Marktwerking is amoreel

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Ditmaal voor vaste Volkskrant columnist Marcel van Dam. Deze column stond dan ook eerder in de Volkskrant.

New York Stock Exchange (Foto: Flickr/Luigi Rosa)Stomvervelend vindt Frank Kalshoven de anti- marktmaffia. In zijn column spuit hij zijn ergernis over wat hij noemt de filippica van Evelien Tonkens tegen marktwerking in de zorg. Zijn ergernis is zo groot dat hij zijn verstand een blokje om heeft gestuurd.

Ik reken mij graag tot de anti-marktmaffia. Natuurlijk niet omdat ik tegen marktwerking ben. Ik ben ook niet tegen het weer. Geen ordeningsmechanisme is beter in staat in een complexe samenleving vraag en aanbod van goederen en diensten zo efficiënt mogelijk op elkaar af te stemmen. Alle pogingen om dat generiek op een andere manier te doen, zijn op mislukkingen uitgelopen.

Evelien Tonkens reageerde adequaat op de aanval van Kalshoven, door erop te wijzen dat in sectoren als de zorg marktwerking ertoe leidt dat de overheid zijn macht verliest, maar zijn verantwoordelijkheid houdt. Dat heeft een explosie van bureaucratie tot gevolg. Maar er is meer in te brengen tegen marktwerking in sectoren waar het mechanisme fundamenteel tekortschiet.

Ziektewet
Kalshoven citeert met instemming Coen Teulings van het Centraal Planbureau, die zei dat marktwerking de afgelopen decennia heeft bijgedragen aan de productiviteitsstijging in Nederland. Het is een waarheid als een koe. De markt jaagt de concurrentie op en concurrentie stimuleert resultaat gericht werken. Maar dat afrekenen op resultaat kan perverse gevolgen hebben.

Bijvoorbeeld: de privatisering van de ziektewet, waarbij het risico van ziekte de eerste twee jaar bij de werkgever is gelegd, heeft geleid tot minder ziekteverzuim. Het soort productiviteitsstijging dat Teulings en Kalshoven toejuichen.

Nooit gemeten is hoeveel (chronisch) zieken daar welzijn voor inleveren. Wel bekend is dat werkgevers sinds de privatisering zo min mogelijk mensen aannemen met een ?vlekje?. Om werknemers nog productiever te maken, stelde het MKB voor het risico van ziekte te delen met de werknemers. Het toppunt van productiviteitsstijging zou natuurlijk zijn om het risico van ziekte helemaal bij werknemers te leggen. Nog betere cijfers voor Teulings en Kalshoven.

Heroïne
Marktwerking is amoreel. De grootste boef kan op een vrije markt aan de meest verwerpelijke vraag voldoen. Daarom hebben we bijvoorbeeld het op de markt brengen van heroïne verboden. Ander immoreel aanbod overspoelt nog steeds de markt. Rookwaren veroorzaken alleen al in Nederland 20 duizend sterfgevallen per jaar. De productiviteitsstijging bij de sigarettenfabrikanten zit wél in het cijfer van Teulings.

Een gevolg van meer marktwerking dat altijd buiten beschouwing blijft, is een geleidelijke verschuiving van de moraal in pragmatische richting. Zoals de neiging om beleid moreel te rechtvaardigen met succesvolle resultaten (in geld).

Trots wordt regelmatig gemeld, ook door Kalshoven, hoe groot het succes is geweest van het overhevelen van de uitvoering van de bijstandswet naar de gemeenten, die besparingen op de bijstand alternatief mogen aanwenden. Om de ?winst? te maximaliseren, hebben de gemeenten de toegang tot de bijstand steeds moeilijker gemaakt.

Als tegen aanvragers van bijstand wordt gezegd: ?komt u over drie maanden maar eens terug?, blijkt eenderde na drie maanden niet meer terug te komen. Succes, succes!

Normenstelsel
Maar wat er met die eenderde is gebeurd, weet niemand. Wellicht is een vrouw die niet terugkwam bij de gemeente toch maar terug gegaan naar haar man die haar mishandelde. Of steelt een man die wegbleef intussen een aardig inkomen bij elkaar. Of heeft iemand zich van kant gemaakt.

Hoe het normenstelsel onder invloed van meer marktwerking onder druk kan komen te staan, is te zien aan de ontwikkeling in de Nederlandse journalistiek. Sinds de invoering van commerciële omroep, gevolgd door het toenemende gebruik van internet, is de concurrentie tussen de media sterk toegenomen.

Dat is onmiskenbaar ook ten koste gegaan van de hoge journalistieke normen die bij ons golden ? ook bij de publieke omroep die door de overheid wordt opgejaagd voldoende marktaandeel te verwerven.

Het respecteren van de privacy van mensen, het toetsen van berichten op het waarheidsgehalte, terughoudendheid in de berichtgeving over zaken die onder de rechter zijn, de bescherming van (zwakke) mensen tegen zichzelf, het ruim baan geven aan die opinies waar veel vraag naar is, ongeacht de inhoud, het kiezen voor smakelijke incidenten in plaats van het uit de doeken doen van ?moeilijke? zaken, et cetera.

