Leve het geneesmiddel?

RECENSIE - Er zijn van die boeken waarbij je al lezende langzaam maar zeker steeds minder sympathie krijgt voor de schrijver. Leve het geneesmiddel! van de Nijmeegse oud bijzonder hoogleraar Henk Jan Out is daar een voorbeeld van. Prima geschreven, zeker. Vlot en helder. Keurig gedocumenteerd. Maar je voelt dat je als lezer een loer wordt gedraaid.

Dat begint al bij de titel, Leve het geneesmiddel! (ondertitel: Over de verdiensten van de farmaceutische industrie). Zoiets belooft een boek vol succesverhalen; over wat Big Pharma allemaal niet aan moois heeft ontwikkeld. Prima.

Maar al snel ontdek je: daar gaat het dus niet om. Het is: leve de industrie. Outs doel is het verdedigen van die industrie tegen de vele aantijgingen die tegenstanders (sommige vaktijdschriften, mensen als Trudy Dehue, de Socialistische Partij) in de loop der jaren tegen haar hebben geuit. Het boek gaat dus vooral over marketing, centen. En dan begrijp je als lezer ook ineens dat ‘verdiensten’ in de ondertitel. Grappig? Echt zo’n congresgrapje.

Outs werkwijze is eerst oprecht en helder op het pijnlijke onderwerp afkoersen, daarbij de grote bedrijven zo nu en dan vaderlijk terechtwijzend, heel nuchter en fair allemaal, klinkt het – maar op het cruciale moment, uiteindelijk, ligt de schuld wonderlijk genoeg toch nét niet bij de industrie.

Smerige trucs

Een paar voorbeelden: neem het streven van de Nederlandse overheid om apothekers zoveel mogelijk generieke geneesmiddelen te laten voorschrijven (dat zijn kopieën van dure pillen die een andere fabrikant mag gaan maken zodra de originele patenten verlopen zijn). Die zijn veel goedkoper, dus dan daalt de verkoop van de dure originals, vandaar dat producenten daarvan dit uiteraard zo lang mogelijk proberen te voorkomen. Daarvoor gebruiken ze allerlei sluwe tactieken op de rand van de wet, of net eroverheen (Out: foei, da’s niet zo netjes).

Eén van de tactieken is onrust veroorzaken door de dure originelen gewoon helemaal niet meer te leveren. Stik er maar in. Gevolg: boze specialisten die graag altijd dezelfde recepten voorschrijven, en bange patiënten die vrezen dat ze wat anders slikken. Altijd goed, dat soort reuring.

Komt ook geheid in het nieuws, en je pil wordt weer heilig verklaard. Die tactiek wordt in Nederland vaker gebruikt. Wat zegt Out daarop (p. 22)?

Het probleem illustreert pijnlijk hoe de overheid en de verzekeraars in ons land vooral naar geneesmiddelen kijken als een kostenpost en niet als een behandeling ten bate van een zieke patiënt.

Belangenverstrengeling

Tweede voorbeeld: belangenverstrengeling. De buitenwacht klaagt dat artsen tegelijkertijd voor een bedrijf werken (meewerken aan onderzoek bijvoorbeeld) en daarnaast als ‘deskundigen’ de producten van die bedrijven aanprijzen. Out heeft volkomen gelijk dat de roep om transparantie is doorgeslagen. Maar net op het moment dat je denkt dat hij inziet dat specialisten hierin in elk geval terughoudend moeten zijn, komt de aap uit de mouw (p. 132):

Dus mijn stelling is dat we die samenwerking vooral moeten koesteren. Dergelijke wetenschappers verdienen onze waardering in plaats van afkeuring.

Nee, Out. Je hoeft niet elk broodje kaas te melden, maar het blijft oppassen geblazen, vooral omdat artsen zo naïef (of arrogant) zijn te denken dat ze niet beïnvloedbaar zijn.

Derdewereldlanden

Nog een voorbeeld: Out besteedt ruime aandacht aan de trend om onderzoek te verplaatsen naar Derdewereldlanden. Een van de kritiekpunten is dat proefpersonen daar ‘gebruikt’ worden omdat ze de geteste pillen nooit zullen kunnen betalen. En ziet, ook Out vindt dat de proefpersonen daar na afloop recht hebben op het krijgen van die medicijnen. Da’s vaak lastig te organiseren, zucht hij, maar dat moet de industrie eigenlijk wel regelen.

Goed gezegd, Henk Jan. Maar het meest heikele punt van dat soort onderzoek (en de voornaamste reden waarom farmaceuten uitwijken naar India, China, et cetera) is dat de medisch-ethische controle op onderzoeken daar een stuk ‘soepeler’ is. Men zeurt daar niet snel over de belangen van proefpersonen.

Dat biedt mogelijkheden die door de industrie ten volle worden uitgebuit. Aan deze cruciale kwestie besteedt Out één regel (p. 184):

Overigens is het in die landen zelf zaak dat gezondheidsautoriteiten beter toezicht houden op de lokale medisch-ethische toetsingscommissies. Er bestaan grote zorgen over de kwaliteit van hun evaluaties.

Grote zorgen, zeker – maar niet voor de industrie.

