke invalshoek, maar mis de individuele kant van het verhaal.

    Dat die cultuurgestuurd is, en bovendien zijn wortels heeft in kerkelijke tradities, doet daar voor mij niet veel aan af. Zolang je zaken maar goed regelt. En dat kan ook zonder dat mooie moment af te schaffen.

    Laat onverlet dat ik de lijn van je betoog goed kan volgen en onderschrijf. Ik mis alleen wat andere lijnen die voor mij net zo relevant zijn.

  3. 5

    Het betoog leidt tot de conclusie dat het burgerlijk huwelijk weg moet, maar de onderbouwing ervan is gebaseerd op de relaties met de kerk. Verbreek die relaties en het burgerlijk huwelijk kan ongegeneerd blijven bestaan als een waardevol ijkpunt in het leven. Zo is iedereen gelukkig.

  4. 6

    Wat heb ik nu an mijn Sargasso hangen? Flauwekul. Het huwelijk is een economische overeenkomst en God bestaat niet, dus heeft daar ook niets mee te maken. Deze filosoof-ethicus claimt een domein waar hij buiten zou moeten blijven. De kerk is een institutie die op fabels, mythologie en regelrecht bedrog gebouwd is, en lijkt dan weliswaar op het moment weer een beetje uit de lappenmand te raken, maar we moeten wel oppassen dat het niet te gek wordt. Pas op voor de Orban-De Haasjes en voor de Mutsaersen – of liever: kerk, ja ga zo door: splijt en splijt verder… Wantrouw voorlopig wel de mooipraters, de zweverige maar vaak hypocriete ethiek en de zogenaamde wonderen en de andere onbegrijpelijkheden waar ze je mee proberen te hypnotiseren: je bent je vrijheid kwijt voor je het in de gaten hebt. Voorzanger, zoek een ander melodie.

  5. 8

    Voor mij als single mogen vooral alle economische en belasting voordelen tov singles weggenomen worden. Je hebt toch al profijt van het samen kosten delen, hier hoeft niet nog eens een extra bonus, op kosten van de belasting betaler, bovenop.

  6. 9

    Ik vind dat filosofen wel thuishoren in het domein van de kerk, fabels en mythologie. Maar dat kan ook liggen aan het feit dat ik ze niet als serieuze wetenschappers beschouw.

  7. 15

    In de Bijbel komt polygamie veelvuldig voor (Abraham kreeg eerst een zoon bij z’n bijvrouw en daarna bij z’n eerste vrouw, en daar hebben het jodendom en de islam nog steeds ruzie over) en staat dat als een man sterft zonder een kind bij zijn vrouw te verwekken zijn broer met haar moet trouwen. Om maar eens wat selectief te quoten. :)

    Volgens mij deden de oude Grieken wel aan huwelijk, anders werd er vast niet zo gegiecheld dat Zeus steeds vreemdging.

  8. 16

    Goh, en ik altijd maar denken dat het huwelijk is ontstaan in de leidende kringen om bezittingen en macht te kunnen regelen. Misschien heb ik altijd een ander geschiedenis boekje gelezen dan Bart Voorzanger?

  9. 17

    Er hoeven helemaal geen mooie momenten afgeschaft te worden. Het is echter maar de vraag of de overheid in jouw behoefte aan mooie momenten moet voorzien.

    Als jij zo graag een substituut wil voor een kerkdienst, dan huur je een zaaltje en een ceremoniemeester. Waarom zou dat op het stadhuis moeten met een ambtenaar?

  10. 18

    Ik vind het heel normaal dat de staat regelgeving invoert om bepaalde “gewenste” situaties te bevorderen. Ik zie huwelijk als “gewenste” situatie. Daarmee wordt geen enkele vrijheid, aan niemand niet, ontnomen.

    Overigens, als ik een deel van de argumentatie volg, kunnen we kerstmis, pasen etc afschaffen (nationale feestdagen bedoel ik dan). Dat hebben we immers ook van die achterlijke christenen overgenomen.

  11. 19

    Het past niet in je filosofische straatje, dus moet het afgeschaft worden… Mogen mensen aub vooral lekker zelf bepalen of ze wel of niet trouwen, en indien wel of dat voor een kerk of een voor een ambtenaar is?

  12. 21

    Huwelijk is natuurlijk niet alleen westers en heeft niet alleen te maken met individueel mooi moment of met een kerk die wat wil. De samenleving heeft het burgerlijk huwelijk ook niet alleen als vervanging van de kerk.

