Goed Volk | Sint-Komkommer

ACHTERGROND - [Vanaf vandaag zal historicus Hans Overduin zo ongeveer elke week een stukje schrijven over de volkscultuur, dat wil zeggen over de wijze waarop gewone mensen dachten, de realiteit beleefden en daaraan een steeds veranderende vorm gaven.]

Nee, de naam van deze heilige is geen grap, maar de legende hangt wel van misverstanden aan elkaar. Het illustreert duidelijk wat volkscultuur kan inhouden: hoe mensen zich meester maken van een heilige en deze compleet verbasteren.

Sint-Komkommer wordt genoemd in enkele middelnederlandse handschriften en het is dan een verbastering van de naam ‘Sint-Ontkommer’: zij die ontkomt/ontsnapt, al wordt het ook wel uitgelegd als ‘zonder kommer’. In Bergen op Zoom noteerde een klerk in 1590 de naam als ‘Sint-Concommer’ en in Utrecht deed een rentmeester een bepaalde uitgave op ‘Sunte Komkommersdach’. Deze heilige is onder meer aansprekende namen bekend, zoals Wilgefortis (sterk van wil, ook wel: virgo fortis) en Livrada (de vrije). Haar feestdag was op 20 juli.

Deze heilige heeft hoogstwaarschijnlijk nooit bestaan maar is het resultaat is van misinterpretaties. Toch is ze, bezien vanuit de religieuze folk-lore en volksdevotie, interessant. Haar verhaal gaat als volgt.

Corpus

Het begint allemaal met een houten corpus, een beeld van de gekruisigde Christus, dat uit cederhout van de Libanon gesneden zou zijn door de bijbelse figuur Nicodemus. Het wordt later, in 742, in een grot ontdekt door ene bisschop Gualfredo en wordt door een boot zonder zeilen en bemanning naar het Toscaanse havenplaatsje Luni gebracht. Vandaar arriveert het op een ossewagen zonder drijver bij de Basilica di San Frediano in Lucca. Gualfredo was overigens bisschop van Orvieto rond 1156, dus voor wat betreft het jaartal spreken de bronnen elkaar al tegen, maar dat heb je nu eenmaal met legendes.

Door de verering van pelgrims (aanraken, kussen e.d.) slijt het beeld dermate dat het rond de dertiende eeuw vervangen wordt door een kopie, die nog steeds is te zien in de kathedraal San Martino van Lucca. Het is opvallend dat Jezus niet wordt voorgesteld in een lendendoek, zoals destijds gebruikelijk, maar is gekleed in een eenvoudig tuniek, een colobium, zoals in vroegchristelijke tijden de gewoonte was.

Afbeeldingen van dit Volto Santo (heilig gelaat) uit Lucca begonnen zich via pelgrims en kooplieden door Europa te verspreiden (in de elfde eeuw was de heilige reeds in Engeland bekend) waar gaandeweg de connectie met Lucca en de oorspronkelijke legende verloren ging. Vanaf de veertiende of vijftiende eeuw werd de gekruisigde persoon aangezien voor een vrouw in een jurk met een baard die zich aan het kruis het martelaarschap verwerft.

Vrouw met de baard

Vanaf die tijd wordt zij ook expliciet als vrouw afgebeeld, inclusief borsten. Waarschijnlijk om de vrouw met de baard logisch te verklaren ontstond de legende van de heilige Ontkommer. Het thema van een maagd die bidt onaantrekkelijk te worden voor mannen kende men bijvoorbeeld al uit het leven van de heilige Isberga uit de West-Vlaamse plaats Isbergues, een legendarische zuster van Karel de Grote. Merk op dat al haar namen bijnamen zijn en geen eigennamen, een reden te meer om te veronderstellen dat het gaat om een fictief persoon.

De legende van de heilige gaat als volgt: in het begin van de tweede eeuw werd de vrome jonge prinses ‘Ontkommer’ door haar vader, een heidense koning in Portugal met zeven dochters, bevolen te trouwen met de koning van Sicilië, hetgeen zij weigerde. Pa liet haar geselen en in een kelder opsluiten om haar op andere gedachten te brengen. Ontkommer wilde kuis leven en non worden en bad God om een oplossing. Die oplossing kwam in de vorm van zwarte baard. (Bedenk dat men in die tijd nog niet wist dat je er als vrouw gewoon een Eurovisie Songfestival mee kon winnen.)

