Murray Bookchin en het eco-anarchisme

RECENSIE - Een Amerikaanse activist bekende mij ooit dat hij communist was: dat was dapper in de jaren tachtig, want dan was je volksvijand. Hij had gedemonstreerd en uit een rijdende auto was op hem geschoten. Gaat dat hier zo? Ik was Mokum gewend, waar de menigte “water” riep en het politie-waterkanon vervolgens voor vertier zorgde. In de V.S. werd met echt links strijd geleverd.

Tot klein, echt links moet ook Murray Bookchin worden gerekend. In de meeste literatuur komt hij niet voor, hij heeft geen formele opleiding gehad, geen academisch curriculum. Hij heeft wel een aantal boeken en nog meer artikelen geschreven, maar in indexen is hij niet te vinden. Zijn betekenis in het ecologisch activisme, de anti-kernenergie beweging, de ontwikkeling van een linkse vakbeweging in de V.S. lijkt niettemin aanwezig. Spreken kon hij als geen ander en dat deed hij veel. Schrijven deed hij ook.

Zijn vriendin, Janet Biehl, voltooide vorig jaar een boeiende biografie: ‘Ecology or Catastrophe – The Life of Murray Bookchin’.

Ik struikelde over zijn naam toen ik met enkele lezers van Sargasso in discussie raakte over Rojava, een Koerdisch staatje in Noord Syrië. De vormgeving van het bestuur daar lijkt, in zijn nog prille vorm, afkomstig uit zijn denken en overgebracht, via de gevangenis van Öcalan. Daar wordt Erdogan nerveus van: stel dat zijn Turkse Koerden dat model gaan volgen…

Youtube heeft diverse video’s van hem, de meeste nogal lang, want een vakbondsman in Amerika kan spreken alsof hij het heeft uitgevonden. Maar ook een enkele korte is te vinden, bijvoorbeeld deze uitleg van zijn bekering tot het anarchisme. Toen ik een bespreking zag van Biehl’s boek, móest ik het lezen.

Het linkse spectrum

Het verhaal dat Biehl vertelt is rijk, imponerend en bizar. Zij geeft structuur door Bookchin als drager van rollen en etiketten neer te zetten. Hij begon als “young bolshevik”, werkte als shop steward en vakbondsman in de industrie, noemde zich eco-anarchist, social ecologist, anti-nuclear activist, municipalist, green politico, uiteindelijk ook geschiedschrijver.

Dat lijkt een hobbelige ontwikkeling, maar de logica erin is dwingend. Bookchin werd in januari 1921 geboren, als kind van Russische emigrés. Hij groeide op in de communistische jeugdbeweging en een vakbondsrol lag al vroeg voor de hand.

Studie bracht hem bij Rosa Luxemburg (“socialism or barbarism”) en bij Leon Trotsky: het waren mensen die Bookchin meer konden overtuigen dan de bureaucratische ontsporingen van Stalin in Rusland. De ontwikkelingen rond de Spaanse burgeroorlog brachten hem steeds dichter bij het anarchisme en steeds verder weg van het communisme.

Na de oorlog ontstond een toenemende interesse bij Bookchin voor het verband tussen het kapitalisme en onze wijzen van grootschalig en hiërarchisch organiseren. Zijn verbinding tussen nederzettingen (steden en dorpen) en de organisatieschaal van de landbouw, vind ik origineel. Daar werd later ook de energievoorziening aan gekoppeld, de ruimtelijke ordening, het probleem van de brandstoffen, de vervuiling, de gevaren van kernenergie, de opwarming van de aarde.

Het lijkt allemaal bekend en niet bijzonder. Maar het was wel vijftig jaar geleden, toen de wereld weken lang geschokt was door het rapport van de Club van Rome. Bookchin is dan met milieuactivisten bezig om milieuvriendelijke leefvormen te ontwikkelen, in Vermont, waar hij ook een burgemeester treft die Bernie Sanders heet. Die opereert overigens niet echt betrouwbaar. Als senator krijgt hij meer waardering.

Visie en organisatiekracht

De vraag is natuurlijk hoe bijzonder Bookchin was. In de jaren zestig hadden wij Roel van Duyn, die een rol had in Provo, later in de Kabouterbeweging. Roel vond toen ook al dat kernenergie niet moest (zie Kalkar), dat windenergie verkieslijk was, zoals daktuintjes en witte fietsen. Bookchin vond het boeiend en zocht hem zelfs op.

