Het referendum als drukmiddel

De Griekse premier Papandreou heeft het referendum, of het ‘dreigen’ daarmee verstandig ingezet. Hij begrijpt in ieder geval goed de kracht die uit het referendum spreekt: niet zozeer een volksraadpleging, maar eerder een politiek drukmiddel, zegt PvdA-coryfee Joop van den Berg.

De Griekse premier Papandreou heeft heel Europa op stelten gezet met de aankondiging van een referendum over de op 27 oktober met zo veel moeite overeengekomen maatregelen om de euro in stand te houden maar ook Griekenland als euroland te behouden. Zo zeer, dat hij zijn voorstel schielijk heeft teruggenomen. Maar niet, dan nadat hij de oppositie bereid heeft gevonden het hele pakket eveneens te aanvaarden, onder voorwaarde dat er spoedig verkiezingen zullen zijn. Men kan het gevoel krijgen dat dit van meet af aan de opzet is geweest van de ervaren en gewiekste politicus.

In heel Europa is er intussen een levendige discussie ontstaan over de vraag, of de Griekse premier zulk referendum wel ‘mocht’ uitschrijven. De vraag is immers gerechtvaardigd of in dit geval een referendum een adequaat democratisch instrument is om een probleem aan te pakken. Daarvoor is het dienstig te kijken naar de kenmerken van het referendum.

Tijdens de Franse Revolutie is het idee opgekomen dat onder bepaalde voorwaarden de bevolking niet buiten essentiële beslissingen kan worden gehouden, ook niet in een representatieve democratie. De belangrijkste voorwaarde is dat het gaat om een wijziging van de constitutionele verhoudingen.

In dit geval zou de constitutie zelf dienen te bepalen dat een referendum tot de verplichte onderdelen van een herzieningsprocedure hoort. In onze eigen Bataafse Republiek (1795 – 1806) werd zulk referendum als essentieel onderdeel van constitutionele vernieuwing gezien. Zo kan men begrijpen dat als het gaat om wijziging van de nationale soevereiniteit een referendum als noodzakelijk wordt gezien, zoals dat in Ierland of in Denemarken het geval is.

Naast dit ‘obligatoire’ referendum is er de mogelijkheid van een ‘facultatief’ referendum, waarbij dus niet bij voorbaat vaststaat dat het vereist is. Vanaf de jaren tachtig heeft daarover in Nederland een intensieve discussie plaatsgehad, die op een haar na had geleid tot invoering van het wetgevingsreferendum. Totdat dankzij het onverwachte ‘nee’ van senator Wiegel in 1999 daarvoor in de Eerste Kamer onvoldoende meerderheid bleek te bestaan.

Toch ging het om een legitieme vorm, omdat over de vraag of er een referendum kon worden gehouden niet het parlement of de regering besliste maar de kiezer zelf, mits zich maar voldoende kiezers bij het verlangen ernaar zouden aansluiten. Het ging hier om een soort vetorecht in handen van de bevolking zelf. Het goede van zulk vetorecht is, dat de representatieve democratie wordt geacht normaal haar werk te doen en dat slechts in uitzonderlijke gevallen de kiezer daaraan een halt kan toeroepen. Dat is het systeem dat in een aantal staten van de USA wordt gehanteerd, maar ook in Zwitserland.

De enige vorm die de nadelen van representatieve en directe democratie opeenstapelt is die waarbij politieke leiders zelf beslissen over de vraag of er een referendum plaatsvindt. Bijna steeds blijkt het dan te gaan om een poging het vraagstuk bij de onwetende en onwillige kiezer over de heg te kieperen. Ofwel, politieke leiders zetten zowel het parlement (de oppositie in het bijzonder) als de bevolking met de rug tegen de muur: ‘Aanvaard mijn voorstellen en anders houd ik ermee op’. Dan gaat het niet meer over een volksuitspraak maar over een plebisciet: de keuze voor of tegen een bepaalde leider.

Deze aanpak kennen vooral de Fransen nog van het presidentschap van generaal De Gaulle (1959 – 1969), waarmee hij oppositie en weerstand in de bevolking enige malen met succes brak, tot het natuurlijk een keer mis ging.

Het probleem over de heg gooien kennen wij in  Nederland van sommige lokale referenda, maar nu toch vooral van de Griekse premier. Men kon er politiek begrip voor hebben, gelet op de politiek  onuitvoerbare eisen aan Papandreou vanuit Europa, maar ook gegeven de tot voor kort bestaande onwil van de Griekse oppositie mee te werken aan een gezamenlijk optreden van regering en parlement Nu die samenwerking alsnog is geforceerd, is elke reden voor een referendum verdwenen.

