Het geheim van Den Haag: over binnen en buiten

Hieronder een gastbijdrage van Tom van Doormaal, die terwijl de nationale politieke machinaties achter de schermen bezig zijn, een vakantiebespiegeling wijdt aan twee politieke boeken. Over politieke onmacht en de (on)mogelijkheden van de uitvoerende macht.

Wat is het geheim van Den Haag? Joost Heldeman schreef een boekje met die titel, maar een geheim is mij niet onthuld. Een vermakelijke geschiedenis is het wel. Heldeman schetst zichzelf in de rol van de loyale beleidsambtenaar, die een grote opdracht krijgt van de SG om een nieuwe werkstijl te ontwikkelen, maar tegelijk ook last houdt van klagende burgers, die gewoon een normale prestatie of nakomen van een belofte verlangen.

Het lukt niet erg: de SG en zelfs de Minister kapittelen hem dat hij het niet goed heeft begrepen, want de suggestie dat het krachtdadig anders wordt aangepakt is mooi genoeg. Het lijkt er op dat dit het geheim is, maar dat is een cliché uit de Wilders-aanhang.

Met de klagende burger loopt het iets beter af: na lang zoeken vindt de beleidsambtenaar de man die een ten onrechte doodverklaarde vrouw digitaal weer tot leven kan wekken, door een simpel productieregeltje in de computer te veranderen. Moet de minister dat niet weten? Nou nee, als wettelijke rechten door een misverstand worden afgepakt, vindt toch elke minister goed dat dit wordt gecorrigeerd? Dat is een mooie tournure: in de bureaucratische spelonken vergeet je gemakkelijk dat de kernwaarde toch altijd de rationaliteit is, zoals Max Weber ooit leerde.

Maar wat is nu het geheim? Misschien wel dat de politiek volstrekt de competentie mist om het openbaar bestuur te veranderen, in te richten of bij te sturen. Jeremy Paxman, de Paul Witteman van de BBC, schrijft in zijn boek The political Animal, over dit geheim in de Engelse politiek.

Paxman is spottend en cynisch, maar analyseert toch ook en soms sterk. Zo stelt hij vast dat de Britse eerste ministers in 66% van de gevallen een vroeg overleden ouder hebben gehad. Hij concludeert dat zij doorgaans last hebben van het Phaeton complex, als richting gevend element in hun politieke loopbaan.

Phaeton was de bastaardzoon van de zonnegod Helios. Toen hij zijn afstamming ontdekte ging hij naar het paleis van zijn vader in het oosten en eiste het recht op de zonnewagen, voortgetrokken door twee onsterfelijke paarden, langs de hemelbaan te mogen mennen. Helios stond het toe. Maar een onsterfelijk paardentweespan kun je alleen besturen als je van goddelijke komaf bent. Phaeton verknoeide het en de aarde dreigde in brand te vliegen. Helios moest oppergod Zeus vragen zijn zoon met een bliksemschicht te doden.

Zo zit het volgens Paxman: je moet de afwezige ouder tonen dat je een waardig kind bent, die wat kan. Waarom ga je anders de politiek in, terwijl je weet dat het nooit vreugdevol of waardig afloopt? Ik dacht aan Den Uyl, Van Agt, Lubbers, Kok en nu weer Balkenende. De politieke loopbaan eindigt zelden vrolijk. In hoeverre ook bij ons de vroeg wegvallende ouder een betekenis heeft, is misschien iets voor een klein onderzoekje: Balkenende heeft minder van Phaeton dan Blair.

Maar waarom slaagt niemand er in de zonnewagen op de juiste wijze te mennen? Paxman analyseert en Heldeman suggereert: de politiek mist het sturende vermogen op de bureaucratie van overheid en verwante bestuursorganen. Wat de kiezer dwars zit, kan de politiek niet oplossen. Is dat erg?

Niet, zolang de bestuurlijke organen een grote competentie aan de dag leggen: een wijze revolutie (voorbeelden na 1989) liet de bestaande bureaucratie (nomenklatura) rustig op zijn plek: er moet worden rechtgesproken, geregeld en in beschikkingen worden vastgelegd.

