Geluk (slot): de staat als (on)geluksmachine de maat genomen

ACHTERGROND - Maandag 20 maart was het de ‘Internationale Dag van het Geluk.’ Ter gelegenheid daarvan werd onder auspiciën van de Verenigde Naties het World Happiness Report 2017 uitgebracht. Naar aanleiding hiervan brengt Sargasso een aantal artikelen over geluk, meten van geluk en de conclusies die we daaruit kunnen trekken.

In deel 1 van deze serie stond het World Happiness Report 2017 (WHR) centraal. In deel 2 kwam ‘geluksprofessor’ Ruut Veenhoven met zijn World Database of Happiness (WDH) aan bod. Deel 3 ging over de problematische verhouding tussen geluk van de individuele burger en de planeet als geheel, zoals weergegeven in de Happy Planet Index (HPI).

Kwaliteit van leven

Ik begon het eerste artikel met

De overheid is geen geluksmachine volgens Mark Rutte. In zijn optiek is ons land al een ‘fantastisch, en gaaf land.’ Hij zegt nog net niet dat Nederland af is, maar vindt het bevorderen van geluk geen overheidstaak. Tegelijk kun je constateren dat beleid wel degelijk van invloed is op geluk; het gaat immers om ‘kwaliteit van leven?’

Wat houdt die kwaliteit van leven in en wat draagt daaraan bij?
Levensverwachting, een vast inkomen boven de armoedegrens, autonomie en vrijwaring van willekeur spelen een belangrijke rol. Dat kan door goede en toegankelijke gezondheidszorg, sociale wetgeving, democratie, gelijkheid voor de wet en bestrijding van corruptie. Tel daar onderwijs bij op en we hebben al de nodige basisingrediënten.
Hebben we daarmee een geluksmachine of gewoon een fatsoenlijke samenleving?

Een ‘fantastisch en gaaf land’?

Zonder het meteen een ‘fantastisch en gaaf land’ te hoeven vinden, lijkt op het eerste gezicht dat Nederland de zaken aardig voor elkaar heeft. Maar de sloophamer ligt altijd op de loer. Denk maar even aan het kabinet Rutte-1. Het neoliberale marktdenken lijkt enigszins op zijn retour als het leidende economische beginsel, maar het mantra van een kleine overheid (waarbij niemand weet hoe klein ‘klein’ moet zijn) als remedie voor alle kwalen klinkt nog volop.

Vergelijk de eigen inschatting van geluk van inwoners van Nederland met die van Griekenland of Egypte en zie hoe economische crisis en sociale onrust leiden tot iets wat op een ‘ongeluksmachine’ lijkt. Griekenland kreeg met dank aan Dijsselbloem en kornuiten een draconisch bezuinigings- en privatiseringsprogramma door de strot geduwd; in Egypte leidde de Arabische lente tot een kille sociale en economische winter:

(klik op afbeeldingen voor vergroting)

eigen inschatting van geluk (databron: http://worlddatabaseofhappiness.eur.nl/index.html)

 

Heibel in Venezuela

Of neem Venezuela: na zijn verkiezing als president in 1999 rolde Chávez een uitgebreid programma aan sociale voorzieningen uit, gefinancierd uit de omvangrijke olieopbrengsten. De geluksmachinerie van de staat kwam door de economische crisis van 2008 en dalende olieprijzen knarsend en piepend tot stilstand en verandert langzaam in een ongeluksmachine. Het land kampt met heftige inflatie, snel oplopende werkloosheid en een tekort aan essentiële goederen. Te vrezen valt, dat de neergang proporties gaat aannemen als in Griekenland of Egypte. De tegenstellingen nemen met de dag toe en bovendien verzuimden Chávez en zijn opvolger Maduro de mateloze corruptie aan te pakken.

Corruptie

Er bestaat een vrij sterke correlatie tussen corruptie en het WHR en de WDH (0.69 en 0.56). Hoe hoger de corruptie, hoe lager de plaats op de geluksindex. Transparancy International onderzoekt corruptie en stelt (u raadt het al) een index op. Als definitie hanteren zij:

‘Corruption is the abuse of entrusted power for private gain. It can be classified as grand, petty and political, depending on the amounts of money lost and the sector where it occurs.’

Venezuela hoeft in deze lijst slechts Irak, Libië, Angola, Zuid-Soedan, Afghanistan, Noord-Korea en Somalia onder zich te dulden; geen fijn gezelschap.

Bestaat er trouwens verband tussen corruptie en BNP?
Welzeker!
De correlatiecoëfficiënt is -0.75; hoog dus. Een laag BNP lijkt samen te gaan met meer corruptie. Natuurlijk speelt ook of het mogelijk is om op legale manier sociaal te stijgen en er zoiets bestaat als een cultuur waarin men corruptie gedoogt, c.q. normaal vindt.

