De erfenis en de arbeid

Kunnen we op een zinnige manier de verandering in de samenleving onderzoeken? In Die Zeit vond ik een interessant dossier over  Das Vermächtnis (de Nalatenschap), met de centrale vraag: wat willen we nalaten aan toekomstige generaties?

De Duitse onderzoekers zijn verbaasd over de waarde van de arbeid, die uit hun resultaten blijkt. Onze oosterburen zijn werkers. Maar ze worden niet gedreven door de jacht op bezit of vermogen, maar vooral door sociale en niet-materiële motieven.

Ik denk aan het project “Van Waarde” van de Wiardi Beckmannstichting en raak een beetje in de war: het is toch altijd nuttig om zinvol werk te hebben? In “het zweet des aanschijns” zult u uw brood verdienen: toen de Bijbel nog gold, was werk geen pretje. Maar nu is het de vervulling van een volwaardig leven, ook voor vrouwen.

Zou u niet werken, als u het geld niet nodig had?, vroeg het Duitse onderzoek. Voor de voorstanders van het basisinkomen een vreugdevol resultaat: mensen zouden in hoge mate aan het werk blijven.

Maar dan? Minister Asscher heeft zich al eens bezorgd getoond over de invloed van ICT op de werkgelegenheid. Futuroloog Wim de Ridder weet het zeker: de voltijds betrekking is verleden tijd. We zullen ons geld anders verdienen, meer als flexwerkers en ZZPers, niet in vaste banen.

Methode van onderzoek

De methode van het Vermächtnis-onderzoek heeft enige interessante aspecten: er wordt gevraagd hoe de dingen zijn, hoe ze zouden moeten zijn, maar vervolgens hoe de ondervraagde denkt dat het wordt. Dat levert een drieslag op.

Een rechte lijn betekent dat het oordeel over nu, over hoe het hoort en hoe het zijn zal, constant is: een stabiele norm, die in de toekomst ook behouden blijft.

Een lijn die eerst recht is, maar dan een knik naar beneden toont, wijst op een norm die in de toekomst wellicht niet te behouden valt.

Een rechte lijn, die stijgt of daalt, wijst op maatschappelijke verandering, zonder spanning: de mensen begroeten die verandering als positief.

Een lijn die eerst oploopt, maar dan terugvalt, wijst op capitulatie: een norm wordt van belang gevonden, maar lijkt de respondenten onrealiseerbaar.

Een lijn die eerst afloopt en dan weer omhoog, doet zich b.v. voor bij de kosten van de gezondheidszorg. Mensen zijn bereid te betalen, maar willen niet dat degenen die meer betalen betere zorg krijgen, maar verwachten dat in de toekomst wel. Daar zit spanning in.

Origineel

Het onderzoek heeft meer van deze originele trekjes. Zo wordt met geurstalen gevraagd hoe de toekomst ruikt: het gaat niet om de geur, maar om de motivering van de antwoorden, zegt de onderzoekleider er verontschuldigend bij.

Boeiend is ook het resultaat op de vraag naar welk vis men wil zijn in de afbeelding van een school vissen. Sommigen zwemmen voorop, sommige achteraan, enkelen tegen de overheersende zwemrichting in

In de leiding wil 25% wel zwemmen, vooraan in de school 31%, tegen de zwemrichting in 3%, achteraan in de school 11%.

Je zou willen dat dit onderzoek internationaal plaats vond: Duitsers waren voor de generatie van na de oorlog tragische kuddedieren, die een wereldbrand hebben veroorzaakt. De scholen waren een “Untertanenfabrik”. Hebben ze nu onafhankelijker leren denken?

Hoe zou in ons land gereageerd worden op zo’n schooltje vissen? Zijn wij geneigd het voortouw te nemen, tegen de stroom in te zwemmen, of toch in meerderheid brave mee-zwemmers?

Resultaten

Diverse resultaten zijn boeiend: de houding tegenover ICT en techniek is niet afwerend. Het is wel zo dat er enig verschil is tussen jong en oud, maar niemand ziet de techniek echt als een bedreiging.