Sint-Komkommer in de Codex Rapondi (1400-1420)

Daarmee was ze verlost van de beoogde huwelijkskandidaat die uiteraard van het huwelijk met een bebaarde vrouw afzag, maar niet van haar gedwarsboomde en teleurgestelde vader. Als straf besloot deze haar te laten kruisigen, net als de door zijn dochter zo vereerde Jezus. In 1583 kwam de martelares Ontkommer terecht in het Martyrologium Romanum met als gedenkdag 20 juli en was haar verering tot in de negentiende eeuw verzekerd. In Vlaanderen en Noord-Frankrijk hield de cultus stand tot de Tweede Wereldoorlog en verondersteld wordt dat de verering nog steeds niet geheel is uitgestorven.

Heilige Rok

Het colobium van Sint-Ontkommer wordt ook wel in verband gebracht met de zogenaamde Heilige Rok, het vermeende onderkleed van Jezus dat hij volgens de bijbelse traditie droeg vóórdat hij gekruisigd werd en dat onder Romeinse soldaten verdobbeld werd. Het relikwie, waarvan de echtheid (ook door de kerk) betwist wordt, wordt sinds 1196 bewaard in de Dom van Trier, hoewel ook drie andere plaatsen claimen het relikwie in bezit te hebben.

Sint-Ontkommer was de patroonheilige van monsters en personen die leden aan lichamelijke deformaties, maar ook van gewassen, reizigers en last but not least de echtelijke sponde. Vanaf de Middeleeuwen werden padden onder meer gezien als symbolen van vruchtbaarheid en zwangerschap (het volksgeloof rond padden en paddenstenen is een verhaal apart). Om die reden werd onder de beeltenis van de heilige, die werd gezien als bron van vruchtbaarheid, vaak een pad van rode was, hout of metaal geplaatst als votiefoffer. Dit gebruik kwam het meeste voor in de Nederlanden, België, Frankrijk en Italië.

Steenbergen

Onze heilige zou volgens de traditie in het Noord-Brabantse Steenbergen zijn begraven, maar ook dit berust op een misverstand. In Steenbergen was in de vijftiende en zestiende eeuw wel sprake van een grote devotie voor de heilige en in 1482 wordt voor het eerst melding gemaakt van een Sint-Ontcommeraltaar in de parochiekerk. Er werd voorts een jaarlijkse processie gesticht en er was al sinds 1441 een speciaal gilde bekend. Door de vroegere positie van Steenbergen als havenplaats zou de kerk aldaar, als gevolg van de handelsbetrekkingen met o.a. Noord-Italië, een kopie hebben bezeten van het Volto Santo-beeld uit Lucca.

De status van Steenbergen als bedevaartsoord berust echter hoogstwaarschijnlijk op een misinterpretatie. De plaats waar de heilige begraven is wordt in Zuid-Duitse en Zwitserse getuigenissen aangeduid als ‘Stainberg’, ‘Stang-berg’, ‘Stouberg’ of ‘Steenberg’, een fictieve plaats die met het Brabantse Steenbergen viel te identificeren.

Toch vraag ik mij af hoe het verhaal met de expliciete details van een Portugese prinses en een koning van Sicilië (‘dat verzin je niet’) in de wereld gekomen is. Kan het heel misschien toch gaan om historisch feiten die later in verband zijn gebracht met het Volto Santo uit Lucca ?

  1. 2

    “last but not least de echtelijke sponde … de heilige, die werd gezien als bron van vruchtbaarheid”
    Ligt het aan mij, of is dat niet ook een nogal merkwaardige wending voor een vrouw die juist maagdelijk en ongetrouwd wil blijven en zich daarom zelfs een baard laat aanmeten?

    “Toch vraag ik mij af hoe het verhaal met de expliciete details van een Portugese prinses en een koning van Sicilië (‘dat verzin je niet’) in de wereld gekomen is.”
    Waarschijnlijk zal hier een contaminatie zijn opgetreden met een verhaal/geschiedenis (of zelfs meerdere) van ettelijke eeuwen later. In het de 2e eeuw waren immers zowel Sicilië als Portugal nog deel van het Romeinse rijk. Land en naam Portugal ontstonden pas tijdens de reconquista (in 1139, Sicilië werd trouwens ook pas 9 jaar eerder een koninkrijk) en de koningen van beide landen zijn altijd (in ieder geval in naam) vrome christenen geweest.

    Of het het is wel degelijk zo iets verzin je juist wél: Kies twee verre en relatief onbekende landen als het toneel voor je legende, zodat je verhaal niet te makkelijk gecheckt kan worden aan bv. de genealogie van de betreffende koningshuizen. De laatste eeuwen zie je bv. ook dat nogal wat (al dan niet fictieve) oplichters zich uitgeven voor adel uit Liechtenstein.

  2. 3

    het “DNA” van verhalen is inderdaad vaak op zeer complexe manieren samengesteld uit eerdere verhalen en nieuwe verzinsels.

    zelfs voor verhalen wiens geschiedenis wel goed is gedocumenteerd (zoals santaclaus)

    En dit is wel een heel mooi voorbeeld!