De kunst van het nietsdoen – criminalisering van hangjongeren

Een gastbijdrage van Martijn de Koning.

Eén van mijn vaste lezers maakte mij attent op Mart’s blog met een stuk over ‘geïnstitutionaliseerd Marokkaantje pesten‘. Hij schreef dit naar aanleiding van de volgende poster in het kader van een wervingsactie van de politie voor nieuw personeel.

U ziet hier het bijbehorende filmpje:

De campagne maakt overigens gebruik van wel meerdere stereotyperingen:

Maar ik wil het even hebben over het deel met de hangjongeren. Zoals in het blog wordt opgemerkt gaat het niet zozeer om de diender op straat maar om de copywriter die de slogan ‘Kun jij duidelijk maken dat niets doen ook overlast kan geven?‘ heeft bedacht en de politieorganisatie die deze campagneposter en film goedkeuren. Wat hier gebeurt is te zien als onderdeel van de criminalisering van ‘hangjongeren’. Waar het eigenlijk door de geschiedenis heen zeer gebruikelijk is dat jongeren, in het bijzonder jongens, in de openbare ruimte bij elkaar komen, elkaars grenzen en die van anderen aftasten en nieuwe grenzen vastleggen als onderdeel van het proces van opgroeien, zien we eveneens dat dit altijd met argusogen gevolgd wordt door volwassenen. Het zijn immers deels de grenzen die volwassenen gesteld hebben die worden afgestast, uitgedaagd, overschreden en veranderd. De hangplekken krijgen voor jongeren een speciale betekenis tijdens en door het hangen als een plek waar men elkaar ontmoet en waar ze hun identiteit en het idee van zichzelf zijn vorm en inhoud krijgen. Uit allerlei onderzoeken blijkt dat mensen jaren later daar nog met enige nostalgie aan terug denken bijvoorbeeld als ze er langskomen. Het is één van de manieren waarop een verbondenheid met iemands lokale omgeving wordt geschapen. Het gaat ook om het claimen van een plek en ruimtelijke autonomie ten koste van andere hanggroepen en volwassenen bijvoorbeeld door het achterlaten van graffiti of ‘rommel’ (meer dan eens afval van de Mac waar men net vandaan komt).

‘Overlast’ is het kernwoord waarmee volwassenen (buurtbewoners, politie, beleidsmakers) proberen de zeggenschap over de openbare ruimte terug te krijgen. In het geval van Marokkaans-Nederlandse hangjongeren (en in het filmpje en op de poster wordt waarschijnlijk niet voor niets een stereotype Marokkaans-Nederlandse hangjongere getoond) komt daar nog eens bij dat het gaat om een groep die gezien wordt als buitenstaander van de maatschappij. Hun claim op de openbare ruimte wordt door henzelf en de omgeving dan al snel geduid in termen van etniciteit of religie. De media spelen een grote rol in de criminalisering van hangjongeren. Verhalen in de media over hangplekken waar jongeren samenkomen zijn vrijwel altijd gekoppeld aan overlast en vertellen vrijwel altijd de boosheid van ouderen over het gebrek aan optreden door de politie. Erin Martineau heeft daar een mooi proefschrift “Too much tolerance”: Hang-around youth, public space, and the problem of freedom in the Netherlands” over geschreven, dat HIER in zijn geheel te downloaden is.

Martineau heeft onderzoek gedaan onder hangjongeren in Amsterdam en laat zien dat de zorgen omtrent hangjongeren samenhangen met andere zorgen van mensen over etnische diversiteit, gezag, sociale cohesie, opvoeding en veiligheid. Martineau laat zien dat het rondhangen van jongeren een eeuwenoude praktijk is, maar dat de term hangjongeren van meer recente datum is. De term maakt van een zeer diverse groep jongeren met uiteenlopende gedragingen een schijnbaar objectieve sociale categorie waar vervolgens beleid over gemaakt kan worden en waar de media haar reportages mee kan maken (het beestje moet immers een naam hebben toch?). Beleidsmakers, politici, media en politie maken zich druk over deze jongeren en in de debatten hierover en door de beleidsmaatregelen raakt de kwestie van hangjongeren vermengd met criminaliteit, integratie en gedragsregels die het publieke gedrag van deze jongeren moeten reguleren (denk aan de Gouden Stadsregels van Gouda).

