Pathetische vervolging van coffeeshops

Joint

“Ansichtkaarten en aanstekers zijn tegenwoordiger het mikpunt van politiecontroles bij coffeeshops,” meldt De Pers. In een kleinzielige poging om coffeeshops in de hoofdstad te vervolgen krijgen zij door de Amsterdamse Rechtbank boetes opgelegd voor het adverteren van hun ondernemingen op ansichtkaarten, visitekaartjes en aanstekers. Dat is reclame om mensen aan te zetten tot drugsgebruik, aldus de officier van justitie en dat “kan het hele Nederlandse drugsbeleid in diskrediet brengen.” Toe maar.

Volgens De Pers controleert het Horeca Interventie Team van de Amsterdamse politie coffeeshops ongeveer tweehonderd keer per jaar: geen is recentlijk op het verkopen van harddrugs of het plegen van zware overtredingen betrapt. “En dus worden ze vervolgd voor reclame maken.” Niet op billboards of middels advertenties in lokale media; nee, het vermelden van de naam en de website van een shop op een aansteker geldt nu als misdrijf. De rechtbank moest zich “diep in de krochten van de opiumwet wurmen” maar het resultaat mocht er zijn: de souvenirwinkels aan het Damrak mogen rustig asbakken met een wietblad erop verkopen maar de coffeeshop ernaast, die zich ook keurig aan de regels van de gemeente houdt, wordt ervoor bestraft.

  1. 2

    En nu maar wachten tot ze de vriendjes van Holleeder gaan aanpakken op belastingontduiking. Voortaan wordt belasting geheven op geld dat wordt verdiend met mensen omleggen en de aanschaf van lingerie voor illegale prostituees. Dat zal ze leren!

  2. 3

    Hypocrisie wat heet ? Blowen = blood money, dat mocht wel ’s onder ogen worden gezien, dat het daar steeds meer op lijken ging. Verder gaat het mij droef te moede dat het wetgevende werk zo vaak knoeiwerk blijkt … aan gene zijde van de grens.

  3. 7

    Mjah hypocriet is het in ieder geval niet; probeer bijvoorbeeld nog maar eens een Marlboro-asbak te vinden. Dat lukt je niet. Om dezelfde reden.

    (toch?)

  4. 9

    @7: Bierviltjes? Flessenopeners? Rugzakken? T-shirts? Stropdassen? Roeptoeters? Trommels? Zijn d’r nog allemaal met biermerken erop vermeld.

  5. 14

    Het probleem was niet dat er een wietblad op de producten stond. De veroordeling was voor visitekaartjes met o.a. routebeschrijving naar de coffeeshop, waardoor de rechter het als advertentiemateriaal voor de coffeeshop/drugsverkoop beschouwde. dat is wat anders dan een asbak met een wietblad.

    als adverteren voor coffeeshops verboden is, lijkt de uitspraak me terecht. visitekaartjes laat je slingeren om de omzet van je onderneming te vergroten.

  6. 15

    Affichering is simpelweg één van de criteria om niet te gedogen maar de nog steeds illegale activiteit te vervolgen. Lees de regels van het gedogen en dan vooral de zgn AHOJG-criteria stelletje lutsers en nitwits

  7. 16

    Ik vind (maar) een uitspraak:
    http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BK6060

    Deze gaat over visitekaartjes waarop de naam en routebeschrijving coffeeshop gaat. De rechter stelt vast dat het gedoogbeleid niet van toepassing is op het verbod om (soft)drugs aan te prijzen. Daarna dat de visitekaartjes zo’n aanprijzing zijn. De coffeeshop wordt vrijgesproken van het openbaarmaken/verspreiden van de reclame omdat niet bewezen is dat de kaartjes op die dag aan het publiek zijn uitgedeeld, maar wel veroordeeld tot een poging daartoe (?!). De 17.000 visitekaartjes worden ‘aan het verkeer’ onttrokken + geldboete van 400 euro.

  8. 17

    De overweging over ‘wat nou reclame is’, staat hieronder. Lees maar lekker zelf:

    Uiting kennelijk gericht op het bevorderen van de verkoop, aflevering of verstrekking van softdrugs
    In deze zaak is allereerst van belang het antwoord op de vraag of het in het concrete geval gaat om een uiting welke er kennelijk op is gericht de verkoop, aflevering of verstrekking van softdrugs te bevorderen.