Dat schemert wel door bij de arbeidsmarkt: men hecht wel aan een veilige betrekking, vaste werktijden en vaste collega’s. “Die Kollegen werden zur Ersatzfamilie.”

De Duitsers maken zich zorgen over het prijsmechanisme in de gezondheidszorg: zij vrezen een situatie waarin de rijken betere zorg kunnen kopen.

Ze willen wel een genoeglijk leven hebben, maar vrezen dat de ruimte daarvoor in de toekomst zal afnemen.

De drieduizend respondenten zijn ook over hun angsten bevraagd: meer dan de helft vreest de vijandigheid jegens buitenlanders, nog geen derde deel vreest de “Uberfremdung”.

En de grootste angst? “Mehr als Krieg, Klimakatastrophe, Kriminalität und Armut f\úrchten die Deutschen, kein selbstbestimmtes Leben führen zu können.”

Serie

De lezer begrijpt: ik vind het boeiend. In het laatste nummer van die Zeit komt het thema Arbeit specifiek terug, op 3 maart de verhouding tussen de generaties, op 10 maart de liefde.

Je hoeft geen vriend van Duitsers te zijn om hier geboeid naar uit te zien. Het verschil tussen ons en onze oosterburen is vermoedelijk kleiner dan wij denken.

  1. 1

    De Duitse onderzoekers zijn verbaasd over de waarde van de arbeid, die uit hun resultaten blijkt. Onze oosterburen zijn werkers. Maar ze worden niet gedreven door de jacht op bezit of vermogen, maar vooral door sociale en niet-materiële motieven.

    Zeker verbazingwekkend. Zou de participatiesamenleving dan toch toekomst hebben? Deze gaat er immers van uit dat mensen zelf uit eigen beweging waarde toevoegen aan hun eigen leven en ook aan de samenleving als geheel. Iets wat we natuurlijk ook terug zien aan de vele vrijwilligers en mantelzorgers. Dus zo verbazingwekkend is het mss nou ook weer niet….

  2. 2

    Het vreemde is dus dat de gewone burger in de verzorgingsstaat meer zijn eigen leven kon inrichten dan in de absolute neoliberale vrijheid.

    Für die große ZEIT-Studie Das Vermächtnis wurden mehr als 3.000 Menschen aller Altersgruppen, Einkommensklassen und Herkünfte befragt.

    Jammer dat ik niet zo snel iets over het percentage werkenden onder de geënquêteerden kan vinden. Iemand die net begint met werken moet zijn bestaan nog opbouwen, het geld speelt dan een belangrijker rol dan bij iemand die al een tijdje werkt en e.e.a. al voor elkaar heeft.

    @1: De mantelzorger in de participatiesamenleving helpt zijn naasten omdat die anders verrekken omdat door derden de middelen onthouden worden. Dan heb je wel vrucht van je arbeid en snijdt het mes aan twee kanten: De mantelzorger ziet dat wat hij doet direct zin heeft, en een of andere directeur heeft zijn jacht in Nice. Bedoel je dat?

  3. 3

    @1: je snapt precies wat mijn aandacht trok. Het beeld is dat Duitsers werkezels zijn, maar het gaat ze om sociale waarden, die ze op hun werk realiseren. Dat onderdrukt de schaamte over het vluchtelingen probleem een beetje.
    @2: in mijn zorgen over de participatiesamenleving, vraag ik vaak naar de informele hulpverleners. Ze staan er goed op, bij de klanten, “omdat ze luisteren en tijd hebben.”
    Dat is verrassend, toch? Kennelijk is professioneel werk alleen effectief als het door liefde en respect wordt gedragen. Maar de medische dienstverleners weten dat al lang.

  4. 4

    @Beugwant

    Directeuren en jachten in Nice hebben niet mijn belangstelling.
    Zij staan buiten de samenleving, zij kunnen alles kopen wat zij willen.