Overigens vinden we wel een betrekkelijk lage correlatie tussen corruptie en ongelijkheid (0.30) als we uitgaan van de Gini index als maat van de distributie van nationale inkomsten. Kijken we naar corruptie en het percentage mensen dat leeft onder de armoedegrens, dan zien we een sterkere correlatie (0.50).

Als we nu kijken naar een aantal indicatoren die bijdragen aan wat we voor het gemak ‘kwaliteit van leven’ noemen, verandert het beeld van Venezuela dramatisch ten opzichte van de eigen inschatting van geluk.

databronnen:
http://www.transparency.org/cpi2015
https://www.cia.gov/library/publications/resources/the-world-factbook/
https://www.cia.gov/library/publications/the-world-factbook/rankorder/2129rank.html

 

Levensverwachting

Het World Happiness Report (WHR) bestaat uit zes variabelen die het bruto nationale geluk moeten representeren:

  • levensverwachting
  • corruptie
  • bruto binnenlands product per persoon (BNP)
  • sociale ondersteuning
  • vrijgevigheid
  • vrijheid in het maken van levenskeuzes.

Ik kan niet al deze variabelen nalopen, maar pik er naast corruptie, nog twee uit: levensverwachting en BNP. Levensverwachting (als maat van gezondheid), lijkt het sterkst bij te dragen aan het geluksgevoel.

De hoogste levensverwachting vinden we volgens het factbook van de CIA in Monaco (89,5 jaar). Singapore en Japan doen het ook aardig met 85 jaar. Nederlanders staan met 81,3 jaar op de 25ste plek. Wie geboren wordt in Tsjaad heeft de kortste levensverwachting: 50,2 jaar (net onder Afghanistan met 51,3 jaar).

Niet dat een lang leven altijd een bron van vreugde is: ouderdom komt immers met gebreken. Goede en bereikbare gezondheidszorg is fijn om ook prettig oud te worden. Hoe zit het met de uitgaven aan gezondheidszorg? Monaco staat daarin op de 155ste plaats tussen Benin en Oost-Timor; in Benin is de gemiddelde levensverwachting 62 jaar; 23 jaar minder. Percentuele staatsuitgaven aan volksgezondheid vertellen dus niet het hele verhaal. Het BNP per hoofd in Benin is namelijk minder dan 3 procent van dat in Monaco.

Maakt geld dan gelukkig en/of gezond?

De correlatie tussen het BNP per hoofd en het WHR en de WDH bedraag 0.71 en 0.61. Dat is tamelijk hoog: naarmate het BNP hoger is, stijgt ook het geluksgevoel. Of is het omgekeerd? Neemt het BNP toe naarmate een bevolking gelukkiger is? Misschien werken gelukkige mensen harder? Correlatieanalyse zegt alleen maar iets over het verband; niets over oorzaak en gevolg.

In dat licht moeten we ook de correlatie (0.64) tussen BNP en levensverwachting zien. Naarmate men meer verdient in een land, neemt ook de levensverwachting toe. Logisch zou je zeggen, want een hoger BNP maakt ook meer uitgaven aan gezondheidszorg mogelijk.
Mis!
Er is nauwelijks verband, zoals we al zagen bij Monaco. De correlatie tussen BNP en uitgaven aan gezondheidszorg is namelijk maar 0.17. Een schijntje. Een land als Qatar dat veruit het hoogste BNP van de wereld heeft, staat onder in de lijst in gezelschap van Koeweit, Saudi Arabië, Oman en de Verenigde Arabische Emiraten. Daar vinden we ook Brunei, Zuid Soedan en Eritrea: uitersten die elkaar ontmoeten!

Daarmee is nog steeds niet alles gezegd.
Op Wikipedia lees ik over het sultanaat Brunei: ‘De gezondheidszorg en studie is gratis, olie, rijst en woningen worden gesubsidieerd.’ Mag ik daaruit concluderen dat de 2,3 procent die de regering van Brunei uittrekt voor gezondheidszorg, voldoende is om de 450.000 inwoners van het land (ter grootte van de provincie Gelderland) een goede gezondheidszorg te bieden?
Volgende vraag: hoe zit het met de levensverwachting? Die bedraagt 77,2 jaar. Daarmee staat het op plaats 75 tussen Paraguay en Slowakije. Brunei een geluksmachine?
Misschien, maar het komt niet in de geluksranglijsten voor.

Alles samen

Het WHR 2017 heeft de intentie bruto nationale geluk zichtbaar te maken. Nemen we dit als uitgangspunt dan zien we de volgende correlaties met een aantal variabelen die ik hierboven noemde:

Correlatiecoëfficiënten x 100

 

Doen we hetzelfde met de WDH, dan zijn er kleine, maar verwaarloosbare verschillen. We hebben in het tweede artikel geconstateerd dat beide ranglijsten nagenoeg hetzelfde meten. De in het derde artikel besproken Happy Planet Index is een vreemde eend; de correlaties zijn over de gehele linie veel lager en het BNP speelt nauwelijks een rol.

