Het nut van worst-case scenario’s, of: waarom dijken niet worden berekend op de gemiddelde waterhoogte

ANALYSE - Klimaat is een belangrijk thema in Nederland, tegenwoordig. Ook in Elsevier. De boodschap is daar steevast dat een stevige aanpak van klimaatverandering geen goed idee is. Die boodschap wordt nogal eens gebracht met de holle retoriek en drogredenen die we kennen uit het pseudosceptische repertoire. Dat is jammer. Klimaat en klimaatbeleid zijn belangrijke onderwerpen, waarover een constructief en inhoudelijk debat zou moeten worden gevoerd. Holle retoriek en drogredenen helpen daarbij niet, ze saboteren een serieus debat juist. Onlangs (betaalmuur) had Simon Rozendaal, oudgediende bij Elsevier, de beurt om iets te schrijven.

Er is één punt uit dat stuk waar ik wat dieper op in wil gaan: de bewering[1] dat er “altijd voor het meest extreme scenario” wordt gekozen. Het lijkt me overdreven om te zeggen dat dat altijd het geval is, maar het gebeurt best vaak. Mijn opvatting van wetenschapsjournalistiek zou zijn dat er duidelijk wordt gemaakt waarom dat zo is. Door te wijzen op het verschil tussen een scenario en een voorspelling, bijvoorbeeld. En door te wijzen op het belang van worst-case scenario’s in wetenschap en beleid bij het analyseren, het afwegen en het zo nodig beheersen van risico’s. Risico impliceert onzekerheid: het kan mee- en het kan tegenvallen. Er zijn goede redenen waarom de mogelijke tegenvallers vrijwel altijd zwaar meewegen in de uitkomst van een risico-analyse. Risico is kans maal gevolg; een kleine kans vermenigvuldigd met een enorm gevolg kan een aanzienlijk risico betekenen. Dus krijgen zulke scenario’s de nodige aandacht.

Rozendaal verwijst in zijn stuk naar de Deltacommissaris – overigens onder verwijzing naar een rapport uit 2008; het recente advies waarin het worst-case scenario naar boven is bijgesteld noemt hij niet – en de benadering van de Deltacommissaris is wel een goede manier om dit punt te illustreren. De benadering van de Deltacommissaris is vanzelfsprekend stevig geworteld in hoe we in Nederland om gaan met overstromingsrisico’s. Dat houdt in: wat er in 1953 is gebeurd mag nooit meer gebeuren, tenzij er zich iets ondenkbaars voordoet. Waarbij het ondenkbare dan concreet wordt gemaakt door het te presenteren als een ramp, bijvoorbeeld een stormvloed, die hooguit eens per 100.000 jaar voor zou kunnen komen. Daar ontwerpen we de kustverdediging op; niet op het gemiddelde hoogwater of een storm die eens in de paar jaar wel eens voorbijkomt. Wie er met die blik naar kijkt zal nooit alleen de gemiddeld te verwachten zeespiegelstijging in beschouwing nemen. Om te weten of het veiligheidsniveau van eens per 100.000 jaar ook in de toekomst gehandhaafd kan worden is ook, of juist, de bovengrens van belang.

Dat hoeft nog niet te betekenen dat we nu al moeten besluiten om alle dijken aan te passen aan de maximaal te verwachten zeespiegelstijging over 50 of 100 jaar. Er is namelijk wel een groot verschil tussen een rampzalige stormvloed en een sterke, mogelijk slecht voorspelbare zeespiegelstijging. Een stormvloed is hooguit enkele dagen van tevoren te voorzien terwijl een snelle stijging van de zeespiegel zelfs in het allerslechtste geval – een extreem snelle instorting van een deel van de Antarctische ijskap – al gauw enkele decennia in beslag zal nemen. Er is dus altijd tot op zekere hoogte op te anticiperen en er is zeker op te reageren.  Daarom hoeven er geen grote aantallen mensenlevens op het spel te staan. De kustverdediging aanpassen aan het ergst denkbare scenario zou wel eens zo duur kunnen zijn, en de kans dat het werkelijk gebeurt zo klein, dat het het overwegen waard is om het risico te nemen. Mocht het er toch van komen, dan ontruimen we delen van het land en geven die prijs aan de zee. Anticiperend op iets dat op heel lange termijn wel eens onafwendbaar zou kunnen zijn, volgens weerman en glacioloog Peter Kuipers Munneke.

Het belang van worst-case scenario’s is dat dit soort afwegingen gemaakt kan worden. Zonder dat het nodig is om zo’n scenario te zien als een doemvoorspelling.