    Ik refereer in @1 aan de miljoenen vrijwilligers en mantelzorgers.
    Die laatsten helpen idd vaak hun directe naasten. Maar de vele vrijwilligers helpen veelal vreemden. In de berichtgeving is er veel aandacht voor de ‘AZC-schreeuwers’, maar er stonden ook veel Nederlanders paraat om de vluchtelingen te helpen. Zelf was ik verleden jaar ook een tijdje ‘hulpbehoevend’ en mij volstrekt onbekende mensen kwamen arbeid voor mij verrichten. Gedreven door sociale en niet-materiële motieven. En geen mensen die zich verveelden, maar die gewoon een baan hadden.

    Dit aspect in ‘de mens’ zou veel meer aandacht moeten krijgen.
    Sociale waarden dienen weer gekoesterd te worden nu de overheid zich terugtrekt.

  5. 5

    @3: Probleem is dat je het product dat zorg en onderwijs voortbrengen niet in simpele munt kunt meten. Maar juist dat schijnt de enige maatstaf te zijn waarlangs de beslissingnemers kunnen kijken. De dorknopers.

    @4: Dat jacht in Nice is ergens van gekocht. En dat geld komt wel degelijk uit de samenleving.

    In de jaren tachtig werd ons voorgehouden dat de automatisering werk uit handen zou nemen. Het leek mij geweldig: een driedaagse werkweek! Tijd zat voor allerlei dingen. De waarheid blijkt dat de een zich het schompes zwoegt en de ander werkloos en zonder inkomen aan de kant staat. En die krijgt nu ook nog de schuld!

  6. 6

    @5: natuurlijk zijn het dorknopers, maar dat is het nu net. De participatiesamenleving probeert iets van die liefde en respect terug te brengen en iets minder het management maatgevend te maken. Zoals Lutine ook reageert: tussen mensen gaat het goed.
    Maar als die mens betaald functionaris wordt, moet die ineens op cursus, heeft recht op vrije tijd en professionele afstand.
    Tot mijn schrik word ik bedolven onder verhalen, die de hulpverlenende amateurs prijzen. Een Franse edelman, de Tocqueville schreef er al over. En de anarchist Kropotkin.

  7. 7

    Dat jacht in Nice is ergens van gekocht. En dat geld komt wel degelijk uit de samenleving.

    Het is maar net waar je waarde aan hecht. Dat is ook eigenlijk waar het hier over gaat. Hecht je aan geld of hecht je aan sociale motieven? Mensen blijken bereid om arbeid te leveren zonder tegenprestatie of vergoeding.

    Denk je eens een leven in waarin je gedwongen wordt om niks te doen. Ook al krijg je van de staat een inkomen waar je van kan leven, niets doen is onbevredigend.

    Het wordt mss tijd om eens anders tegen ‘arbeid’ aan te kijken.
    In feite is het een voorrecht om te mogen werken. Om iets te mogen betekenen voor een ander of de maatschappij in het algemeen.

    Enne…liever tot mijn 90e een 5 daagse werkweek dan tot mijn 90e gedwongen niets doen. Maar politiek gezien vind ik wel dat we iets moeten met de mensen boven de 50. Als 50 plussers een betaalde job willen is dat prima. Doch 50 plussers die buiten de boot vallen en zich toch zouden willen inzetten voor de maatschappij zouden daar toe gefaciliteerd moeten worden.
    50 is uiteraard een willekeurige grens.

  8. 8

    @6: Vrijwilligerswerk is er altijd al geweest. Maar die participatiesamenleving systematiseert het; ooit betaald werk moet nu vrijwillig worden gedaan.
    Moet + vrijwillig. Dat schuurt. Al als tiener deed ik vrijwilligerswerk en bij wat ik nu er aan doe ben ik er behoorlijk eigen baas in, dat schept ook het plezier erin. Al dan niet gedwongen onbetaald werk waar je weinig zelf bij hebt in te brengen en in de wetenschap dat ergens hogerop in de keten goed aan mijn belangeloosheid verdiend wordt, zal ik vertikken. Of ze me nu prijzen of niet.