Passen we de eerste vijf variabelen toe op de verschillende regio’s, dan krijgen we het volgende plaatje:

Daarbij de opmerking dat er hierbij geen sprake is van een correctie voor eventuele ongelijkheid binnen en tussen landen, zoals in het WHR. In die index komen ook het armoede- en werkloosheidspercentage niet expliciet voor.

Opvallend is dat in deze ‘ongewogen’ lijst Latijns-Amerika er een stuk minder florissant bijstaat dan in de officiële indices.

(On)geluksmetingen de maat genomen

Mensen zijn nieuwsgierige wezens die overal hun neus in steken en dat leidt onherroepelijk tot meten, in kaart brengen, grafisch inzichtelijk maken en verklaren. Natuurlijk hebben we geen geluksranglijsten nodig om te weten dat het overgrote deel van de bevolking van Syrië doodongelukkig is. Mensen van beneden de Sahara komen niet in gammele bootjes naar Italië om de culturele hoogtepunten uit de Renaissance te bekijken.
Die ranglijsten lichten een tipje van de sluier op. Maar is dat meer dan een tamelijk abstracte en grofkorrelige weergave van de werkelijkheid? Al photoshoppend destilleren we daar vervolgens de contouren van staten en regio’s als geluks- of ongeluksmachines uit.

Daarbij nog deze overwegingen:
Geluksmetingen fluctueren voortdurend onder invloed van externe en interne factoren. Iedere index, wat ook de gebruikte variabelen zijn, is een momentopname. Bovendien zijn de gebruikte variabelen ook weer momentopnamen: werkloosheid is niet statisch; het BNP schommelt met de dag.

De variabelen die onderzoekers door de statistiekmolen halen, worden mede bepaald door de agenda van diezelfde onderzoekers. Maar wie bepaalt of dat ook de ‘ware’ geluksvariabelen zijn? Bovendien is de samenhang en interactie tussen variabelen een complexe en zelden eenduidige, getuige de problematische uitkomsten van de HPI. Niet dat dit een reden is af te zien van metingen, wel om de uitkomsten met welwillende reserve te beoordelen.

  1. 2

    Als je de pyramide van Maslow erbij haalt, hoe ziet het er dan uit?

    Een van de charmante dingen uit die pyramide is wel ‘de mate van zelfontplooiing’ die qua inhoud gewoon mag verschillen zonder dat dit het eindcijfer beïnvloedt. Anders gezegd, een boerkaminnende vrouw komt ook uit op een 7. Je zal dan misschien ook wel vaak zien dat ‘levensduurverwachting’ (na het 20ste levensjaar) geen rol van betekenis meer speelt. En terecht. Poep dat ding.

  2. 3

    De grote geluksfactoren hebben, naar mijn mening in de Westerse wereld, over het algemeen vrij weinig met de Staat te maken. Dus om nou weer zo’n zure stok te zoeken om een hond mee te slaan…

    Nee, wees gul met je liefde en zuip niet te veel. Wandel en eet goed voer. Wees geïnteresseerd en relativeer.

    Opa out.

  3. 4

    @1: Pearson; grootheden op interval- of ratioschaal. Ik vermeld het niet expliciet, omdat het voor de meeste lezers niet direct relevant zal zijn.
    @2: Met de piramide van Maslow kan ik in deze context niets. Leuk voor een verwende westerling, maar een gemiddelde inwoner van Syrië of Afghanistan heeft m.i. wel andere dingen aan zijn/haar hoofd dan zelfverwerkelijking; die mag al blij zijn als aan de behoefte aan veilgheid en zekerheid in enigerlij mate wordt voldaan.
    @3: ‘Wees geïnteresseerd en relativeer.’ Precies wat ik in mijn conclusies duidelijk wil maken: beoordeel de resultaten met ‘welwillende reserve.’

  4. 5

    Jij pakt er nu meteen de ergste landen bij. Waarom is dit een slotargument tegen Maslov als je daarvoor zelf de hele wereld de maat neemt? We hebben het nog steeds over tevredenheid, geluk, enz.

  5. 6

    @5: Het is geen slotargument.
    Ik stel alleen dat ik er in deze context niet veel mee kan.
    De vraag is hoe we de piramide van Maslow zouden kunnen omzetten in meetbare waarden die betrekking hebben op groepen. De onderzoeken die ik noem gaan over grotere gehelen – landen en bevolkingen; Maslows theorie gaat in eerste instantie over individuen en individueel geluk.