Niet een rolstoel, maar exclusie is de beperking

VERSLAG - In ontwikkelingsprogramma’s vallen mensen met een beperking nog vaak tussen wal en schip. Het probleem is niet alleen een gebrek aan investering in faciliteiten, maar ook in de mindset van de samenleving waardoor exclusie plaatsvindt. Er moet daarom meer aandacht komen voor inclusie op alle niveaus. Dat wordt geconcludeerd tijdens het symposium ‘Leave no one behind’ van het Liliane Fonds, dat dit jaar haar 35-jarige bestaan viert.

Nederland staat al een tijdje ‘op het punt’ om het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap te ratificeren. De regering tekende het verdrag al in 2007, met de ‘intentie’ om de inhoud waar te maken. Als Nederland het verdrag ratificeert, betekent dat ook dat er wetten aangepast zouden moeten worden, en daar ging het lange tijd mis. Het Liliane Fonds pleit samen met haar strategische partners  voor snelle ratificatie en implementatie van het verdrag. Het symposium dient dan ook onder meer om minister Ploumen tot concrete plannen aan te zetten.

Exclusie en isolatie

Henry Nyombi uit Oeganda zit in een rolstoel door een auto-ongeluk. Hij is inmiddels een rolmodel, terwijl hij door het land reist om bewustzijn te verspreiden, en het idee dat mensen met een beperking wél kunnen deelnemen aan de samenleving.

Dat doet hij onder meer als directeur van het Youth with Disability Development Forum (YPDDF). Hij heeft zelf ervaren wat het woord ‘exclusie’ betekent. Hij verloor zijn vrienden en bleef een jaar lang binnen in huis. Mensen in de omgeving zeiden: ‘Je hebt de goden ongelukkig gemaakt, daarom ben je nu gestraft.’ Uitsluiting door zijn eigen klasgenoten en dorspgenoten raakte hem het meest. Een rolstoel kreeg hij pas een jaar na het ongeluk, na bezoek van het Liliane Fonds. In combinatie met een moeder die hem jarenlang inpeperde dat hij niet moest opgeven, zorgde dat ervoor dat hij nu een energieke pleitbezorger is op lokaal en nationaal niveau.

Hoewel ontwikkelingsorganisaties over heel de wereld vooruitgang hebben geboekt, vallen mensen met een beperking in veel landen nog altijd tussen wal en schip, benadrukt Shantha Rau Barriga, directeur van het ‘Disability Rights Program’ van Human Rights Watch. ‘Het is fantastisch dat er in Nepal in samenwerking met internationale donoren scholen worden gebouwd waardoor inmiddels 94 procent van de Nepalese kinderen toegang heeft tot educatie. Maar de overige 6 procent, dat zijn kinderen met een handicap. Nederland zou prioriteit moeten geven aan de inclusie van mensen met een handicap in haar beleid voor internationale samenwerking.’

‘Als je niet geteld wordt, tel je niet mee’

Mensen met een handicap zouden geen aparte doelgroep moeten zijn, vindt Barriga. Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat zij betrokken worden door overheden en ngo’s op alle niveaus. Dat gebeurt nu niet. Volgens Barriga worden mensen met een beperking nauwelijks betrokken bij ontwikkelingsprogramma’s, en worden er geen statistieken bijgehouden over de schaal van het probleem. ‘Als je niet geteld wordt, tel je niet mee. Veel organisaties realiseren zich dit niet, omdat mensen met een beperking veelal niet zichtbaar zijn.’

Nyombi kon niet zelfstandig zijn klaslokaal betreden, doordat er alleen trappen waren. Hierin moeten overheden en ngo’s investeren, zegt Barriga. Exclusie wordt aan de ene kant veroorzaakt door gebrek aan dergelijke faciliteiten, en een ontoereikend zorgsysteem. Toch is het ingewikkelder dan dat: ook discriminatie en sociale exclusie spelen een grote rol. Dat is niet altijd omdat mensen kwaadwillig zijn, maar heeft ook te maken cultuur. Barriga noemt het voorbeeld van Doris, een 57-jarige vrouw uit Ghana met een psychische afwijking, die vijf jaar vastgeketend zat in een gebedsruimte op het platteland. In Ghana gelooft men in hekserij, en Doris zou bezeten zijn door demonen.

Inclusie als mensenrechtenkwestie

Barriga benadrukt dat  inclusie nadrukkelijk als een mensenrechtenkwestie gezien moet worden. ‘Dat is geen optie, het is  fundamenteel.’ Het probleem van mensen als Doris aanpakken kost tijd. ‘Je kunt deze vrouw bevrijden, maar met Human Rights Watch kiezen we er voor om voor de lange termijn en voor meer mensen oplossingen te vinden, door voorlichting te geven over mentale ziektes bijvoorbeeld,’ zegt Barriga. De oorzaak van exclusie is namelijk veelal angst, en dat mensen niet weten wat ze ermee aanmoeten. ‘De beperking is niet de rolstoel, maar de onmogelijkheid om in de samenleving te participeren. Dáár moeten we wat aan doen.’

Komivi Ayassou voegt daaraan toe: het helpt enorm om te laten zien dat mensen met een beperking niet minder mens zijn, en ook behoeften, dromen en kwaliteiten hebben. ‘Ze horen bij de mensheid, in al zijn diversiteit.’ Hij is president van de Fédération Togolaise des Associations de Personnes Handicapées (FETAPH), de strategische partner van het Liliane Fonds in Togo. Hij was één van de eerste blinde studenten die aan de Togolese universiteit studeerde. Ayassou wil dat mensen met een handicap in het openbaar treden en letterlijk laten zien wat ze kunnen. ‘Zo verander je de mindset van de samenleving.’

Overheden, bedrijven en ngo’s zouden hierin gezamenlijk de kar moeten trekken. ‘Het probleem is dat vanuit overheden mensen met een beperking vaak als last gezien worden, als grote kostenpost die niks opbrengt’, zegt Agnes van Wijnen, voorzitten van de Dutch Coalition on Disability and Development (DCDD). ‘Ook in Nederland is dat vaak het heersende stigma. Een grote misvatting, ze kunnen juist een enorme bijdrage aan de samenleving leveren, als we ze dat toelaten en het faciliteren.’

Overheidsbeleid en ratificatie?

Ton Dietz, de directeur van het Afrika-Studiecentrum, pleit ervoor om in het ministerie van Buitenlandse Zaken een ‘ambassadeur inclusieve ontwikkeling’ aan te stellen, iemand die bij voorkeur ervaringsdeskundige is, en die de belangen kan behartigen van alle mensen met een beperking, om ervoor te zorgen dat zij bij álle overheids- en ontwikkelingsprogramma’s betrokken worden.

Christiaan Rebergen reageert terughoudend. De directeur-generaal Internationale Samenwerking bij het ministerie van Buitenlandse Zaken vervangt minister Ploumen, en heeft de adviezen van de verschillende sprekers en vertegenwoordigers aangehoord. ‘Het ministerie wil mensen met een beperking niet als een exclusieve doelgroep zien, er zijn meer gemarginaliseerde groepen’, zegt hij. ‘Daarom lijkt me een ambassadeur niet nodig. We zorgen al dat het overal terugkomt, omdat iedereen er in principe aandacht aan besteedt. Uitsluiting van mensen met een handicap is een mensenrechtenschending.’ Op de vraag of de overheid dan eindelijk het VN-verdrag voor de rechten van personen met een beperking gaat ondertekenen, antwoord hij bevestigend. ‘Hoewel het nog door het parlement moet, zou dat zomaar eens in januari kunnen gebeuren.’