Op ’t randje – of erover?

COLUMN - Over wetenschap op het randje, of er overheen.

Ik zat alleen op mijn chique kamer op de Groningse universiteit. Ik had de deur extra goed dichtgedaan en mijn bureau extra goed opgeruimd. Alles moest netjes en overzichtelijk zijn. Geen troep. Ik opende het bestand met de gegevens die ik had ingevoerd en maakte van een onverwachte 2 een 4 en een eindje verder in de matrix van een 3 een 5. Het voelde niet goed. Ik keek angstig om me heen. De gegevens dansten voor mijn ogen. Als de resultaten nét niet zijn wat je zo vurig had gehoopt; als dit al je derde experiment is over dit onderwerp en die andere twee wel goed zijn gelukt; als je weet dat elders op de wereld andere onderzoekers ook met dit soort experimenten bezig zijn en wel succes hebben – dan kun je de resultaten toch wel een klein beetje aanpassen?

Aan het woord is – u raadt het al – Diederik Stapel, in zijn egodocument Ontsporing. Wat hij deed was duidelijk over het randje, ook in sociaal opzicht, omdat hij in zijn val een heel rijtje jonge collega’s meetrok. De ernst daarvan lijkt hij niet te beseffen. In de verklaring die hij op TV voorlas ging het vooral over hemzelf en zijn te verschijnen boek. De excuses aan zijn collega’s klonken vlak en plichtmatig.

Met ruim 200 Utrechtse studenten heb ik de afgelopen maanden in de universiteitsbrede cursus wetenschapsfilosofie, in samenwerking met Studium Generale, de grenzen van de wetenschap verkend. Neem bijvoorbeeld de lezing van cardioloog Pim van Lommel, schrijver van een bestseller over ‘bijna-doodervaringen’. Die BDE’s bewijzen volgens hem dat ons bewustzijn een zelfstandig bestaan heeft. Het leeft zelfs voort na onze dood. Voor sommigen is dat een hele geruststelling, maar de leden van Skepsis die bij de uitgang pamfletten stonden uit te delen gingen liever gewoon dood. Van Lommel lardeerde zijn speculaties met streng-wetenschappelijke formuleringen, een strategie die Paul Ziche (hoogleraar geschiedenis van de filosofie aan de UU) een week later kenmerkend noemde voor pseudowetenschap.

Wat Van Lommel deed was theoretiseren op het randje. Wat de Amerikaanse psycholoog Philip Zimbardo deed in het Stanford Prison Experiment was experimenteren op het randje. In ethisch opzicht – hij transformeerde onschuldige vrijwilligers in sadistische bewakers – maar ook methodologisch: er werd helemaal niets getoetst. Er werd theater gemaakt, meteen ook goed voor een filmscript – zie de film Das Experiment van Oliver Hirschbiegel.

‘Ons product is de waarheid,’ zei KNAW-president Hans Clevers. In het productieproces moet de waarheid soms een handje geholpen worden, bijvoorbeeld door enige datamassage, maar je moet wel eerlijk laten zien wat je doet, aldus Clevers. In die eerlijkheid hebben wetenschappelijke tijdschriften niet altijd zin – dat kost maar ruimte – en de massamedia al helemaal niet – dat is veel te omslachtig. Wetenschapsjournalist Hans van Maanen liet zien hoe onderzoekers hun resultaten en conclusies fotoshoppen om maar in de krant te komen. Publiceren op het randje.

Glitter en glamour, dat willen ook de universiteiten wel. Een hoge plaats in de rankings kan helpen om geld en studenten binnen te halen, aldus Sarah de Rijcke. Onder alle rangordes zit de assumptie dat kwaliteit ondubbelzinnig meetbaar is, bijvoorbeeld dat vaak geciteerd worden gelijk staat aan hoog wetenschappelijk niveau. Maar is hier niet te veel een ‘like’-factor in het spel, zo vroeg José van Dijck zich af. Wordt de wetenschappelijke wereld niet één groot Facebook?

Misschien moeten we het maar niet te ingewikkeld maken: in de wetenschap mag alles, behalve liegen en bedriegen. Omdat we weten dat wetenschappers zich daar af en toe toch aan bezondigen – het zijn net mensen – is het bevorderen van een kritische omgeving prioriteit nummer 1. Die is er al, zegt u? Niet bij Stapel. Met zijn omgeving had hij de drang om te scoren gemeen, en die verdraagt zich slecht met kritische pottenkijkers. Voor hem was het product van de wetenschap niet ‘de waarheid’, maar ‘de publicatie’, of beter: de carrière met behulp van veel publicaties. Wie van de wetenschap een publicatiefabriek maakt, balanceert gevaarlijk op het randje…

Deze column werd uitgesproken door dr. Ruud Abma in het Science Café Utrecht en verscheen als bijdrage aan het Studium Generale Magazine

  1. 1

    “‘Ons product is de waarheid,’ zei KNAW-president Hans Clevers. In het productieproces moet de waarheid soms een handje geholpen worden, bijvoorbeeld door enige datamassage, maar je moet wel eerlijk laten zien wat je doet, aldus Clevers.”