Maar wel, wanneer het gevoel is dat die competentie te wensen overlaat: als er onbegrijpelijke arrangementen worden getroffen (b.v. in de ziektekosten), als het onderwijs door eindeloos management en vernieuwing wordt verknoeid, als er ondanks een verfijnd systeem van toezicht de financiele wereld er een potje van maakt en de wereld in een economische crisis belandt, als de gevolgen van de rechtsstaat neerslaan in onveiligheid en ernstige hinder in buurten.

Fortuyn slaagde er in die onvrede bloot te leggen. Maar de wereld veranderde er niet door. Het toezicht is losgezongen van de stemming onder het publiek. De uitvoerende macht heeft zijn positie ten opzichte van het parlement versterkt, regels komen uit Brussel of van geprivatiseerde staatsinstellingen. Worden we nu door de hond of de kat gebeten? Als je dat niet weet, kun je het bijten niet verhinderen.

Inmiddels zitten de onderhandelaars bijeen om een nieuwe regering in elkaar te zetten, die gaat bezuinigen op ambtenaren. Waar heb ik dat meer gehoord? Bezuiniging op ambtenaren heeft een kans als je weet welke zorgen je wilt loslaten en daarvoor consistente stappen zet. Maar iedereen weet ook dat competente ambtenaren nodig zijn om doeleinden te realiseren.

Ik had, in mijn ambtelijk leven een mentor, de enige niet academicus, met geniale trekjes. Waarom ben je altijd hier bij het departement gebleven, Frits? ”Ach, als je een jaar of tien op een departement hebt gewerkt, deug je nergens meer voor. Dan kun je nergens meer naar toe.” Misschien is dat wel de belangrijkste boodschap, die ik na lezing van twee boeken overhoud: het werk op een ministerie is geen echt werk, wanneer het niet systematisch wordt verbonden met de buitenwereld. Aan die verbinding ontbreekt veel; de media kijken liever naar de mannen en vrouwen op het Binnenhof. Maar wat zij doen heeft weinig invloed op de onvrede in het land.

——-
Joost Heldeman, “Het geheim van Den Haag”, Amsterdam 2010
Jeremy Paxman, “The political Animal”, London 2010

  1. 1

    Maar hoe zou je als burger de ‘echte’ macht, die van de uitvoerende, beter kunnen controleren dan in het huidige systeem?

    @Tom van Doormaal,
    Wat bedoel je met “Dat is een mooie tournure: in de bureaucratische spelonken vergeet je gemakkelijk dat de kernwaarde toch altijd de rationaliteit is, zoals Max Weber ooit leerde.”
    ?

  2. 2

    Een ondoorzichtig systeem dat zo goed geordend is, is maar voor 1 ding bang: onvoorspelbaarheid. Zet dus een tombola van ontslagen op bij de ministeries. Een keer per jaar worden de rangen ‘gedecimeerd’ – iedereen op een rijtje, de notaris er langs met een apparaatje dat 1 op de 10 keer oplicht. Sorry joh – you’ve been voted off the island. Ja, ook de SG en zijn directe onderknuppels. Hou ze bang.

    We’re going Hellenic on their collective asses!

  3. 3

    Ja, Mark, je moet het meegemaakt hebben. Het systeem is zo ingesteld dat je zelfs voor het meest logische en rationele herstellen van een fout toestemming moet hebben van de hoogste.
    Dat is natuurlijk onzinnig: maar zelf durven denken wordt niet gewaardeerd in een perfecte hierarchie. Lees Herman van Gunsteren: The Quest for Control.
    En KJ: je begrijpt het heel goed. Ambtenaren zijn vrij effectief als het gaat om het verhinderen van hun eigen ontslag. Echt bang zijn ze daar ook niet voor, dus ik zie niks in een tombola. Bovendien: de verkeerden zijn dan het haasje. Ik zie iets in een bezuiniging op inhoud. Zonder keuze wat je niet meer wilt, zal het nooit lukken.