Het feit dat de Kabouters vijf zetels in de gemeenteraad van Amsterdam kregen, inspireerde tot zijn denken in de richting van lokaal bestuur en kleinschaligheid. Het lokaal-politieke is de basis voor alles wat bovenlokaal geregeld moet worden. Het cliché in de bestuurskunde is: “all politics is local.” Bij die opvatting sluit zijn denken goed aan.

Het verschil tussen van Duyn en Bookchin was misschien dat Roel speels was en vooral de ideeën leuk vond, terwijl Bookchin, als vakbondsman, voortdurend bezig was met het realiseren van denkbeelden. Daarvoor zijn anderen nodig, organisatie en stabiliteit. Daarin faalde Roel van Duyn en Bookchin uiteindelijk ook. Hij was te zeer een bijzondere activist en strijder, geen organisator van een brede stroming. En radicaal links komt in de V.S. nooit ver.

Maar zijn milieu als emigré afstammend uit Rusland, leverde een voortdurende verbinding met excentriciteit in Europa. De ontwikkelingen in Duitsland waren een nieuwe inspiratiebron. Bookchin las de teksten van de Frankfurter Schule, vond Marcuse te pessimistisch, onderhield contacten met de Groenen en zag in hen nieuwe vormen en kansen.

Modern eco-anarchisme

Waarom schrijf ik over deze bijzondere man, die de gehele sociale geschiedenis van Europa in zijn hoofd droeg? Bookchin legde, via een zwerftocht langs linkse leerstelligheden, uiteindelijk goede en moderne accenten: het pleidooi voor kleinschaligheid, het redeneren vanuit een politiek die als basis het persoonlijke contact heeft, een scherp oog voor productieverhoudingen en de betekenis van marktprocessen voor schaalgrootte in productieprocessen en bestuursvormen.

Ik denk dat die dingen er veel toe doen: is er nog ruimte voor het persoonlijke en menselijke in de zorg? Is er nog een eerlijke verhouding mogelijk tussen de politiek en de kiezers, wanneer die steeds meer wordt geprikkeld door de sensatiezucht van de publiciteit?

Over het anarchisme kun je meewarig doen. De anarchisten in de Spaanse burgeroorlog hebben het niet gered. De kleinschalige experimenten zijn mislukt, of na verloop van tijd gestrand. Het probleem werd manifest in Carrara in Italië: anarchisten waren daar in de meerderheid, maar “absolute political abstentionists. They regarded even voting, let alone running for office, as blasfemy.” De communisten vulden het politieke vacuum ter plaatse met gemak. (p.242)

“The {anarchist} rejection of electoral activity, even at the local level,” Murray lamented, “has become a paralysing dogma.” (p.285)

Daar zit iets in. Ik kom mensen tegen, die mij anarchisten lijken, die vervreemding door grootschaligheid en hiërarchie verfoeien. Tegelijk zijn zij zeer voor politieke zuiverheid, zeer tegen machtsuitoefening en hiërarchie, zeer voor een ingetogen gebruik van het milieu. Maar vieze handen maken, meedoen aan het ‘verderfelijke’ spel, dat doen ze liever niet.

Met die politieke abstinentie had Bookchin niets: “we moeten realistisch zijn en het onmogelijke doen – anders krijgen we het ondenkbare.”

Janet Biehl, Ecology or Catastrophe – The Life of Murray Bookchin, Oxford University Press, 2015

  1. 1

    “Een Amerikaanse activist bekende mij ooit dat hij communist was: dat was dapper in de jaren tachtig, want dan was je volksvijand.”

    Tegelijkertijd werd in de Sovjet Unie iedereen die niet communist was opgepakt of gewoon vermoord, want de volksvijand. De directeur van de geheime dienst, die die zuivering in de praktijk uitvoerde, is nu het grote voorbeeld van de kandidaat president van Amerika. Heeft die activist uiteindelijk toch nog wat bereikt!

  2. 2

    Ik vraag mij af wanneer je een communist ben. En wat eigenlijk het verschil is tussen een communist en een socialist. Maar ook anarchisten heb je weer in soorten.

    En daar moet een eenvoudig iemand als ik dan weer zien uit te komen.

  3. 3

    De directeur van de geheime dienst, die die zuivering in de praktijk uitvoerde…

    @1 Ik neem aan dat je nu doelt op Vladimir Poetin, die door Donald Trump wordt bewonderd als sterke man. Maar Poetin werd pas directeur van de FSB eind jaren negentig. De zuiveringen waren toen alweer een tijdje voorbij.