Dan, kort, nog even wat andere punten uit het stuk van Rozendaal. Het begint met een stropop: de suggestie dat de huidige opwarming van ongeveer 1°C tot “probleem van de buitencategorie” bestempeld zou worden. Blijkbaar heeft wetenschapsjournalist Rozendaal het laatste speciale rapport van het IPCC gemist, waarin wordt aangegeven dat de echt grote problemen verwacht kunnen worden vanaf zo’n 1,5°C opwarming. Bovendien is het nog niet zo eenvoudig om vast te stellen wat de precieze gevolgen zijn van die ene graad opwarming. Omdat sommige effecten pas met vertraging op zullen treden en omdat, bijvoorbeeld vanwege de grote variatie die er is in extreem weer en natuurrampen, er nog flinke onzekerheid is over de precieze invloed van de huidige opwarming. Onzekerheid die, zoals we hier al zo vaak hebben gezegd, twee kanten heeft: mogelijk valt het mee, mogelijk valt het tegen.

Daarna gaat het over de zeespiegel. En komen verschillende argumenten voorbij die pseudosceptische klassiekers genoemd mogen worden.

  • Het is eerder gebeurd. Rozendaal verwijst naar een stijging van de zeespiegel van 120 meter maar vergeet te vermelden wat de oorzaak daarvan was: opwarming van het klimaat na de laatste ijstijd. Niet met 30 of 40 graden of zo, maar met zo’n graad of 5. Het is niet bepaald geruststellend voor wat er zou kunnen gebeuren met de zeespiegel als het 2 of 3 graden opwarmt, zou ik denken.
  • Het is natuurlijk. Dat iets natuurlijk zou zijn lijkt een bezweringsformule te zijn voor mensen die moeite hebben met bevindingen van de klimaatwetenschap. Een wetenschappelijke verklaring is het allerminst. Ook bij natuurlijke veranderingen blijven de natuurwetten van kracht en dat betekent dat die veranderingen niet zomaar vanzelf ontstaan. Natuurlijke veranderingen hebben ook oorzaken. Het simpele feit: er is geen enkele aanwijzing dat natuurlijke oorzaken significant bijdragen aan de huidige mondiaal gemiddelde zeespiegelstijging.
  • Het is onzeker. Zoals gezegd, onzekerheid kent twee kanten: het kan mee- en het kan tegenvallen. Alleen is er juist als het over de zeespiegel gaat nog wat meer aan de hand. De onzekerheid is namelijk niet symmetrisch. De mogelijke tegenvallers zijn veel groter dan de mogelijk meevallers. Tegenover mogelijke forse tegenvallers, zoals het instabiel worden van mariene delen van de Antarctische ijskap, staan geen vergelijkbare mogelijke meevallers.
  • Geen versnelling. Diverse onderzoeken hebben de afgelopen jaren wel degelijk aanwijzingen gevonden voor een versnelling van de zeespiegelstijging. Die ook gewoon een volkomen logisch gevolg is van de gestegen temperatuur in de afgelopen anderhalve eeuw. Mocht Rozendaal die onderzoeken te onzeker vinden dan geldt opnieuw: het zou net zo goed kunnen dat ze versnelling onder- in plaats van overschatten.
  • Er spelen andere factoren. Ja, er spelen altijd ook andere factoren. Die dan ook gewoon worden meegenomen in wetenschappelijke studies en projecties. Overigens zijn die andere factoren vooral van belang op kleinere schalen dan de mondiale.
  • Er zijn lokale verschillen. Inderdaad. Lokaal kunnen zaken als bodemstijging- of daling van invloed zijn en ook andere factoren kunnen meespelen. Maar dat staat los van de mondiale stijging, die door satellieten best adequaat wordt gemeten.

Ook de recente misser van D66 Europarlementariër Gerben Jan Gerbrandy moet nog even opgerakeld worden, zonder te vermelden dat Gerbrandy inmiddels heeft toegegeven dat hij het mis had. Vanuit die fout van Gerbrandy wordt er suggestief een link gelegd naar een recent interview waarin Al Gore over het laatste IPCC-rapport zei: “The language is torqued up a little bit”. Of er in dat rapport voor wat stevigere formuleringen is gekozen weet ik niet en het doet er ook niet veel toe. Het betekent namelijk helemaal niet dat er iets mis zou zijn met de feiten of de wetenschappelijke onderbouwing. Het doet dus ook niets af aan de conclusies. Rozendaal bewijst hiermee maar één ding: hoe hard er in de wereld wordt gezocht naar elk woordje of bijzinnetje van iemand als Al Gore dat gebruikt kan worden bij pogingen om het IPCC of de klimaatwetenschap in een kwaad daglicht te stellen.

