Opkomstplicht is symptoombestrijding

OPINIE - Bij de Provinciale Statenverkiezingen bleven de meeste kiesgerechtigden thuis. Dit lokte veel reacties uit, inclusief een pleidooi voor herinvoering van de opkomstplicht. Maar onderzoek suggereert dat zo’n plicht louter symptoombestrijding is – die ons bovendien het zicht op oplossingen ontneemt.

Herinvoering van de opkomstplicht. Daar wil hoogleraar Nederlandse geschiedenis James Kennedy wel voor pleiten, schreef hij 21 maart in Trouw (papieren editie). Tot 1970 bestond er in ons land een opkomstplicht. Afschaffing ervan had volgens Kennedy een ernstig gevolg , namelijk een “erosie van het besef dat we allemaal verantwoordelijkheid dragen voor wat er in de politiek gebeurt.” Interessante stelling.

Een onderbouwing met cijfers zou nog interessanter zijn. En dan meteen ook maar empirisch bewijs voor onverminderd groot verantwoordelijkheidsbesef in Cyprus en Luxemburg, waar de opkomstplicht niet is afgeschaft. Zelfs indien bewijs voor deze stelling wordt geleverd is het overigens nog steeds de vraag of herinvoering zulke erosie zou stuiten – laat staan ongedaan maken.

Uiteraard zou een opkomstplicht de opkomst verhogen. Zeker in geval van grote pakkans plus zware sanctie. Maar hoge opkomst moet niet worden verward met groot verantwoordelijkheidsbesef. Niettemin lijkt Kennedy lage opkomst voornamelijk te wijten aan vermeend gebrek aan zulk besef: “Wordt de burger voldoende op zijn verantwoordelijkheden gewezen?”

Kennedy legt hiermee de nadruk op een eigenschap van kiezers: hun mate van verantwoordelijkheidsbesef. Maar de rol van kiezerseigenschappen is beperkt. Die verklaren verschillen in opkomst over tijd, tussen landen en tussen soorten verkiezingen niet.

Toen bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2002 ruim 900.000 meer kiezers stemden dan in 1998, kwam dat doordat ‘de kiezer’ opeens verantwoordelijker was geworden? En betekent de structureel lagere Britse opkomst dan bij ons dat de Britten onverantwoordelijker zijn dan wij? En waarom nemen velen dan voor de Tweede Kamer hun verantwoordelijkheid maar niet voor waterschappen?

Deze drie voorbeelden suggereren dat een ander soort factoren een grotere rol speelt. Een lage opkomst ligt niet zozeer aan kiezers als wel aan de context waarin een verkiezing plaatsvindt.

Wetenschappelijk onderzoek wijst op een combinatie van drie contextfactoren. Ten eerste is van belang dat de verkiezing gaat over een belangrijk onderwerp –in de ogen van kiezers. Ten tweede moet het te kiezen orgaan zeggenschap hebben over dat onderwerp –opnieuw, volgens kiezers. Ten derde is cruciaal dat heldere keuzes worden geboden op dat onderwerp –inderdaad, volgens kiezers.

Waar alle drie deze factoren ontbreken kan recordlaagte worden behaald. Een voorbeeld is de Nederlandse verkiezing voor het Europese Parlement (EP) in 1999. Destijds konden kiezers geen belangrijk onderwerp ontwaren, leek het EP machteloos, en waren alle partijen mild pro-EU – van de meest linkse (GroenLinks) tot de meest rechtse (VVD) in het EP. De opkomst bleef steken op 30%.

Waar alle drie deze factoren aanwezig zijn is de opkomst gemiddeld juist hoger. En de opkomst daalt vaak zodra de context zo verandert dat verkiezingen er minder toe doen, of verkiezingen minder competitief zijn. Kortom, zodra problemen ontstaan met de werking van democratie. Herinvoering van de opkomstplicht zou die problemen niet oplossen. Dat zou louter symptoombestrijding zijn.

En door die symptoombestrijding zou een signaalfunctie verloren gaan. Dalende opkomst kan een sein zijn dat hervorming nodig is. Kiezers hebben dan minder het idee dat ze via die verkiezingen invloed kunnen uitoefenen. Moeten we die signaalmogelijkheid afpakken? Bijvoorbeeld, veel kiezers vinden waterschapsverkiezingen nutteloos. Is dat probleem weg als we hen dwingen op te dagen?

Tot slot kunnen opkomstcijfers ons vertellen of een hervorming effectief is geweest, aldus professor Mark Franklin (MIT). Indien, na correctie voor andere factoren, de opkomst stijgt na invoering van de hervorming is dat een goed teken. Verplichte opkomst zou ons die evaluatiemogelijkheid ontnemen. In plaats van kiezers te vertellen wat ze moeten doen, is het wellicht beter om naar hen te luisteren.

Juist omdat “we allemaal verantwoordelijkheid dragen voor wat er in de politiek gebeurt.”

  1. 1

    Met opkomstdwang toont de hooghartige bestuurder de minachting voor de kiezer, waaraan deze bestuurder het teveel moeite vindt om zijn eigen werk toe te lichten.

  2. 2

    Een eenvoudige ingreep die al wat zou schelen: het houden van verkiezingen op een zondag ipv een werkdag, zoals in de ons omringende landen.
    Maar ja, mag niet van de kerk. In 2015.

  3. 3

    Het is onverantwoord om op d66-partijen of populistische partijen te stemmen. De kiezer weet dus heel goed wat verantwoordelijkheid betekent. Maar die signalering wordt altijd genegeerd. Wat blijkt is dat er in het midden geen enkele wedijver bestaat. Macht zou eigenlijk niet mogen bestaan, daarom dient deze altijd uiterst kritisch tegen het licht te worden gehouden. En daar ontbreekt het aan. De kiezer heeft geen keuze en blijft dus lekker thuis. Ieder zijn eigen pluche.
    @

  4. 4

    Op zich niet zo vreemd, politiek evolueert nu eenmaal naar een gemiddelde waar het grootste deel van de kiezers tevreden mee is. Des te beter het gaat in een land hoe sterker dit effect en hoe saaier de politiek. De keuze wordt dan tussen een klein beetje naar rechts en een klein beetje naar links. Dat is voor veel kiezers kennelijk niet eens de moeite om van de bank af te komen en even vijf minuten naar de stembus te lopen, feitelijk een luxe probleem. De situatie dat VVD en PvdA, gesteund door het grootste deel van de oppositie vrijwel probleemloos samenwerken is daar het levende bewijs van.

    De vraag is hoe erg dat is, politiek spektakel is geen doel op zich, als de B.V. Nederland naar tevredenheid van het grootste deel van de bevolking bestuurd wordt, dan is dat toch prima? Loopt het bij ons dan toch niet lekker, dan hebben de thuisblijvers over 4 jaar weer een kans om dan wel de moeite te nemen een hokje rood te kleuren en de evolutie bij te sturen.