The Smiths van de Sovjet-Unie

In de warme zomer van 1981 kwamen ergens in Leningrad Aleksej Rybin, Oleg Valinski en Viktor Tsoj elkaar toevallig tegen. Ze rookten sigaretten, dronken bier en wisselden onderling illegale cassettebandjes met Britse new-wave uit. De band Kino was een feit. Er kwamen concerten aan keukentafels, bij vrienden thuis en pas later in de eerste clandestiene clubs. Langzaam kwamen de eerste bootlegs van hun optredens terecht bij fans buiten Sint-Petersburg, de muziek van Kino verspreide zich razendsnel dwars door de Sovjet-Unie. Er werden concerten gegeven in allerlei Russische steden. Gorbatsjov kwam aan de macht, Tsoj werd acteur.

Viktor Tsoj schreef zijn teksten zelf, en hoewel hij claimde dat ze meer een poetische achtergrond hadden zat er een stevige portie maatschappijkritiek in verwerkt. Het nummer ‘Peremen’ (Verandering) gaat over de liefde, een nieuwe tijd en vooral een beweging die niet meer te stoppen is. Toen de band het nummer in 1990 ten overstaan van een uitverkocht Loesjniki-stadion ten gehore bracht was de Sovjet-Unie moreel failliet.

Vorige week verzamelde de Russische oppositie zich in een hotel iets ten noorden van Moskou. Er waren misschien tweehonderd mannen met goede intenties, onder wie nog altijd Garry Kasparov, Eduard Limonov en Boris Nemtsov. De oppositie is zo versplinterd dat men niet eens een leider kon kiezen. Maar een lied vonden ze wel. Het nummer ‘Peremen’ sierde de bijeenkomst op en blies de oppositionele geest nieuw leven in. In mijn stuk voor de krant viel de verwijzing naar Tsoj net buiten de redactionele boot. Wel mag duidelijk zijn dat de oppositie dankzij de ijzeren hand van het Kremlin nagenoeg geen schijn van kans maakt.

Nog altijd zie je in Rusland op toiletdeuren, universiteitstafels, bushokjes en muren ‘Tsoj leeft’. De charismatische zanger kwam korte tijd na dat legendarische concert in Moskou om het leven. De Sovjet-Unie viel uit elkaar. Jeltsin kwam, de roebel stortte in, Jeltsin ging en Poetin nam het over. Tsoj leeft, en dat geeft hoop.