Thema Economie

Ook Britse onderhandelingen met de WTO zitten vast

ACHTERGROND - Als de onderhandelingen tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU over nieuwe handelsrelaties vastlopen, kunnen de Britten altijd nog terugvallen op de WTO-regels, zo is de veronderstelling. Maar dan moeten het VK wel zelfstandig lid zijn van de WTO. Ook de gesprekken daarover vlotten echter niet.

Ergens vorig jaar werd de Moldavische diplomate Corina Cojocaru de toegang geweigerd tot Groot-Brittannië. Dat boeide toen niemand, want Moldavië is een onbetekenend land aan de rand van Europa en daarbinnen stelde Cojocaru ook niet zoveel voor. Behalve dat ze de officiële onderhandelaar namens haar land is bij de Wereldhandelsorganisatie WTO. En toen ze zich moest buigen over het Britse verzoek om deel te nemen aan een verdrag aangaande overheidsaanbestedingen, dacht ze: als ik al niet toegelaten word, hoe kunnen onze bedrijven dan eerlijk toegang krijgen tot de Britse markt?

En dus zei Cocojaru: nee. Zo dreigt het VK de toegang ontzegd te worden tot een markt die wereldwijd 1,7 biljoen dollar omvat. Voor de Britten is het een reminder dat Brexit niet alleen betekent dat Londen zelfstandig met Washington kan praten, maar dat het ook met Cisinau om tafel moet.

Quote du Jour | Demonen

“The sewer that exists, the disgraceful behaviour of the government in how they are selling us out means that if I had my time again, I think we would have been better to probably remain and not unleash these demons.”

Arron Banks, de grootste financier van de Brexit-campagne, wiens donatie onderzocht wordt op de herkomst ervan (Rusland?), vraagt zich inmiddels af of de hele actie wel zo slim was.

DNB bepleit CO2-heffing van 50 euro per ton CO2

NIEUWS - DNB directeur Job Swank pleit in een interview met NRC Handelsblad voor de invoer van een CO2-heffing van 50 Euro per ton CO2 voor de industrie. De Nederlandse industrie is relatief vervuilend en grote bedrijven betalen veel lagere energieprijzen dan elders in Europa. Daar komt nog bij dat die prijzen voor de grote bedrijven ook veel lager zijn dan wat gezinnen en kleinere bedrijven in Nederland betalen. Dat biedt volgens Swank ruimte voor het voeren van nationaal beleid. Onderzoek van DNB laat namelijk zien dat Nederland en zijn grote bedrijven wel een stootje kunnen hebben. Juist omdat de industrie lange tijd ontzien is. Swank geeft aan dat de gemiddelde CO2 prijs in Nederland 60 Euro per ton CO2 is, als alleen naar de industrie gekeken wordt bedragen de kosten 15 Euro per ton CO2.

Een belasting van 50 Euro per ton CO2 bovenop de bestaande energiebelasting en emissiehandelsprijs kan dit meer in evenwicht brengen.

Amerikaanse energiebedrijven blijven kolencentrales sluiten

ANALYSE - Amerikaanse energiebedrijven willen dit jaar 15,4 GW aan kolencentrales sluiten, 11 GW aan centrales is dit jaar al gesloten. Daarmee lijkt 2018 een nieuw record aan sluitende kolencentrales te vestigen. Kolencentrales hebben in de VS last van de lage kosten van aardgas en van de dalende kosten van hernieuwbare energie en energieopslag.

Negatieve inkomstenbelasting is beter dan het onvoorwaardelijke basisinkomen (2)

OPINIE - In deel 1 van dit artikel schreef Hein Vrolijk dat de invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen (OBI) tot grotere inkomensongelijkheid leidt. ‘Want iedereen krijgt een extra bedrag bovenop wat hij of zij al verdient, behalve – vreemd genoeg – diegenen voor wie dat basisinkomen eigenlijk is bedoeld: de mensen met een uitkering. (….). Op deze manier krijgen zij ‘evenveel wijn in nieuwe zakken’, terwijl de midden- en hogere inkomens van een extra fles wijn kunnen genieten.’