Martineau stelt dat er niet zozeer sprake is van een morele paniek over de aanwezigheid en het gedrag van deze jongeren, maar dat er juist zeer gemengde boodschappen worden afgegeven. In het publieke vertoog worden hangjongeren vaak gezien als uitwas van de te grote tolerantie en vrijheden die de Nederlandse samenleving zouden kenmerken, en in het bijzonder in het geval van Marokkaans-Nederlandse hangjongeren als gevolg van het multiculturalisme. De grote, en soms theatrale ophef (‘straatterrorsten’) zouden dan een tegenreactie zijn op die tolerantie, vrijheden en het multiculturalisme. Volgens Martineau echter is dat onjuist. Terecht al is het maar omdat die vermeende vrijheden, tolerantie en het multiculturalisme mythes (maar wel belangrijke) zijn. Martineau maakt een ander punt overigens. De ophef over en criminalisering van rondhangende jongeren komt heeft te maken met drie ontwikkelingen sinds de jaren ’60:

  1. Een sterk geïndividualiseerde notie van persoonlijke vrijheid
  2. Het idee dat de overheid cq verzorgingsstaat alle sociale problemen moet oplossen
  3. De opkomst en verspreiding van een stedelijk schoonheidsideaal over hoe de openbare ruimte eruit moet zien: ordentelijk, rustig en schoon.

Daarmee is de commotie over rondhangende jongeren niet zozeer een tegenreactie op een teveel aan tolerantie, maar een product van de veranderingen van de jaren zestig. Veel mensen, zo laat Martineau zien, hechten sterk aan hun eigen individuele vrijheid, maar zijn wel verontrust over overlast van het gedrag van anderen. Individualisering betekent in Nederland dat men zich ontdaan heeft van sociale banden die als knellend worden ervaren en waarbij zelfontplooiing voorop staat. De overheid dient garant te staan voor ieders persoonlijke vrijheid, maar men vraagt tevens de overheid om de vrijheid van anderen aan banden te leggen als men er last van heeft. Dat heeft ook betrekking op de sociale ruimte. Martineau laat zien dat mensen vinden recht te hebben op een vreedzame, schone, ordentelijke omgeving; een vinex-wijk in optima forma. De term ‘overlast’ geeft in de discussies heeft dan ook vooral betrekking op het afzien en de machteloosheid van volwassenen aan en de wens dat de overheid dit oplost. De overheid op haar beurt reageert met een beroep op de ouders die hun verantwoordelijkheid moeten nemen, maar neemt tegelijkertijd maatregelen die diep ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer van jongeren gericht op preventie van overlast en het veilig maken van de publieke ruimte. Ook de commercie speelt daar handig op in: hangjongerenweg.nl. In het geval van Marokkaans-Nederlandse jongeren staat een en ander dan ook nog eens in het teken van integratie, de islam-discussie en in enkele gevallen zelfs in het teken van anti-radicalisering.

Enerzijds wil de overheid de sociale wereld reguleren en willen veel burgers een geordende wereld. Anderzijds echter vinden de meeste burgers dat zij het recht hebben hun leven naar eigen goeddunken te leiden en dat niemand zich daarmee zou moeten bemoeien en dat zij het recht op een schone, harmonieuze leefomgeving. In deze context worden jongeren in het algemeen, en allochtone Nederlandse jongeren in het bijzonder, gezien als onaangepast. Overheidsingrijpen zou dan ook noodzakelijk zijn om deze jongeren te leren wat gepast gedrag is in het openbaar. De commotie over rondhangende jongeren gaat dan ook niet zozeer over daadwerkelijke overlast van jongeren zelf, maar over onmacht, woede en angst bij volwassenen die wordt veroorzaakt doordat de problemen die zij ervaren niet weggaan. En die problemen gaan niet weg, want nietsdoen is immers niet verboden en je kunt ook niet dag en nacht jongerenwerkers bij de jongeren neerzetten. En die hangjongeren doen niet meer dan wat van hen verwacht wordt: vasthouden aan de notie van persoonlijke vrijheid die niet aangetast mag worden door gezagsstructuren en eisen van anderen. Wanneer ze dan toch worden aangesproken als vervelende jongeren die iets verkeerds doen, moeten we niet vreemd opkijken als ze op een agressieve wijze reageren: criminalisering van groepen produceert criminelen.