Over lijken

Tot slot, vier pagina’s verder: Marijn Dekkers, chief executive director van Bayer, was boos omdat Indiase bedrijven een peperduur antikankermedicijn van zijn bedrijf gingen namaken/produceren. In India kostte de behandeling voortaan geen 176.000 dollar per patiënt, maar slechts 177 dollar. Dekkers:

Gaat dit gevolge hebben voor ons bedrijfsmodel? Nee, want laten we eerlijk zijn, we hebben dit product niet ontwikkeld voor de Indiase markt. We hebben dit product ontwikkeld voor westerse patiënten die het zich kunnen veroorloven, eerlijk gezegd.

Dekkers kreeg hierna heel wat kritiek over zich heen. Out noemt het ‘een erg domme opmerking’. Hij had het beter niet kunnen zeggen. Maar laten we eerlijk zijn, Dekkers vertelde gewoon exact hoe het zit.

Dure medicijnen

Leve het geneesmiddel! besteedt uiteraard veel aandacht aan de klacht dat de industrie haar medicijnen zo gruwelijk duur maakt. En uiteraard doet Out daar laconiek over. Tja, de ontwikkelkosten hè…. en u moet ook weten dat er gaat heel veel mis gaat op het traject van veelbelovend stofje naar reëel bestaande pil.

En de prijzen ondoorzichtig? Onzin, het is allemaal te vinden in de jaarverslagen. (Daarna is hijzelf pagina’s lang aan het stoeien met de cijfers om te constateren dat de verhouding ontwikkelkosten-prijzen ondoorzichtig is.) En o ja, de winsten van deze bedrijven moeten daarbij hoog zijn want anders lopen de investeerders weg. En geen investeerders, dan geen geld, en geen gezondheid. Kortom, we hebben die prijzen maar te slikken.

Roofkapitalisme

Blijkbaar denkt Out dat hij (en de industrie) de buitenwacht het fabeltje kunnen blijven dat de hoge prijzen veroorzaakt worden door hoge ontwikkelkosten. Alsof die bedrijven met elk nieuw medicijn enorme schulden hebben opgebouwd die ze moeten aflossen. Alsof ze ondanks hun monopoliepositie (dankzij hun patenten) écht alleen maar aan de gemaakte kosten denken – en verder geen cent zouden willen vangen. Dat is uiteraard geklets, zoals Dekkers eerlijk toegaf. De prijs van een medicijn wordt bepaald door de vraag wat de samenleving (de overheid, de verzekeraars, de burgers) zich kan veroorloven. Roofkapitalisme heette dat ooit.

Out ziet helaas geen andere manier om die toko te runnen. Aan het slot van zijn boek pleit hij voor de ‘gezamenlijke’ aanpak van de ontwikkeling van gepersonaliseerde medicijnen, afgestemd op ieders persoonlijke genetische profiel. Want dat is de toekomst, volgens hem. Zijn laatste woorden: ‘Laten we dat stimuleren in het belang van de patiënt. Leve het geneesmiddel!’

Belang van de patiënt? Van de verdiensten van de industrie, denkt de lezer.

Henk Jan Out, Leve het geneesmiddel!, Uitgeverij Prometheus, 260 blz., 19,95 euro.

  1. 1

    Kijk Schippers, zo doen ze dat nou. Handen uit de mouwen!

    Nu is de Indiase cultuur natuurlijk veel meer superieur in vergelijking met de Nederlandse, dus voor het kwartje een keer gaat vallen bij Schippers zijn we weer een paar generaties verder.

  2. 3

    De farmaceutische industrie heeft altijd maar één handelstaktiek gehad: niet ‘hoeveel moet het kosten om een bepaalde winstmarge te verwezelijken?’ Nee, het is simpelweg: ‘aan hoeveel geld kan de klant komen om dit essentiële artikel te kunnen betalen?’

  3. 4

    @2: Misschien kun je een fabriek neerzetten om op europese schaal pillen te leveren.

    Overigens ben ik niet voorstander van het afschaffen van het patentrecht.
    Ik denk wel dat bij het toekennen van een patent beter bekeken moet worden wel onderzoek nu feitelijk tot het geneesmiddel geleid heeft.
    Meestal investeert de industrie pas in het onderzoek, in de laatste fase.

  4. 5

    Henk Jan Out – geen “echte” hoogleraar maar op een door de inustrie betaalde plek. Werkte voor o.m. Organon en MSD. Zie ook een diepgaande kritiek van dit boek op De Correspondent:

    https://decorrespondent.nl/5251/leve-het-geneesmiddel-maar-doe-niet-alsof-de-farma-industrie-na-ef-is/1491329121843-a51bd814

    “Als iemand na twintig jaar industrie-ervaring met een boek van 270 pagina’s komt waarin hij de zegeningen van de industrie bezingt…” dan kun je weglatingen, verdraaiingen en andere halve en hele onwaarheden verwachten: dus dat hij – de industrie neerzet als slachtoffer van de Amerikaanse claimcultuur, … en daarbij de (negatieve) rol van Organon zelf geheel negeert, … en uiteraard helemaal vergeet dat hij zelf ook niet zo’n fraaie rol speelde in een aantal van die dossiers.

  5. 7

    @4: Vergeet overigens niet dat een fors deel van de patenten van Big Pharma bestaat uit materiaal dat voor een habbekrats is “gekocht” van universiteiten, waar het met overheidsgeld is ontwikkeld. Maar die niet in staat zijn, of alert genoeg om hun materiaal te beschermen en vroegtijdig te patenteren.