‘Via de progressieve inkomstenbelasting is dit wel weer recht te trekken’, zo luidt meestal de reactie van OBI-aanhangers. Ik vind het altijd weer verbluffend hoeveel mensen – meestal van linkse signatuur – menen dat je met een progressief marginaal belastingtarief de veelverdieners kunt afromen. Een vergelijkbaar naïef optimisme zien we als het gaat om de invloed van nieuwe wetgeving, zoals ik straks laat zien bij de Wet Werk en Zekerheid (WWZ).

Inkomensongelijkheid

Laat ik beginnen met de inkomensongelijkheid. Zelfs als het mogelijk is de grotere inkomensongelijkheid bij invoering van de OBI te ‘repareren’, scoort de OBI ook daarna een stuk slechter dan de negatieve inkomstenbelasting (NIB), door mij aangeduid als garantie-inkomen. Net als in deel 1 ga ik uit van Bea en Gea die beiden een uitkering van duizend euro per maand netto krijgen als zij hun studie hebben afgerond en nog geen werk kunnen vinden (periode 1). Na enige tijd hebben zij een baan gevonden met een bruto-inkomen van duizend euro per maand (periode 2). Beiden maken voortdurend promotie, zodat hun maandelijkse bruto-inkomen uiteindelijk stijgt naar 4000 euro (periode 5, de laatste jaren van hun werkzame leven). Voor beiden is het marginale belastingtarief 50 procent en netto verdienen ze evenveel, opklimmend van duizend naar 3000 euro per maand.

Uitgaande van de inkomstenbelasting (IB) die Bea en Gea moeten betalen (zie de tabel in deel 1), is het mogelijk voor beiden de belastingdruk uit te rekenen. Bij de eerste maatstaf wordt de IB uitgedrukt in een percentage van het bruto-inkomen, dus zonder het netto basis- of garantie-inkomen. Bea met haar Basisinkomen (BB) betaalt 50 procent in iedere periode, en gemiddeld over haar hele werkzame leven. Gea met haar Garantie-inkomen (GG) betaalt in totaal een stuk minder (15 procent) en in periode 5 een veel hoger percentage dan in de voorgaande perioden toen zij minder verdiende (zie de tabel hierna)

Negatieve inkomstenbelasting is beter dan het onvoorwaardelijke basisinkomen (1)

OPINIE - Een onvoorwaardelijk basisinkomen is geen goed idee volgens onze gastredacteur Hein Vrolijk. Hij heeft een beter alternatief en licht dat toe in twee delen. Vandaag deel 1.

De ‘Week van het basisinkomen’ is al enige dagen voorbij. Vrijwel onopgemerkt, als je afgaat op de progressieve media. Zelfs de speciale website meldde nauwelijks activiteiten. Rechtse media daarentegen hadden meer aandacht voor het basisinkomen. Zoals Das Kapital, dat een experiment in Liverpool bij voorbaat de grond inboort. Of De Telegraaf, die schrijft over een initiatief van de Zwitserse filmmaker Rebecca Panian. Zij wil 880 inwoners van een klein Zwitsers dorp een jaar lang een basisinkomen van 2200 euro per maand geven. Dan komt de aap uit de mouw: ‘Zij wil de proef financieren met crowdfunding en gaat er een film over maken.’

Als de vlag er zo bij hangt, dan is het hoog tijd om heel kritisch naar het onvoorwaardelijk basisinkomen te kijken. Voor een alternatief kunnen we ons laten inspireren door een ‘links’ idee van een ‘rechtse’ econoom.

Zelfs  Rutger Bregman, in Nederland de meest bekende pleitbezorger, zette eind vorig jaar een andere koers in: ‘We schuiven het idee van een universeel basisinkomen op de lange baan.’