    Het huwelijk is in al zijn verschijningsvormen over de hele wereld het tonen aan de samenleving dat men samen verder gaat. Trouwen is een sociale aangelegenheid met een feestje. Met of zonder seks voor het huwelijk, met of zonder formaliteiten.

    Trouwen met zijn tweeën in een achterafzaaltje heeft geen zin.
    Is niet functioneel.

    Toen de kerk de baas was trouwde men voor de kerk.
    Toen de staat de baas was/werd trouwde men voor de staat.
    Wanneer iemand anders de baas is bepaalt die hoe en waar je trouwt.
    Maar wel met een feestje.

    Getrouwd wordt er.
    Hoe dan ook.

  13. 23

    Dat weet ik nog niet zo. Is het als samenleving niet wenselijker dat mensen zich aan elkaar committeren in plaats van die individualistische keuze die jij blijkbaar hebt gemaakt? Aan de andere kant is dat natuurlijk wel erg persoonlijk, dus is het al snel ongewenste staatsbemoeienis om hier bepaalde levensstijlen te bevoordelen.

  14. 24

    Verbeter me als ik het niet goed gelezen heb, maar waarom zou het huwelijk als formalisering van een impliciete seksuele relatie moeten verdwijnen, omdat niet elk gewenst huishoudenvormend samenleven zo’n relatie inhoudt? Waarom kunnen die niet naast elkaar blijven bestaan? Waarom pleit je voor een verruiming van het burgerlijk huwelijk, in plaats van formalisatie van andere vormen van samenleven die niet seksueel van aard zijn? Naast het burgerlijk huwelijk een contract van duurzaam samenlevende personen met wat voor andere relatie dan ook?

  15. 26

    @#6 “Het huwelijk is een economische overeenkomst

    Prima hoor, deze opvatting, niets op tegen. Maar waarom dan wel een ceremonie rondom het bezegelen van zo’n overeenkomst? Merk hierbij op dat het deze ceremonie is waardoor iets als “weigerambtenaar” ontstaat. Geen ceremonie (maar een gewone lokethandeling ofzo) betekent automatisch: geen mensen die zichzelf niet geschikt vinden om zo’n ceremonie te leiden, kortom: geen weigerambtenaren.

    De weigerambtenaar ontstaat alleen maar doordat er mensen zijn die vinden dat het huwelijk iets is dat zo’n ceremonie nodig heeft. Maar dat kunnen alleen maar mensen zijn die vinden dat een “huwelijk” méér is dan slechts een (economische) overeenkomst, die vinden dat het huwelijk iets “extra’s” heeft waardoor het uitstijgt boven het dagelijkse en het ambtelijke. En die mensen dwingen de (weiger)ambtenaar kennelijk hun invulling van het idee van dat “extra” op.