  1. 1

    Vrij appart dit argument:
    “De commotie over rondhangende jongeren gaat dan ook niet zozeer over daadwerkelijke overlast van jongeren zelf, maar over onmacht, woede en angst bij volwassenen die wordt veroorzaakt doordat de problemen die zij ervaren niet weggaan. En die problemen gaan niet weg, want nietsdoen is immers niet verboden en je kunt ook niet dag en nacht jongerenwerkers bij de jongeren neerzetten.”

    Claimt de auteur hier dat hangjongeren nooit iets doen, als in: voorbijgangers uitschelden, op straat pissen, lawaai maken, stenen gooien, mensen in elkaar slaan….? Hangjongeren als slachtoffer construeren is ook een vak zeg maar! (niet dat alle hangjongeren altijd overlast geven en altijd crimineel zijn, zo dom ben ik niet.)

  2. 3

    Inderdaad. K weet het niet hoor, met dit artikel.
    Kijk, “niets doen” zou zo’n probleem niet zijn. Maar als bij dat niets doen hoort, dat iemand met de stereo in zijn auto op maximaal volume hakkehouse laat horen tot 3 uur in de nacht, dan krijgt dat dat niets doen toch een zeker irritant effect.
    En als je weet dat dat niets doen vrijwel nooit gedaan wordt in de buurt van notabelen, dan krijgt de reactie van de overheid erop ook een aparte dimensie.

    Mensen willen misschien best wel eens zelf die problemen oplossen, maar dit mag nu eenmaal niet. De staat heeft het geweldsmonopolie en ook op andere manieren mag je als burger alleen ingrijpen in de openbare ruimte als je hangjongere bent, commercieel actief en er geld voor betaalt en mee verdient, of van de staat bent. Dus als burger mag je het straatmeubilair, dat de hangjongeren steun biedt, zelf niet slopen, maar dat helpt wel, heb ik gemerkt.

    Gelukkig is mijn eigen ervaring al weer van 15 jaar geleden, toen er een groepje rond mijn woning bezig was met “niets doen”. Ok, ze deden niks tegen mij, behalve een keer in het donker, toen ik vroeg of ze niet meer wilden proberen om de dakramen in te gooien. Dat was natuurlijk een manier om grenzen af te tasten, dat snap ik ook wel, maar als niemand zegt dat dat een grens is, dan gaan die ramen echt kapot. Toen kwam een jongen me achterna met een mes.
    En ze “deden niets” tegen mijn buurvrouw, die werd alleen maar tegen de grond gegooid. Ook dat was een manier om grenzen af te tasten natuurlijk. Maar als niemand zegt dat daar een grens wordt bereikt, ook die vrouw niet, dan gaan die jongens later misschien nog een stapje verder. Tegen andere vrouwen of hun eigen vrouw. Die moet dan maar haar grenzen aangeven in hun relatie.

    Het was ook opvallend dat de politie het groepje pas interessant vond worden, (mijn bruine vriendin kreeg eerder van de politie te horen dat ze discrimineerde om huidskleur…) toen haar duidelijk werd dat de toeristen die er liepen, ook grenzen hadden die werden afgetast. Ergens zijn er dan toch ook grenzen bij de politie. De jongens kregen toen een survival-tocht in de Ardennen aangeboden en bij terugkomst gingen ze weer gewoon door.

  3. 6

    Een poos geleden hebben wij in Amsterdam Oost, flink wat gewob’ed mbt. deze ‘repressie’. Een van de dingen die ze inzetten zijn zogenaade straatcoaches. Je kan op onderstaande url zien, wat ze doen:
    http://wob.artikel-140.nl/amsterdam-oost/

    Hier kan je zien dat elke jongeren in Amsterdam Oost verdacht is. Bekende hangjongeren worden zelfs opzichtig gevolgd, aangesproken en vervolgd (tot in de snackbar).

  4. 7

    Ik heb niet gezegd dat ik niet niets doe. Ik val er alleen geen andere mensen mee lastig. Ok, je moet niet overdrijven, maar ik kan er de lol niet van inzien als jongens met een mes achter me aan komen.

  5. 8

    Boeiend artikel. Ik weet nog niet of ik geheel overtuigd ben door de aangevoerde oorzaken van het ervaren van overlast. De manier waarop de individualisering als factor wordt beschreven vind ik wat mager. Met wat gezond verstand bedenk je zo enkele andere, aanvullende verklaringen vanuit het spoor van de individualisering.