[1] Dit is een tussenkop die toegevoegd blijkt te zijn door de webredactie van Elsevier. Hij staat niet in de papieren versie. Simon Rozendaal laat weten dat hij niet vindt dat er altijd voor het meeste extreme scenario wordt gekozen, maar wel te vaak.
  1. 1

    Rozendaal verwijst naar een stijging van de zeespiegel van 120 meter maar vergeet te vermelden wat de oorzaak daarvan was: opwarming van het klimaat na de laatste ijstijd. Niet met 30 of 40 graden of zo, maar met zo’n graad of 5.

    De zeespiegelstijging van 120 meter was alleen maar mogelijk omdat de zeespiegel eerder 120 meter gedaald was.
    Er lag zo enorm veel ijs op de continenten, dat de zeespiegel 120 meter lager was dan tegenwoordig.

    Als ik het goed heb, kan de zeespiegel nog eens 6 meter stijgen als al het ijs op Antarctica en Groenland zou smelten. Tijdens de laatste IJstijd lag er dus 20x zoveel ijs op de continenten als er nu nog ligt op Groenland en Antarctica.

  2. 2

    Het is aandoenlijk dat de types, die alarm slaan over het verwateren van de oerhollandse cultuur, hun ogen sluiten voor het feit dat er over een paar eeuwen helemaal geen grachtengordel meer is om je druk over te maken.

  3. 3

    @1

    Als ik het goed heb, kan de zeespiegel nog eens 6 meter stijgen als al het ijs op Antarctica en Groenland zou smelten.

    Je hebt het niet goed. De zeespiegel zou ongeveer 6 meter stijgen als al het ijs op West-Antarctica zou smelten. Al het ijs op Antarctica en Groenland samen zou goed zijn voor zo’n 60 meter.

  4. 8

    @6:

    Met de fiets je groenten verbouwen,

    Je klinkt al net zo sarcastisch als Baudet. Of denk je dat het wel zin heeft om de auto weg te doen?

    je alleen zorgen maken helpt niets. Je CO2-uitstoot verlagen schijnt wel te helpen.

    investeren in een betonnen muur die +6 meter tov NAP ligt’

    We kunnen de dijken wel ophogen, met van die zware machines, die diesel verbranden en CO2-uitstoten. Weet jij geen CO2-neutrale manier om de dijken op te hogen en Nederland te beschermen tegen overstroming?

  5. 14

    @12: “Ik doe wel graag mee aan zinvolle uitwisseling van informatie en ideeën.”
    Je liegt. Je weet dondersgoed dat “die andere vraag” uit #9 niets te maken heeft met een “zinvolle uitwisseling van informatie en ideeën”. En laten we wel wezen, je hebt ook een bepaalde geschiedenis in deze redactiepanelen, die op dat gebied niet voor je pleit.

  6. 15

    @7: En gaan we dan alle rivieren ook aan weerszijden van een betonnen muur voorzien tot aan Duitsland ongeveer?
    Of gaan we al dat rivierwater er in Zeeland en bij de Afsluitdijk er met megapompen uitgooien? (let op, CO2 gevaar!).

    Of is een muur of dijk gewoon zinloos omdat het stijgende zoute grondwater de veenlagen openscheurt en west Nederland onder water zet?

  7. 16

    @15: nou moet je niet meteen weer met allemaal problemen aan gaan komen zetten. Dat ja-maar gedoe ook altijd.

    Gewoon een betonnen muur, om je huis en je tuin, tot 6m boven NAP, met een deur en een ophefbrug (voor later dan) om erin en eruit te komen. Als je het goed kunt vinden met je buren sluit je jouw muur aan op hun muur, zoniet dan niet. Gronk Betonco. kijkt niet op een muurtje meer of minder.

    En niks rivieren voorzien van betonnen muren, die dingen stromen toch maar over.

  8. 18

    Er zijn geen worst case scenario’s nodig om het nut in te zien van verduurzamen van de maatschappij. Vrijwel alle substantiële maatregelen leveren op termijn meer op dan ze kosten. Deze kosten-baten analyses zijn uitgevoerd aan de hand van de meest waarschijnlijke projecties in de IPCC rapporten.

  9. 20

    @16: Een “ophefbrug”, die vind ik leuk!

    De deltahoogte van de Nederlandse Noordzeedijken is ongeveer 12 meter boven NAP. Als NAP 6 meter stijgt, wordt dat dus een betonnen muur om je huis van 18 meter hoogte. Ten minste, als je nu op NAP woont. In menige polder woon je op -5 NAP dus daar moet die muur 23 meter hoog worden.
    Daar komt weinig zon meer naar binnen ;)