  16. 27

    Allereerst mijn hartelijke dank aan alle reageerders zover voor zowel de bijval als de opbouwende kritiek. Laat ik eerst kort samenvatten wat ik wil: (a) Een regeling voor twee of meer, al dan niet verwante, al dan niet verliefde, al dan niet met elkaar vrijende mensen, die een huishouden willen delen, die hun wederzijdse verplichtingen willen vastleggen, en die in ruil daarvoor als eenheid een bepaalde status krijgen met door de staat gegarandeerde zekerheden. (b) De vrijheid van organisaties op levensbeschouwelijke grondslag om bijzonder geachte relaties, vast te leggen, in te zegenen, te vieren, te … nou ja, wat je daarmee ook maar kunt willen …, zonder stil te hoeven staan bij de vraag of de betrokkenen zo’n onder a omschreven regeling zijn aangegaan. En (c) de afspraak die burgerlijke regeling niet als ‘huwelijk’ aan te duiden omdat dat tot verwarring leidt met het kerkelijk huwelijk (dat ik die naam graag gun omdat kerken de oudste rechten op die term hebben).
    De titel van mijn stukje slaat vooral op dat laatste punt. Als ik daarmee lezers in de war bracht, spijt me dat. Enkele reacties op individuele opmerkingen (met excuses voor de volgorde; ik snap niet alles van die nummering):
    @mb (003), die de “dat mooie moment” van zijn huwelijk niet kwijt wil, en de emotie in mijn stuk mist. Dat mooie moment (voor wie het zo beleeft) mag wat mij betreft gewoon blijven. En de emotie zit geheel in mijn behoefte aan helderheid.
    @Rob (005), volgens wie ik het burgerlijk huwelijk wil afschaffen omdat het aan het kerkelijk huwelijk vast zit. Dat valt misschien wel mee; zie boven.
    @about: (006): Bijna geheel mee eens (al zou ’t mijn toon niet wezen), dus ik weet even niet waar ik op zou moeten reageren :-) O ja, één ding: ik ben opgeleid tot bioloog en wetenschapsfilosoof; van ethiek weet ik niets (al ben ik na vier jaar werken aan een ethiekinstituut zo vrij te denken dat dat voor ethici evenzeer geldt).
    @weerbarst (008): Wat mij betreft gaat het niet om belastingvoordelen maar om rechtszekerheid: niet je huis uit hoeven omdat de huisgenoot overlijdt op wiens/wier naam het huurcontract staat, … dat soort zaken.
    @esgigt (016): Ik bedoelde mijn verhaal niet als historische verklaring van het huwelijk. Het ging me alleen om het bijzondere stempel dat de kerk in ónze samenleving op dat (in allerlei vormen vast al veel langer bestaande) huwelijk drukte.
    @Olaf (017): Precies. De staat regelt een contract (en is daar ook zelf bij betrokken). Dat mag best plechtig – wat zeg ik? dat móet vooral plechtig – maar de overheid is er niet voor ringen, kussen en tranen. Dat doe je maar thuis.
    @Mark3000 (018): Zeker nu onze samenleving levensbeschouwelijk veel diverser wordt, wordt het inderdaad tijd eens na te denken over die christelijke feestdagen. Ik heb al vaker betoogd dat we van onze islamitische nieuwkomers niet alleen vragen zich aan te passen aan een seculiere samenleving: we vragen ze zich aan te passen aan een in veel opzichten (b.v. die zon- en feestdagen, maar ook onze nog altijd wettelijk verankerde monogamie) chrístelijke samenleving, en daarmee vragen we misschien wel wat erg veel.
    @kevin (024): Waarom pleit ik niet voor formalisering van andere, niet seksuele, vormen van samenleven náást het burgerlijk huwelijk? Deels omdat ik vind dat je het aantal regelingen niet nodeloos moet vermenigvuldigen, maar vooral omdat ik vind dat het de overheid niets aangaat wie met wie vrijt.
    @J. Morika (026): Geheel mee eens (en hier wel van harte). Het verschijnsel weigerambtenaar komt rechtsstreeks voort uit die onhandige verhaspeling van kerkelijk en burgerlijk instituut.

  17. 29

    Dank voor de reactie. Ad (c): Misschien moet de term “huwelijk” gewoon door “sterel” worden vervangen (Staatkundig Erkende Relatie). Het is trouwens niet juist dat de “de kerk” de oudste rechten zou hebben op het huwelijk. Daarmee doe je Grieken, Romeinen, Chinezen, Hindoes, Trobianders en vele anderen ernstig tekort. Tegen (b) is in het geheel geen bezwaar, als er maar geen geestelijke bij te pas komt. Maar aan (a) worden in het Burgelijk Wetboek zo’n 65 pagina’s besteed, en in andere wetten (immigratie, nationaliteit, erfrecht, sociale wetten, belastingen) komt het huwelijk ook nog vaak voor. Dat wordt een groot probleem als je dat wilt veranderen. Waarom wil je het veranderen? Toch niet alleen vanwege de weigerambtenaar, lijkt mij?

  18. 30

    Het huwelijk is veel ouder dan de kerk. Waar ik de kerk ‘de oudste rechten’ toeken, bedoel ik niet meer dan dat het huwelijk een kerkelijke aangelegenheid was vóór het een zaak voor de overheid werd. Die uitspraak had een context – de vergelijking van kerkelijk en burgerlijk huwelijk – waarzonder hij onzinnig wordt. Dat heb je met contexten. :-)
    De reden om het instituut dat nu huwelijk heet te herzien is zeker niet alleen dat je daarmee het probleem van de weigerambtenaar oplost (al is dat mooi meegenomen). Het punt is dat er tal van huishoudens zijn die niet worden gevoerd door twee niet-verwante volwassenen, en die ook baat zouden hebben bij de regelingen die nu aan gehuwden zijn voorbehouden. Naar mijn idee maakt de wet hier een onderscheid dat ons redelijk voorkomt omdat ons gedachtengoed doortrokken is van ooit door de kerk gepropageerde ideeën, maar dat in feite allerlei mensen zonder goede redenen benadeelt. Naar mijn idee wordt het tijd daar afscheid van te nemen. En zeker, dat is geen kwestie van één simpel wetswijzigingetje.