    Ik ben een tijdje terug eens gaan luisteren naar liedjes van GroB, een Russische punkband, en die maakte in de jaren tachtig al cynische liedjes over het communistische systeem. Ik weet niet of ze daar grote problemen door hebben gehad, maar ik heb daar niks van kunnen vinden (misschien heb ik niet hard genoeg gezocht).

    In die tijd geloofde grote delen van de bevolking er al niet meer in.

    Hoe dan ook, het is ongelofelijk flauw om zo’n opmerking van Tom uit z’n verband te rukken – het is volkomen helder wat hij daar wel en niet mee bedoelt – en daar dan een jij-bak van jewelste tegenaan te kegelen.

    Dapper hoor, meneer de communistenvreter!

  4. 4

    @2
    Volgens communisten bestaat communisme alleen in theorie, of enkel als hun specifieke tak van het marxisme de gehele wereld veroverd en ideologisch zuiver krijgt.

    Communisme wordt dan ook vooral gedefinieerd door wat het niet is, dit begon al bij Marx, die het communisme zag als een eindconclusie van de geschiedenis en niet zozeer als een specifieke staatsinrichting, daar heeft hij dan ook amper over geschreven.

    @3
    Hij heeft een punt, de vrijheid die communisten voor zichzelf opeisen -en ook hebben- gunnen ze anderen niet. Het doel is een revolutie waarin de voor zichzelf opgeëiste vrijheid voor anderen wordt afgeschaft.

  5. 5

    @4

    Het doel is een revolutie waarin de voor zichzelf opgeëiste vrijheid voor anderen wordt afgeschaft.

    Onzin. Communisten (o.a.) willen de klassenverschillen opheffen zodat iedereen gelijk is. Het probleem met het Bolsjewisme was het vanguardisme die een revolutionaire elite vormde. Deze diende de rest op de juiste ideologische weg te houden, maar groeide zelf uit tot de zoveelste bevoorrechtte klasse. Power corrupts. Absolute power corrupts absolutely.

  6. 6

    @5
    De Nazi’s wouden een land gebaseerd op ecologische principes, sterke onderlinge dorpsverbanden en een focus op technologische vooruitgang.

    Dat zijn feiten, net als het een feit is dat communisten klassenverschillen willen opheffen. Wat deze beschrijvingen van feiten niet vertellen is wat deze feiten, feitelijk inhouden. Terreur is intrinsiek onderdeel van het marxisme/communisme, communisten ontkennen dit dan ook niet, sterker nog, ze hebben een ware minachting voor linksen die dit niet onderschrijven, die worden gezien als “reformisten”, schoothondjes van de bourgeois.

  7. 8

    Jongens, de koude oorlog is voorbij hoor. Het gaat niet om wat communisten doen of laten, maar om de ontwikkeling die deze man, ooit communist, doormaakt in een richting, die mij boeit en die iets voor ons kan betekenen.
    Dus kijk naar de inhoudelijke richting, die ik via zijn biografie beschrijf en of daar iets in zit wat de moeite waard is.
    Zoals ik aangaf: het kleinschalige, het anti-hiërarchische, het ecologische spreekt mij aan. Nationale staten zouden gefundeerd moeten zijn op lokaal bestuur, op lokale verhoudingen.
    @6: stel dat de Nazi’s dat ook wilden, is dat een argument ergens voor of tegen?

  8. 9

    Leuk Tom dat je dit hebt opgepikt en er mee aan de slag bent gegaan. Ken je anarchistisch tijdschrift de AS ( http://www.tijdschrift-de-as.nl/ zonder zoekfunctie helaas), en Libertaire orde ( https://libertaireorde.wordpress.com/?s=bookchin )? Genoeg om nog over de man te vinden.
    Reactie op reacties:
    @4: Het klopt niet wat je zegt. Communisme als in staatscommunisme was expliciet geen eind doel van Marx, maar een overgangsperiode naar een in feite meer op een anarchistische (zij het niet met die woorden) samenleving gelijkende wereld, dan een staatscommunistische zoals wij die kennen of denken te kennen. Wat @5 daarover zegt is daarom veel meer waar.
    @7: Ook het nazisme is geen homogene ideologie. Ook toen al niet.

    Verschil met van Duyn is voornamelijk dat van Duyn een heel vervelend mannetje is.

  9. 11

    @4

    Ok. Het communisme is iig hopeloos mislukt. Dat moge duidelijk zijn. Verder heb ik überhaupt niets met idealisme en/of ideologie.
    Daar is alleen maar ellende uit voortgekomen. Gelukkig verdwijnen ideologieën vanzelf weer!