  6. 9

    Je doet anders mee aan stigmatisering van een grote groep door extreme gevallen als voorbeeld aan te voeren,de meesten vallen niemand lastig net als de nozems uit de jaren 60.
    Of hippies uit het daaropvolgende tijdvak,zelfs de bizar uitgedoste no-future jeugd daarna was voor het grootste deel vredelievend.

  7. 10

    Tja. Ik reageerde op dat “niets doen” en “grenzen opzoeken” en gaf er een tegenvoorbeeld van. Ik wil best aannemen en hopen dat er veel veranderd is in die vijftien jaar in Amsterdam.
    Ik vind dat je die jongens best met een beetje wantrouwen mag bekijken. Sommige bleken dealer te zijn en wilden dat je je niet met hen bemoeide – begrijpelijk. En dat is allemaal best, alleen bemoeiden zij zich wel met ons en vonden dat het buurtje van hen was. Dus was het eigenlijk een geval van macht en territoriumdrang, niks meer “hangen”.
    Dus om ze nou met hippies te vergelijken, nou nee.

  8. 11

    De schrijver had het over jongeren die niets doen behalve dan dat hangen. Jij beschrijft juist jongeren die niet niets doen. Een buurvrouw tegen de grond gooien of dakramen ingooien zal ook de schrijver niet onder het kopje ‘niets doen’ willen scharen

    Mijn ervaring is inderdaad dat figuren die hangen, inderdaad hemeltergend weinig doen. Hoe hou je het vol, vraag ik me soms af. Wie daarentegen rottigheid wil uithalen of heeft uitgehaald, blijft in het algemeen juist niet op één plek hangen. Uitzonderingen daargelaten.

  9. 12

    Volgens de politie deden de jongeren bij mij in de buurt niets. Die volgde eigenlijk het betoog van bovenstaande schrijver. De politie kwam ook eigenlijk niet in actie. Er is dus wel wat veranderd, dat ze die diagnose inmiddels niet meer op voorhand stelt.

  10. 13

    Buitengewoon goed verhaal.

    Daarmee wil ik trouwens het verhaal van Ernest (03) niet ontkennen. Wel relativeren. Vermoedelijk heeft elke groep hangjongeren en elk plek waar ze rondhangen zijn eigen karakter.

    De groep die ik jaren van dichtbij heb kunnen observeren was niet zo gewelddadig als hij beschrijft. Ik kan me zelfs geen enkele daad van lichamelijk geweld herinneren.

    Wel kon je ze regelmatig horen: voornamelijk het geluid van brommers/scooters en geroep en gelach. Het was duidelijk niet bedoeld om te provoceren, maar toch stoorde de buurt zich er aan, omdat -laat ik het maar zo uitdrukken- ze niet aan zelfdiscipline deden. De uitschieters waren soms wel erg goed hoorbaar. Omdat er geen autoverkeer was en de buurt (dus) erg stil was, viel dat extra op. Er werden ook wel eens voorbijgangers bij het gebeuren betrokken, maar toch vooral als die daar zelf aanleiding toe gaven door opmerkingen.

    Ik kan me de irritatie van de buurt wel voorstellen, vooral omdat de buurt heel stil was als ze er niet waren, maar objectief gezien was daar toch vrij weinig aanleiding toe. En wat verwacht je nou eigelijk van een groep van 10-20 opgeschoten tieners? Dat ze gaan staan fluisteren? Er waren wel wat uitschieters door de jaren heen, maar die waren zonder uitzondering gekoppeld aan ingrijpen of reacties van “buitenaf”, die opwinding veroorzaakten. En ik heb het nu over een periode van jaren. Je kunt nu wel 10 incidenten op een rij zetten, maar dat zijn er 2 per jaar.

    In dit geval was er een coffeeshop in de buurt, dus werd het gerekend tot de overlast die de coffeeshop veroorzaakte. Niet geheel ten onrechte, maar het had ook een kroeg of een snackbar kunnen zijn. Alleen is een coffeeshop natuurlijk bij uitstek geschikt om alle vooroordelen te bevestigen. Het vervolg laat zich raden.

    Ik woon nu dus in Brazilie en in dit dorp heb je bijna alleen maar hang”jongeren” en in ongekende hoeveelheden: iedereen leeft nu eenmaal op straat. De (nederlandse) ouders van een vriendin van mij zijn nu op bezoek en storen zich daar natuurlijk mateloos aan.

