Clinton in Pakistan

Clinton Pakistan

Nadat Hillary Clinton zichzelf duidelijk profileerde als het gezicht van de Amerikaanse buitenlandse politiek is zij al meerdere malen de wereld rondgevlogen. Na bezoeken aan Rusland, waar zij de verkoelde verhoudingen met de voormalige aartsrivaal nieuw leven in trachtte te blazen, en aan Afrika en Zuidoost-Azië deed de minister vorige week onder meer Pakistan aan tijdens een reis door het Midden-Oosten.

Clinton deed het aardig in de Pakistaanse media en lijkt meer dan de vorige regering het belang van een stabiel Pakistan in te schatten. De toestand waarin het land verkeert blijft echter precair: Talibanstrijders behouden er, ondanks recente offensieven van de Pakistaande krijgsmacht, een aanzienlijke machtsbasis die de inspanningen van de coalitietroepen over de grens in Afghanistan frustreert.

Enkele weken voor zij op reis ging gaf Clinton al aan waarom de Amerikaans-Pakistaanse verhoudingen onder druk staan: het land ontvangt Amerikaanse steun in de vorm van geld, wapens en training naar al eerder voelde het zich in de steek gelaten toen de Amerikanen, nadat de Russen eind jaren tachtig uit Afghanistan werden gedreven, hun interesse voor het gebied verloren. Aanhoudende bombardementen van onbemande vliegtuigen op Pakistaans grondgebied maken de situatie er niet gemakkelijker op.

Tezamen met Vice-president Joe Biden en, vermoedelijk, met de speciale gezant voor Afghanistan en Pakistan, Richard Holbrooke, die de laatste tijd slechts op de achtergrond lijkt te opereren, probeert Clinton de Pakistanen ervan te overtuigen dat de Verenigde Staten deze keer niet dezelfde fout zullen maken. President Obama aarzelt tegelijkertijd over het sturen van meer troepen naar Afghanistan wat het moeilijk maakt voor Clinton om hen van haar boodschap te overtuigen: er bestaat gerede twijfel over de Amerikaanse toezeggingen.

De Pakistaanse regering, onder leiding van President Asif Ali Zardari, kan het zich daarom niet permitteren om de Amerikanen even warm te onthalen als Generaal Musharraf deed die nog in kon spelen op angst voor Indiaas wapengekletter. De publieke opinie heeft zich zowel tegen Zardari als de Amerikanen gekeerd: waar slechts 11% van de bevolking de Taliban als bedreigend beschouwt ziet 59% procent de Verenigde Staten als voornaamste vijand van het land. Tegen Amerikaanse hulp wordt verder in toenemende mate geprotesteerd. Pakistan is een even belangrijk front in de oorlog tegen het terrorisme maar de bevolking aldaar ziet dat anders. De afwezigheid van troepen en een leger aan hulpverleners, zoals dat zich in Afghanistan bevindt, betekent dat de onbemande bommenwerpers vrijwel het enige gezicht van de Amerikaanse betrokkenheid bij Pakistan vertegenwoordigen. En dat is voor de Pakistanen vanzelfsprekend geen prettig aangezicht.