  10. 12

    Verder heb ik überhaupt niets met idealisme (..) Daar is alleen maar ellende uit voortgekomen.

    @11 En stemrecht voor vrouwen; emancipatie; en een CAO voor werknemers met een achturige werkdag en betaalde vakantie; en de afschaffing van de standenmaatschappij; en betaalbare scholing; en betaalbare ziekenzorg; en betaalbare woningen; etcetera, etcetera.

  11. 13

    @9: de As ken ik wel, zij het niet recent. Maar ik ben het eens met het impliciete verwijt dat ik de anarchistische bronnen niet heb geraadpleegd.
    @10: we staan dichter bij elkaar dan we ooit hebben gedacht.
    @11: ik begrijp je angst voor de grote idealen en de grote leerstelligheden wel.
    @12: toch klopt wat Prediker zegt: je kunt onderscheiden tussen wat slecht is en vastloopt en wat verbetering is. Als je daar niet in gelooft, kun je je beter niet meer druk maken over de wereld en ook Sargasso beter mijden.
    Popper noemt Xenophanes: “Niet vanaf het begin hebben de goden alles onthuld voor de sterfelijken. Maar in de loop der tijd vinden we zoekend het betere.”
    Dat gevoel zie ik bij Prediker. En wek ik hopelijk bij jou.

  12. 14

    @13

    Idealisten gaan altijd uit van een wereld die vorm moet krijgen zoals zij willen. Er is een overkoepelend idee hoe die wereld er uit moet zien. De communisten hadden daar een idee over, maar de islamisten net zo goed. Uiteindelijk komt er van al die utopieën niets terecht.

    Communisten wilden/willen de klasseverschillen opheffen lees ik hier. Uiteindelijk was precies het tegenovergestelde het geval.

    Het is niet zo dat ik angst heb voor de grote idealen. Ik zie de verwoestende uitwerking van al die hooggestemde idealen. En dat staat los van het regelen van de dagelijkse gang van zaken. Volgend jaar stemmen we weer en aan de hand daar van worden honderden zaken en zaakjes geregeld. Dat is praktisch.

    Maar voor idealisten moet je uitkijken. Gelukkig is in het westen de tijd van de idealen voorbij.

  13. 15

    @14:Van grote ontwerpen moet ik ook niets hebben. Maar keer het niet om. We kunnen onderscheiden welke dingen een verbetering zijn in ons tragisch bestaan. We zijn voor emancipatie van vrouwen, tegen verkrachting, voor redelijke huren en tegen uitbuiting door huisjesmelkers, voor betaalbare zorg en tegen woekerwinst van farmaceuten.
    We kunnen daarover dingen bedenken en vorderingen maken. Dus ik heb niks tegen idealen, mits er bescheiden mee wordt omgegaan.
    Honderden zaken en zaakjes regelen, ja: daarom gaat het. Met idealen heb je een paar toetsen in handen of dat regelen goed gaat of niet.

  14. 16

    @13: Als ik iemand iets te verwijten heb doe ik dat doorgaans zeer expliciet. Geen verwijt dus, nog los van het feit dat ook Biehl een anarchistische bron is natuurlijk. Eerder heb ik bewondering voor het soort leergierigheid dat mij nog wel eens wil ontberen maar dat jij laat zien door na de naam Bookchin in een eerdere discussie te zijn tegengekomen, je verder in de ideeën achter die naam te verdiepen. Fijn stuk dus.

  15. 17

    @15

    Tom, je moet wat dieper naar de dingen kijken. Neem het communisme. In Rusland was Stalin feitelijk de zoveelste tsaar. Hij maakte handig gebruik van een ideologie. Wat er sinds de revolutie is gebeurd is dat het ene tsaristische bewind de andere heeft verdreven. Eigenlijk veranderde er niet zo veel. Je ziet het ook aan Poetin: wederom een tsaar.

    Als er in Rusland wat wil veranderen dan moeten ze die hang naar een autocratisch leider loslaten.

    En als je kijkt naar hoe de VS met het communisme om is gegaan of zoals NL dat heeft gedaan zie je ook opmerkelijke verschillen. In de VS was er een jacht op communisten gaande (McCarthy) In Nederland hebben we de communisten gepacificeerd. Pacificatie is inherent aan ons politiek systeem. We hebben de CPN gewoon zijn gang laten gaan en ze zijn een stille dood gestorven nog voor de val van de muur.