    Dat is een hele enge uitspraak van een KNAW president. Wat mij betreft moet zoiemand meteen aftreden. Ongeschikt. Laat de (zo ruw mogelijke) data voor zich spreken. Geen niet-lineaire transformaties. Geen overcomplexe statistische analyses. Als de waarheid ‘een handje geholpen’ moet worden was het een faalexperiment. Meteen onderkennen. Terug naar de tekentafel, beter experiment verzinnen. Zelf heb ik meerdere dingen niet gepubliceerd omdat ik het resultaat wat te dunnetjes vond. Dat soort artikelen zou naar mijn mening in louter literatuurvervuiling resulteren. Ik heb liever dat iemand anders die een andere experimentele techniek goed beheerst er zijn vinger echt achter weet te krijgen en er een echt goed artikel over schrijft. Aan vaag gegis heeft niemand wat. En aan fraude helemaal niet.

    Overigens heb ik de indruk dat er in bepaalde minder exacte takken van de wetenschap kartels bestaan. Binnen die kartels kunnen geheel eigen interpretaties van de werkelijkheid lange tijd blijven bestaan. Men houdt elkaar de hand boven het hoofd, niet in het laatste geval bij subsidieaanvragen.

  2. 2

    Ik heb gemengde gevoelens bij dit stukje. Laat vooropstaan dat ik blij ben dát het er is en laat dan op de tweede plaats gezegd zijn dat het goed is dat de problemen worden benoemd. Dat zijn twee stappen in de goede richting: dat er als de wiedeweerga een eerlijk communicatiebeleid wordt opgezet.

    Waarom een eerlijk communicatiebeleid de kern van de zaak is? Neem dit persbericht waarmee de VU het aftreden van een rector magnificus bekendmaakte:

    http://www.vu.nl/nl/nieuws-agenda/nieuws/2013/jan-mrt/vu-bevestigt-ingezette-koers-onderwijsagenda.asp

    Let op de kop en op het feit dat het eigenlijke nieuws pas in de tweede alinea staat. Ander voorbeeld: de inhoud van het rapport van het Rathenau-instituut van twee weken geleden over vertrouwen in de wetenschap (http://www.wrr.nl/fileadmin/nl/publicaties/PDF-overige_uitgaven/Rapport_Vertrouwen_in_de_Wetenschap_WEBnw.pdf) stemde niet echt vrolijk. Vervolgens werd naar buiten gebracht dat alles dik oké was (want mensen vertrouwen de wetenschap meer dan de politiek). Zulke publicaties, die dragen nou écht bij aan het vertrouwen in de wetenschap.

    Vandaar: laten we stoppen met mooi weer spelen en de problemen eerlijk benoemen. Het is dus goed dat het bovenstaande stukje er is en het is goed dat het beestje bij de naam wordt genoemd.

    Wat me echter verontrust – buitengewoon verontrust – is dat de in het stukje genoemde zaken nog geen gemeengoed zijn aan de universiteit en de aanleiding zijn van universiteitsbrede cursussen wetenschapsfilosofie. Als deze column voor de toehoorders en lezers nieuwe feiten bevatte, ziet het er nog somberder uit dan ik al vreesde.

  3. 4

    @3 De voorbeelden gaan wel over de wijze waarop de universiteit haar vertrouwen verspeelt. De column waarop Lendering reageert is daarvan ook een voorbeeld: het intrappen van wagenwijd open deuren.

  4. 5

    @2
    Is het zo dat die zaken geen gemeengoed zijn? In onze onderzoeksgroep zijn literatuurpresentaties waarin een promovendus een door anderen geschreven artikel onder de loep neemt routine. Vaak kijken we dan ook naar de dataflow, wat is er gemeten en hoe worden de data gepresenteerd. Vallen er hiaten, en kan dat opzettelijk zijn. Hebben grafieken dimensieloze assen en waarom. Als er echt onduidelijkheden zijn wordt een promovendus gevraagd contact met de auteur op te nemen. Er wordt een sfeer van kritisch denken en openheid gecreeerd. Uit nieuwsgierigheid, niet uit achterdocht. En eens in de zo veel tijd, als er eens een spreker uitvalt, besteden we aandacht aan een fraudeschandaal en komt wetenschapsethiek aan bod. Over dat laatste onderwerp worden ook colleges gegeven.

  5. 6

    “In het productieproces moet de waarheid soms een handje geholpen worden, bijvoorbeeld door enige datamassage”

    Of door enige woordmassage, gebruik makend van de beperkte kennis van de toehoorders, kun je de resultaten anders voorstellen zonder echte onwaarheden. Niet voor niets hebben bedrijven, overheden, wetenschapsinstituten zich omgeven met voorlichters. Die zijn niet bedoeld om de betrekkelijkheid van de resultaten te duiden, maar om het aanzien van de instelling op te krikken met mogelijke grootse vooruitzichten.
    Ook die waarheid kan een handje geholpen worden. Voortbestaan zomogelijk met groei telt.