Bregman vindt dat basisinkomen nog steeds de beste optie, met als belangrijkste reden ‘dat er geen stigma meer zou zijn op het ontvangen van deze “uitkering” (iedereen krijgt haar immers).’ Is dit niet een raar argument: de wereld zit vol met stigma’s en het ontvangen van een basisinkomen lijkt mij daarvan het minst problematisch.

Om twee redenen pleit Bregman voorlopig voor een negatieve inkomstenbelasting, door hem aangeduid als basiszekerheid. Het scoort beter qua betaalbaarheid want je hebt dan geen rondpompmachine nodig, wat hij verder niet uitlegt – hij vindt het blijkbaar voldoende om te verwijzen naar een echte economieprofessor, Bas Jacobs.  Bovendien ondervangt dit alternatief een moreel probleem: ‘Waarom zouden de miljonairs uit de Quote 500 ook een basisinkomen moeten krijgen?’

Een echt deeleconomie

COLUMN - Vorig weekend gingen we op bezoek bij vrienden op een camping in Friesland. De gastheer en -vrouw reden met ons mee. Onderweg belde zij alvast met de receptie om te vragen hoe ze ons als gasten moest aanmelden. Ik begreep het daarop volgende gesprek niet helemaal. Blijkbaar hing dat aanmeldproces af van wie er op dat moment zat, de ene was heel streng en de ander heel makkelijk. Nou kon ik me nog voorstellen dat er heel wat personeelsverloop is op zo’n camping, maar niet dat zo’n proces telkens anders kon gaan.

Bij aankomst werd het duidelijk; het waren de camping-gangers zelf die de receptie bemanden. Om de beurt namen ze een week voor hun rekening. Ook de wc’s werden in roosterdiensten door de mensen zelf schoongemaakt. En brandschoon mag ik wel zeggen. De opgehangen lijsten waren netjes ingevuld met naam en tijdstip, heel professioneel. Even later zag ik een vrouw met een schepnetje het zwembad onder handen nemen. Het hele park zag er prachtig aangeharkt uit.

Rwanda, tweedehandskleding en de ‘donuteconomie’

ANALYSE - Vandaag is het Donut-D-Day. Geïnspireerd door de alternatieve economie van Kate Raworth gaan mensen uit de milieubeweging, de monetaire hervormers en de voorstanders van het basisinkomen de ‘donuteconomie’ handen en voeten geven. Gastschrijver S. de Beter ziet in de invoerrechten die Rwanda heft op tweedehandskleding een voorbeeld.

Kate Raworth pleit met haar economisch model voor het respecteren van sociale en planetaire grenzen (de binnen resp. buitenring van de donut) bij alle economische activiteiten. Vrijwel alle Nederlandse economen vinden het boek Doughnut Economics van Kate Raworth maar niks, zelfs als ze het nog niet hebben gelezen – zoals Bengeltje Bouman. Lees maar de column van Ewald Engelen n.a.v. haar eerste bezoek aan ons land. Of het artikel van Rob Hagendijk en Paul Kalma in De Groene Amsterdammer.

Zijn de economen misschien stikjaloers op Raworth? Omdat ze volle zalen trekt, terwijl in economenland alleen de eigen parochie luistert, meestal louter pro forma. Plus natuurlijk opportunistische politici in het geval zij hun cijfers, argumenten of visie goed kunnen gebruiken.

Op één punt hebben die kritische economen echter wél gelijk: Raworth is niet bepaald scheutig met de concretisering van haar Doughnut Economics. Dat is jammer omdat zij wel degelijk in de juiste richting wijst. Het menselijk ras – nog erger: planeet Aarde – stevent immers af op zijn eigen ondergang. Om de doodeenvoudige reden dat ons economische systeem onvoldoende rekening houdt met sociale behoeften en ecologische grenzen, dus met de binnenste en de buitenste ring van de doughnut. Iedereen die niet ziende blind is, weet dat deze randvoorwaarden voortdurend worden genegeerd, en zeker wat de ecologie betreft in een verontrustende tempo – denk alleen al aan de plastic soep die in de oceanen drijft. Het gilde van economen – overwegend van neoklassieke allure – is er nog steeds niet in geslaagd om daar verandering in te brengen, door mens en maatschappij – en politici in het bijzonder – te inspireren met vruchtbare ideeën voor economische alternatieven in gedrag en beleid. Raworth slaagt daar beter in, maar het enthousiasme dat zij losmaakt, zal in deze vluchtige samenleving snel verdampen, zeker als haar benadering zo weinig concreet blijft.

