Verkiezingen in Roemenië

ACHTERGROND - In Roemenië worden op 2 november voor de zesde keer sinds de ‘revolutie’ van 1989 presidentsverkiezingen gehouden. Dit moet je er volgens Johan Bouman van weten.

De uitgaande president heet Traian Băsescu. Hij heeft er twee termijnen op zitten en doet niet meer mee voor de hoofdprijs. Băsescu heeft veel krediet opgebouwd door tussen 2005 en 2008 hervormingen op justitiegebied door te voeren. Tegelijkertijd is hij een straatvechter die volop meedoet met politiek moddergooien. Gisteravond beschuldigde hij bijvoorbeeld de premier ervan dat deze verklikker zou zijn geweest voor de geheime dienst.

Het politieke establishment kan het bloed van Băsescu wel drinken (Dracula-pun intended). De campagnes van zijn potentiële opvolgers beloven dan ook zonder uitzondering het land te ontdoen van ’s mans invloeden. De belangrijkste kandidaat en huidig premier heet Victor Ponta. Deze vergeleek de president onlangs nonchalant met Hitler – waarbij laatstgenoemde volgens Ponta de betere bestuurder was.

De enige andere serieuze kanshebber naast Ponta is Klaus Johannis. Hij is burgemeester van een provinciestad en behoort tot de Duitse etnische groep in Transsylvanië. Deze saaie technocraat wil zijn imago gebruiken om president te worden van het corruptie- en nepotismemoeë Roemenië.

Een hele serie aan kandidaten vecht om de derde plaats in de uitslagen, waaronder corruptiebestrijdster Macovei, zakenvrouw Udrea of industrieel Popescu-Tăriceanu. Zie voor meer achtergrond dit stukje van een Engelse journalist.

Roemenië is een jonge democratie. De constitutionele rol van de president is nog niet vastgelegd in tradities. Het is zeker geen ceremoniële functie; de bevoegdheden liggen dichter bij het Franse model. De president is voorzitter van de nationale veiligheidsraad, kan wetten terugsturen naar het Parlement, draagt een premier voor en kan een referendum uitschrijven. De inzet is dus groot.

De meeste kandidaten zijn frontman van een partij. In Roemenië bestaan politieke partijen in de bekende smaken, maar deze zijn niet volgens ideologie of overtuiging in te delen. Men noemt zich liberaal of socialist, maar in de praktijk wordt het regeringsbeleid bepaald door onderhandelingen tussen belangengroepen, die voor alles de macht en invloed van hun eigen clan voor ogen hebben.

Deze elites hebben – ongeacht de partij waar ze nu bij horen – hun wortels in de partijkaders van voor 1989. De lijnen lopen via persoonlijke banden. Ponta is bijvoorbeeld de protegé van Adrian Năstase, voormalig premier en veroordeeld voor corruptie. Zijn schoonvader is een partijbaron, zijn vrouw zit in het Europees Parlement en de man van zijn nichtje is minister van Justitie.

Ook in de verkiezingsprogramma’s ontbreekt de ideologie. Het zijn vergezichten die aan elkaar hangen van onzin (zaken die volledig buiten de bevoegdheden van de president vallen) en leuke dingen voor de mensen (hogere salarissen! hogere pensioenen!).

Het laag opgeleide en conservatief gestemde electoraat blijkt sterk gevoelig te zijn voor partijpropaganda en cadeautjes. Het ligt dus voor de hand dat degene met de meeste televisiezenders in zijn zak en de gulste portemonnee zich voor de komende vijf jaar kan vestigen in het historische presidentiële paleis.