Premier Papandreou kan zich, naar het zich laat aanzien, scharen in de rij van premiers in Europa die bereid zijn gebleken hun loopbaan in de waagschaal te stellen om een oplossing van de eurocrisis naderbij te brengen, zoals eerder de premiers van Portugal, Spanje, Ierland en Slowakije hebben gedaan. Nu de Italiaanse premier nog…

  1. 1

    Premier Papandreou kan zich, naar het zich laat aanzien, scharen in de rij van premiers in Europa die bereid zijn gebleken hun loopbaan in de waagschaal te stellen om een oplossing van de eurocrisis naderbij te brengen, zoals eerder de premiers van Portugal, Spanje, Ierland en Slowakije hebben gedaan. Nu de Italiaanse premier nog…

    Nou ja. Net zoals Papandreou bevindt de populariteit van Cowen (Ierland), Zapatero (Spanje), etc zich op een absoluut dieptepunt. Het referendum of vervroegde verkiezingen is meer een vlucht naar voren, een poging om toch nog positief de geschiedenisboekjes in te gaan.

  2. 4

    Van den Berg: De Griekse premier Papandreou heeft heel Europa op stelten gezet

    Alleen al daarvoor heb ik toch wel respect voor Papandreou. Enige opschudding nu en dan is wel noodzakelijk.

  3. 5

    “De belangrijkste voorwaarde is dat het gaat om een wijziging van de constitutionele verhoudingen.”

    Het onderwerp van het Griekse referendum voldoet hieraan. Het pakket aan Griekenland gaat immers gepaard met een soevereiniteitsoverdracht.

  4. 6

    Volgens mij was de PvdA maar wat blij dat de Griekse regering democratisch ging doen, want toen hoefde die (de PvdA) ineens niet meer te bedenken hoe ze gingen verkopen dat ze het Euro-akkoord weer eens gingen goedkeuren. Maar deze analyse vind ik een stuk helderder: http://www.opendemocracy.net/anthony-barnett/greek-referendum-was-excellent-idea?utm_source=feedblitz&utm_medium=FeedBlitzEmail&utm_content=201210&utm_campaign=Nightly_2011-11-04%2006%3a30

  5. 7

    Sinds wanneer heeft een legitiem democratisch gekozen regering niet het recht om een referendum uit te schrijven? Ik viel bijna van mijn stoel toen ik de reacties van de Europese leiders hoorde. Shame on them, shame on them!

    En Mark Rutte die zei dat hij er ‘alles’ aan zou doen om een referendum te voorkomen? De man die zogenaamd stond voor vrijheid en democratie, wordt met de dag gevaarlijker. Wat bedoelt hij met ‘alles’ eraan doen? Luchtmobiele brigade sturen?

    Zoals iemand al eerder heeft opgemerkt: Mark Rutte is een pseudo liberaal en doet me denken aan Neville Chamberlain. Een ruggegraat van niks die al zijn eigen principes overboord gooit om de ‘lieve’ vrede te bewaren.

  6. 8

    Hij is nu aan het woord. Ik heb ergens toch wel veel ontzag voor deze man. De boeken open doen. Zijn land bleek gebouwd op een partij drijfzand en bedrog.

    Ieder mens kan niet zo lang onder zo een enorme hoge druk staan zonder volledig af te branden. Een eventueel aftreden of val zal de oplossingen echt niet dichterbij brengen, maar op mij maakt hij in ieder geval een oprechte indruk.

    Ook al is Noord Europa boos op het idee van een referendum, is de grondgedachte over een democratische toetsing over zelfbeschikkingsrecht bepaald niet slecht.

  7. 9

    @ 8. Mee eens.

    En vergeet niet dat Papandreou het reeds in juni beloofd had in het Griekse parlement een referendum uit te schrijven nadat alle details van de bail-out pakket bekend zouden zijn.

    Deze beste man maakt zijn belofte waar en het zijn de Europese politieke leiders die hypocriet zijn door zogenaamd te beweren dat ze verrasst waren met zijn aankondiging.

    Door nu geen referendum te houden vererger je de situatie (zoals eerder terecht gemeld door nr 3).

  8. 11

    Dat zogenaamd politieke zogenaamd leiders als één manwijf over Papandreou vielen heeft veel, zoniet alles te maken met de reële angst voor de zogenaamde vrije zogenaamde markten.
    Want o o o, ‘ze’ moesten zo eens gaan speculeren.
    Zolang een imaginaire ondemocratische macht werkelijk elke politieke verandering die niet roept om ‘VRIJE MARK STEUN AAN DE BANKEN GEEF AL UW GELD AAN DE RIJKEN’ in de kiem smoort omdat o o o ‘de markt tegenspeculeert’ is deze zogenamde crisis een toneelstuk.

    Binnen dat gegeven heeft Papandreou alle gelijk om een referendum te vragen. Als het Griekse volk zou instemmen, dan geeft hem dat een hefboom om de nodige hervormingen door te voeren. Indien niet weet ook elke Griek wat een ‘nee’ tegen Europa betekent.

  9. 13

    Echt een slimme man, die Papandreou. De media kregen zijn opzetje pas laat in de gaten.
    Het beursdipje dat hij veroorzaakte heeft menigeen in de gelegenheid gesteld, voordelig nog wat stukjes te kopen.