    Hoe lijkt wel of Nederlanders vooral buitengewoon geirriteerd raken
    als anderen plezier hebben. Wat een rotvolk.

  11. 14

    Ik vind het een geweldige campagne. Politiemensen moeten dealen met ambigue situaties, dat maakt dat proefschrift wel duidelijk. Ze moeten bange buurtbewoners uitleggen dat de gangster uithangen nog geen criminaliteit is en aan die hanggasten dat rondhangen mensen soms bang maakt. De poster drukt de paradoxale aard van dat werk toch prachtig uit? Het is het probleem van Mark De Koning dat hij niet tegen betekenissen kan die in de lucht blijven hangen. Ik hoop dat hij geen agent wordt, maar veilig in de blogosfeer blijft hangen.

  12. 16

    De schrijver had het niet over jongeren die ogenschijnlijk niets doen of over jongeren die volgens de ene partij niets doen (bv. de politie) en volgens de andere juist wel, maar over jongeren die ‘niets doen’. Heel simpel

  13. 17

    Tuurlijk.

    Die “hangjongeren” veroorzaken helemaal geen overlast, dat is slechts een subjectieve mening van racisten. En als deze jeugdigen wel eens iets doen wat niet mag, komt dat natuurlijk doordat ze ertoe uitgelokt werden door de overtrokken reacties van racisten die niet begrijpen dat zij slechts sociaal bezig zijn hun individualiteit te vormen.

    Me dunkt dat de sociale wetenschappers die dit soort huil-stukjes denken te moeten schrijven eens het volgende moeten proberen:

    Ga eens naar een wijk in een grote stad waar veel “hangjongeren” rondhangen. Zoek dan ook een wijk uit waar de meerderheid van de bewoners van niet-Nederlandse afkomst is, bij voorkeur met een Marokaans of Antilliaanse achtergrond. Wacht op een veilige afstand tot er een conflict ontstaat, of dit nu gaat over “jullie scooters maken te veel herrie”, of “gooi nou niet jullie afval zomaar op straat” of “zou je kunnen ophouden mijn zus als hoer uit te schelden?”.

    Ga er dan bijstaan, en overtuig de “klager” ervan dat hij/zij niet zo overtrokken moet reageren op de uitingen van deze poeslieve “kansenjongeren”, dat racisme en discriminatie “verboten” zijn en dat dit hauteine gedrag natuurlijk het agressieve “individualisatieproces” uitlokt.

    Ga daarna gezellig een kopje thee drinken met de getalenteerde, sociale en uiterst fatsoenlijke jeugdigen, en vergeet vooral niet hun slachtofferbeeld te versterken.

    Tjongejonge, wereldvreemde wereldverbeteraars met oogkleppen op doen weer eens een “we wijzen altijd met het vingertje naar onszelf, doeterniettoewatergebeurd want kolonialisme en uitbuiting en eigen schuld dus”.

    TisMeWat

  14. 18

    En weer iemand die er geen reet van heeft gesnapt. Weer iemand, die aankomt met voorbeelden van hangjongeren, die anderen wel lastig vallen, om hangjongeren, die niemand lastig vallen, toch gewoon tuig te kunnen blijven noemen.

    “Zoek dan ook een wijk uit waar de meerderheid van de bewoners van niet-Nederlandse afkomst is, bij voorkeur met een Marokaans of Antilliaanse achtergrond”
    Maar we mogen hem natuurlijk geen racist noemen. Dat hoeft ook helemaal niet per se, al is de zin hierboven wel een duidelijk racistische uitspraak.

  15. 22

    Herkenbaar van Tismewat.
    Ik vermoed een correlatie tussen lage sociale klassen en territorium drift. Overigens geen exclusief Antilliaans of marrokkaans probleem alhoewel ik Antilliaanse jongeren er wel van verdenk dat zij graag straathoeken annexeren.

  16. 25

    Zo, vermoedt en verdenk jij dat?
    En waarop zijn die vermoedens en die verdenkingen gebaseerd?

    Psychologen en sociologen moeten hun bek houden,
    maar de eerste best jan lul mag van alles roepen,

    gebaseerd op “eigen waarneming”.