Studentenhuisvesting kan leiden tot een explosieve groei van de totale uitgaven voor huurtoeslag

ANALYSE - Gisteren publiceerden we een gastbijdrage van S. de Beter over de gevolgen van de financiering van het hoger onderwijs voor de toch al nijpende schaarste op de woningmarkt. In een tweede gastbijdrage gaat hij in op enkele andere knelpunten die samenhangen met de problemen bij de huisvesting van studenten. En hij komt met mogelijke oplossingen.

‘Hoe meer, hoe beter’, dat is het verdienmodel van Nederlandse universiteiten en hogescholen. Dit hebben ze niet zelf gekozen maar was een keuze van de overheid, dus van een parlementaire meerderheid destijds. De Rijksoverheid beloont de onderwijsinstelling voor iedere student die zij naar de eindstreep brengt. Dat is een prikkel om te groeien want de marginale opbrengst is een stuk hoger dan de marginale kosten, dus de kosten die een extra student met zich meebrengt. In het hoger onderwijs zijn deze vrij laag als je eenmaal een onderwijscapaciteit beschikbaar hebt.

Vanuit dit groeimodel bezien is het logisch dat universiteiten en hogescholen zich in toenemende mate op buitenlandse studenten hebben gericht toen duidelijk werd dat de instroom van Nederlandse studenten eerder af dan toe zou nemen. En dat in de prognoses deze ontwikkeling wordt aangedikt, om te rechtvaardigen dat de werving van buitenlandse studenten nog meer prioriteit verdient. Zo lezen we in het recente jaarverslag van de Rijksuniversiteit Groningen dat internationale groei nodig is om de krimp van het aantal Nederlandse studenten op te kunnen vangen. Zij had in 2017 5692 internationale en 24010 Nederlandse ingeschreven studenten. De prognose in het jaarverslag is voor 2022 dat het aantal Nederlandse studenten zal dalen naar 22173 en dat het aantal internationale studenten zal stijgen naar 7525. Als u deze aantallen vergelijkt, zal duidelijk worden dat de geprognosticeerde groei van het aantal buitenlandse studenten exact gelijk is aan de te verwachten daling van het aantal Nederlandse studenten. “De wens is de vader van de gedachte” luidt het spreekwoord, wat blijkbaar ook voor veel prognoses geldt.

Een groei van het aantal buitenlandse studenten betekent automatisch dat de vraag naar studentenhuisvesting evenredig stijgt. Want zij hebben niet de keuze tussen thuis blijven wonen en ‘op kamers gaan’, zoals bij Nederlandse studenten het geval is. Zouden de onderwijsinstellingen verantwoordelijk zijn voor de huisvesting van hun studenten, het zou de groei van het aantal (buitenlandse) studenten behoorlijk temperen. Verstandige bestuurders zullen immers een simpel rekensommetje maken, door de extra opbrengst van (instellings)collegegeld en Rijksbijdrage te verminderen met extra huisvestingskosten. In Nederland hoeven ze deze afweging echter niet te maken, want zij laat de huisvesting over aan studentenhuisvesters, projectontwikkelaars, woningcorporaties en huisjesmelkers. Die maken op hun beurt met zelfstandige wooneenheden handig gebruik van de huurtoeslag, door een relatief hoge huur te vragen die netto nog heel goed betaalbaar is. Samengevat kunnen we dus stellen dat het verdienmodel van universiteiten en hogescholen indirect heeft geleid tot een overspannen woningmarkt en tot toenemend ‘misbruik’ van de huurtoeslag.