    Gelet op de wetgeschiedenis van artikel 3b Opiumwet is duidelijk dat de bedoeling van het onderhavige artikel was om aanprijzing van drugs te verbieden.
    Als een aanprijzing beschouwt de rechtbank elke mededeling in gedrukte tekst of gesproken woord dan wel een af- of uitbeelding welke een aanprijzende boodschap bevat.
    Duidelijk is dat een aanprijzende boodschap met betrekking tot het product softdrugs een uiting oplevert als bedoeld in artikel 3b Opiumwet. Maar ook wanneer dit aanprijzen van softdrugs niet de eerste doelstelling van de mededeling is kan dit een rechtstreeks of indirect gevolg daarvan zijn. Het kan bijvoorbeeld zijn dat slechts naamsbekendheid wordt beoogd in het kader van de concurrentie tussen de verschillende coffeeshops in de hoop softdrugs-gebruikers van de concurrent aan te trekken. Hierbij zou het niet zo zeer gaan om het aanprijzen van het product zelf maar om het aanprijzen van de eigen zaak. Dit kan naar het oordeel van de rechtbank echter moeilijk los gezien worden van het streven meer softdrugs te verkopen. Door te worden geconfronteerd met reclame voor een verkooppunt van softdrugs kunnen immers ook personen die niet de intentie daartoe hadden, op het idee gebracht of overgehaald worden om softdrugs te gaan kopen. In zo’n geval zal de desbetreffende uiting ook aangemerkt kunnen worden als kennelijk gericht op het bevorderen van de verkoop, aflevering of verstrekking van softdrugs.

    Naar het oordeel van de rechtbank is een dergelijke uiting aan de orde wanneer er sprake is van een reclame-uiting (tekst of afbeelding) waaruit kan worden afgeleid dat het om een verkooppunt van softdrugs gaat waarbij tevens informatie over het adres van dit verkooppunt wordt gegeven. Een dergelijke combinatie van informatie zal naar het oordeel van de rechtbank de verkoop van softdrugs kunnen stimuleren omdat het hierdoor voor het publiek dat met een dergelijke uiting wordt geconfronteerd, gemakkelijk wordt gemaakt om het verkooppunt te vinden, wat uiteraard ook de bedoeling van deze informatie is.

    Verkooppunt van softdrugs
    De rechtbank veronderstelt van algemene bekendheid dat in Nederland – en zeker in Amsterdam – het woord “coffeeshop” een aanduiding is voor een verkooppunt van softdrugs. Maar ook indien de naam van de coffeeshop een verwijzing heeft naar softdrugs of gepaard gaat met een logo of afbeelding welke duidt op softdrugs (zoals een cannabisblad) zal hieruit kunnen worden afgeleid dat het gaat om een plaats waar softdrugs worden verkocht.

    Informatie over het adres
    Ten aanzien van het geven van informatie over het adres van het verkooppunt van softdrugs heeft de rechtbank niet alleen het oog op het noemen van de adresgegevens zelf. Ook een routebeschrijving naar het adres of een plattegrond dan wel de vermelding van een website waarop het adres van de coffeeshop gemakkelijk te vinden is, kan als zodanig worden aangemerkt.

  9. 21

    Deze uitspraak maakt verkoop van producten met wietblad of naam coffeeshop NIET onmogelijk (zie “waarbij TEVENS info over adres wordt gegeven”). Maar er mag dus geen adres, routebeschrijving of website bij worden vermeld, althans geen website waar het adres “makkelijk” te vinden is.

  10. 22

    @JSK, #20: Ja da’s waar. Maar het IS een coffeeshop. Het doel is niet – zoals bij een kroeg – om “iets” te drinken. Het doel is eenduidig: de verkoop van cannabis.

    Maar inderdaad, het is niet zo zwart wit als ik zei en dacht. Vreemde zaken inderdaad.

  11. 24

    Ik vind het ook tamelijk pathetisch dat als Justitie coffeeshops gedoogt, politie op deze manier via het reclameverbod toch pesterijtjes uitvoert.

    Ik gok dat een beetje advocaat hier wel wat gaten in kan schieten: een gedoogde bedrijfstak moet toch minimaal zijn websites kunnen communiceren?