  17. 26

    Eigen waarneming en dagelijkse realiteit.
    Ergens uit betonnen jungle Amsterdam.
    Die mij overigens erg pro Islam maakt. Islam kan goed disciplineren.
    (niet mijzelf maar anderen)

  18. 27

    Tuurlijk.

    TisMeWat begrijpt het niet, hij is een racist en xenofoob en bovendien zo’n typische lafaard die zelf nooit zo’n groepje jeudigen zou durven benaderen.

    TisMeWat heeft (jammergenoeg) jarenlange ervaring met dit soort gastjes. TisMeWat heeft jarenlang in de “slechte” buurten gewoond van meerdere grote steden. TisMeWat heeft jarenlang gewerkt in etablissementen waar dit soort “kansrijken” het of voor de klanten verstierden, of voor TisMeWat en zijn collegae door ongevraagd en niet uitgelokt (nee, het ligt niet aan TisMeWat en zijn collegae) agressief gedrag. TisMeWat heeft er desondanks geen enkele moeite mee zo’n groepje jeugdigen aan te spreken, of aan de kant te duwen als men weer eens collectief de doorgang op de stoep bezet houdt. TisMeWat kent ook genoeg medebewoners van genoemde wijken die er niet zo’n halfhartige “mening” op na houden dan de gemiddelde Sargasso lezer, ook als het jongeren betreft die men kent, of zelfs wanneer het familie is. TisMeWat kent de verhalen en gebruiken van dit soort families. TisMeWat weet, in tegenstelling tot de meesten hier kennelijk, dat er “thuis” over dit soort problemen heel anders wordt gepraat, namenlijk van: “wat zijn die Nederlanders toch een doetjes. Ze moeten ze veel harder aanpakken. Als het mijn zoon was…”. Maar ook “wij kunnen er nix aan doen. Het is niet ons probleem, want de staat is verantwoordelijk voor alles wat er op straat gebeurd”.

    Nee, tuurlijk, het is TisMeWat die wereldvreemd is.

    Whatever helps you sleep at night.

    TisMeWat

  19. 28

    Goed stuk Martijn!. Wil je, indien je tijd en interesse het toelaat, ook zo’n analyse geven over “bikers”?

    Overigens werd ik als hangjongere in de vorige eeuw ook altijd afgezeken. Wij toen en die van nu vonden/vinden dat een nuttige tijdsbesteding…beetje hangen..soort wurgsex.

    Mijn gemoed stroomt vol anekdotes..maar tis web 2.0..hou je der buiten Kock.

  20. 30

    “TisMeWat die wereldvreemd is”

    Inderdaad, en een leugenaar ook. Tismewat komt helemaal niet bij die gasten thuis en kan dus helemaal niks zeggen over wat die mensen thuis zeggen. Tismewat is geen racist of xenofoob, want dat mogen we in deze nieuwe politiek correcte tijd niet meer zeggen. Hij doet slechts racistische uitspraken.

  21. 32

    pedro zwaait weer eens typisch pavloviaans met zijn moreel hoogstaande vingertje.

    pedro weet het beter. Wanneer iemand iets beweert dat pedro niet bevalt, kan het niet anders dan dat diegene liegt.

    pedro heeft het morele gelijk aan zijn kant, zegt pedro.

    TisMeWat

  22. 34

    Haha, Tismewat, die zegt dat ie “de verhalen en gebruiken van dit soort families” (families van Marokkaans straattuig) kent, verwijt een ander ‘het beter te weten’.

    Op het argument, dat ie van alles op heeft gemerkt over hangjongeren, die anderen wel lastig vallen, terwijl het artikel daar niet over gaat, heeft ie nog helemaal niet gereageerd. Hij komt weer en steeds alleen maar terug met nog meer voorbeelden van allochtoon straattuig, dat anderen lastig valt om de aandacht af te leiden van het feit, dat heel veel hangjongeren alleen maar hangen en niemand lastig vallen. Dat er ook veel autochtone hangjongeren zijn en waren, en dat die soms ook mensen lastig vallen, hoor je hem ook niet.

    Maar ik noem hem geen racist hoor (dat is verboden in de vrijheid van meningsuiting v2.0). Maar die conclusie kunnen mensen zelf nog wel trekken, zo lang dat niet verboden wordt door de moraalridders voor de vrijheid. Als hij dat niet wil, heeft hij kans genoeg om zijn standpunt te nuanceren, maar daar lijkt hij niet in geïnteresseerd.