Kortom, de marktmaffia moet zich hiervan iets aantrekken. Ook welkom: een beetje meer nuance.

  1. 1

    Tsja… Marktwerking kan wel degelijk werken. Alleen: je moet bedenken:
    – of het geen “markt” betreft waarop basisvoorzieningen gegarandeerd moeten worden (NUTS-bedrijven, zorg(!!)) want daar zijn bedrijven erg slecht in.
    – dat er voldoende concurrentie moet zijn (OV, anyone?), of anders de markt voldoende reguleren.
    – dat het waarschijnlijk niet tot daling van de kosten zal leiden, maar vooral tot meer kille efficientie. Dat hoeft niet slecht te zijn.

    Kortom: Het introduceren van marktwerking is een paar keer mis gegaan en misschien ook te ver doorgeschoten, maar dat is vooral jammer omdat het (pseudo-)SP-ers als van Dam munitie geeft tot gekanker.

  2. 2

    @1 iha: bedrijven zullen altijd streven naar winstmaximalisatie. soms kan dat andere partijen (overheid, burgers, klanten, clienten, etc) ook ten goede komen, maar soms (vaak) ook niet. Altijd faliekant voor of tegen zijn is onzinnig. Het hangt van de aard van het markt mechanisme en het product af.

  3. 4

    privatiseren = introduceren van marktwerking, icm het afstoten van de uitvoerende instantie, op gebieden die voorheen door de overheid uitgevoerd werden. Of wat bedoel je?

  4. 5

    Goed zo. Bij marktwerking is het net zo dat je het de vos niet kwalijk kan nemen dat hij een kip pakt. Zo ook: als je ethisch besef wil dan moet je het niet aan de markt overlaten.

  5. 6

    Wat een onwaarschijnlijk kaasverhaal van Marcel van Dam.

    Ik heb maar even het verhaal van Kalshoven gelezen, en dat is een stuk feitelijker en genuanceerder dan dat van van Dam.
    Van Dam doet precies wat Kalshoven hem (bij voorbaat dus!) verwijt: marktwerking, verzelfstandiging en deregulering op een hoop gooien en daartegen te keer gaan.

    Zie bijvoorbeeld de alinea over de overheveling van de bijstand naar gemeenten. Wat heeft dat (het verplaatsen van verantwoordelijkheid van overheidsorganisatie 1 naar overheidsorganisatie 2) in hemelsnaam met marktwerking te maken?

    Van Dam heeft in de titel wel een punt: de markt is inderdaad amoreel. Amoreel is echter iets anders dan immoreel. Inderdaad velt de markt geen oordeel over de leverancier, maar ook niet over de gebruiker van heroine. En niet over de vrije keuze van mensen om zich te laven aan andere, wel gelegaliseerde genotsmiddelen. Net zoals de markt, in al haar amoraliteit, geen oordeel velt over iemands seksuele geaardheid of iemands religie, zaken die in het publieke verkeer niet altijd even vanzelfsprekend zijn.

    Want dat is de andere kant van het verhaal van van Dam. Het suggereert dat de moraliteit van de overheid te verkiezen is boven de amoraliteit van de markt. Het suggereert dat het afstand nemen van marktprincipes, hoe ongedefinieerd hij die ook omschrijft, tot een moreel reveil zal leiden. Dat schept een beeld van een overheid als onfeilbaar moreel baken.
    Maar het is juist een overheid die in een van zijn eigen voorbeelden in zijn ogen moreel verwerpelijk optreedt. Het is ook niet de markt geweest die jonge mannen en vrouwen onder valse voorwendselen een oorlog in Afghanistan ingerommeld heeft. Het is de overheid die de afgelopen jaren de persoonlijke vrijheden van mensen heeft ingeperkt door te verwijzen naar onduidelijke gevaren, maar van Dam wijst liever naar de – overigens op zichzelf niet onterechte – splinter in het oog van de media.

    Om een ander actueel voorbeeld te geven: de amorele markt wil mij de vrijheid geven om te kiezen of ik op zondag naar een winkel wil, terwijl de moreel gedreven overheid mij in die keuze wil beletten. Wat is de morele justificatie om volwassen mensen de keuze te ontnemen in alle vrijheid een transactie, omdat een bepaalde dag je niet aanstaat? Is het echte verschil waar van Dam zich aan stoort niet zozeer gelegen in een moreel dan wel amoreel proces, maar in een uitkomst die hem niet zint?

    Uiteraard, amoreel is soms immoreel en een snufje moraliteit is soms ook nodig. Om die balans te vinden is nuance nodig. Maar dat van Dam juist op een oproep tot nuance reageert met een dergelijk onsamenhangend, onevenwichtig en ononderbouwd kaasverhaal en het dan weet te presteren om te eindigen met een oproep tot nuance is op zn zachtst gezegd een gotspe.