  6. 7

    “Als de resultaten nét niet zijn wat je zo vurig had gehoopt; als dit al je derde experiment is over dit onderwerp en die andere twee wel goed zijn gelukt; als je weet dat elders op de wereld andere onderzoekers ook met dit soort experimenten bezig zijn en wel succes hebben”

    Dit is misschien wel het kwalijkste van het Stapel verhaal. De man is blijkbaar nog steeds niet overtuigd van zijn anti-wetenschappelijke mentaliteit. De uitkomst was niet in overeenstemming met zijn hypothese dus deugde de uitkomst niet of het onderzoek niet. De gedachte dat de hypothese niet klopt komt bij hem blijkbaar niet naar boven. Het zou toch vreselijk zijn om bij het onderzoek er achter te komen dat er wellicht niet zoveel spannends te onderzoeken valt.
    Stapel heeft er spijt van dat hij gepakt is op het vervalsen van resultaten, niet van het feit dat hij miskent heeft dat wetenschappers van verkeerde veronderstellingen uit kunnen gaan. Dat is meer een alchemisten mentaliteit.

  7. 8

    Op het randje heb je het mooiste uitzicht.

    Daarnaast, waarom nog tijd verspillen aan Stapel of sociale ‘wetenschappen’ in het algemeen. Het is allemaal gelul.

  8. 9

    Wat wij hier zien is het gevolg van de bemoeienis van de politiek met wetenschap vanaf ongeveer 1960.

    Sindsdien zijn er twee tendensen:
    – iedereen moet doctorandus, of master, of zoiets kunnen worden
    – universiteiten en professoren hebben een maatschappelijke functie.
    Deze twee waanideeën brengen wetenschap ten val.

    Stapels gaan over tot vervalsing van gegevens, een school laat examens stelen.
    Mensen zijn gelijkwaardig, maar niet gelijk.

    De één kreeg meer hersens mee dan de ander.
    Een maatschappij die dat ontkent gaat ten onder.

    Daar zijn we nu druk mee bezig.

  9. 10

    @8: Ik snap wel wat je bedoelt (met “allemaal gelul”), en ik snap de emotie ook wel van waaruit je spreekt, maar ik ben het niet helemaal met je eens.

    De indeling, of tweedeling zelfs, sociale wetenschappen versus exacte wetenschappen deugt misschien niet helemaal. Wat er fout gaat ligt misschien eerder aan iets anders. Het gaat m.i eerder om wetenschappen waar ethiek/moraal géén rol speelt, versus wetenschappen waar dat vroeger of later wél een rol speelt (sociologie, psychologie, geschiedenis, recht maar ook theologie etc.), alleen wordt dit laatste misverstaan als een tegenstelling tussen “harde” en “zachte” wetenschap. Maar moraal/ethiek heeft niet zozeer met hard of zacht te maken, maar op de eerste plaats met filosofie. Je hebt een filosofie nodig om het denken over ethische versus wetenschappelijke dingen te organiseren, niet zozeer meer, of betere, of strengere wetenschap

    Zo’n filosofie kan een wetenschapsfilosofie genoemd worden omdat ook de wetenschappen onderwerp van die filosofie zijn, maar het kan geen wetenschapsfilosofie zijn in de zin dat de “harde” wetenschappen als maatgevend worden beschouwd als het over niet-wetenschappelijke (maar eerder filosofische) onderwerpen als moraal en ethiek gaat.

  10. 11

    @8:
    Het is natuurlijk onzin dat het allemaal gelul is.
    Lees eens Frijda, De emoties, of iets van Piet Vroon.
    Of een goede Nederlandse historicus: Prof dr H.P.H Jansen, ‘Levend Verleden, De Nederlandse samenleving van de prehistorie tot in onze tijd’, Utrecht, 1996.
    De voorspelling van een 70 Nederlandse economen dat de euro niet kon werken, en sociale tegenstellingen zou veroorzaken, is uitgekomen.
    Wel is het natuurlijk zo dat in de exacte wetenschappen het kaf gemakkelijker van het koren kan worden gescheiden, daar is een experiment eenvoudig op te zetten.
    Je kunt de euro als experiment zien, economische experimenten zij altijd duur geweest.
    Tot slot, wetenschap gaat over feiten, juist niet over moraal.

  11. 12

    @11: “Tot slot, wetenschap gaat over feiten, juist niet over moraal“.

    Maar ook een feit is dat het menselijk leven (voorzover je het zou kunnen quantificeren) evenveel met “feiten” als met moraal (c.q. ethiek) te maken heeft, en dat er, voor zover ik weet, geen standaardfilosofie is die op scholen en universiteiten wordt gedoceerd die hiermee rekening houdt.

    Dat wil zeggen, als je meent dat je er een filosofie op kunt nahouden die slechts de methoden en technieken van de (natuur)wetenschappen toelaat, dat er dan noodzakelijkerwijs een grijs gebied ontstaat waarin allerlei kwakzalvers de ruimte vinden om zich te ontplooien.

    Voor alle duidelijkheid, ik pleit dus niet voor minder wetenschap, maar wel voor meer filosofie.