    Hoe we dus met de dingen (ideologie in dit geval) om gaan hangt dus af van de volksaard en de systemen welke er uit voortkomen.

    Ook inherent aan ons systeem, is dat er eigenlijk niemand tevreden over is. Maar omdat er zoveel verschillende fracties zowel tegen elkaar zijn als tegen de regering zijn komt er toch een of ander compromis uit. In Nederland is meestal de regering van niemand.

    Een verschijnsel wat we trouwens ook op Europees niveau zien. Brussel is van niemand. Het is een denkbeeldige, bezettende mogendheid die in werkelijkheid niet bestaat. Er zijn wel Europese idealen , maar die zijn óf heel vaag óf niemand kan er met goed fatsoen tegen zijn (nooit meer oorlog)

  16. 18

    @17

    In Rusland was Stalin feitelijk de zoveelste tsaar. Hij maakte handig gebruik van een ideologie.

    Vandaar dat Bookchin zo hamerde op de noodzaak voor democratisering van revolutionaire instituties.

    Dating back to the days of his 1930s disillusionment with Stalinism, Murray had a lifelong fascination with revolutionary institutions — the various committees, councils, assemblies, soviets, and so on that were historically created during the revolutionary process. There must be no more Robespierres, he resolved, no more Stalins, no more Maos. There must be no more guillotines or gulags. Revolutionaries must learn the lessons if history. If a new revolution were to succeed in creating a liberatory, ecological society, and not devolve into just another brutal power grab, revolutionary institutions would have to be in place that would control and the selfish desires of some individuals for domination. The only kind of institutions that could both liberate people and at the same time keep the power-hungry in check, he believed, were democratic ones that could hold revolutionary leaders accountable. Indeed the sine qua non of any revolutionary institution must be its ability to facilitate democracy. And by “democracy” Murray did not mean the system practiced by nation-states today, with representatives and legislatures and parliaments, which he considered to be republicanism, a form of statism. He meant, rather, face-to-face democracy.

    https://theanarchistlibrary.org/library/janet-biehl-bookchin-breaks-with-anarchism

  17. 19

    @17: ik houd je een oude Griek voor, die ik oppik uit een bundel van een 50 jaar geleden. Die werd aan gehaald door een filosoof van de vorige eeuw. (Popper)
    Je mag mij oppervlakkig vinden, geen probleem, maar ik heb al vaker geschreven dat Poetin een tsaar is. Overigens, kun je even die knop aanwijzen waar “hang naar autocratische leider” bij staat? Dan wil ik wel proberen die om te zetten.
    Ik bedoel dit niet onvriendelijk. Maar je zou zelf ook iets praktischer over oplossingen en richtingen mogen denken.
    @18: geheel eens. Die denklijn past weer zeer wel bij het denken van Claude Lefort en de lege plek van de democratie. Ik vertaal hem: de democratische macht is van belang om de bureaucratie in toom te houden, maar die plek van de macht is van niemand.
    Je ziet het elke dag in het nieuws over het Binnenhof.
    In Europa lijkt dat anders: daar is een bureaucratie, die niet door democratie in toom wordt gehouden.
    Nationale democratie is inderdaad een optelsom van face to face contacten op lokaal niveau; een nationale macht mag alleen worden opgebouwd van onder af. Redeneringen van boven zijn voor Bookchin uit den boze.

  18. 20

    Hallo Tom,
    Goed om eens over Murray Bookchin te schrijven. Zelf stootte ik op hem, zo rond 1980, toen ik bezig was met mijn doctoraalscriptie over de nieuw-linkse maatschappijkritiek en het afglijden in allerlei radicalismen. In die tijd, toen de meeste relevante literatuur op links en rechts volledig versteend leek, was daar ineens die Amerikaan met die zo mooi klinkende naam. Mijn scriptiebegeleider kon er helemaal niets mee.
    Die naam, die beloofde wat, en hem te lezen was als een glas koud bier op een snikhete dag en je hebt net een dik uur met je rugzak op lopen zwoegen. Verfrissend, vitaal en zo hedendaags denkend als maar kon. Als die man Europeaan geweest was: hij had dan veel meer invloed gehad. Maar het is nooit te laat om wat van hem op te pikken, ook al is er allerhande kritiek mogelijk.
    Het is in ieder geval heel wat als je via Abdullah Öcalan tot een mede-inspirator wordt voor degenen die in Rojavaa fris van de lever met hun eigen sociale en politieke experiment aan de gang gaan. Nu wij hier nog.